Albums, Recensies

Madeline Kenney – Sucker’s Lunch (★★★★): Trage en meeslepende safari

Met haar derde plaat verkent Madeline Kenney de horizonten van het liefdeslied in al zijn gedaantes en daarvoor sloeg ze de handen in elkaar met de indierockers Jenn Wasner en Andy Stack van Wye Oak. De samenwerking werpt zijn vruchten af en resulteert in Sucker’s Lunch. Een plaat met tien nummers, die het beste uit de Amerikaanse singer-songwriter naar boven weet te halen. Met Sucker’s Lunch geeft Kenney ons een bloedeerlijke plaat, die bovenal uitpuilt van de kwaliteit.

Ergens midden mei van dit ellendige jaar bezorgde Kenney ons een fijne streep hoop door “Sucker” de vrije loop te laten gaan. Een ingetogen nummer die lekker balanceert tussen hoop en tristesse. Het zou zowaar een weerspiegeling van 2020 kunnen zijn. “Sucker” is een meer dan geslaagde eerste single, die groots klinkt in al zijn eenvoud. Van de kurkdroge gitaarrif tot Kenney’s stem, die ons bij momenten het gevoel wil geven dat ze ons niet te veel wil storen. Wat absoluut werkt op dit nummer, is de gelaagdheid van Kenney’s stem in combinatie met deze van Kurt Wagner. “Sucker” is een terechte single en zeker geen ‘Lucky shot’ als we de rest van de plaat beluisteren.

Sucker’s Lunch slaagt er met een opener als “Be The Man” vanaf het eerste moment in om ons te intrigeren. Het is dan misschien niet haar beste nummer op de plaat, maar ze toont ons wel dat ze na twee platen nog lang niet uitgeschreven is. Wat de Amerikaanse boeiend maakt, is het feit dat ze haar nummer de tijd gunt om te groeien binnen een tijdspanne van iets minder dan vijf minuten en dat blijft een constante op Sucker’s Lunch. Ook op “Cut The Real” is het vakmanschap van het songschrijven eentje die we moeten zoeken in de hogere klassen van het vak. De poppy sound klimt uit het mysterieuze dal van waaruit “Be The Man” fungeerde, zonder dat Kenney bewust op zoek gaat naar airplay. Hoe minder Kenney van ons lijkt te verwachten, hoe meer we ertoe zijn aangetrokken.

Wie zich goede speakers kan veroorloven, zal merken dat Kenney’s sound bol staat van de kleine details. Een blazer hier, een synth daar, maar het is vooral de gitaar die de leidersrol opeist in dit complex en tegelijk zachtaardig schouwspel. “Sugar Sweat”, “Picture Of You” en “Cut The Real” zijn dan ook heerlijke plekken om te vertoeven voor wie zich wenst bezig te houden met het ontleden van deze nummers. Wie zich dan weer niet wenst bezig te houden met die onzin, zal ongetwijfeld kunnen genieten van Kenney’s uitgekiemde sound.

Deze plaat is er zeker geen waarvan de hartslag de hoogte in wordt gejaagd, maar dat wil niet per se zeggen dat de plaat ronduit saai klinkt. Het is een uiterst trage en meeslepende safari, waarin Kenney de grip op haar stuur op geen enkel moment verliest. Ideaal dus voor wie zich heel even wenst af te sluiten van allerlei prikkels die er niet toe doen. “Sweet” is bijvoorbeeld een akoestisch nummer, waarin stem en piano hand en hand gaan. Geen ‘schokker’, maar opnieuw een knap staaltje songschrijven. Voor wie al te snel opgewonden raakt, kan zich tegoed doen aan de meeslepende strijkers.

Sucker’s Lunch is een absolute aanrader voor wie houdt van pure songs, waarin er voorzichtig wordt omgegaan met het strooien van schoonheid. Op geen enkel moment klinkt de plaat geforceerd of uit balans, kortom een uitgekookt brouwsel die stevig uithaalt. De derde plaat van Kenney mag in onze ogen dan ook haar strafste werk genoemd worden en dat kan alleen maar groeien, met haar 29 lentes ligt er nog een ganse wereld op haar te wachten en wij zullen de eersten zijn om ons achterover te leggen in de zetel om nog eens volop te genieten van Kenney’s stem en de wereld die ze eromheen bouwt.

31 juli 2020

About Author

Jasper Laureyssens


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief