Live, Recensies

Avant-gardemetaldag @ Dour 2019: Lavalampen en jetvliegtuigen

© Maxim Meyer-Horn

Het karakteristieke metalpodium The Cavern is niet meer, maar dat belet Dour niet om naar gewoonte op de vierde dag de versterkers op elf te draaien. Vanaf de vroege uurtjes kleurde La Salle Polyvalente gitzwart, en ook een beetje mosgroen. Geen idee vanwaar dat zou komen.

De Gentse knapen van Vonnis mochten als eerste de tent ondersteboven kieperen. Lokale DIY- en kraakpandshows leverden het collectief al een beruchte livereputatie op. Debuut Bikini Season lag op de plank, klaar om vakkundig versneden te worden. Een rommelige start bij onder andere de titelsong “Bikini Season” belette de frontman niet om de grenzen van het aanvaardbare af te tasten. Van een circle pit rond eigen band te dansen, de microfoon tegen de hersenpan te knokken en ondersteboven in het publiek te duiken, tot het beklimmen van de podiumstellingen, een potje tetris te spelen met de monitors om er dan — wat een verrassing — van te tuimelen, en het interieur van het podium te herinrichten door het drumverhoog met een kwartslag te draaien. Dat de frontman een getormenteerd zieltje heeft, geloven we. Maar de geluids- en podiumcrew hadden er wel hun handen aan vol.

Het tweede kwartaal kwam Vonnis beter uit de hoek. De bandfotograaf kwam tijdens “Apoptosis” van de vorige ep evilagainstevil even meebrullen. Vanaf dan zat er vuur achter het korte lontje van de band, en klonk ze zoals het de hele show had moeten klinken: als een gefocust allesvernietigend wapen. Maar wie betaalt de kapotte monitors?

View this post on Instagram

❤ @birdsinrow #DourFestival

A post shared by Antoine de Cazes (@kodama____) on

Het Franse posthardcore trio Birds in Row kwam daarna met veel geweld hun tweede We Already Lost the World voorstellen. Dat Deathwish Inc, het label van mathrockgigant Converge, hen prees, bleek terecht, want wat konden die mannen kattenkwaad uithalen. Met wortels in punk én gevoel voor meebrullers — zie “15-38” — overtuigden ze in luttele seconden de matig gevulde Salle Polyvalente. De eerste moshpits kwamen dan ook al na het tweede nummer. Birds in Row bleef halsstarrig klapwieken tot de hele tent mee was, en dat lukte met verve. Maar ze haalden ook hoogtepunten in nagelbijtend ingetogen passages. Het swingende “We vs. Us” groeide daaruit verder, waarna “I Don’t Dance” nog eenmaal de boel deed ontploffen. Ook een eervolle vermelding waardig zijn de visuals, die doorheen heel de set evolueerden tot de catharsis voltooid was. En wij die dachten dat posthardcore maar beter bleef waar het een tiental jaren geleden geëindigd was.

© Maxim Meyer-Horn

Met een belachelijk grote slagkracht jaagde de volgende wervelwind met bandleden uit Oathbreaker en Amenra ons drie kwartier lang de stuipen op het lijf. Beladen met de trilogie De Doden Hebben het Goed en een geluidsman die goed was uitgeslapen golfde Wiegedood als een schuurpapieren  tapijt — met lage korrel — door de intussen goed gevulde tent. Heerlijk akelig waren de momenten waar een van de twee gitaren werd uitgelicht, en de wonden van dat schuurpapier zalfde. De twee dames met het bord ’80 jaar en into gitaar’ bleken ook fan. Heeft er iemand nog spiergel voor de drummer?

Vooraleer het podium aan de pilaren van de doom en stoner over te laten, was het eerst tijd voor iets meer experimenteel. The Body & Full of Hell brengt twee Amerikaanse bands uit de donkerste hoeken van metal samen. De één is een industrial duo met drums, gitaar en drumcomputers, de ander een grindcoreband die elektronica ook niet schuwt. Ze brachten al twee platen uit als collectief. De laatste daarvan, Ascending A Mountain of Heavy Light, dateert van 2017. Beide bands brachten intussen al afzonderlijke albums uit, en je voelde dan ook dat ze in die formatie niet volledig samenklitten. Free jazz deed met de saxofoon zijn intrede in de vooral door sludge gespekte micro-aardbevinkjes. Hier en daar kwam er een dikke technobeat opdagen, om dan meegezogen te worden in een maalstroom van noise. Maar echt warm maakte het ons niet.

View this post on Instagram

@quantumyob 🤯

A post shared by Julien (@julienf465) on

‘Motherfucking yeah!’ Al tijdens de wel heel enthousiaste soundcheck van YOB leek zanger-gitarist Mike Scheidt er zin in te hebben. De lange haren werden nog eenmaal achter de schouders gewuifd, en weg waren ze. Zoals stonerdoom dat voorschrijft, cirkelde de gitaar met passend phaser-effect door de tent. De bas knorde als een hongerig everzwijn, waarbij de reverbkraan volledig werd opengedraaid op de zang. YOB teerde voor het grootste deel op ‘die ene riff’, maar wist nu en dan ook eens te verrassen — het kan in stoner! Definitie in de gitaar bleef echter zoek, en dan vooral wanneer er rechttoe rechtaan met akkoorden werd gespeeld. Een ietwat modderige, maar charmante voorganger voor wat er nog te komen viel.

View this post on Instagram

Electric Wizard

A post shared by Julien (@julienf465) on

Alsof het stonercliché nu nog niet genoeg bevestigd was, voelden de Britten van Electric Wizard zich verplicht om daar nog een schepje bovenop te doen. Met het bandlogo in golvende letters en de stereotiepe lavalamp-visuals, vatte het viertal haar reis naar hogere sferen gestaag aan. Nog meer dan YOB rekte deze band haar nummers verder uit, en zette zo meer in op de trip dan op slagkracht. Daarbij konden we genieten van sappige blues-solo’s van Jus Oborn die ver boven de ritmesectie uitdijde. Zoals de motorrijders die op de visuals tevoorschijn kwamen, zo cruisde Electric Wizard verder op dezelfde stoffige stonersnelweg die ze al meer dan 25 jaar berijdt. De eerste drie kwartier deden ons wel in zwijm vallen, daarna vielen ze ten prooi aan het cliché. Na een set die al een kwartier aan het uitlopen was, werden we toch even wakker geschud toen een crewlid van Neurosis het podium op stormde en met veel kabaal de band aanmaande om er een einde aan te knopen. De Britten gehoorzaamden flink, net zoals ze braaf hun reputatie hadden verdedigd.

De mannen van Neurosis waren dus al pisnijdig nog voor hun optreden begon. Het kwartier minder tijd om op te stellen compenseerden ze dan maar met zonder twijfel de luidste show van heel de dag. Met een absolute piek van 112,5 decibel —  alias het geluid van een autoclaxon vanop een meter afstand — zetten de Californiërs een verpletterende set neer. De frustraties dreunden ze er dus dubbel en dik uit. De tweeledige stem van gitaristen Scott Kelly en Steve Von Till trok de logge staalmachine die Neurosis is voort, en zorgde samen met het belachelijke volume voor een set met hoge pieken, maar ook weinig dieptepunten. Afgezien van de vaststaande gitaar- of synthintro’s of de plotse wall of soundtruc ontbrak het wat aan dynamiek. Desalniettemin ging Neurosis door merg, been en endeldarm, en drukte zo hun stempel op de metaldag in La Salle Polyvalente. Met hun typische eindklap, gevolgd door een doodse stilte, sloeg de band de deur brutaal achter zich dicht. Aan het volume van een opstijgend jetvliegtuig.

14 juli 2019

About Author

Tijl Van de Casteele


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter