AlbumsFeatured albumsRecensies

Sprints – Letter to Self (★★★★): Punk als catharsis

‘She’s good for an up and comer’, echoot Karla Chubb van SPRINTS snerend het zogenaamde compliment dat ze als beginnende muzikant regelmatig heeft gekregen. Het nummer “Up and Comer” staat op het debuutalbum Letter to Self, waarmee de Dublinse groep genoeg credibiliteit opbouwt om zulke opmerkingen nooit meer te moeten horen. SPRINTS timmert sinds 2019 aan de weg, nadat zangeres en tekstschrijver Chubb, gitarist Colm O’Reilly en drummer Jack Callan bij een optreden van Savages tot het besef kwamen dat ze zelf de muziek konden maken waar ze graag naar luisterden. Samen met bassist Sam McCann voeren ze in hun garagepunknummers een innerlijke strijd en maken ze zich kwaad over onrecht en ongelijkheid. Na twee eps is er nu Letter to Self, een album van elf nummers gekenmerkt door de wrange humor van de band.

Het openingsnummer “Ticking” start met een drum die klinkt als een hartslag, alsof de muziek letterlijk tot leven komt. Maar nee, dit is geen kloppend hart, het is een tikkende tijdsbom. Karla Chubbs stem klinkt alsmaar nerveuzer terwijl ze ‘Maybe I should…’ herhaalt. De verwachtingen over hoe ze haar leven zou moeten leiden, duwen haar neer en terwijl tikt de klok genadeloos verder. De instrumenten worden steeds luider en dreigender. Het refrein van “Ticking” is zoals de bom die eindelijk ontploft: een radicale bevrijding van de druk om in de pas te lopen.

Het trucje van zacht naar knallend doet SPRINTS nog een paar keer over met een wisselende intensiteit. In de nummers voegen de muzikanten elk telkens een laagje toe: vaak start Colm O’Reilly alleen op gitaar, waarna de drums en bas invallen en uiteindelijk de zang. Of een lichte variatie hierop. Daarna gaat de muziek crescendo tot een loeihard refrein dat de grond doet daveren. De ingehouden spanning die geleidelijk aan stijgt, zet je bij “Ticking” en het uitstekende “Heavy” op het puntje van je stoel. Wanneer vervolgens “Cathedral” op dezelfde wijze start, is de verrassing weg. Gelukkig geeft de donkere newwavesfeer het nummer toch een eigen karakter. “Shadow of a Doubt” bezit eveneens de minimalistische start en bombastische uitbarsting, maar ditmaal met een vlijmscherp contrast tussen de twee delen. Ten slotte volgt “Up and Comer” dezelfde climactische opbouw, die allerminst zijn doel mist.

Toch klinkt Letter to Self allerminst eentonig, want de groep onderzoekt binnen elk nummer wat weg of erbij kan om de aandacht vast te houden. “A Wreck (A Mess)” wordt in tweeën gespleten door een secondelange stilte, waarna O’Reilly wat later de ruimte krijgt voor een goede ouderwetse gitaarsolo. Dit lied past beter in de categorie indierock dan garagepunk, net als “Shaking Their Hands” dat drijft op zacht gitaargetokkel. Het iets lagere tempo brengt een aangename afwisseling van de grote ontlading op andere nummers, zonder aan kracht in te boeten. Karla Chubb klinkt er een beetje kortademig op, alsof we eigenlijk naar een concertcaptatie zitten te luisteren. Het hele album slaagt erin de opwinding van een liveshow te vatten, wat past bij een groep die al voor deze eerste langspeler naam heeft gemaakt om haar expressieve optredens.

Bij SPRINTS draagt elk lid bij tot het grootse geluid, maar het is hoofdzakelijk Karla Chubbs’ stem die als een ontembare kracht door Letter to Self stroomt. In de teksten speelt ze veel met herhaling, waarbij ze telkens andere emoties in dezelfde zin legt. In “Heavy” gaat ze van weifelend naar verveeld tot resoluut met elke nieuwe maat. Wanneer ze haar stem schor zingt zoals in dit refrein, dan is de vergelijking met punkrockster Brody Dalle van The Distillers makkelijk gemaakt. In tegenstelling tot Dalle wisselt Chubb die rauwe zangstijl soepel af met heldere, ingetoomde vocalen waarin haar Ierse accent zoet doorschemert, bijvoorbeeld op “Shadow of a Doubt”. Op het donkere postpunknummer “Cathedral” zoekt de frontzangeres de lagere regionen van haar stembereik op en gebruikt ze een directere, gesproken manier om haar boodschap te verkondigen.

De vele tekstuele herhalingen helpen de nummers even makkelijk te doen meebrullen als protestleuzen op een betoging. “Literary Mind” zijn we alvast van plan luidkeels te scanderen wanneer de band in februari België aandoet. Het fantastische “Adore Adore Adore” geeft met bijtende humor kritiek op de beperkte manieren waarop een vrouw wordt gepercipieerd. ‘They never call me b-b-b-beautiful; they only call me insane’, klinkt het laconiek in het refrein. Hoewel dezelfde paar zinnen tienmaal opzeggen vaak de urgentie ervan vergroot, geeft de herhaling in bijvoorbeeld “Can”t Get Enough of It” de indruk dat de volledige woordenschat om zich uit te drukken nog net niet binnen het bereik ligt van deze jonge band.

Op Letter to Self wijst SPRINTS de kleingeestige opinies van anderen af en eist de groep een plaats op in de wereld. Karla Chubb had als queer persoon in het streng religieuze Ierland eigenlijk geen andere keuze dan zelf een pad naar geluk te zoeken. ‘Can anybody be happy?’ vraagt ze zich af op “Cathedral”. In het slotnummer “Letter to Self” brandt de woede: ze klinkt kritisch, ook tegenover zichzelf. Daarna zakt de boosheid en komt er plaats voor hoop. De laatste tonen zijn rustig en zeker, alsof na alle escalaties op dit album eindelijk de catharsis is bereikt. ‘Any habit can be broken; any night can become day’ is het optimistische besluit.

Letter to Self is het debuut van een groep op zoek naar loutering. SPRINTS vraagt echter geen genade: de mening van anderen doet er niet toe, deze band bepaalt zelf de koers van hun persoonlijke levens en muzikale carrière. Het album barst van de meezingbare garagepunknummers waarin de vier muzikanten hun instrumenten ontketenen tot een oorverdovend hoogtepunt. Qua stijl glijdt SPRINTS op Letter to Self tussen Siouxsie and the Banshees enerzijds en Amyl and the Sniffers anderzijds. Hoewel de opbouw van de nummers en teksten vrij eenvormig wordt, deert dat niet omdat elk nummer op zichzelf stevig ineenzit. “Heavy”, “Adore Adore Adore”, “Literary Mind” en “Up and Comer” springen eruit als favorieten. Als band die zich het best voelt op het podium, hebben de vier leden het plezier van livemuziek ook in de studio kunnen vastleggen. SPRINTS trekt binnenkort samen met English Teacher op Europese tournee en de Lage Landen worden op hun wenken bediend. De band treedt op in de Cactus Club (Brugge) op 13 februari en in Trix (Antwerpen) op 14 februari. In Nederland staat hij van 22 tot 24 februari in respectievelijk Vera (Groningen), Rotown (Rotterdam) en Paradiso Tolhuistuin (Amsterdam).

Website / Facebook / Instagram

Ontdek “Adore Adore Adore”, ons favoriete nummer van Letter to Self, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.

Related posts
Nieuwe singlesOntdekkingen van "Den Beir"

Nieuwe single Kleinpunk - "Alles Keert"

Ondertussen is het een jaar geleden dat Kleinpunk haar debuutsingle “Stressparade” op de wereld losliet, waarmee ze zichzelf op de kaart van…
Nieuwe singlesOntdekkingen van "Den Beir"

Nieuwe single Fresh – “Merch Girl”

Fresh is voor velen een onbekende naam, maar voor een relatief jonge band heeft het toch al een stevig oeuvre. De punkgroep…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single F.O.D. - "Back to Where You Once Belonged"

Na hun Sleepville-album en diens deluxeversie in 2020 bleef het enkele jaren stil voor F.O.D op releasevlak. Daar komt binnenkort verandering in,…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.