
© CPU – Marvin Anthony
We waren al onderweg naar Gent toen we eind november te horen kregen dat het concert dat Beth Hart die avond zou geven door ziekte zou moeten worden verplaatst. Gelukkig kwam er in dit geval geen afstel van uitstel en zakte de Amerikaanse zangeres op zondagavond 16 maart 2025 eindelijk af naar de Capitole, waar ze met een vijfsterrenconcert goedmaakte dat ze de vorige geplande zitting vlak voor aanvang had moeten verdagen.
In de donkerte kwamen de bandleden het podium op, terwijl de bassen van een hiphoplied al meteen voor een eerste greintje intensiteit zorgden. De grote afwezige was op dat moment nog Beth Hart, die we weliswaar opeens wel hoorden zingen. De zangeres had er namelijk voor gekozen om achterin de zaal op te komen en zich tijdens het openingsnummer doorheen het publiek richting het podium te banen. We konden alvast met zekerheid zeggen dat Hart in enkele minuten als close-up in een honderdtal smartphonegalerijen was beland.

© CPU – Marvin Anthony
Na haar promenade doorheen de Capitole nam de zangeres plaats achter haar piano om daar het kolossale “Don’t Call the Police”, waarbij het slidegitaarspel van Jon Nichols het geheel nog een extra zetje gaf, op te dragen aan George Floyd. Hart zette ook voor het eerst haar stembanden helemaal open, met net zoveel controle als emotie en zou dat gelukkig ook de rest van de avond met veel plezier doen. Toch mocht het publiek ook wat meezingen, zoals wanneer het op Harts vraag meezong met “Can’t Let Go”.
Doorheen het optreden werden heel wat nummers ingeleid door een kort verhaal. Zo ook “Suga N My Bowl”, waarbij de Amerikaanse heel open en eerlijk was over haar verslavingen, zelfs haar verslavingen aan tuinieren en karaoke. De karaokebar die we ons even voor de ogen haalden, werd al snel ingeruild voor een jazzcafé. Op haar knieën bracht ze eerst haar leuke versie van de jazzstandard “Them There Eyes”, gevolgd door het expressievere “Jazz Man” en het ragtimenummer “Never Underestimate a Gal”. Op dat laatste, dat tevens net als “Don’t Call The Police” op het nieuwe album staat, floot Hart ook nog eens als een nachtegaaltje. De zangeres bleef nog heel even bij You Still Got Me kleven met “Pimp Like That”, waarin ze de muziekwereld vergelijkt met pooiers en prostituees.

© CPU – Marvin Anthony
Hart was op haar allerbest met de nummers die muzikaal heel groots en vol waren, zoals ook “Rub Me For Luck”, dat ze opdroeg aan Joe Bonamassa, voor wie ze het nummer ook geschreven had. Ze vertelde het publiek dat ze voor haar broer en manager nog nooit een lied had geschreven, omdat ze nooit in conflict waren gekomen en ze voornamelijk schrijft wanneer dat wel gebeurt. Misschien wel een gelukje dat het gebeurde, want het lied was zonder meer aan van de grootste hoogtepunten van de avond.
Na een altijd wat jolig “Bang Bang Boom Boom” kregen we met “Love Is a Lie” nog een laatste keer zo’n heel groots nummer, waarna Hart vooral intiemere sferen opzocht. Dat deed ze in eerste instantie door helemaal alleen op het podium en enkel bijgestaan door haar piano “Take Me Home, Country Roads” te brengen. Zelfs wie met het nummer, dat voor Hart voor eeuwig aan karaoke gelinkt is, helemaal niets heeft, kreeg ongetwijfeld kippenvel van Harts versie. “My California”, opgedragen aan haar man met wie ze gisteren haar vierentwintigste huwelijksverjaardag vierde, overtrof dat zowaar nog. De eerlijke en pure tekst kwam geweldig binnen, met meteen na het lied een welgemeende knuffel van haar op het podium gerende man Scott Guetzkow voor nog wat extra tederheid.

© CPU – Marvin Anthony
Terwijl Hart alleen aan de piano zat, werd een kleiner drumstel op het podium opgesteld, dat uiteindelijk diende voor enkele akoestische nummers. De percussie van “Spanish Lullabies” was heel toepasselijk zuiders, met de nylonsnaargitaar van Nichols en ook nog contrabas als leuke afwisselingen. Het akoestische stuk werd afgesloten met “Sugar Shack”, dat voorzien werd van twee wel heel coole percussiesolo’s, waarna Hart en band hun verdiende applaus in ontvangst namen en zich richting de coulissen begaven.
Voor haar toegift koos Hart voor wat voor velen het beste of meest geliefde Beth Hart-lied is, namelijk haar versie van Etta James’ “I’d Rather Go Blind”. Ze bracht het lied terwijl ze op het randje van het podium zat, terwijl zij die op de voorste rij zaten toch waakzaam moesten blijven voor haar voeten. Het was op dat randje dat ze voor de laatste keer haar keelgat openzette, terwijl Nichols zich nog eens mocht laten gaan op zijn gitaar. De staande ovatie die volgde was, net zoals “I’d Rather Go Blind”, ideaal om de avond na een uur en drie kwartier af sluiten.
Beth Hart bracht in de Capitole wederom een zeer straf optreden, waarin ze met haar stem constant het publiek omver wist te blazen. De combinatie van nieuw en ouder werk ging heel vlotjes binnen, terwijl de solo -en akoestische intermezzo’s voor ruim voldoende variatie zorgden.






Wij waren ook aanwezig in het Capitool in Gent uit Nederland. Omdat de concerten in Nederland in 2024 uitverkocht waren, konden wij nog kaarten kopen voor haar concert in Gent. Vol verwachtingen gingen wij heen en hoopten op veel “blues” nummers waarmee Hart juist met haar meeslepende stem ons wist te raken, ofschoon Hart o.a. ook bluesrock en hardroch in haar repertoire heeft.
Van het concert waren we met name geraakt door het akoestische optreden, zeg maar het tweede gedeelte met daaraan voorafgaand de twee songs waarin zij zichzelf alleen begeleidde op de piano. En, in tegenstelling tot wat vele fans wellicht zouden vinden, vonden we alleen dit tweede gedeelte goed omdat we het eindelijk ook als muziek ten gehore konden beluisteren en genieten.! Even voor de goede verstaander: de vertolking van Beth Hart zelf was prachtig. Zij was krachtig, natuurlijk, volledig in haar muziek, zij was haar lied, zowel in het eerste als in het tweede gedeelte van haar optreden.
Helaas konden wij van het eerste gedeelte als muziek niet genieten. Wat “muzikaal heel groots en vol was” of “vol emotie” was voor ons niet anders dan een bombardement van de “bassdrum” samen met de basgitaar, dat alles overstemde, letterlijk alles. De speakers hiervan stonden zo hard afgesteld, dat je je melodie van de basgitaar niet eens hoorde. het maakte eigenlijk niet uit wat hij speelde, want wat je hoorde was alleen kabaal. De bassdrum was zo hard dat je de leadgitaar alleen als verre achtergrond kon vermoeden. Ik heb een concertganger wel eens horen zeggen dat hij een concert pas goed vond als hij de beat van de speakers in zijn hart voelde. Ik zou zeggen: koop een defibrillator, zet hem op 20.000 volt en plaats het op je hart, geniet ervan! Maar ik kom voor de muziek. De muziek waarbij de verschillende instrumenten met elkaar in balans zijn en zeker, een beetje beat door de speakers mag best wel wat doorklinken maar als dit betekent: je gehoorpubliek omver blazen – dan vind ik dit helaas een povere manier van muziekbelevenis creeren. Maar blijkbaar is dit de norm. Want het wordt tegenwoordig als normaal beschouwd dat je oordopjes aanschaft, deze indoet en dan naar het optreden luistert. Omgekeerde wereld.
Samenvattend. Op het tweede gedeelte na, vond ik het concert eigenlijk niet voldoende mede gezien het feit dat het 1,5 uur duurde, waarbij de helft hiervan op Beth Hart zelf na, voorzover mogelijk in de kakofonie van bas en drumslagen – letterlijk niet om aan te horen was. Jammer.