LiveRecensies

We Are Open 2024 (Dag 1) @ Trix: Strakke opener

© CPU – Mathias Verschueren (archief)

Naar jaarlijkse gewoonte verandert Trix begin februari weer in de place to be dankzij We Are Open. Het Antwerpse showcasefestival zet hierbij Belgisch talent in de spotlights, waardoor liefhebbers van elk genre hun meug vinden. Voor de vijftiende editie werd dan ook weer een schitterende line-up samengesteld met heel wat urgente en opkomende namen. Wij waren erbij en lieten ons onderdompelen in een fijne sfeer.

Lézard @ Bar

© Nathan Dobbelaere

De eer om We Are Open te openen was weggelegd voor de in Gent gevestigde band Lézard. Met een kleine verandering in line-up stond het vijftal helemaal klaar om de vroege vogels welkom te heten in de Bar. Onze ‘Grote Beer van Morgen‘ had met zijn funky sounds duidelijk energie op overschot om die openersfunctie op zich te nemen. “Speak To Me” maakte ons met guitige gitaargeluiden dan ook al dansklaar. Sinds onze laatste ontmoeting kunnen we al een grote verandering opmerken in de band, want ze slaagde erin zich het kleine podium helemaal eigen te maken door zich nog zelfverzekerder op te stellen. Ditmaal was er meer ruimte voor de vocals van Myrthe Asta, wat voor een goede afwisseling zorgde.

In het midden van de set kregen we wat rustigere nummers om ons even van extase te berusten, alvorens er weer helemaal in te vliegen. Naarmate de show vorderde, kwam het volk meer en meer richting de band: niemand voelde zich nog verloren. Dat niemand spijt had van die keuze, was dan ook meer dan duidelijk aan het applaus te horen. De hoge en lage tonen van Lézard brachten ons in perfecte sfeer om alles op gang te trekken, waardoor we ons niet anders dan helemaal klaar voelden voor de rest van de avond.

Movulango @ Café

De DEEWEE-stal stuurt haar zonen uit. Movulango is nog maar vers terug van een aantal Europese shows met Soulwax en dan voelt We Are Open toch als thuiskomen. Het Café is niet altijd de makkelijkste plek om al vroeg op de avond te spelen, maar Movulango maakte er het beste van. Meer nog, hij kreeg de mensen stil en scoorde met zijn elektronische indie vrijwel in open goal. Geen gezever, maar wel een naadloos rijtje aan nummers van zijn kakelverse ep The Irony. De vaart zat er in en dat was ook bevorderlijk voor de sfeer. De eerste dansbenen gingen los, terwijl ook de meest stoïcijnse knikkers hun nekspieren op actief zetten. Zo op een kleiner podium voelde Movulango toch iets dichter en toegankelijker, wat aansloot bij hetgeen hij bracht. Een coole beurt dus, die deed wat het moest doen.

LũpḁGangGang @ Club

© CPU – Jan Van Hecke  (archief)

Van de dansbare moves van Lézard begaven velen zich rechtstreeks naar de muziek van LũpḁGangGang. Hoewel er hier minder heupjes naar links en rechts gingen, leverde de band een zeer aangename set af. Verrassingen moesten we ondertussen dan ook niet meer verwachten. Zacht, maar oerdegelijk was dan ook de beste beschrijving die we ons kunnen inbeelden bij de band, zonder dat er enig meer aan te pas moet komen. Eenmaal de set vorderde, kregen we al wat steviger gitaarspel, wat onze hoofden heen en weer liet gaan. De gelijkenissen met Black Country, New Road waren dan ook niet vergezocht. Jammer genoeg wist het publiek niet goed hoe te bewegen. Misschien moest de meerderheid van de zaal zich nog vertrouwd maken met de muziek, terwijl wij genoten van de zuivere, goede sounds die we voorgeschoteld kregen.

Sergeant @ Kelder

© CPU – Peter Verstraeten (archief)

De blokfluit! Een essentieel onderdeel in de cursus muzikale opvoeding op het middelbaar. Dat dergelijke lessen niet voor niets zijn geweest, toonde Sergeant ons in een stampvolle Kelder. Het drietal haalde wel vaker het houterige instrument boven als ijkpunt, maar liet grotendeels wel andere instrumenten spreken. Met z’n drietjes gingen ze voor een radicale set, die met momenten toch iets minder verfijnd was dan we hadden verwacht. Niet dat dat een groot euvel bleek, want de Kelder bleef geboeid en aandachtig volgen wat er zich op de paar vierkante meter podium afspeelde. De analoge loops die op de achtergrond als fundament dienden, werden klassevol aangevuld door Ferre Marnef. Op de bas en de vocals zorgde hij voor structuur en zekerheid, wat het des te overtuigender maakte. Sergeant drilde niet als Fly in Kamp Waes, maar toonde zich wel autoritair.

Dreun XL @ Zaal

Het concept van Dreun XL is er eentje waar je enkel maar respect voor kan hebben. De band bestaat uit mensen met een mentale beperking uit Tordale, een instelling die deze mensen verzorgt. Samen met muziek wordt er gezorgd dat deze mensen uit hun comfortzone kunnen treden en zich kunnen smijten op muziek. En je ziet dat ze er deugd van hebben, ook op We Are Open. De grote zaal was redelijk gevuld met nieuwsgierigen en muzikaal hoorden we iets repetitiefs dat als basis vooral percussie had. Het hoeft niet te ingewikkeld te zijn, maar het klonk vooral als een mantra die je overneemt en blijft beheersen. Met de Nederlandse vocals word je dan ook nog eens in het verhaal meegesleurd en met de nodige gitaarsolo’s en trompetten van de begeleiders, krijgt de muziek nog iets extra’s. Dreun XL is kortom meer dan een project waar je enkel respect voor moet hebben, het is muzikaal ook goed uitgedokterd.

Nykolaes & Daniël Paul @ Venster

Gezellig op de grond zaten we allemaal klaar voor Nyolaes & Daniël Paul om de eerste intieme sessie van de avond mee te maken. We voelden ons al snel gezapig en gezellig zoals op zondag. ‘Zacht’ en ‘melancholie’ waren de sleutelwoorden en zo werd ons hartje gevuld met het gitaargetokkel. Een volle ruimte van Venster voelde dan ook als een gezellige bijeenkomst, waarbij iedereen als je beste vriend was. De vervormde stemmen waren geen last, maar brachten juist de gepaste setting. We mogen misschien vaak klagen over autotune, maar eenmaal in de juiste setting, bleek het een aangenaam gegeven waar we ons allemaal in kunnen vinden. We kregen een hele resem aan stemmen, waardoor ons kampvuur elke keer meer gelaagdheid en sfeer wist te creëren. Op een foutje hier en daar werd niet neergekeken, wat het publiek net op een gezellige manier dichter bij elkaar.

Crouch @ Café

Het Café van Trix stond tot de nok gevuld voor Crouch. Logisch, want veel metal is er niet te vinden op We Are Open, en als je er hebt, dan wil iedereen zijn graantje meepikken. De band begon er iets later aan, maar dat bleek geen probleem te zijn, want al snel werden we vol in het gezicht geslagen. Het is straf hoe het drietal zo’n volle sound voort kan brengen, zelfs in een kleinere zaal. Vergelijkingen met Amenra zijn zo snel gemaakt, maar de postmetal van de band komt wel venijnig binnen. Het is duidelijk dat de groep weet waar ze mee bezig is en het lijkt erop dat de limiet nog lang niet bereikt is. Crouch weet namelijk een wereld te creëren waarin je even kan verdwijnen en je volop kan laten gaan, en dat is natuurlijk de manier waarop deze muziek het best binnenkomt. Een straffe sound en vooral een intense beleving zorgden ervoor dat Crouch zeker een van de hoogtepunten van de avond was.

Porcelain id @ Club

© CPU – Jan Van Hecke  (archief)

Een hele resem mensen tekenden present voor het optreden van Porcelain id. De artiest mocht hun dromerige sound dan ook tentoonstellen aan een gevulde Club. Zweven in de zevende hemel stond op de programma, en laat dat net de plek zijn waar we ons bevonden. De liveband van Porcelain id gaf dat tikkeltje extra om ons op wolkjes te brengen, waar we lekker zweverig konden bewegen. De stem zette ons dan weer met onze voeten op de grond, met behulp van zuivere vocals. Het gitaargetokkel van Porcelain id wist zich keer op keer een weg naar ons hart te banen en werd telkens beantwoord met een hartverwarmend applaus. Mits enkele technische problemen wisten ze zich het podium eigen te maken, waardoor dat voor het grootste deel van het publiek gewoon deel van de set leek. Zweven was met andere woorden niet verboden op de eerste avond van We Are Open en Porcelain id gaf ons de vleugels om dit ook te doen.

Jakomo @ Zaal

© CPU – Peter Verstraeten (archief)

Brussel mag dan wel geen strand hebben, maar dat weerhoudt Jakomo er niet van om zorgeloze indierock te maken. In de grote zaal van  Trix gooide het nochtans het predicaat van de surfrock overboord en koos het resoluut voor het wat strakkere werk. In al dat strakke kon je nog iets van King Krule ontleden, maar bovenal borduurde Jakomo voort op zijn eigen flair. En toe nam het geroezemoes in de zaal wel de bovenhand. Voor consternatie bij het kwintet zorgde dat niet, het speelde gewoon soeverein zijn set door. Halfweg werd de zee ietwat onstuimiger en veranderde Jakomo van koers. De zorgeloosheid maakte plaats voor meer intensiteit, doordat het tempo toch wel werd opgedreven. Het einde was een grote golf waarop je moeilijk op je plank kon blijven staan. De woeste zee bracht ons desondanks aan land en met een energiek gevoel terug tussen de mensen.

Predatory Void @ Bar

© CPU – Mathias Verschueren  (archief)

De laatste versnelling hoger werd gisteren geschakeld door Predatory Void. Hun veertig minuten durende set was niets minder dan een overdonderende geluidsmuur die bikkelhard binnenkwam en weinig aan de verbeelding overliet. De Bar stond stampvol en liet zich gewillig meeslepen door het vijftal op het podium. Soms klonk Predatory Void heel doomy, om niet veel later de shoegazepedalen met een donkere rand in te duwen. Het was bruut, het wat intens en het kwam rond dat uur van de avond zeer stevig binnen. Wie even een dipje had, spoelde dat helemaal door met nieuwe energie. Predatory Void maakte zo de verwachtingen waar.

Niels Orens @ Club

Wanneer een zaal twee podia deelt, is timemangagement niet altijd makkelijk. Eenmaal de laatste tonen van Predatory Void gespeeld werden, konden geïnteresseerden de luttelere meters verder kiezen voor de elektronische sounds van Niels Orens. Waar de grunts bij voorgaande band de basis waren, mochten we ons hier aan een heel ander muzikaal kaliber verwachten. Waar we ons precies begaven, was niet heel duidelijk, maar de baarmoedergeluiden en het geluid van een of ander ruimteschip lagen nogal dicht bij elkaar. Wat zeker was, was dat we ons even niet meer in Trix bevonden, maar in een heel ander experimenteel universum. Eén iets was zeker, en dat was dat de bassen zich een weg wisten te wurmen doorheen onze zintuigen en we ons zo in een bepaalde verdovende staat bevonden. Echt speciaal kon je geheel ook niet noemen, gezien de elementen allemaal wat repetitief overkwamen. Zo hadden we meermaals het gevoel dat we de onderwatertunnel van een of ander aquarium binnenwandelden, alvorens de stevige bassen het glas lieten kraken. Speciaal is misschien wel een understatement, maar wij zijn zeker dat we eens langs de oorarts moeten passeren wegens de langdurige diepe bassen.

