LiveRecensies

Vestrock 2022 (Dag 1): Gevestigde waarden op een eiland

© Vestrock-Mark Missoorten

Dansende Beren verlegde deze week zijn grenzen. We wisten namelijk de koers te wagen richting onze noorderburen voor het kleinschalige stadsfestival Vestrock te Hulst. ‘Ulst’, zoals het vestingstadje liefkozend wordt genoemd, heeft een gezellige reputatie. Dit is ook terug te vinden op het festival, dat reeds voor de elfde keer op een klein eilandje buiten de stad georganiseerd werd. In de sfeervolle, door water omgeven setting viel er dan ook voor muziekliefhebbers van alle leeftijden wat te beleven. Of je nou een workshop graffiti wilde volgen, even een testtattoo wou laten zetten bij de tattooshop of met Kapitein Rudy een muzikale vaartocht wilde maken over De Vest, in Hulst kon het allemaal.

Met al die indrukken en randanimatie zou je haast gaan vergeten dat het nog steeds de liefde voor muziek is die centraal staat. Daarom trokken we na het drinken van een Vestrock Blond-biertje al snel het festivalterrein in om te ontdekken wat de artiesten op de affiche zoal in petto hadden. Daarvoor konnen we naast een Main Stage en een grote tent ook terecht op een kleinere GEM Stage, die in het oog springt door een toren van tweeëntwintig meter hoog die volledig voor eigen stroom zorgt. Ten slotte ontdekten we een gezellige kapel voor een intiemere setting.

JB Meijers & Band @ Main Stage

© Vestrock-Wim Heirbaut

Echt beginnen aan de festivaldag deden we nog ietwat rustig met Jan-Bart Meijers. Een lokaal festival heeft haar lokale helden nodig en in Nederland worden ze haast niet heldhaftiger gemaakt dan Meijers. In België valt de man in de categorie ‘onbekend is onbemind’, maar in Nederland is deze in Hulst opgegroeide zanger-gitarist alom gerespecteerd na een periode als gitarist bij het dit jaar stoppende De Dijk en samenwerkingen met Barry Hay, Carice Van Houten en vooral Ilse Delange waarmee hij deel uitmaakt van The Common Linnets. Vandaag in zijn Hulst doet JB het echter op zijn eentje met een begeleidende band. Dat Meijers erg veel waardering geniet in Nederland in het algemeen en Hulst in het bijzonder werd wel duidelijk na zijn passage op het hoofdpodium. Op het podium van Vestrock bewees de man in elk geval waarom hij in Nederland als gitarist een status geniet die je ietwat kan vergelijken met die van onze Mauro Pawlowski. Een sfeervol moment kwam er in de vorm van “Calm After the Storm”, het Eurosong-nummer dat JB schreef voor The Common Linnets dat in Vestrock in een fijn duet gebracht werd met de dochter van de man.

Go_A @ Tent

© Vestrock-Wim Heirbaut

Zei er iemand Eurosong? Je kan er niet omheen dat de wereld wederom ietwat enger geworden is sinds Go_A een vijfde plek op het Eurovisie Songfestival wist te behalen. Dat het thuisland van de groep op het podium momenteel door een oorlog wordt verscheurd lag echter niet als een loden dekentje over het optreden. ‘Let’s make art, not war’, riep zangeres Kateryna Pavlenko uit en zo geschiede. Op Vestrock bewees Go_A dat muziek een erg krachtig wapen kan zijn. In een tijd waarin een agressor de culturele identiteit van Oekraïne uit de geschiedenisboeken probeert te wissen voelde het brengen van hun mix van elektronische beats en traditionele folklore dan ook haast als een daad van verzet aan. Kateryna en haar groep kreeg de verzamelde massa in de tent dan ook al snel aan het dansen toen ze grote hit “Shum” als opener de tent in lanceerden. Dat het optreden na het bekendste nummer niet als een kaartenhuisje in elkaar zakte bewijst hoe aanstekelijk het geluid van Go_A is. Je begreep dan wel geen snars van de indrukwekkende stemgeluiden die Pavlenko wist te produceren, je voelde in elk geval perfect wat de muziek probeerde over te brengen. De tent zette het dan ook meermaals enthousiast op een springen Slava Ukraini op Vestrock dus.

The Darkness @ Main Stage

© Vestrock-Wim Heirbaut

Ondanks het feit dat zanger Justin Hawkins tegenwoordig meer furore maakt met zijn YouTube-kanaal ‘Justin Hawkins Rides Again’ en de gloriedagen van de band haast twee decennia achter ons liggen lokte The Darkness toch heel wat volk richting het hoofdpodium dat daarvoor beloond werd met een best amusant optreden. The Darkness is dan ook het soort band die zichzelf niet al te serieus neemt en steevast met de tong stevig in de wang gedrukt speelt. Het resultaat was dan ook een optreden dat de clichés van een ouderwetse rock-‘n-roll show er vingerdik op wist te leggen, met snijdende gitaarsolo’s en heerlijk stoere poses. Dat de recentste muzikale worpen van de band al jaren geen potten meer weten te breken in onze contreien is The Darkness ook niet ontgaan, want de setlist pikte vooral gretig uit debuutplaat “Permission to Land”. Kan een groep muzikaal nauwelijks nog relevant zijn, maar toch enorm genietbaar uit de hoek komen live? Ja, dat is het antwoord op die vraag die The Darkness op Vestrock wist te brengen. Veel van die verdienstelijke veren mogen uiteraard op de hoed van frontman Justin Hawkins geplaatst worden. Na al die jaren heeft zijn krachtige falsetto nog nauwelijks aan kracht ingeboet en ook zijn inzet op het podium is haast onvermoeibaar. Hawkins dolt constant met het publiek en haalt gekke trucjes met plectrums uit, maar vergeet daarbij ook niet om ontzettend sterke solo’s uit zijn gitaar te toveren of het soort gekrijs ten berde te brengen dat aan een jonge Robert Plant doet denken. Een grappig moment kwam er toen bleek dat één van de podiumplanken door al het gespring van de zanger los was komen te zitten, waarna Hawkins een elektrische schroevendraaier kreeg toegestopt om de boel zelf terug vast te maken. Uiteraard volgde meteen daarna de echte eruptie bij het publiek wanneer de eerste gitaartonen van monsterhit “I Believe in a Thing Called Love” weerklonken, maar het uurtje wachten op dat ene nummer was bij het entertainende The Darkness zeker geen opgave.

Whispering Sons @ Tent

© Vestrock-Wim Heirbaut

Ondanks het zachte zomerweer doemden in de tent een aantal dreigende wolken op. Dat had natuurlijk alles te maken met de donkere, bezwerende sound van Whispering Sons, de Limburgse trots die nog steeds gevoelsmatig doet terugdenken aan het geluid van Joy Division en The Cure uit het begin van de jaren ’80. De steeds sneller groeiende internationale allure en uitstekende livereputatie van het vijftal zorgt ervoor dat het voor Vlamingen deze zomer wat zoeken is naar de band op een bereikbaar festivalpodium. Ze staan op het podium van TW Classic, dat van Pukkelpop en waren dus ook aanwezig in Zeeuws-Vlaanderen. Whispering Sons heeft er reeds een stevige tournee op zitten die hun al doorheen Frankrijk, Spanje en Italië bracht om het vorig jaar verschenen Several Otherslive in de verf te zetten. Je voelde al heel snel in de tent dat die ervaring van de voorbije maanden voor vuurwerk zou gaan zorgen. Reeds in tweede nummer op de setlist “Heat” werd het vuur op passende wijze opgepookt met frontvrouw Fenne Kuppens die treffend het beest in zichzelf wakker leek te schreeuwen. Het einde van “Got a Light” zette al erg snel in het optreden finaal de puntjes op de i voor wie ook maar enigszins twijfelde of de Sons hun reputatie van een intense band waard zijn. Fenne die het publiek als een soort mantra ‘How you feeling’ toezong om te eindigen in een finale van schurende gitaren en dreunende drums. Het voelde haast aan als een duister sprookje. Whispering Sons leverde op Vestrock niet uitsluitend een muur van geluid en intensiteit. Het leek bij momenten alsof een deel van het publiek niet al te goed wist wat aan te vangen met Whispering Sons en ietwat bedeesd toekeek hoe Fenne over het podium schreed als een gekooid beest dat niet kon wachten om los te breken. Richting het slotoffensief was het dan ook finaal tijd om de nog resterende barrières te slopen. Met “Flood” werd elektronisch opgebouwd naar een explosie van gitaren die enkelen in het publiek even van verbazing leek weg te blazen. “Hollow” was uiteraard ook wederom een splinterbom die schokgolven door de hele tent wist te veroorzaken , maar het meest indrukwekkende moment kwam er misschien met de traditionele afsluiter “Waste”. De trage opbouw die de dreiging in het nummer haast tastbaar maakt om uiteindelijk te culmineren in een oerkreet van Fenne die fungeert als het ultieme uitroepteken achter een uitstekend concert. Whispering Sons was furieus, intens en indrukwekkend.

Wolfmother @ Main Stage

© Vestrock-Wim Heirbaut

Andrew Stockdale moet het tegenwoordig op een iets bescheidener schaal doen dan voorheen. Dat de sympathieke krullenbol dit niet aan zijn hart laat komen, werd bewezen toen de band zonder al te veel fanfare een vettig “Dimension” inzette. Die heerlijke, richting Led Zeppelin knipogende gitaarlijn in combinatie met de herkenbare kopstem van Stockdale. Origineel kan je het geenszins noemen, maar effectief is het zeker. Een erg vroege “Woman” wist eveneens het publiek in te palmen en resulteerde zelfs in de eerste voorzichtige moshpits. Dat Stockdale en zijn begeleidende band een stevig potje harde rock kunnen spelen en dat de man op zijn vijfenveertigste nog vocaal erg veelzijdig uit de hoek komt is duidelijk, alleen heeft de groep simpelweg een gebrek aan variatie in het portfolio om constant te blijven boeien. De riffs zijn vaak aanstekelijk en de zanglijnen af en toe best impressionant, maar veel van de nummers missen wat eigenheid. Gelukkig dan ook dat Wolfmother nog die laatste troefkaart achter de hand hield in de vorm van ”Joker & the Thief”. Na al die tijd heeft het nummer nog steeds de capaciteiten om een volledig publiek even alle remmen te laten losgooien. Stockdale en co brengen het zo goed dat je bijna de ietwat inwisselbare rocknummers die eraan vooraf gingen zou vergeten. Bijna.

Editors @ Main Stage

© Vestrock-Wim Heirbaut

Die andere band die tot voor kort in onze contreien op de grootste tonelen ten strijde trok, maar het deze zomer verrassend genoeg bescheidener opzoekt. Dat Editors deze zomer de Rock Werchters en Pukkelpops inruilt voor het kleinschaligere Vestrock is in elk geval iets waar ze in Hulst terecht trots op waren. Voor de band zelf zijn het in elk geval bewogen tijden. Ze voegden met Blanck Mass een nieuw lid toe aan de rangen die voor een meer dansbaar geluid moet gaan zorgen en kregen het ongemak te verwerken dat gitarist Justin Lockey het festivalseizoen moet missen. In de vorm van ‘vriend en onofficieel zevende lid’ Nick Willes kwam er gelukkig net op tijd een vervanger die zich alleraardigst van zijn taak kweet. Dat Editors vanavond enkele nieuwe nummers op de setlist zou hebben staan stond in de sterren geschreven, maar toch was het desondanks verrassend dat ze het feest op gang trokken met nieuwe single “Heart Attack”. De remix van het nummer die we de voorbije weken te horen kregen riep ietwat gemengde gevoelens op, daarom zijn we blij om te kunnen stellen dat het nummer in een meer traditionele versie live een stuk beter uit de verf kwam. De percussie woog een stuk zwaarder door op het nummer en frontman Tom Smith kreeg met het aanstekelijke refrein meteen de fans mee. Het volledige veld volgde al snel wanneer die karakteristieke eerste noten aan de piano van “The Racing Rats” hun weg naar het publiek vonden. Dat deze festivalklassieker al in het begin van de set werd afgevuurd toont dat Editors de voorbije jaren een best indrukwekkend repertoire hebben opgebouwd. Ook “Bullets” wist het momentum netjes aan te houden, waarna de voet even op de rem ging. 

Vestrock kreeg het gloednieuwe “Karma Climb” voorgeschoteld, een niet al te opmerkelijk nummer dat aan Joy Division deed denken. Dat we een soortgelijke sound eerder op de dag al in de tent een stuk overweldigender over ons heen hadden gekregen hielp Editors niet echt. Met “Magazine” hervond Smith gelukkig al erg snel terug de klik met zijn publiek dat de gebalde vuist in de lucht stak bij het refrein. Het was in dit nummer en opvolger “Violence” dat Smith het meest toonde vanavond goed bij stem te zitten met een paar fijne vocale uithalen. Ook de manier waarop “Violence” haast naadloos overging in een urgenter dan doorgaans gebracht “No Harm” deed het beste vermoeden voor de rest van het optreden. Editors had vijfenzeventig minuten en die tijd leken ze niet te gaan verspillen. “Papillon” zorgde zoals vanouds voor een kick in het publiek met een gebalde versie die Smith zich in alle mogelijke bochten deed wringen en toen sloeg de band helaas een zijspoor in waar het publiek niet echt in leek te willen volgen. We hebben geen idee wie er verantwoordelijk was voor het opstellen van de setlist vanavond, maar degene die het een sterk plan vond om het altijd opzwepende “Papillon” te laten overgaan in het verschrikkelijke “Frankenstein” moet dringend aan wat introspectie gaan doen. Of gewoon stoppen om dat monsterlijke wangedrocht van een single op te stellen, dat kan ook. Wat we van dat andere nieuwe nummer “Kiss” vonden dat volgde, daar zijn we nog niet over uit na een eerste luisterbeurt. Er zit waarschijnlijk een sterk nummer in verborgen, maar de versie die we te horen kregen voelde te lang en te doelloos aan om veel indruk te maken.

Pas aan de eindmeet worden de prijzen verdeeld moesten ze bij Editors gedacht hebben, want uiteindelijk na een frustrerende set vol gas geven en afremmen en ronduit bizarre keuzes zoals een nutteloze en ietwat lelijke elektronische intro voor “An End Has a Start” ging het aan het eind van de set terug los. Met “Sugar” dat met de hulp van vlammenwerpers de boel in brand stak, “Munich” en het nog steeds beklijvende “Smokers Outside the Hospital Doors” kregen de fans van het eerste uur eindelijk het kippenvel waar ze achter verlangden. “No Sound But the Wind” bleek ook nu weer het voorspelbare slot voor een optreden van Editors in onze regio, maar werd in tegenstelling tot wat we gewoon geworden zijn niet door Tom akoestisch gebracht. We kregen het nummer dus gespeeld door de volledige band die het bracht alsof er onderhuids iets borrelde dat door de ingetogenheid van het nummer niet volledig kon doorbreken. Het voelde haast aan een metafoor aan voor het hele optreden. Editors gaf een goede performance en kende duidelijke hoogtepunten, maar de bizar geplaatste nieuwe nummers die het tempo er uit haalden maakten deze relatief korte setlist niet de ideale match voor een festival. Editors liet op Vestrock zien dat ze nog steeds een solide liveband zijn, maar dat ze ook nog wat zoekwerk voor de boeg hebben om hun oude geluid te implementeren in de nieuwe richtingen die ze lijken uit te willen. 

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Related posts
InstagramLiveRecensies

Editors @ Vorst Nationaal: De vonk is nog niet uitgedoofd

Is de liefdesaffaire tussen ons land en Editors wat aan het bekoelen? Het is in elk geval opvallend dat de band uit…
InstagramLiveRecensies

PLAY Festival (Dag 2): Rust in de chaos

Waar het vrijdagavond nog Sylvie Kreusch was die de plak zwaaide in de Muziekodroom, was het gisterenavond de beurt aan Fenne Kuppens…
AlbumsFeatured albumsRecensies

Editors – EBM (★★★½): Kwader en luider dan ooit tevoren

Het was lange tijd stil rond de Britse rockband Editors, of toch wat nieuwe muziek betreft. Hun laatste album Violence dateert ondertussen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.