Live, Recensies

Pukkelpop 2019 (Dag 4): Volksverhuizingen allerhande

© CPU – Lies Borgers

De laatste dag van Pukkelpop was er een waarop de zware gitaren de Main Stage overnamen naast het jonge geweld van Billie Eilish en rapper Anderson .Paak. Er was echter natuurlijk weer veel meer te zien op de weide, en waar het begin van de dag vooral regen gaf, klaarde het later op en konden we genieten van een fijne laatste dag op Pukkelpop. Hoewel de modder iedereen wat vuiler maakte dan ze al waren, wist de muziek veel goed te maken. The National gaf zijn tweede set van het weekend en ook The Opposites maakte een rentrée. Er was opnieuw voor ieder wat wils, en ook wij deden onze ronde op de weide.

FULCO @ Lift

De laatste dag van Pukkelpop begon met veel regen en het eerste concert van FULCO. Fulco Ottenvanger is een naar Gent verkaste Nederlander die vooral in de alternatieve wereld op veel respect kan rekenen. Met Beraadgeslagen stond hij trouwens eerder dit weekend al op de planken, maar ook zijn passage gisterenmiddag maakte veel indruk op ons. Op de muziek van FULCO valt moeilijk een label te plakken; zo kregen we ook live een bonte mengeling van genres. Een debuutplaat zit er al aan te komen en daar kijken we nu nog meer naar uit. De nummers klonken fris en tegelijk ook heel vernieuwend, iets wat FULCO ook met zijn andere projecten als geen ander kan. “De Sms’ende Mens” is daar een perfect voorbeeld van met zijn knotsgekke samples en haarfijne elektronica. “Nergens Heen” was de finale geniale zet van de multi-instrumentalist en zijn twee bandgenoten Dries Laheye (STUFF.) en Klaas De Zomer (Faces on TV). De aanwezigen die extra vroeg het terrein waren opgekomen en de gietende regen hadden getrotseerd, werden muzikaal verwend en iedereen was in zijn nopjes. We kijken al uit naar een volgende passage van dit genie, dat de Nederlandstalige muziek nieuw leven inblaast.

Pennywise @ Main Stage

© CPU – Lies Borgers

Pennywise om vijf over twaalf op de Main Stage parkeren is een risico, zeker als het dan nog eens de hele ochtend water goot en heel wat mensen liever hun droge tent verkozen. Wij waagden het erop en waren verrast door de strakheid waarmee Pennywise zijn set aanving op dit prille uur. De band moest het natuurlijk hebben van die ene hit, “Bro Hymn”, die ze zelfs opdroegen aan de overleden brandweerlieden uit Beringen, maar ook de rest van de set kwam strak en hard binnen. Er waren circlepits, er waren covers (onder meer “TNT” van AC/DC en “Territorial Pissings” van Nirvana) en er werd gecrowdsurft. De fans die al stonden te wachten voor Billie Eilish wisten echt niet wat hen overkwam, maar Pennywise schudde iedereen voor de Main Stage wakker en zo waren we meteen klaar voor de rest van de dag.

Shht @ Castello

Shht brak zo’n twee jaar geleden heel lokaal door. In Gent heeft de band erg snel een cultstatus verworven en sinds de komst van hun debuutalbum eind 2018, met shows doorheen heel het land, hebben ook Belgen buiten Gent weet van de gestoorde kerels. Hun shows zijn nu iets meer gestructureerd en ook de set op Pukkelpop stak goed in elkaar: iedereen hetzelfde pakje aan, en een toegankelijke setlist met een paar experimentele stuiptrekkingen die niet te angstaanjagend waren voor de doorsnee nieuwsgierigen. Om het overzicht helemaal te bewaren, begonnen ze hun set met een PowerPointpresentatie. De dreunende synths werden goed verteerd door de halfvolle Castello. Het hoogtepunt van de show was ongetwijfeld het tienkoppige blazersensemble dat meespeelde op “Talk About”. Op het einde knalde er gele confetti in de lucht en frontman Michiel leidde zijn orkest door de tent naar buiten de wei op. De regen hield het voor bekeken en de massa volk in de Castello volgde hun entertainers. De pas toegestroomde mensen wisten niet wat ze zagen, iets wat wel vaker voorkomt bij de aanschouwing van Shht.

The Beths @ Club

Een druilerige dag kondigde zich aan met onophoudelijke miezerbuien en een grijs wolkendek boven de weide. Eerlijk gezegd zakte de moed ons die ochtend in onze zich langzaam met modder vullende schoenen. Maar kijk, dankzij de ongebreidelde positiviteit van The Beths smolt ons ongenoegen als sneeuw voor de zon. Het kostte hen welgeteld vijf seconden om het publiek te laten meeklappen met “You Wouldn’t Like Me” en ze gingen stevig verder met “Great No One”. Gewoon ongecompliceerde rock is vooralsnog de beste manier om een vroeg publiek wakker te schudden en bij de les te houden. Die aanpak miste ook met “Future Me Hates Me” en “Whatever” zijn effect niet.

