Albums, Recensies

Stella Donnelly – Beware of the Dogs (★★★): Scherpe teksten, niet zo scherpe muziek

De Australische Stella Donnelly voorzag haar eerste ep Thrush Metal nog van een afzichtelijke hoes omdat ze er van uit ging dat niet meer dan dertig mensen het ooit zouden horen. Gezien de sobere en ongepolijste nummers op die ep uitstekend waren, besliste het lot er anders over. Vooral “Boys Will Be Boys”, een rake aanklacht tegen seksueel misbruik, gooide hoge ogen. Ze wist op te vallen met een stijl die erg rechtuit en vertellend is, zowel wat haar songteksten als haar bindteksten betreft (zoals we tijdens haar voortreffelijke doortocht op Sonic City konden vaststellen). Op haar eerste volwaardige album Beware of the Dogs pakt ze het iets anders aan. De teksten zijn nog steeds vlijmscherp en de hoes is weliswaar even potsierlijk, maar op muzikaal vlak heeft ze toch wat water bij de wijn gedaan.

Op de eerste single (en tevens openingsnummer) “Old Man”, konden we horen dat Donnelly zich op deze plaat af en toe door een volledige band laat begeleiden. Net door die extra manschappen lijken de nummers toch wat minder ruggengraat te hebben vergeleken met wat ze solo aan de dag legde. “Old Man” is namelijk een nummer dat het vooral moet hebben van zijn tekst. De dartele instrumentatie neigt teveel naar dertien in een dozijn indierock. In die tekst neemt ze geen blad voor de mond. Het is een nummer geschreven met Woody Allen in het achterhoofd, waarin ze het gedrag van zulke machtige mannen aanklaagt wanneer ze hun macht gaan misbruiken om de sloeber uit te hangen. ‘Your personality traits don’t count if you put your dick in someone’s face’. Dit soort vrank en vrij taalgebruik dat best een ‘parental advisory’ stickertje kan gebruiken, komt nog meermaals voor tijdens de rest van de plaat.

Het tweede nummer op het album, “Mosquito”, kondigt gelukkig aan dat Donnelly het ook nog steeds solo aandurft. Het is een (opnieuw vrij expliciet) liefdesnummer. Op haar eentje is ze toch vaak nog het best. Haar recepten bestaan uit zeemzoete melodietjes, die door haar doortastende stem en teksten voorzien worden van de nodige pit. “Boys Will Be Boys” is hier een voorbeeld bij uitstek van, want ook al kwam het al bijna anderhalf jaar geleden als single uit, het blijft een briljant en urgent nummer. Naar het einde van het album is ook “U Owe Me”, nog zo’n puntige, meeslepende track die niets dan lof verdient.

Het beste nummer van de hele plaat, met kop en schouders, is ergens in de tweede helft van het album gedropt. Het titelnummer “Beware of the Dogs”, was in solo uitvoering een overdonderend nummer. Met wat extra arrangementen krijgt het een diepere en meer verfijnde atmosfeer aangemeten. De melodie is echter nog steeds even perfect en de onstuimigheid waarmee Donnelly het nummer brengt, is ook nog steeds aanwezig. Dit zal hoogstwaarschijnlijk een van de allerbeste nummers van het jaar blijken. Enkel wat jammer van het erg ongeïnspireerd slagwerk dat op het einde invalt. Dat haalt het nummer toch een klein beetje onderuit.

Alles wat we vooraf van Donnelly hoorden, deed ons reikhalzend uitkijken naar dit debuut. Daardoor kunnen we het niet nalaten op sommige punten wat teleurgesteld te zijn. Sommige songs zijn muzikaal onopvallend en vallen ook wat de melodie betreft wat te licht uit. Bijvoorbeeld in “Season’s Greetings” is de melodie op het infantiele af. “Bistro” heeft een redelijk intrigerend begin, maar verwatert al snel, tot het helemaal nergens meer naar toe gaat. Wanneer een nummer van twee minuten al te lang gaat aanslepen, is dat geen goed teken. Er zijn algemeen gezien toch iets te veel slome momenten te bespeuren.

Thrush Metal was een ruwe en intieme debuut-ep. Op haar eerste volledige langspeler schuift Donnelly meer op naar aaibare dream-pop. In tijden waarin dat praktisch onmogelijk is geworden, klonk ze toch haast uniek. Met deze nieuwe, meer gepolijste en geproducete aanpak gaat dat effect wat verloren. Puik songmateriaal is er op Beware of the Dogs echter nog steeds genoeg. Binnen de lawine aan indie-pop releases springt het er nog steeds uit door de prachtige stem, de kloeke melodieën en vooral de vinnige teksten.

10 maart 2019

About Author

Jan Sucaet


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief