Het moet iets meer dan veertig jaar geleden geweest zijn toen Karl Hyde en Rick Smith een nieuw muzikaal genre uitvonden: techno. Enorm vooruitstrevend voor die tijd, maar minstens even straf is het feit dat de heren vandaag de dag nog altijd bezig zijn én relevant blijven. Underworld is vandaag de dag dus veel meer dan ‘die groep van de Trainspotting‘, maar heeft wel enorm veel te danken aan “Born Slippy .NUXX”; de boost die de Britten nodig hadden toentertijd, maar het is gelukkig niet zo dat ze, zoals andere bands uit die periode, nog altijd op die hype moeten blijven teren.
Nee, Underworld maakte in de tussentijd maar liefst tien studioalbums, met nu een elfde als best wel grote verrassing. In die zin dat het duo eigenlijk nooit echt was weggeweest, maar het leek er lange tijd ook op dat het niet per se ergens heen ging. Passages op Pukkelpop en in Vorst Nationaal, af en toe eens een singletje… Hyde en Smith lieten nog altijd wel hun aanwezigheid blijken, maar het duurde allemaal even voor Strawberry Hotel er kwam. Laat je daarbij dan ook alsjeblieft niet afschrikken van de spuuglelijke hoes, want ook na al die tijd blijft Underworld niet alleen klinken als zichzelf, maar ook nog relevant te blijven. Lees: ook na meer dan veertig jaar weten de Britten nog van welk hout pijlen maken.
Voor hun elfde studioalbum hielden Hyde en Smith met niets anders rekening dan met hetgeen zij zelf wilden. En dat mag ook wel als je zo’n legacy hebt opgebouwd. Een plaat van een uur en een klein kwartier – vijftien nummers waarvan twee aanschurken tegen de kaap van de tien minuten; het is iets dat in tijden van commerciële toegankelijkheid en hapklare TikTok-hits eerder de uitzondering is dan de regel. Dat openingsnummer “Black Poppies” in het verlengde daarvan vrij vaag binnenkomt, met een minimalistische instrumentatie en Hyde gedrenkt in een bad van autotune ‘You are beautiful’ herhaalt. Objectief gezien dus nogal speciaal, maar je voelt wel meteen het duistere geheel met het euforische randje dat Underworld wil tentoonspreiden.
En dat is nodig, want “denver luna” sleept je daarna helemaal mee in de donkere, bezwerende en bij momenten vanzelfsprekend ook dansbare wereld die Strawberry Hotel uitstraalt. “and the colour red” pompt zo alsmaar hypnotiserender verder, waardoor het zelfs lijkt alsof Underworld je hersens systematisch lijkt te willen frituren. Een tussendoortje als “Techno Shinkansen” draagt daar zonder dat je het goed en wel beseft nog wel iets aan bij, maar het zijn vooral de grotere gehelen die album nummer elf doen slagen. Want ondanks dat een nummer als “Hilo Sky” trager, misschien ook wel zwaarder, suddert, zuigt het je dankzij zijn harde beat helemaal op. Het daaropvolgende “Burst of Laughter” volgt dat idee, want terwijl het mysterie je langs alle kanten omringt, voel je de nervositeit bij Underworld toenemen.
Dat Underworld er na al die jaren zo goed is geworden in het maken van onwennigheid in nummers, zonder ze irritant te laten overkomen, is iets waarvoor het een pluim op z’n hoed mag steken. Dat het na “King of Haarlem” wel even tijd moet maken voor een rustpunt, weet het dan ook wel weer. Dat het tweeluik “Ottavia” / “denver luna (acapella)” je terug met een gerust hart op de grond zet, zorgt er jammer genoeg wel voor dat het einde van Strawberry Hotel iets te experimenteel aanvoelt. “Iron Bones” voelt naast duister en traag ook een tikkeltje onnodig aan, terwijl afsluiter “Sick Man Test” niet veel meer is dan wat instrumentaal getokkel om de cirkel rond te maken.
Maar dus wel een cirkel die er zeker mag zijn. Underworld maakte van Strawberry Hotel een nerveuze trip, waar je, ondanks de vrij lange speelduur van de plaat, de tijd simpelweg vergeet. Dat de hoes bestaat uit nagenoeg enkel fluoriserende kleurtinten, geeft daarbij eigenlijk een vertekend beeld. Dit album is donker, duister, meeslepend en vaak zelfs hypnotiserend, maar die kleurencombinatie trekt commercieel gezien misschien niet zo aan. En dan nog. Alsof Hyde en Smith zich daar iets van aantrekken op deze elfde langspeler. Ze doen ook na meer dan veertig jaar nog altijd gewoon hun goesting, zonder daarbij aan relevantie te moeten inboeten. Want zoals we allemaal weten, blijven dinosaurussen altijd gewoon cool.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “denver luna (acapella)”, ons favoriete nummer van Strawberry Hotel, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