Het begin werd wel wat geplaagd door vervelende feedback die af en toe de kop op stak, maar de vriendelijke Nieuw-Zeelanders lieten zich er niet door uit hun lood slaan. Tussendoor zongen ze hun gitarist een gelukkige verjaardag toe en probeerden ze tevergeefs een praatje te slaan met het publiek. Hen vergelijken met de Australische Courtney Barnett zou misschien om problemen vragen (lees: rivaliteit tussen de twee landen), al is The Beths zeker niet het type om feuds te starten. Wat zij doen is simpel: stevige indierock brengen die nooit om aandacht roept, maar die puur op eigen kracht die afdwingt. “Little Death” was een sterke afsluiter die officieel de laatste dag in de Club op gang knalde. En voorwaar, zagen we na The Beths daar de eerste zonnestralen piepen achter de grijze wolken?

Ertebrekers Eighties Extravaganza @ Marquee

© CPU – Lies Borgers

Wie vorig jaar de doortocht van de ‘Kempenzonen’ meemaakte, weet voor welke onmogelijke opdracht Ertebrekers stond. Het beter doen dan Mauro Pawlowski, Daan en Willy Sommers bleek al van in het begin moeilijk, want met hun Eighties Extravaganza mikten ze op een tijd die de meeste Pukkelpoppers niet eens meegemaakt hebben of enkel nostalgie voor voelen omdat ze enkele afleveringen van Stranger Things hebben gezien. Het was dus uitkijken naar welke verrassingen Flip Kowlier, Jeffrey Jefferson en Peter Lesage in petto hadden. “Shimokitazawa” kon wel rekenen op zijn catchy refreintje en “Dief in de nacht” kreeg een eurobeat aangemeten. Ertebrekers schudde daarna Brihang en actrice/zangers Marta Da’Ro uit de mouw voor respectievelijk een 808drum versie van “Steentje” en de  wereldhit “Pump Up the Jam”.

Hun eigen hits “Eva Mendes” en “De zji” deden het wel goed, maar een volksfeest à la “Laat De Zon In Je Hart” zat er nooit in. Met Soulsister, dé verrassing van de show, gooiden ze hun laatste troeven op tafel, terwijl de jonge helft van het publiek het in Keulen hoorde donderen. Gelukkig zijn Paul Michiels en Jan Leyers twee gracieuze heren, en dwongen ze respect af met hun oude klassiekers “Through Before We Started” en “The Way to Your Heart”, die net als hun stembanden na alle jaren nog altijd geen enkel teken van sleet vertonen. Even onvergetelijk als de passage van Willy Sommers vorig jaar werd het niet, maar een fijne throwback was het zeker wel.

Poppy @ Dance Hall

© CPU – Nathan Dobbelaere

Poppy is een heel atypische popzangeres, en dat kan letterlijk genomen worden. De breekbare zangeres was in het begin van haar set nog tamelijk braaf, waardoor we vreesden voor alweer een heel voorspelbare popset, maar dat kregen we allesbehalve. De band van Poppy had haar mooiste schmink opgedaan en het leek wel alsof de leden van Kiss haar vervoegd hadden. We vonden het dan ook al vreemd dat die mannen met zo’n ruige look zo’n softe muziek brachten. Niets bleek minder waar te zijn: Moriah Rose Pereira, zoals ze echt heet, brak na drie nummers de Dance Hall af. Haar lieflijke popmuziek werd plots afgewisseld met keiharde metalriffs en breakdowns die door merg en been gingen. Het publiek wist niet wat hen overkwam en ook wij stonden met open mond te kijken. De gitaarsolo’s waren beenhard en de pop was zijdezacht. De combinatie van die twee in één nummer is niet alleen uniek, ze blijkt ook heel goed te werken. Poppy smeet zichzelf ook helemaal en met de nodige pinnen rond haar nek wist ze ons naast haar lieflijkheid ook te beangstigen. Poppy heeft met overtuiging de meest unieke set van Pukkelpop gespeeld en de Dance Hall kreeg ook voor het eerst metal te horen. Alles was atypisch aan de set, en net daardoor was het zo fascinerend.

girl in red @ Lift

View this post on Instagram

i love the outfit

A post shared by @ girlinredpl on

Een sitdown tijdens een lied over een depressie, er is er maar eentje die dat kan: girl in red. De Noorse Marie Ulven kwam vijf minuten te laat het podium op. ‘Sorry! Ik heb vanmorgen om drie uur een vlucht genomen naar Amsterdam en dan een vlucht naar hier, en ik ben nog niet naar het toilet kunnen gaan!’ Wanneer ze niet aan het praten was, bracht girl in red poprock aan de stevige kant. Geen eenvoudige liefdesliedjes, maar songs over depressies, homoseksualiteit en zelftwijfel. Niet toevallig had ze een sweater van Billie Eilish aan en misschien daarom dat ze zoveel jonge fans op de been kreeg. Meteen met het eerste nummer kreeg ze de hele Lift aan het springen. De regenboogvlaggen gingen de lucht in op de tonen van “girls” en ze rockte erop los. Niet pretentieus, want even later praatte de bescheiden Marie weer met het publiek over haar mama en oma. Op het einde van de set nodigde ze een fan uit om gitaar te spelen op “i wanna be your girlfriend” terwijl Marie de massa indook. Hier gaan we nog van horen!

Ata Kak @ Castello

Het verhaal van de Ghanees Ata Kak leest als een goed filmscenario. Zijn obscure tape Obaa Sima uit 1994 werd pas in 2006 ontdekt door ‘awesome tapes from Africa’ en was toen al helemaal van de radar verdwenen. Het kostte Brian Shimkovitz, een etno-musicoloog en oprichter van die blog, vier jaar en heel wat omzwervingen om Yaw Atta-Owusu, de echte naam van Ata Kak, te lokaliseren. Sindsdien tourt de man de wereld rond met zijn kamerbrede glimlach en zijn ondertussen 25 jaar oude tape. Muzikaal bood hij echter weinig verrassingen, want elk nummer gaf al na enkele seconden alle geheimen prijs. Dat maakte hij echter goed met zijn aanstekelijk enthousiasme en aandoenlijke dansmoves. Hier en daar zong Ata er doorheen in onverstaanbaar Ghanees, wat hem alleen nog excentrieker en meer ongrijpbaar maakte. Daarin kroop nu net de mooie eigenschap van de muziek: soms moet je niet meteen alles begrijpen om ervan te kunnen genieten.

I DONT KNOW HOW BUT THEY FOUND ME @ Club

© CPU – Lies Borgers

De prijs voor de langste bandnaam op Pukkelpop dit jaar gaat naar I DONT KNOW HOW BUT THEY FOUND ME. Het Amerikaanse duo uit Salt Lake City bracht behoorlijk wat volk op de been, waar Dallon Weekes voor iets tussen zal zitten. Zes jaar lang was hij namelijk de bassist bij Panic! at the Disco, maar daar hield hij het in 2017 voor bekeken. Een debuutplaat is er nog steeds niet bij IDKHOW, maar vorig jaar verscheen wel een eerste ep. De tent inpakken bleek dan ook een iets te moeilijke opdracht, want daar hebben ze momenteel gewoon de nummers nog niet voor. “Absinthe” kwam al aardig in de buurt, maar ontbrak wat aan spitsvondigheid. De twee beschikten wel over de nodige zelfspot, want volgens hen zijn ze de goedkoopste band op het hele festival. Nu ja, afsluiten deden ze met “Choke”, dat veel te slordig en onnauwkeurig klonk. IDKHOW stelde gisteren toch meer teleur dan het kon overtuigen.

Airbourne @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

Uit Australië komt er meer hardrock dan enkel AC/DC. Een band die tegenwoordig vaak met hen wordt vergeleken, mocht op de Main Stage van Pukkelpop zijn ding doen. En het ding van Airbourne, dat is bier en plezier. Muzikaal was het allemaal niet erg vernieuwend, maar dat hoeft ook niet. De band wist genoeg energie en show te serveren om een langzaam vollopende weide te boeien. Zo werd er een overvloed aan bier in het publiek gegooid, knalde de frontman bij het begin van zijn set een blik op zijn hoofd en was er een brandalarm om eens speciaal te doen. Er was ook een sitdown waar zelfs de Billie Eilish-fans aan moesten geloven. Tientallen versterkers trokken het fun-gehalte van de set omhoog, en zo wist Airbourne toch een leuke set af te leveren, zonder meer.

PVRIS @ Marquee

© CPU – Lies Borgers

De Amerikaanse rockformatie PVRIS was een tijdlang een kleine hype in het rockwereldje, maar die tijden lijken voorgoed voorbij te zijn. De groep kon de hoge verwachtingen tot op heden niet inlossen en heeft moeilijkheden om zich hoger op de lineup van een festival te nestelen. Het afgelopen jaar namen ze dan ook even de tijd om aan nieuw materiaal te werken, maar nu gaan ze alvast even terug de studio uit om op een kleine festivaltour te gaan. Frontdame Lynn Gunn was een beetje verkouden, maar dat was er gelukkig niet aan te merken. Ondanks een goede prestatie liep de grote tent toch stilletjes aan leeg, wat allemaal de schuld was van ene Billie Eilish. De vier waren echter niet onder de indruk en zetten zonder morren hun optreden verder. “Heaven” was een bombastische rockballade die met een betere akoestiek zeker nog beter had geklonken. Ook het gloednieuwe “Hallucinations” werd gespeeld, en dat meer dan behoorlijk. PVRIS speelde een goede show op Pukkelpop, al zien we de groeipijn niet opgelost worden.

Tommy Genesis @ Dance Hall

© CPU – Nathan Dobbelaere

Voor het concert van Tommy Genesis troffen we een belachelijk lege Dance Hall aan. Wellicht zat die andere popster die net na Tommy op de Main Stage stond daar voor iets tussen. Maar dat publiek dat al een goed plekje zocht voor Eilish miste eigenlijk niets. Een ongeïnspireerde dj-set die tien minuten lang het publiek moest opwarmen voor de komst van Tommy Genesis faalde pijnlijk in zijn opzet. Ook toen Tommy eindelijk het podium op botste, kreeg ze enkel de eerste rijen mee in een Dance Hall die uit niet veel meer dan dat bestond. Wel hulde voor de manier waarop ze over het podium hobbelde en er het beste probeerde van te maken met het weinige doch enthousiaste publiek. Al had ze daar toch net iets te duidelijk een backingtrack voor nodig. “Bad Boy” en “100 Bad Bitches” moesten het op Pukkelpop duidelijk afleggen tegen één “bad guy”.

Bodega @ Lift

Met Bodega kregen we in de Lift een band die een fijne mix van postpunk en pop brengt op een geheel eigenwijze en hoekige manier. De bandleden waren dan ook allemaal zeer energiek, wat ervoor zorgde dat er altijd wel iets te beleven viel tijdens hun set. Zo was er een heel uitbundige drumster, maar ook de frontvrouw wist altijd veel te bewegen. De tempowissels in de nummers leenden zich er dan ook heel gemakkelijk toe om te bewegen. Maar Bodega is meer dan dat, en soms kroop er wat improvisatie in hun set. Zo hoorden we een heel klein stukje “Big” van genregenoten Fontaines D.C. Bodega wist echter niet iedereen te blijven boeien en tegen het einde van de set was de tent nagenoeg leeg. Ook hier zal het feit dat Bilie meteen daarna speelde er ook voor iets tussen gezeten hebben. “Name Escape” sloot de set af, waarna de band zelfs nog een bisnummertje speelde. De mensen die echt geïnteresseerd waren, bleken ook echt enthousiast, en terecht. Bodega brengt niet de meest toegankelijke muziek, maar door hun energie en inleving was het ook dit keer zeer leuk.

Durand Jones & the Indications @ Club

Zij die ervoor gekozen hadden om elders te vertoeven dan aan de drukbezochte Main, konden zich opwarmen aan de geweldige soul van Durand Jones & the Indications. Durand en co maakten er een warme en aangename set van, met “Long Way Home” en “Make A Change” als eerste hoogtepunten. “How Can I Be Sure” kreeg een stevige drumsolo mee en afsluiten deden ze met een Beatlescover, “Don’t Let me Down”. Die kreeg een warme souljas en werd lustig meegezongen. Spijt van die beslissing om de jonge wereldster te skippen? Wij dachten het niet!

Ghostemane @ Marquee

Metal op Pukkelpop en dan ook nog gemaakt door een emorapper, daarvoor moest je gisteren in de Marquee zijn. De keuze om hem in deze tent te zetten, vonden we ietwat vreemd en wij waren niet de enigen. De The National-fans die op de eerste rij zaten te wachten wisten niet goed wat hen overkwam. Ghostemane staat namelijk garant voor loeiharde metalrap en daar stond toch een redelijk groot aantal jongeren op te wachten. Al bij “Nihil” ging het vooraan helemaal los en werd er naarstig gemosht. De metalband die hij had meegebracht, fungeerde wel vaker als decoratie dan als een echte band die een meerwaarde bood bij de livenummers. Ghostemane vroeg om een sitdown en een wall of death, en die kreeg hij ook. Zijn zang mag dan niet altijd feilloos zijn geweest, toch kon hij met zijn veelzijdige stem af en toe indruk maken. Na een tijdje sloeg bij ons de verveling wel toe, aangezien de nummers redelijk hard op elkaar begonnen te lijken. Doorbraaksingle “Mercury: Retrogade” slorpte nog eens de restjes energie op en zorgde voor een allerlaatste agressieve rage. Ghostemane hoort eerder in een duistere setting en daardoor kwam het optreden gisteren niet helemaal over zoals dat zou moeten.

Hyukoh @ Lift

Op Pukkelpop krijgen we niet enkel westerse bands op de lineup, ook uit Azië kan je enkele bands spotten. Zo ook Hyukoh, dat in eigen land enorm populair is, en hier liep de Lift eveneens goed vol. Er stonden vooraan dan ook heel wat Aziaten die bij bijna ieder nummer de longen uit hun lijf krijsten. De muziek van de band is nochtans helemaal niet vernieuwend, maar het klonk wel allemaal vrij doordacht. De groep liet vooral de gitaren spreken en rammelde daarmee goed door, maar ook de grootse uithalen of de aanstekelijke vibes speelden hier een rol in. Dit allemaal in combinatie met goeie samenzang geeft ongeveer een beeld van waarvoor Hyukoh staat. De band heeft iets dromerigs, iets catchy en tegelijk ook iets stevigs in zich, en die combinatie leek ons de winnende factor te zijn. Live was het allemaal zeer rijk aan klanken en daardoor bleef ook iedereen staan. Op het einde volgden zelfs iets meer aanstekelijke nummers en zo kregen we nog een heleboel danspasjes te zien van het publiek. Een fijne ontdekking, die Hyukoh, zoveel is zeker.

A Day to Remember @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

Op een muur van bastonen stormde A Day to Remember de Main Stage op, voor het oog van een publiek dat bij de juist gepasseerde popsensatie wellicht tien keer zo groot was. Het duurde even tot dat publiek gewend raakte aan het storend gedreun van de basdrum, dat de hele set behoorlijk verbrodde. Single “Paranoia” was het startsignaal voor een pit vol fans die de set van begin tot einde konden meebrullen (al was het door het erbarmelijke geluid telkens even zoeken naar welk nummer werd ingezet). Bij “Better Off This Way” toonden de meest vaardige crowdsurfers hun mooiste kunstjes, en dat zag er boeiender uit dan wat zich een meter of twintig verder op het grote podium afspeelde. De neutrale bezoeker kreeg een schreeuwerige set, waar gitaarriffs weinig tot niet hoorbaar waren en rookpluimen, t-shirtkanonnen en vuurballen het hele geheel onaangenaam bombastisch maakten. Het voordeel aan een set van dit niveau is dat zelfs een collab met Marshmello niet veel meer kan vergallen. A Day to Remember op de Main Stage van een groot Belgisch festival: we zullen het nooit snappen.

Anna Calvi @ Club

‘Ze zal de Club in complete duisternis hullen’, zo kondigde Ayco Duyster de set van Anna Calvi aan. In werkelijkheid duurde het toch een eind tot die duisternis ook daadwerkelijk neerdaalde en het publiek opslokte. Met “Hunter” en “Indies or Paradise” plantte ze vroeg de zaadjes om dan een heel eind later te oogsten met het zinnenprikkelende “Wish”. Het duurde ook even Calvi zelf ontdooide en het juiste evenwicht vond tussen haar theatrale poses en echte inleving in het moment. Haar gierende gitaarsolo’s speelde ze steevast met de ogen dicht en haar hoofd lichtjes naar achter gebogen, maar die waren daarom niet minder indrukwekkend. Op het toepasselijk genoemde “As a Man” en “I’ll Be Your Man” shredde ze alle genderstereotypes tot hun laatste vezeltje kapot. Om daarna zichzelf bovenaan de hiërarchie te zetten met het even scheurende als meeslepende “Suzanne and I”, “Don’t Beat the Girl Out of My Boy” en “Alpha”. Anna Calvi toonde duidelijk wie er de baas was in de Club en daarvoor hoefde ze haar aangekondigde duisternis slechts als een sluier over de tent te gooien.

Kate Tempest @ Castello

© CPU – Lies Borgers

Een kerk op Pukkelpop? Dat moet de Castello zijn tussen vijf en zes. De prediker van dienst op deze zondagsmis was Kate Tempest. De Britse bracht hiphop in zijn zuiverste vorm: gesproken woorden op een beat. Die beat ging stevig bij de eerste songs en “Circles” deed de menigte in de Castello zelfs wat bewegen. In het midden van haar set legde ze de muziek stil om van wal te steken met haar gedichten. “All Humans Too Late” kon rekenen op nog wat reactie uit het publiek, maar daarna bleef het doodstil. Enkel een dreigende rode wolk en de opbouw in “Holy Elixir” hielden het publiek nog in de greep van Tempest. “Firesmoke” kreeg een leuk, groovy geluid, maar meer dan wat heen en weer wiegen kwam er niet vanuit de zaal. Kate is wel wat meer enthousiasme van haar luisteraars gewend en de ontgoocheling lazen we af op haar gezicht; ze vertrok dan ook een kwartier voor het einde. Had ze dan beter wat meer muziek en minder woorden gebracht? Nee, want net de combinatie van die twee is haar troef. De Pukkelpoppers waren gewoon niet in de mood voor wat catharsis.

Bullet For My Valentine @ Marquee

© CPU – Lies Borgers

Na de lompe beukset die A Day To Remember afleverde, legden we ons oor te luister bij een andere stevige band, Bullet For My Valentine, de vreemde eend in de bijt vandaag. Laatste worp Gravity even buiten beschouwing gelaten, maakt deze band metal zonder toegevingen, en heeft bijgevolg geen hits die een niet-nichepubliek zullen kennen. De shows van Bullet For My Valentine zijn qua respons al heel wat spectaculairder geweest, maar dat kon de Welshmen worst wezen. Op een eerste hit hoefde het publiek met “Your Betrayal” niet lang te wachten, maar ook daarna stormde de groep door met gierende riffs, beukende drums en snedige vocals van de bovenste plank. Waar A Day To Remember het basdrumgeluid overdreven moest verhogen om niet weg te waaien aan de Main Stage, had de sound van Bullet For My Valentine de minste moeite om de Marquee te vullen. Het viertal wist ons met hun geluidsmuur van gewapend beton een uur lang te boeien, en was over de hele lijn op quasi geen foutjes te betrappen. Met “Scream Aim Fire” en “Tears Don’t Fall” werden de twee kersen op de taart gegooid en een van de beste optredens van de dag besloten.

Two Feet @ Lift

Met maandelijks meer dan vier miljoen luisteraars heeft Two Feet zonder meer een van de hoogste aantallen luisteraars op Spotify van alle Pukkelpopartiesten. Dat de Lift al voor het concert uitpuilde, kwam voor ons dan ook niet als een verrassing. De man ging vorig jaar viraal met zijn nummer “Go Fuck Yourself” met dat onweerstaanbare gitaarsolootje. Spijtig dat die solo’s er gisteren iets minder fraai en fris doorkwamen dan op de studioversie het geval was. Two Feet beschikt daarbovenop niet over een stem om over naar huis te schrijven en toch barstte de tent helemaal uit zijn voegen. Hoe sensueel de nummers op plaat ook klonken, live werd dat niveau nauwelijks gehaald. “Had Some Drinks” was dan misschien nog een klein lichtpunt en slotakkoord “Go Fuck Yourself” kon ook het een en ander goed maken. Het recept voor een lekkere soep is er; nu moet Two Feet alleen nog de perfecte balans vinden tussen de verschillende ingrediënten!

Anderson .Paak @ Main Stage

Wie had dat gedacht: voor Anderson .Paak kwam zowaar de zon nog eens boven. Samen met zijn Free Nationals stond hij de afgelopen jaren wel vaker in België op een podium en ook gisteren verzamelden zich weer tienduizenden om dit fenomeen aan het werk te zien. In 2016 speelde hij de pannen van het dak en dat was gisteren niet anders, al klonk het nog iets groovier dan de vorige keer. Ondertussen heeft .Paak een drummer in dienst genomen, maar natuurlijk was hij gisteren ook weer geregeld zelf achter zijn drumvellen te vinden. “Come Down” zorgde voor collectief glimlachen in het publiek en al een klein feestje. Dat feest werd hier en daar onderbroken door wat vleugjes soul, denk dan maar aan het sensuele “Make It Better”.

The Free Nationals kregen ook weer meermaals de kans om zich in de kijker te spelen. Pianist Ron Tnava Avant deed dat met een aantal snippets van classics als “Niggas in Paris”, wat met veel gejuich onthaald werd. Het was dan ook nog de verjaardag van gitarist José en dus kreeg deze een taart in zijn gezicht gesmeten. Het feestje schoot weer in gang met het energieke “Bubblin’” en de drumsolo die door .Paak daaraan gekoppeld werd. “Am I Wrong” kreeg ook een heerlijk einde en liep mooi over in “Lite Weight”. Met de Mac Miller-samenwerking “Dang!” werd de show afgesloten met een mooi eerbetoon en veel klasse. Wat is het toch steeds een plezier om Anderson .Paak aan het werk te zien.

Connan Mockasin @ Club

Een concert van Connan Mockasin kan altijd twee kanten uitgaan. Op Pukkelpop ging hij de zwoele, smooth kant op en dat bleek perfect te passen bij valavond. Opener “Charlotte’s Thong” zette meteen de sfeer. Toch was er zoals gewoonlijk weer de nodige chaos en dat resulteerde in heel wat onverwachte wendingen. Zo werd er op een bepaald moment met de fles wijn gitaar gespeeld en kregen we ook eens een heel snel en energiek gitaarstuk met op het eind zelfs een stukje Nelly (“Dilemma”). Iedereen amuseerde zich duidelijk kostelijk en ook Connan had het naar zijn zin. Het was dan ook de laatste show van de tour met deze band en dat moest gevierd worden. Er werd wijn uitgedeeld, wat de sfeer zo chill maakte dat het sensueel overkwam en het publiek uitzinnig werd. Connan deed weeral eens waar hij goed in was en zijn eigenzinnige lo-fi pop sloeg opnieuw perfect aan.

Weval @ Castello

View this post on Instagram

Weval #pkp19 #pkp #pukkelpop #weval

A post shared by Jens Brulmans (@jensbrulmans) on

Het Nederlandse producersduo Harm Coolen and Merijn Scholte Albers mocht drie jaar geleden ook al eens van de Castello proeven, al was het toen veel vroeger op de avond en voor een veel minder volle tent. Wat is er in tussentijd veranderd? Hun show gisteren werd nog steeds geruggensteund door een bijzonder effectieve livedrummer en ze bouwden nog altijd heerlijk traag hun elektronummers op tot ze uit elkaar spatten met smakelijke geuren en kleuren. Sinds die laatste passage hebben ze wel hun nieuwe album The Weight onder de arm en dat resulteerde in beats die veel minder dromerig klonken en recht naar de benen mikten. Aangesterkt met twee extra bandleden kon Weval op nog meer pijlen rekenen om raak te schieten. Ze deden de Castello aardig opwarmen, maar vergaten dan de boel aan de kook te brengen, waardoor uitzinnige taferelen uitbleven. Voor gezellig schuifelen en bescheiden danspasjes was Weval dan weer wel uitstekend.

Kelis @ Marquee

Het is toch al een eind (2014) geleden dat de Amerikaanse r&b-held Kelis nog eens muziek heeft uitgebracht, maar toch mocht ze gisteren aantreden voor een tot de nok gevulde Marquee. Deze zomer speelt ze maar een handvol optredens, waaronder gisteren dus Pukkelpop. Nostalgici kwamen en zagen dat het goed was, want zij kregen een set boordevol hits en een Kelis in vorm. Dat ze bijna veertig wordt, was haar niet aan te zien en ze leek zich op het podium ook nog eens goed te amuseren. De jarenlange podiumervaring speelden duidelijk in haar voordeel en dat merkte je ook aan de setlist. Bijna alle crowdpleasers werden gespeeld en dat zorgde voor een uitgelaten sfeer. “Bounce” deed de hele tent van voor tot achteren daveren. Stilstaan was ook bij “4th of July” en “Trick Me” geen optie en duizenden benen schoten nog eens in actie. Een laatste keer zongen we mee met “Acapella”, en met ons tienduizend anderen. Volgend jaar zou ze naar eigen verluid terugkeren met nieuwe muziek en daar zijn we al zeer benieuwd naar.