Deadbeat Larry @ Kelder

© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)

Deadbeat Larry kent als onvervalste Antwerpenaar elke hoek van Trix en mocht na zijn goede beurt tijdens het Sound Track-parcours nog eens komen opdraven. Na twee nummers beloofde de belofte al dat het een ‘vies spelletje zou worden’ en daar was geen woord van gelogen. In 2Pac-sokken vuurde hij heel wat sterke flows af en liet zich voor enkele nummers begeleiden door een extra gitarist. Er werden ons bovendien enkele vrienden beloofd en die toverde hij mooi verspreid doorheen de set naast zich. Wat zijn set echter zo plezant maakte, was zijn droge humor die velen als de ‘Antwerpse’ arrogantie bestempelen. Het maakte zijn set in de Kelder luchtig en vermakelijk. We zijn benieuwd of Deadbeat Larry het ook buiten zijn vertrouwde landgrenzen zal kunnen waarmaken, maar aan talent en overtuigingskracht zal het in elk geval niet mankeren.

Apotek @ Bar

De switch van Club naar Bar is maar een kleine om te maken. Inhoudelijk kan dat daarentegen een heel andere switch met zich meebrengen. Alhoewel we even verdersurften op de futuristische sounds van voordien, waren de bliepjes en bloepjes van een ander kaliber dan we eerder in de ruimte mochten aanschouwen. Eenmaal de beat er goed inzat, was het een eerder dansbaar geheel. Langs de andere kant werd het echter duidelijk dat Apotek voor velen een tussenstap was om richting de gitaren van STEVE te gaan; afwachtend voor het grotere feest dus. Enkelen raakten in een baan in de ruimte, maar anderen zagen de muziek van Apotek als een soundtrack voor hun gesprekken.

STEVE @ Café

© Nathan Dobbelaere

Bakske vol voor onze ‘Grote Beer van Morgen’ STEVE. Het drietal keek al een tijdje uit naar zijn set op We Are Open en dat leek het publiek ook te doen, want het was aangenaam druk in het Café. Een no-nonsense set van een halfuur kneep de laatste restjes energie uit ons lichaam en gewillig doken we mee de moshpit in. Daan Claes toonde zich als frontman roekeloos en schreeuwde een aantal keer serieus de longen uit zijn lijf. De opbouw van het concert was goed, want tegen het einde liet STEVE het (on)gecontroleerd ontploffen met “No Hands”, “Shame” en “Static”. Om het in hun eigen woorden te zeggen: ‘Dit was een kloefer van een set.’ Een betere afsluiter van onze eerste dag op We Are Open hadden we ons niet kunnen bedenken.

Deze recensies werden geschreven door Simon Meyer-Horn en Frauke Van Coile.

136 posts

About author
Bitter stadswijf
Articles
Related posts
InstagramLiveRecensies

Nothing More @ Trix (zaal): Een vonk met net niet voldoende spirit

Meer dan twintig jaar in de scene werpt dan toch eens zijn vruchten af. De Amerikaanse band Nothing More doorliep sinds zijn…
InstagramLiveRecensies

Lionheart @ Trix (Zaal): Blaffende honden bijten niet

De West Coast is misschien wel een van de fijnste plekken om de winter door te brengen. Niet als je het aan…
AlbumsFeatured albumsRecensies

Porcelain id - Bibi:1 (★★★★): Geschenk voor de aandachtige luisteraar

Als je ons vraagt aan artiesten te denken die lastig in een hokje te plaatsen, innovatief en experimenteel zijn, zullen we al…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.