Albums, Recensies

Jon Doe One – Horror Vacui (★★★½): Filmische geluidsescapades

Het is een verdomd lastige tijd in de (lokale) muziekindustrie. Toch blijven nog steeds nieuwe releases het licht zien. Zoals bijvoorbeeld Horror Vacui van Jon Doe One, een van de vele projecten waar contrabassist Hannes D’Hoine (van onder andere DAAU) zich achter schaart. Zag D’Hoine zich op voorganger Small Numbers nog geflankeerd door usual suspects als gitarist Elko Blijweert, percussionist Jeroen Stevens, klarinettist Han Stubbe, basklarinettist Gert Wyninckx en fluitist Michaël Brijs, dan houdt hij het op het nieuwe Horror Vacui beperkt tot de inbreng van Stevens (drum, percussie) en nieuweling Sjoerd Bruil (gitaar).

Net als bij Small Numbers 237 doet Horror Vacui vooralsnog zeer grillig en onconventioneel aan. Dat is deels te verklaren door het gehanteerde werkprocedé, met name door deze keer te vertrekken vanuit jamsessies en die passages te gaan verknippen, eerder dan vanuit welbepaalde compositorische frames te gaan freewheelen. En vooral door een aantal voorwaarden en parameters voorop te stellen. Zo zocht D’Hoine naar een werkwijze dat de livefeel van de opnames op de luisteraar kon overdragen. Warm, maar ook spontaan en lekker organisch. Daarnaast beoogde hij een mix (elektrische) basgitaar, gitaar, drums en elektronica, en werden de sessies opgenomen door Mark Dedecker in Studio Finster, op een oude taperecorder.

Horror Vacui (251) zou je kunnen beschrijven als een vrije, maar gelaagde geluidsconstructie die onder meer, maar zeker niet uitsluitend, beïnvloed wordt door zowel elektronica-artiesten (zoals Kraftwerk, Front 242, Nine Inch Nails) als door een fikse portie Belgisch surrealisme. En dat alles aangevuld met een frisse touch Antwerpse eigenzinnigheid.

Geluidsmatig voel je een zekere voorliefde voor spacy krautrock, dolle funk en (afro) grooves, zoals onder meer in opener “Kasper”. In essentie blijft de combinatie van elektronica en instrumentatie (contrabas, elektrisch versterkte bas, gitaar) echter het DNA van de sound. Ook bij composities als “Drunk Man Walking” merk je een zin voor experiment. Soms overheerst het aan de basis liggende idee, dan weer voel je een instinctmatige connectie met gelijkgestemde zielen (zoals onder andere Horse Head Bed, het dolle improvisatiegezelschap rondom het trio Trouvé/Thielemans/Blijweert).

De impact van D’Hoines ervaringen binnen werelden van theater en dans valt op, en niet te vergeten fotografie en video. Voor het audiovisuele luik deed D’Hoine beroep op de Indiase fotograaf Sohrab Hura (Magnum), met name materiaal dat gedestilleerd werd uit “The Coast”. Het is onder meer die combinatie die voor wonderlijke effecten zorgt, wanneer de wat minder gebruikelijke sounds van D’Hoine (en Bruil) gepaard gaan met visuele input (foto/video/bewegend beeld), zoals onder meer het geval is met “Impact”.

Horror Vacui is een prima plaat dus. Zeker voor wie eens ver weg van de mainstream een afslag neemt en zich graag laat verwonderen door artistieke praktijken die maar al te vaak als te complex, te moeilijk en te abstract weggelegd worden. Neem er gerust tracks als “Float” of het nerveuze “Impact” bij, composities die in hun abstractie een brutale schoonheid serveren. Al gaat onze voorkeur naar het intrigerende “Arabesque”, waarna een kort, maar secuur “Caved In” finaal afscheid neemt.

25 juni 2020

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief