Albums, Recensies

Boris – NO (★★★★): Toch wel hoor

Helemaal uit Japan komen de muzikaalste duizendpoten van de zwaardere muziek uit het niets op de proppen met een nieuw album. Amper een week voor release kondigde Boris zijn 27ste(!) studioalbum aan. Het extreem productieve trio laat zich ook niet definiëren door strak afgelijnde genres. Over de afgelopen drie decennia waarin de band actief is geweest hoorden we alles van drone en noise tot dreampop, shoegaze en stonermetal. Vorig jaar nog zagen 1985 en Lφve & Evφl het levenslicht. De mix van noise, postrock en doommetal op die laatste zal iedere Borisfan wel kunnen bekoren, maar de band begon steeds meer als een coverband van hun vroegere zelf te klinken. Zijn de gloriejaren dan voorbij voor de Japanse excentriekelingen? No! Boris’ nieuwste pompt de energieniveaus naar een bloedstollend nieuw hoogtepunt.

“Genesis” introduceert vooreerst een logge maar slopende riff die terug lijkt te grijpen naar de doom van Lφve & Evφl, maar vanaf single “Anti-Gone” schakelt het trio een zestal versnellingen hoger. Boris verlaat de ring rond Brussel en gaat meteen voor de Duitse Autobahn. Met de middelvingers hoog bieden ze een duidelijk antwoord op de huidige maatschappelijke patstelling.

De grens tussen pokkeherrie en muziek is vaak heel dun. Op “Temple of Hatred” zijn de spastische drums niet te stoppen terwijl de gitaren op bloed uit zijn. Over pokkeherrie gesproken, die negatieve connotatie is nergens voor nodig; dit is gewoon een machtige sonische dreun. Hectische riffs en hoekige punk op “Kikinoué” en “Lust” gooien de luisteraar vervolgens ippongewijs meermaals tegen de mat in minder dan vijf minuten.

Het meest atypische nummer in de tracklist is wellicht “HxCxHxC -Perforation Line-“. Opnieuw zijn de drums niet te houden, maar de gitaren zijn al helemaal het noorden kwijt. De gitaarmix zwemt in galm, een restant van de dreampop- en shoegazedétour die Boris onlangs (met gemengd resultaat) uitprobeerde. Het hardcore ritmische kader waarin deze gitaren worden tentoongesteld zorgen daarbij voor een heel eigenaardig en haast uniek genremengsel.

Tot slot is er ook nog de leadsingle “Loveless”. Het sludge kopstuk doet ons geregeld denken aan de Amerikaanse pioniers van de mathcore, Converge. De sludge druipt van de barbaarse gitaren en schakelt meer van versnelling dan Vin Diesel in Fast & Furious. Tegendraads als ze zijn eindigt Boris het album vervolgens met “Interlude”: een interessante soundscape die zich jammer genoeg te ver weg van de sonische atoombommen bevindt op de tracklist. We zijn er nog niet uit of dit gewoon de kalmte na de storm moet voorstellen of eerder een zoveelste middelvinger is naar muzikale axioma’s.

Boris houdt zijn compromisloze attitude aan en maakt het hun raison d’être om heilige huisjes in te trappen en gewoon te doen waar ze zelf zin in hebben. Authenticiteit zal dan ook altijd hun main selling point blijven. Soms valt het resultaat van die continue experimentatie tegen, maar soms pakt Boris uit met een metaforische omhaal in de rechterbovenhoek in de slotminuut van een WK match. No is zo’n doelpunt: een riskante en moedwillig averechtse onderneming, met een verbluffend resultaat.

No verscheen op 3 juli exclusief via Bandcamp.

Website / Facebook / Instagram

11 juli 2020

About Author

Martijn Minne


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief