Albums, Recensies

Childish Gambino – 3.15.20 (★★★★): Buitengewoon en buitenaards

Omtrent de release van Donald Glover a.k.a. Childish Gambino’s nieuwe album ontstond er in het verleden wel wat verwarring. 15 maart 2020 werd het volledige album een paar uur continu gestreamd op de website Donald Glover Presents. Een paar uur later werd alles er meteen terug afgehaald, maar nu is 3.15.20 er dus toch, en het album krijgt zelfs de naam van die bewuste dag. Childish Gambino is een vernieuwer en trendsetter. Hij durft in zijn nummers kritiek te uiten op het systeem, denk maar aan “This Is America”. We wisten op voorhand dat hij met een album wel eens verrassend uit de hoek kon komen, en oh boy did he get that memo. 

3.15.20 begint met “0.00”, een intro die meteen een uiterst mysterieuze toon zet. We horen een gemoduleerde stem en een innemende synth die een heel aparte sfeer schept. Hier komt meteen het filmisch karakter van Childish Gambino’s muziek naar boven. ‘we are’ zijn de woorden waarmee hij het nieuwe album opent, de deur naar het experimentele wordt meteen op een kier gezet. En als we langs die kier naar binnen kijken, of beter gezegd wat we horen klinkt over het algemeen best wel levendig, met een positieve bijklank. Die experimentele lijn trekt hij door op “Algorythm” waar we weliswaar een heel ander genre te horen krijgen. Een pompend elektro nummer, dat we gespeeld zien worden in donkere clubs, hiermee krijg je het publiek wel wild.

“35.31” begint dan weer helemaal anders. We wanen ons op een zonnige ochtend ergens op een of andere kinderboerderij, met kakelende kippen en tsjirpende vogeltjes, die wakkergeschud worden door een energieke Donald Glover. “35.31” met teksten als ‘little foot big foot get out the way’  is een lekker uptempo nummer met gitaar en een catchy refrein dat heel wat radiopotentieel heeft. Ook het welbekende “Feels Like Summer” dat op dit album de titel “42.26” krijgt, heeft een plekje op 3.15.20. Radiopotentieel is echter niet meteen hetgeen wat ons ter gedachte komt bij het luisteren van het nieuwe album, eerder het tegengestelde.

Donald Glover is een monument op zich, maar ook hij laat zich hier en daar wel bijstaan door wat talent van buitenaf, en op 3.15.20 zijn dat niet de minsten. “Time” samen met popidool Ariana Grande klinkt een beetje als eighties synthpop met laser geluiden. Gambino’s gemoduleerde stem in combinatie met hier en daar wat koorgeluiden doen het dan weer helemaal denken aan Kanye. Misschien deed Donald Glover wel wat inspiratie op van Kanye West’s Sunday Service. Opvallend is ook de rol die de vocals van Grande spelen in dit nummer. Ze zijn eerder subtiel, de main focus ligt zeker en vast niet op haar stem, of haar performance. Op “12.38” kiest hij dan weer voor een samenwerking met de Amerikaanse rapper 21 Savage. Hoewel 21 Savage normaal gezien eerder donkere, radiovriendelijke rap brengt, wordt hij op “12.38” meegesleurd in de Childish Gambino’s vibe. Een verfrissende wending die we wel kunnen appreciëren.

De algemene toon van 3.15.20 valt niet in één zin samen te vatten. Het gaat van hier naar daar, met ups en downs. We worden van de ene verrassing in de andere gedropt en dat maakt het nu net zo interessant. Childish Gambino durft experimenteren met geluiden, met texturen, en met genres die we vandaag de dag te weinig horen bij andere artiesten van zijn kaliber. Dat maakt van hem een uitzondering, dat maakt hem uniek en dat vat zijn nieuwe album eigenlijk wel goed samen, uniek.

22 maart 2020

About Author

Stijn Grobet


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief