Albums, Recensies

Vampire Weekend – Father Of The Bride (★★★½): Huisje, tuintje, boompje, plaatje

Plots is hij daar dan: de langverwachte nieuwe van Vampire Weekend. Father of The Bride heeft veel voeten, en een pauze van ondertussen 6 jaar, in de aarde gehad. Ondertussen maakte frontman Ezra Koenig wel een Netflixserie (Neo Yokio), kwamen er soloplaten van bassist Chris Baio en drummer Chris Thomson (Dams of The West), en wist ook stichtend lid Rostam Batmanglij zich los te weken van de band. Maar fans van het eerste uur hoeven niet te wanhopen, Rostam heeft over heel de plaat wel ergens met zijn vingers in de pot gezeten. Instrumentje hier en productie daar, Ezra en Batman kunnen elkaar niet loslaten. En maar goed ook.

‘Als ik na Modern Vampires of The City meteen nog een plaat had moeten maken, dan had ik op automatische piloot nummers uitgekakt,’ liet Koenig deze week nog optekenen in Humo. Wil hij zeggen – hij had rust nodig. Met drie fijne tot uitstekende platen op vijf jaar tijd schoot de carrière van Vampire Weekend dan ook verschroeiend uit de startblokken. “A-Punk”, “Cape Cod Kwassa Kwassa” en “Oxford Comma” zijn ondertussen indieklassiekers geworden, en dan hebben we het alleen nog maar over de nummers die hun debuut kleurden. Waren hun vorige albums nog het relaas van een studentikoos leven tot de dood, dan is deze Father of The Bride een beetje een overkoepelend geheel. Een lappendeken van stijlen en ideeën, dat niet alleen leest als het relaas van een huwelijk met al zijn ups en downs, maar ook zo klinkt. Euforie en melancholie liggen soms maar één nummer van elkaar verwijderd. 

Zes singles, waarvan de eerste, “Harmony Hall”, meteen een schot in de roos was, konden het jarenlang wachten al wat verzachten. Daarmee lichtte de band slechts een tipje van de sluier op, want er valt op Father of The Bride nog heel wat meer te ontdekken. Achttien nummers is ongewoon lang voor een Vampire Weekend album. De band die bekend werd met zijn gebalde en springerige indiepop probeert nu een uur lang te boeien. Dat is meteen een heel pak langer dan voorganger Modern Vampires of The City, die met twaalf nummers afklokte op een degelijke 42 minuten. Dit keer krijgen we wel een rode draad die ons doorheen de plaat leidt: leven, liefde en trouw.

Opener “Hold You Now” heeft naast wat tegeltjeswijsheid (‘I can’t carry you forever, but I can hold you now’), ook een heus gospelkoor in petto – geleend van Hans Zimmer’s The Thin Red Line soundtrack. Alsof Ezra Koenig een late gooi doet naar een plaatsje op The Lion King soundtrack. Het is het begin van een sterke eerste helft met verder de aanstekelijke singles “Harmony Hall”, “This Life” en “How Long”. Die laatste twee steunen op een sterke groove en geniale baslijn, terwijl die eerste heerlijk openbloeit tot een Fleetwood Mac-achtige folkpopsong met een knipoog naar The Grateful Dead. Tussendoor gooien “Bambina” en “Big Blue” wat extra kruiden in de mix met twangy gitaren en Italiaanse swagger, al blijven deze korte nummertjes – welja – tussendoortjes. 

Doorheen de plaat worden Southern rock invloeden rijkelijk gecombineerd met de gekende Paul Simoneske Afrikaanse ritmes. Zo klinken ze euforisch en optimistisch in “This Life” of “How Long”, om even later laidback achterover te leunen op het introverte “Unbearably White” waarin Koenig zijn eigen identiteit in vraag stelt. Daarna tovert hij zowaar de cadans van een oude Disneycartoon uit zijn mouw op “Rich Man”, en het werkt verdorie nog ook.

Op “Married In A Gold Rush” horen we voor de tweede keer de stem van Danielle Haim, één derde van het zussentrio HAIM. Ze woonde toevallig boven de studio waar Vampire Weekend zijn nieuwe plaat aan het inblikken was, en werd door Ezra gevraagd om wat harmonieën op te nemen. Uiteindelijk zal ze op FOTB drie keer een hoofdrol opeisen, en geeft ze zo stem aan Koenig’s eega Rashida Jones, dochter van legendarische producer Quicy Jones. Maar ondanks de leuke groove en fijne strijkers is het nummer toch wat te liefelijk om echt te blijven hangen. Dat geldt ook voor het introverte “My Mistake” dat zich iets te zwaarmoedig in melancholie blijft wentelen. 

Gelukkig gooit Ezra het meteen over een andere boeg met het knotsgekke “Sympathy”. ‘I think I take myself too serious,’ geeft hij grif toe. Al lijkt het hier meer op overcompensatie dan op duivels ontbinden. Hij gooit verknipte koortjes, Spaanse gitaren en handgeklap tegen de muur. Er blijft wel een aanstekelijke melodie hangen, maar geen samenhangend geheel. Dan deden “Cousins” of “Diane Young” het qua weirdness veel beter op vorige platen.  “Sunflower” en “Moon Flower” tonen dan wel hoe je perfect lolligheid aan fijne melodieën koppelt. Het duo wordt niet enkel door hun titels met elkaar verbonden, maar ook door Steve Lacy van The Internet die beide nummers verblijdt met wat gitaarwerk en extra harmonieën.

“2021” zou met zijn melancholische synths en zuchtende lyrics een perfecte afsluiter zijn. En wat ons betreft had het album daar ook mogen ophouden. Op het goudeerlijke “Jerusalem, New York, Berlin” na zijn de laatste vier nummers er wat te veel aan. De leuke en liefelijke gitaarmotiefjes en pianoriedeltjes worden tenietgedaan door een tenenkrullende tekst (“We Belong Together”), tegenvallend refrein (“Stranger”) of rare vocoders (“Spring Snow“). Het tweede deel van het dubbel album valt daardoor wat mager uit in vergelijking met die verschroeiende eerste helft. ‘All I do is lose, but all I want is to win,’ sluit Koenig de plaat af. Het is duidelijk waar het hem om te doen is.

Voor het eerst probeert Vampire Weekend ons een uur lang te boeien, en dat lukt hen niet helemaal. Father of The Bride is een ambitieus en groots lappendeken vol lef, scherpzinnige en spitsvondige productie, maar is even vaak ook een album van gemiste kansen en corny lyrics. Naar verluidt had Ezra Koenig een collectie van 32 nummers, waar hij heel wat vet van heeft moeten afsnijden om de huidige achttien over te houden. Hij had gerust hier en daar nog wat meer kunnen trimmen om een minder grillige en consistentere plaat af te leveren. Vervelen doet FOTB allerminst, al schippert Vampire Weekend op zijn laatste iets te vaak tussen energie en rust, uitbundigheid en ingetogenheid, zonder een midden te vinden. Maar ach, is het leven ook niet grillig en inconsistent?

Father of The Bride van Vampire Weekend is uit op 3 mei via Columbia Records. In november speelt de band nog in een hopeloos uitverkochte Ancienne Belgique, en deze zomer staan ze op het al even uitverkochte Down The Rabbit Hole.

2 mei 2019

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief