Albums, Recensies

Maisha – There Is A Place (★★★½): Londense underground beitelt zich neer

Op de compilatie We Out Here eerder dit jaar was Maisha al te horen op track één. Nu is hun eerste langspeler uit. Het statement is duidelijk gemaakt, de overgang naar focus op inhoud is wat nu fascinerend wordt. We Out Here gold al als een duidelijk signaal. Negen composities van evenveel collectieven, zowel lokale legendes als nieuwere ruwe diamanten. Er is al enkele jaren vanalles gaande in Londen, en de buitenwereld gaat langzaam op zoek naar welke tekens hierin gevonden konden worden. Zoiets als een who’s who van de beweging bestaat voor ons als buitenstaanders nog niet helemaal. Wel treedt bandleider en drummer Jake Long op deze plaat naar voren en verder ontving Nubya Garcia op sax en dwarsfluit met Nubya’s 5ive vorig jaar al succes en appreciatie.

Geheel binnen de Londense denkwijze komt There Is A Place voort uit eindeloos live samenspel. Maisha levert hier vijf nieuwe nummers met een vaak lange voorgeschiedenis af. Dit creëert ruimte voor zowel samenspel als de individuele muzikanten – vaak binnen dezelfde composities – waardoor het geheel een eclectische grandeur krijgt. Opener “Osiris” begint in medias res en haalt meteen de te verwachten tags aan: spiritual jazz, 60s John Coltrane en Alice Coltrane, Kamasi Washington. Maar dat ze er uniform staan en dit meteen met zoveel zelfvertrouwen brengen, is enkel maar positief.

De collectieve aanhalen laten ze vervolgens uiteenvallen om individuele muzikanten of combinaties van duo’s voor te stellen. Voornamelijk de jazzy afrobeat die in het gitaarspel even naar voren komt om met de meer dominante Afrikaanse ritmes van de drums samen te smelten, is een hoogtepunt. Dankzij deze aanpassingen worden verscheidene boeiende kanten uitgetrokken. Bandleider Jake Long op drums wordt bijgestaan door Tim Doyle en Yahael Camara-Onono – een driekoppige hond vol overgave.

Op “Azure” voel je voor het eerst aan hoe voordelen van live spel en respect voor individuele inbreng ook negatief kunnen zijn. Wel zijn er enkele prachtig subtiel ingehaakte motiefjes die dan weer enkel voort kunnen komen uit eindeloos samen spelen. De tweeledigheid van de plaat wordt hier helemaal blootgelegd. Dat na een minuut of tien de continue terugkeer van de fluit naar een basismotief huiselijk en rustgevend eerder dan vermoeiend begint aan te voelen, bewijst dat de twijfel terecht telkens richting positief mag vallen.

Op diezelfde lijn zijn er hoogtepunten te vinden bij “Kaa” en “Eaglehurst/The Palace” afgewisseld met meanderend democratisch spel. “Eaglehurst” zoekt dissonantie en free jazz op binnen een toegankelijke textuur. Dit wordt mogelijk gemaakt door de weeral fantastische percussie die het relatief simplisme van Garcia’s sax opvullen. De ritmes zijn niet te complex maar strak en uitgevuld. De subtiele evolutie van de patronen houden je aandacht voor de volle lengte vast ondanks het iets minder sterke tweede deel – waarbij de gitaar in ietwat fletse navolging van McLaughlin een solo krijgt. Dit doet duiden op een ongelukkig toeval: de ritmesectie en blazers liggen sterk in de mix en zwellen zo natuurlijk aan vanuit een houterige lucht dat het geheel verwachtingsvol en warm overkomt. Aan de andere kant van dat spectrum blijft de gitaartoon een beetje achter door gebrek aan een ‘vet’ geluid of iets dat kan ankeren.

Er is de wil om tolerant en democratisch te spelen om zo een boodschap over te brengen. Een duidelijk sociologisch kantje dikt een plaat als deze aan, maar dat verhaalt dreigt wel uitgemolken te raken. Al enkele jaren is er een enthousiaste wil van het publiek om naar Londen te kijken, gewoon omdat er duidelijk convictie en geloof in naar voren treedt. Maar nu deze collectieven eindelijk hun welverdiende kans krijgen volledige albums naar buiten te brengen op grotere labels, kan dat enthousiasme dun gaan spreiden.

De manier waarop gespeeld wordt, lijkt iets te veel alle speleconomie te willen ontwijken om warm op te vullen met een overdaad aan energie. Dat die drang om zichzelf te bewijzen op deze manier overgaat in de opbouw van de muziek zelf, is gevaarlijk. Er komt een duidelijk streefbeeld naar voren van een soort sterke kwetsbaarheid op mentaal niveau, inclusiviteit, geven om het heden, collectiviteit en onbeschaamd eerlijk zelfvertrouwen.

De hernieuwde opkomst van spiritual jazz zou een tiental jaar geleden nog bizar hebben aangevoeld. Hoe beeld je je – bijvoorbeeld – in dat uitgesponnen progrock met al zijn grandeur, keyboarduitspattingen en bizarre visies nog eens een remonte maakt? Een dik decennium geleden was een lange, emotionele gitaarsolo nog een doodzonde voor wie aansluiting zocht in de staart van de post-punk revival. Identiteitsbewustzijn is zo enorm geworden dat terugstaren in het gelaat van diepe vragen nu steevast serieus genomen wordt. De antwoorden mogen ver en verspreid liggen en hoe spitsvondiger hoe beter. Het is een opmerkelijke combinatie van openheid met het verwachtingspatroon in te nestelen bij een nieuwe groep. Maar zo lang die nieuwe beweging binnen de dogma’s veel inclusiviteit toont, hoeft dat geen negatieve evolutie te zijn.

Doordat de scene in Londen totnogtoe werd gedragen door deze energie van eindeloos samen spelen in clubs, werden die aspecten op een natuurlijke manier naar voren gebracht in het spel, gewoon door te doen. Maar op een plaat kan deze sociologische insteek prangender worden. Dat muziek soms op de tweede plaats komt na statement is op zich absoluut geen probleem. Wel kan de beginperiode waarin Londen een integere visie had waarbij alles langzaam samen klikte niet meer gebruikt worden als eigen inspiratiebron.

Die onschuldige periode is voorbij. Nu ze zichzelf neerbeitelen is er de noodzaak groepen als Maisha distinct karakter te geven met een bestaansreden voorbij pure wil. Dat kan af en toe haaks gaan staan op de inclusiviteit en het losse samenspel van vele muzikanten, die plots in een zeker keurslijf worden gedwongen. Tegelijk kan het ook noodzakelijk worden sterke figuren collectieven te gunnen waarbinnen visie wordt opgelegd zonder democratie. Stappen worden gezet vanuit uitdagingen en moeilijke momenten. Idiosyncrasie zou kunnen helpen die eclectische uniformiteit te doorbreken.

Vooralsnog slagen ze hier niet volledig in, maar dit is een debuut. Het is een geslaagde overgangsfase en er is zolang aan gewerkt dit punt bereiken, dat Maisha van onze kant nu enorm veel geduld afgedwongen heeft. There Is a Place klinkt enthousiast en draagt alle waarden van de afgelopen jaren in zich mee. En dat betekent nooit minder dan goeie muziek en een hoop wil voor meer. Indien dit nu een afscheid betekent richting moeilijke en fantastische stappen, kan Maisha en Londen de komende jaren moderne geschiedenis gaan schrijven.

16 november 2018

About Author

Rob Proost


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter