Albums, Recensies

Tiny Moving Parts – breathe (★★★★): Pijnpunten ombuigen naar grootste sterkte

In de poel van uniformiteit die bulkt van de poppunkbands is er zo nu en dan eentje dat er op de een of andere manier kan uitspringen. Het driekoppige Tiny Moving Parts is zo’n band, die zich niet laat vangen aan de rechtlijnige instrumentatie die het genre oplegt. Vooral gitarist Dylan Mattheisen weet z’n band een eigen identiteit aan te meten met talloze riedeltjes, hooks en tabpartijen die hij uit zijn tuig haalt. Daarnaast neemt Mattheisen ook de rol van zanger op zich, wat getuigt van een gezonde portie ijverigheid. In die sterkte ligt wellicht ook de grootste zwakte van de band, die door te overdrijven met z’n tierelantijntjes soms de dynamiek en vlotheid uit zijn songs weet te halen.

Als er iets is wat opvalt als we breathe op repeat door onze geluidsinstallatie jagen, is het dat Tiny Moving Parts z’n muzikale vernuft eindelijk heeft weten te verzoenen met vlotte songs die een juiste dynamiek omvatten. Op opener “The Midwest Sky” horen we het resultaat van die leerschool meteen. “The Midwestern Sky” begint met een zachtaardig ijverig getokkel dat al snel overgaat en aanzwelt tot een stevige poppunksong die doet verlangen naar een liveversie ervan. Ook eerder uitgebrachte single “Medicine” wordt volgens dat recept samengesteld, en we vragen ons af hoe Dylan Mattheisen z’n vingervlugheid kan blijven combineren met z’n vocaal presteren.

En dat vocaal presteren komt naar onze mening het best tot zijn recht tijdens “Icicles (Morning Glow)”. De flow die die song kenmerkt, valt wat te vergelijken met wat we op het laatste werk van Knuckle Puck hoorden. “Icicles (Morning Glow)” valt ten gepaste tijde stil, om de vocale en muzikale uithalen kracht bij te zetten, en de screams die Dylan Mattheisen uit zijn keel duwt zijn perfect ingepast in het nummer. Ook “Vertebrae” klinkt verrassend, met een zachte instrumentatie (geheel niet volgens de stijl van Tiny Moving Parts) die op die manier de schijnwerpers richt op de banjopassage die verder in het nummer volgt. Die balans heeft Tiny Moving Parts nog niet in hun nummers weten te leggen.

“Polar Bear” is dan weer het nummer dat qua dynamiek het meest aansluit bij wat we de band al hoorden doen, met tempowissels en hooks die voorzichtig knipogen naar mathrock. Het ondersteunende, bonkige drumgeluid maakt echter dat de hooks nooit op zich staan en zorgen voor de nodige body in het nummer, samen met zanglijnen die de stijl van Movements wat weerspiegelen. Ook single “Bloody Nose” mist de vlotheid van een klassieke poppunksong wat, maar weet ook vol te klinken en zin te geven aan de vele tempowissels die het nummer kenmerken. De zanglijnen zijn naar goede gewoonte zeer catchy en vloeken dit keer niet met het horten en stoten dat Tiny Moving Parts kenmerkt.

In de wetenschap dat Tiny Moving Parts een poppunkband is, én daarnaast gestald is in het inspiratieloze hok genaamd Hopeless Records, zijn we erg te spreken over wat het drietal ons hier voorschotelt. De kinderziekte van het onderbreken van hun nummers zonder echte meerwaarde is eindelijk overwonnen en werd verzoend met het easy listening-gehalte dat het poppunkgenre vooropstelt. Met breathe horen we een uitstekend album dat vlotjes binnenkomt, en tegelijk de identiteit van de band nooit verloochent. We durven stellen dat Tiny Moving Parts met voorsprong een van de interessantst klinkende poppunkbands van 2019 is, al maakt de concurrentie het de heren nu niet bepaald moeilijk…

Tiny Moving Parts speelt op woensdag 2 oktober in de AB Club, samen met Microwave en Lizzy Farrall. Tickets en meer info zijn hier te verkrijgen.

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

17 september 2019

About Author

Matthijs Vandenbogaerde


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter