
© CPU – Sam De Boeck
‘Het was gewoon niet de beste editie.’ Tijdens het sterke slotinterview met 3voor12 was het Pinkpop-boeker Jarn van Strijen die deze harde woorden sprak over de editie van 2024. Zo’n jaartje kan je helaas meemaken, al leek het festival dit jaar ook op voorhand niet de allerbeste kaarten te hebben. De ticketverkoop liep niet zoals ze moest lopen, de ene na de andere artiest cancelde zijn passage en ook het binnenhalen van nieuwe namen bleek opnieuw geen evidentie. Nee, op voorhand was dit niet de gedroomde revival waar de organisatie op mikte, maar toen het festival eenmaal op stoom kwam, zagen we al snel dat het wel goed zat. Met een zonovergoten terrein, koude cola’s aan de bar en artiesten als Pommelien Thijs, Oscar and the Wolf en Tate McRae op de planken was er immers weinig te klagen, waardoor die gewenste revival dan toch eindelijk op gang kwam.
Warhaus @ Tent Stage

© CPU – Sam De Boeck
Toen we gisteren voor het eerst het terrein op liepen, was Janet Livv al bezig met haar laatste minuten in de Tent Stage. Bummer, aangezien we de winnaar van de Limburgse Popprijs graag hadden willen zien, maar goed, het zij zo. Toch besloten we voor onze eerste act bij de stage te blijven staan, waar we onze Pinkpop 2025-rekening openden met Warhaus. Een goede keuze, want de band rond Maarten Devoldere en ook de man zelf speelden een prima show in de grote, roze tent. Met zijn zachte, bijna zwoele stem, trok de zanger al snel alle aandacht naar zich toe, terwijl de rest van de groep als een verkoelend dekentje – het was immers al warm – de rest van de sound vulde. Warhaus nam vooral zijn tijd. Geen gejaag, gehijg of druktemakerij, maar gewoon trage, sfeervolle nummers die doorheen de boxen ademden. En het publiek? Dat wiegde hier en daar op het ritme van die ademhaling heerlijk heen en weer.
Pommelien Thijs @ North Stage

© CPU – Sam De Boeck
Annuleringen, afzeggingen en uitvallers… Pinkpop had het er druk mee. Eigenlijk had het festival halverwege de middag een plekje voor Shaboozey gereserveerd, maar die passage paste toch niet helemaal in de agenda van de Amerikaan. Gelukkig had de organisatie Pommelien Thijs achter de hand en zo mocht een van de hoogtepunten van afgelopen editie weer in Landgraaf aantreden. Ook dit jaar leverde ze een topprestatie, en zo was de blondine rond de klok van drie heer en meester op het grote podium. Ze toonde meteen haar spierballen bij opener “Entertainment”, terwijl ze met opvolger “Hypothetisch” heel de weide voor het podium om haar vinger wond.
Hoewel ze vorig jaar nog op de kleinste stage van het festival stond, had Thijs allesbehalve moeite met haar upgrade naar de North Stage. Samen met haar band stond ze namelijk aardig te poprocken, waar de nodige interactie met het publiek niet werd geschuwd. Dat antwoordde op zijn beurt met een hoop kabaal, want iedere letter werd bij songs als “Erop of Eronder”, “Zilver” en “Dunne Lijn” vakkundig meegezongen. Alsof het niks was, kreeg ze zelfs tijdens het onuitgebrachte “Authentiek” – een track die we door zijn knallende gitaren maar al wat graag op plaat horen – een sitdown uit het publiek geperst! En dat terwijl het festival eigenlijk nog op gang moest komen. Pommelien Thijs gaf met andere woorden een dijk van een optreden, maar dat zijn we inmiddels wel gewend van de Antwerpse popqueen in wording.
Alestorm @ South Stage

© CPU – Sam De Boeck
Aan de andere kant van het veld was nog een afmelding inclusief vervanger, maar dit keer van serieuze aard. Flogging Molly werd als een van de eerste namen binnen gehengeld, al moest de groep al heel snel erna aangeven dat ze door een hersenbloeding bij frontman Dave King niet richting Landgraaf trok. Aangezien vaste vervanger Krezip al op de zondag gepland stond, moest het festival uiteindelijk doorschakelen naar de piraten van Alestorm. Voor het publiek was de groep de uitgelezen kans om eens flink los te gaan. De band bracht met nummers als “Keelhauled” en “Mexico” wel degelijk een feeststemming naar de grote weide, maar muzikaal was het echter niet allemaal even sterk. Als je al de show wegdenkt, bleef het concert redelijk op de vlakte en was het verre van spectaculair. Het was voorspelbaar van kop tot staart en zelfs met kersvers album The Thunderfist Chronicles onder de arm verraste Alestorm ons echt zelden tot nooit. En dat is toch best gek als je met gigantische opblaasbare badeenden komt aanzetten.
Hiqpy @ Stage 4

© CPU – Sam De Boeck
Eigenlijk hing er op voorhand rond geen enkele band op het festival een grotere hype dan rond Hiqpy. De Amsterdamse groep stond de voorbije twee jaar op zowat elk lijstje met namen om in de gaten te houden en dat zorgde ervoor dat het terrein voor Stage 4, nochtans niet de grootste plek op het terrein, al ruim voor aanvang goed vol stond. Torenhoge verwachtingen zorgen wel vaker voor een deksel op de neus, maar dat gold niet voor Hiqpy. De band speelde met zoveel vertrouwen dat het eerder leek alsof het twee vingers in diezelfde neus had.
Met slechts twee singles op de teller was het amper meezingen geblazen, maar dansen op de tonen van de Amsterdammers kon het publiek gelukkig wel. Toch waren het vooral de al uitgebrachte singles waarmee de groep echt kon uitpakken. Het recente “Red Flag Magician” was een van de sterkhouders, terwijl ook debuutsingle “Something” heel fijn over het veld heen rolde. De nummers straalden een zekere flair uit, waarbij frontvrouw Abir Hamam met haar stem steeds weer voor de juiste balans zorgde. De groep deed opnieuw vrij weinig fout en was daarmee de perfecte tussensnack zo vroeg op de dag, maar lijkt nu wel klaar voor een stap hogerop. En die stap hogerop is een groter podium, wel te verstaan.
MIKA @ North Stage

© CPU – Sam De Boeck
‘I could be brown, I could be blue, I could be violet sky! I could be hurtful, I could be purple, I could be anything you like!’ Op het eerste gezicht niet de meest spannende tekst, maar toch veroverde MIKA er in 2007 een hoop harten mee toen het nummer “Grace Kelly” de radiostations overnam. Een flinke tijd terug en sindsdien horen we niet al te vaak meer van de Libanees-Britse zanger, maar anno 2025 is hij nog altijd een ware publiekstrekker. Dat bewees hij, gevleugeld en wel, op het hoofdpodium, want voor hem had hij een goed gevulde festivalweide die al snel mee stond te springen op de vrolijke tonen van de man uit Beiroet.
Vrolijke, meezingbare tonen wel te verstaan, want op catchy popknallers had hij duidelijk nog steeds zijn handelsmerk geplakt. Wel bleef dat meezingen grotendeels beperkt tot de nummers van zijn hitalbum Life In Cartoon Motion, want van het recentere werk hadden maar weinig aanwezigen kaas gegeten. Aangezien zijn hitlijstnoteringen de afgelopen jaren flink opdroogden, bleef het tijdens die nummers dan ook opvallend stil. Gelukkig maakten klassiekers als “Big Girl (You Are Beautiful)”, “Relax (Take It Easy)” en “Lollipop” dat ruimschoots goed en lieten de knallers de kelen wel flink galmen. MIKA perste zelf ook een best fijn geluid uit zijn strot en bracht een goede show waar geen enkele valse noot te bekennen viel. En die eerder besproken megahit “Grace Kelly”? Daarmee bracht hij, met een hoop show en een opblaasbare regenboog, de weide richting het einde pas echt tot ontploffing.
BENEE @ Tent Stage

© CPU – Sam De Boeck
Tegenwoordig kan bijna iedereen met een muzikaal idee groot worden op TikTok, al is al vaker dan eens bewezen dat succes op het platform niet automatisch gelijkstaat aan succes op de bühne. Ook bij BENEE is dat het geval. De zangeres overspoelde tijdens de covid-periode de filmpjes-app met haar nummer “Supalonely”, maar nu ze enkele jaren later op Pinkpop staat, is het allemaal niet zo heel hoogstaand. De autotune moest serieus wat dingen rechttrekken en het gene dat wel strak klonk, kwam opvallend vaak van een vooraf opgenomen bandje. Zelfs haar grootste troefkaart, de eerder aangehaalde “Supalonely”, klonk maar wat flets en futloos. Muzikaal was het niet veel dus en de show zelf was evenmin denderend, al weerhield dat de hordes met tieners er niet van om iedere seconde te filmen voor hun eigen TikTok. Nee, dit was het niet, en we trokken maar snel door naar Inhaler!
Inhaler @ South Stage

© CPU – Sam De Boeck
Want Inhaler, dat was het wel! Waar Pinkpop de afgelopen jaren steeds meer en meer het laatste gedeelte van zijn naam naar voren schoof, heeft het dit jaar een serieuze ommedraai gemaakt en een lading ferme rocknamen op de poster gezet. En daar hoort uiteraard de Ierse band bij. Met een set vol publieksfavorieten als “My Honest Face” en “Love Will Get You There” trok het ten strijde, maar kwam kwam het daar ook zonder al te veel kleerschuren als winnaar uit. En hoewel we Inhaler tegenwoordig vaker zien dan onze schoonfamilie, wist het aan het begin van de avond zeker wel een sterke show op de mat te leggen. Dat bleef niet onopgemerkt bij het publiek, want dat danste, zong, swingde en sprong zelfs bijna op de tafels op de strakke klanken van de heren uit Dublin. Muzikaal was het dus sterk, maar toen we wat dichter keken, zagen we ook nog eens een dat de drummer een ‘No Guts No Glory’-shirt aan had. Sympathieke gasten, die Ieren!
Weezer @ North Stage

© CPU – Sam De Boeck
Onze liefde voor Weezer is groot. De formatie rond Rivers Cuomo was een van de eerste gitaarbands die we oplegden en staat daarmee aan de beginselen van wat later onze muzieksmaak zou worden. Die stijl heeft doorheen de jaren een steeds zwaardere vorm aangenomen, maar nog altijd heeft de groep een speciaal plekje in ons inmiddels zwartgeblaakerd muziekhart. Maandenlang stond het vast dat we de set moesten zien, maar toen lazen we de review van het niet al te geslaagde Rock Am Ring-optreden en hielden we datzelfde hart met beide handen vast.
Gelukkig had de band er voldoende van opgestoken en zat ze op Pinkpop een stuk beter in de wedstrijd. De setlist las als een greatest hits-compilatie, maar dit keer klonken tracks als “Beverly Hills”, “Island in the Sun” en “Pork and Beans” wel scherp. Natuurlijk is en blijft de attitude van de groep er eentje waar een dikke streep nonchalance doorheen loopt en oogt het hierdoor visueel allesbehalve spectaculair, maar dat siert ze juist. Zonder veel franjes of grootse showelementen deed het wat het moest doen en dat was een solide rockshow serveren. En geloof ons, dat deed de band en daarmee maakte ze dat plekje in ons hart alleen maar groter.
Oscar and the Wolf @ South Stage
Er waren gisteren een opvallend groot aantal landgenoten te vinden op de podia van Pinkpop, want na Warhaus en Pommelien Thijs was het halverwege de avond tijd dat Oscar and the Wolf zich kwam melden op de South Stage. Verpakt in een dikke winterjas – de beste man had waarschijnlijk niet door dat het nog altijd vijfentwintig graden was – klom hij op een kubus vol schermen en trapte hij een show af waar hij achteraf best trots op mag terugkijken. De grootste reden hiervoor is dat hij eigenlijk vanaf de eerste seconde het publiek mee had en dat momentum niet meer losliet. Zijn zang was vanaf opener “Warrior” loepzuiver en instrumentaal zat het ijzersterk in elkaar. Gooi daar vervolgens nog een productie tegenaan die van begin tot het einde klopt, en je krijgt een geheel dat over de volledige breedte overtuigde, Na sterke set van zowel Warhaus als Pommelien, was het Oscar and the Wolf dat de kers op de taart verzorgde en maakte dat ons landje er meer dan prima opstond. En daar mag je best trots op zijn, Max!
Kid Kapichi @ Tent Stage
De laatste keer dat we Kid Kapichi zagen, was dat niet bepaald een heel groot succes. De groep mocht de afgelopen editie van Here’s The Thing afsluiten, maar verdronk bijna in de grootte van het podium. Het podium van de Tent Stage is niet meteen kleiner dan dat van de 013, maar toch voorkwam Kid Kapichi dat er dit keer een reddingsboei nodig was. Nee, ditmaal ging het wel goed en dat vanaf de eerste seconde. De band kwam scherp op, opende venijnig met “Artillery” en zette die toon met sterke kleppers als “Can EU Hear Me?” en “New England”. Het was een energiebom van jewelste en eentje die ten aller tijden op het punt van knappen stond, maar net genoeg in toom werd gehouden om maar niet te exploderen. Met een emmer vol Britse branie en een snedig geluid veroverde het met gemak de volledige tent en deed het ons zelfs de herinneringen aan die misstap van toen volledig vergeten.
Tate McRae @ North Stage

© CPU – Sam De Boeck
We noemden eerder Pommelien Thijs en Oscar and the Wolf als hoogtepunten van de dag, maar Tate McRae kan ook prima in dat lijstje. De zangeres wordt al enige tijd de nieuwe Britney Spears genoemd, en op de North Stage maakte ze dat ook behoorlijk waar. Met een show vol ware popknallers met een hoog glittergehalte wist ze het volledige terrein al snel om te toveren in haar eigen domein, waar ze haar sterke zang tijdens tracks als “Revolving Door”, “sports car” en haar grote hit “greedy” voorzag van een opeenstapeling aan onnavolgbare danspassen. Onze benen raakten al in de knoop bij de gedachte alleen, laat staan dat je daar ook nog een toonvaste popshow bovenop moet gooien. Of die toonvaste noten ook allemaal echt uit haar longen kwamen, leek ons met momenten vrij onmogelijk, maar mocht dat wel zo zijn, dan kunnen we daar enkel ons Pinkpop-vissershoedje voor afnemen. Niet iedereen had diezelfde mening, want sommigen van de grijze muizen in het publiek hadden het duidelijk moeilijk met al die glitter en glamour. Toch weten we zeker, die McRae gaat het wel redden. En dat zelfs zonder de goedkeuring van die oudjes!
Justin Timberlake @ South Stage
We haalden het in de intro al aan, maar Pinkpop heeft dit jaar een serieus ticketverkoopprobleem. Met een vinger wijzen willen we niet, maar het kan best wel eens aan de headliner van dag één liggen. Om half elf mocht namelijk Justin Timberlake de dag afsluiten en hoewel we respect hebben voor het repertoire van de man, is het nu niet de meest relevante ster in het hedendaagse poplandschap. Dat bewees hij wel meteen bij zijn opkomst. Met een net iets te hippe jas voor een midveertiger, begroette hij zijn publiek met een ‘what’s up’ en een glimlach die vooral ‘Ik ben er ook nog’ leek te zeggen.
We zullen niet ontkennen dat de beste man ons geen nostalgische gevoelens gaf met zijn hits van decennia terug. Want ja, dat was helaas de poel waar Timberlake uit moest vissen. Van “Cry Me a River” tot “Rock Your Body” en “Mirrors”: de classics passeerden stuk voor stuk de revue en dat deed hij technisch gezien prima, maar er echt mee schitteren deed hij niet. Het voelde bij momenten alsof hij zelf ook wist dat zijn hoogdagen achter hem liggen en dat hij vooral nog moest teren op vroeger. Toch wist Timberlake met dat werk een behoorlijk deel van het publiek aan te spreken, zeker de mensen die opgroeiden met het hitalbum FutureSex/LoveSounds en daar gretig in hun tienerkamer op meezongen. Nu deden ze dat op de weide van Landgraaf, waar voldoende plek was om de meest wilde moves uit de kast te halen.
Naarmate de set vorderde, merkten we hier en daar wel wat foutjes op. “What Goes Around… Comes Around” klonk op plaat toch wel een stuk beter dan dat het op de weide klonk en “TKO” ging gepaard met een flink aantal valse noten. En dat is toch behoorlijk gek als je ziet dat Timberlake zeventig procent van de nummer gewoon deed alsof hij aan het zingen was. Dat was trouwens een kwaaltje wat wel vaker voorkwam, want een volledige track lang zijn vocalen gebruiken zat er gisterenavond niet in. Een slechte zaak dus en ook toen er een dj werd ingevlogen en de zogenaamde ‘DJ Hype’s Set’ in werking trad, werd het er niet bepaald beter op. Gelukkig werden op het einde nog redelijk wat ruiten bespaard met een passage van “SexyBack”, al voelde dat het nooit als de climax waar we eigenlijk hoopten. En dat vat alles misschien nog wel het beste samen.
De keuze voor Justin Timberlake valt echt te verklaren en zeker te begrijpen. Een gedeelte van de aanwezigen heeft zich zeker vermaakt en die groep is ook belangrijk om te plezieren. Maar dat wilt niet meteen zeggen dat de boeking een rake klap was. Nee, misschien moet de organisatie de volgende keren kijken naar de popsterren van morgen. Een Charli xcx, Harry Styles of gewoon een Olivia Rodrigo. Gelukkig hebben ze die laatste al binnen en mag die op dag twee de gordijnen dichttrekken, waar we ook nog artiesten als Joost, The Last Dinner Party en Tom Odell mogen bewonderen.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!