Cavetown @ Lift

Cavetown kreeg heel wat gillende mensen in de Lift voor zijn show, en dat bleek nog niet eens het meest irritante te zijn aan de set. De man bracht in zijn eentje slappe folkpop op een heel erg lo-fi manier met af en toe ook een synth erbij. Muzikaal was het allesbehalve boeiend en net daardoor bleek de set enkel de echte fans aan te spreken. Zijn stem is uniek, maar niet altijd toonvast. Na twee nummers wist je meteen waar zijn muziek voor staat, namelijk eentonig dezelfde melodie door je strot rammen. Hij vertelde ons in het midden van zijn set dat we even een dutje mochten nemen, maar we vrezen dat iedereen daarvoor al in slaap was gevallen. Cavetown was zeker geen hoogtepunt in de Lift, maar fans heeft hij sowieso al genoeg.

Charli XCX @ Dance Hall

© CPU – Nathan Dobbelaere

De Dance Hall had zijn naam niet gestolen op zondagavond. Charli XCX veranderde de tent in een karaokebar met haar catalogus hits. ‘Who wants to party with Charli?’ Heel wat mensen blijkbaar, want tot ver buiten de Dance Hall werd er alles gegeven. Dat de Britse popster elke dag op een podium staat, hadden we meteen door. Ze weet hoe ze een show moet opbouwen en het publiek kan blijven boeien. Starten deed Charli met een rustig hitje (“Blame it on Your Love”) en een knalschijf (“I Love It”). Charli nam op de juiste momenten gas terug om haar publiek niet uit te putten. Ze stond helemaal alleen op het podium en behoefde niet meer dan twee lichtgevende kubussen, wat lasers en confetti om de show een uur lang op een hoog niveau te houden. Hoewel ze bakken vol eigen hits heeft, nam ze toch ook een nummer van de Spice Girls onder handen; “Wannabe” kreeg een heerlijke herwerking. Het hoogtepunt was ongetwijfeld de single “1999” met Troye Sivan, die in het midden veranderde in een echte ravetrack. Als klap op de vuurpijl kregen de fans nog eens confetti over zich heen, gevolgd eentje uit de oude doos: “Boom Clap”.

Prophets of Rage @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

Later dit jaar zou er een nieuwe plaat van Prophets of Rage aankomen en om die te promoten doet de band deze zomer heel wat festivals. De supergroep met leden van Rage Against The Machine, Cypress Hill en Public Enemy moest het live wel van de klassiekers van die eerste hebben. Ook was er niemand die ervan wakker lag dat ze nog eens nummers zoals “Killing in the Name” of “Bullet in the Head” konden horen. Er is geen betere manier om nog eens een ‘fuck the system’ te kunnen schreeuwen dan bij dit soort concerten. Meerdere vuisten gingen de lucht in, de gitaar van Tom Morello sprak op de achterkant boekdelen en ook de anarchistische symbolen lieten weinig aan de verbeelding over. Dat de groep vooral rond die gitarist draait, was duidelijk door de vele solo’s die hij serveerde. Die waren nog altijd heel indrukwekkend, al wordt hij er niet jonger op. Ook het publiek leek een tweede jeugd te beleven. Nostalgie troef, dus, en soms is dat helemaal niet erg.

Yeasayer @ Club

Er was een tijd dat Yeasayer het nieuwste en lekkerste snoepje was in de muziekbusiness. Dat enigmatisch debuut All Hour Cymbals en de mysterieuze opvolger Odd Blood in 2010 deden de hype alleen maar aanzwengelen, maar van die buzz is er anno 2019 nog maar bitter weinig over. Ondanks een goeie rits singles bleven hun laatste albums steeds onder de radar vliegen. Op de laatste Pukkelpopdag kreeg de band de kans om als subheadliner het podium van de Club te beklimmen, en die grepen ze met beide handen. Met “Madder Red”, “Henrietta” en “2080” zaten er al meteen drie van die sterke singles in het begin van hun set. Maar daarna sloop de sleur er al wat in, ondanks de Afrikavibes van “Let Me Listen In On You” en het funky refrein van “People I Love”. Er is misschien een reden waarom die laatste platen onderbelicht waren, en dat kwam hier duidelijk tot uiting wanneer er nummers uit Amen & Goodbye en Erotic Reruns in de set slopen. Die misten de overtuigingskracht en opzwepende factor die hun vroegere nummers wel in overvloed hadden. “Fluttering In The Floodlights” en het altijd geweldige “One” trokken de zaak gelukkig op tijd recht. Afsluiter “Ambling Alp” was een mooie metafoor voor het al even bochtige parcours dat Yeasayer aflegde in de Club.

Princess Nokia @ Castello

Destiny Nicole Frasqueri oftewel Princess Nokia waande zich een prinses in haar eigen Castello. (Sorry, die konden we niet laten liggen!) Om eerlijk te zijn, gedroeg ze zich zelfs meer als een koningin dan een prinses. Geflankeerd door twee dansers kwam ze vol energie het podium op gedanst. “Tomboy” en “Kitana” deden ons vol verbazing toekijken: houdt ze dit de hele show vol? Het antwoord bleek negatief. Na een intensieve song waar ze zelf rapte, stak ze haar microfoon in haar decolleté om mee te dansen op het volgende nummer, ook al hoorden we Princess Nokia wel op het bandje dat de dj opstartte. Telkens probeerde ze opnieuw te starten, en onder andere met “Excellent” lukte het. Ze liep meermaals naar de dj om andere songs te vragen en die mixte de songs bovendien niet aan elkaar, maar liet ze op ergerlijke manier uitdoven. En dan volgde de uitleg van de prinses: ‘Ik moet een hartmonitor dragen en daarom rap ik soms niet alles. Ik moet ook op adem komen. Er zijn maar weinig rappers die doen wat ik doe: dansen én rappen.’ Daar hebben we toch onze twijfels bij. Gewoon wat meer aan je conditie werken, Destiny. Om te bewijzen wat ze kan, stopte ze de muziek en ging a cappella richting uitgang.

Kikagaku Moyo @ Lift

Terwijl nagenoeg het volledige Pukkelpoppubliek zich naar The National of The Opposites begaf, waren er toch enkelen die iets trippier oorden opzochten bij Kikagaku Moyo in de Lift. De Japanse psychedelische band brengt exact wat je zou verwachten: ellenlange uitgesponnen instrumentale stukken met een ferm exotisch tintje dat je meteen in een soort van roze waas brengt, waarbij je een magische Japanse plantentuin vol kleurrijke bloemen voor je ziet. Er zaten dan ook heel wat sprookjesachtige instrumenten in de set zoals een blokfluit, wat klokkenspel en heel wat belletjes. De band speelde dan wel niet altijd even strak, het publiek leek zich er geen zorgen om te maken en zweefde gewoon mee. Toch werd dat zweven af en toe doorbroken door furieuze eindes, waarbij de bandleden hun haren lieten wapperen en de gitaren gierden. Het publiek was op het eind dan ook volledig onder de indruk. Er viel dus altijd wel wat te beleven en hierdoor bleek de band de perfecte afsluiter voor een leuke tent als de Lift.

The Opposites @ Dance Hall

© CPU – Nathan Dobbelaere

In 2014 hielden Big2 en Willy het voor bekeken als The Opposites. Beiden focusten zich even op hun privéleven en hun solocarrière, maar aan het succes van hun vorige groep konden beiden niet meer tippen. Begin dit jaar maakten ze dan bekend een eenmalig optreden te geven op het Amsterdamse Appelsapfestival en dat zorgde twee weken geleden voor heel wat fuzz in Nederland. Het lijkt wel alsof de twee de smaak opnieuw te pakken hebben gekregen, want hun reünie kwamen ze last minute ook op Pukkelpop vieren. Het duurde wel even voor het feestje vertrokken was en ze bij “Hey DJ” met een wall of death alles in lichterlaaie zetten. De tent was overvol en broeierig en werd met de nummers nog uitzinniger. Vijf jaar hadden ze niet meer in België gespeeld en het publiek leek hen duidelijk gemist te hebben. “Thunder” was de genadestoot en we voelden de grond letterlijk en figuurlijk trillen. Het feestje verschilde niet veel van dat van vijf jaar geleden, maar geen haan die daar gisteren naar kraaide. De Dance Hall werd vakkundig afgebroken en het zou ons niet verbazen als ze deze stunt volgend jaar opnieuw zouden herhalen, maar dan wel met nieuwe muziek onder de arm.

Johnny Marr @ Club

Wie zijn festival wilde afsluiten met een echte Britse klassieker, kon naar de Club gaan om een levende legende van The Smiths aan het werk te zien. Het waren dan ook de nummers van die band die bij het publiek het meeste enthousiasme naar boven brachten. De solonummers van Marr zijn natuurlijk ook fijn, maar ze blijken nog altijd geen maat voor dat werk met zijn ‘maat’ Morrissey. Gelukkig beseft Marr dat zelf ook en zo hield hij zijn solonummers voor het begin en kwamen daarna bijna alle classics aan bod. Zo werd “How Soon Is Now?” heel opgelucht onthaald na drie eigen nummers en waren zelfs de nummers van Electronic zeer plezant. Die bleken heel dansbaar te zijn en bijgevolg kreeg Marr dan ook iedereen mee in zijn zog. Maar Johnny amuseerde zich zelf ook heel hard en liet het publiek zelfs covers vragen, gewoon voor de lol. Dat was dan ook waar dit concert om draaide en natuurlijk waren “There Is a Light that Never Goes Out” en “This Charming Man” daarin het hoogtepunt; meer heeft een mens soms niet nodig.

Deze recensies werden geschreven door Jasper Verfaillie, Emma Vierbergen, Simon Meyer-Horn, Matthijs Vandenbogaerde, Niels Bruwier en Frédéric Beeuwsaert.

Lees ook onze recensies van Billie Eilish, The National en Twenty One Pilots op de laatste dag Pukkelpop.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram zijn er nog meer beelden te vinden. Volgen is de boodschap!

19 augustus 2019

About Author

Simon Meyer-Horn


ONE COMMENT ON THIS POST To “Pukkelpop 2019 (Dag 4): Volksverhuizingen allerhande”

  1. Kirsten Louies schreef:

    PVRIS is geen Britse band. Doe u research anders zijt ge geen goede journalist. Hoe kunt ge nu zo een grote fout maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief