Features, Interviews

Interview Kane Strang: “Misschien moet ik eens wat minder negatieve lyrics schrijven”

Kane Streng bracht op 19 mei zijn tweede plaat Two Hearts and No Brain uit. De man is afkomstig uit Nieuw-Zeeland en wist in eigen land al een grote schare aan fans bijeen te rapen. In Europa gaat de verovering wat trager, maar met zijn nieuwste plaat, die nota bene op Dead Ocean uitkomt, zou dat geen probleem mogen zijn. Het bevat vrolijke deuntjes met donkere lyrics in een lo fi-jasje gegoten. Perfect dus voor de liefhebbers van hippe muziek. De man speelde ook op 20 mei in Trix en op 24 mei in Het Wilde Westen. Wij hadden onlangs een gesprek over zijn bandnaam, zijn invloeden en zijn minder positieve teksten.

Waarom heb je gekozen om onder jouw eigen naam muziek te maken?

Ik heb wel een unieke naam en dat klonk niet slecht om te gebruiken. Nu ik meer en meer met mijn band aan het spelen ben, zou het wel logischer zijn om een echte bandnaam te gebruiken. Het blijft wel een soloproject natuurlijk, maar het komt niet enkel van mijn kant dus dat zou wel tof zijn voor de bandleden. De grootste reden om niet onder een verzonnen naam te spelen, is omdat het moeilijk is om er één te bedenken. Als je toch een naam hebt die lekker bekt, waarom niet hé?

Jouw nieuwste plaat verschijnt op 19 mei. Waar zit het verschil tussen Two Hearts and No Brain en Blue Cheese?

De nieuwste is verfijnder en volwassener. Dit keer heb ik voor het eerst met een producer gewerkt. In het verleden deed ik dat allemaal zelf. Hij kende veel meer van muzikale technologie wat er voor zorgde dat mijn muziek voller en beter ging klinken. Er zitten ook veel meer details in de muziek die je maar opvallen na een vierde of vijfde luisterbeurt, wat het boeiend blijft houden.

Heb je de plaat volledig zelf opgenomen of met de band?

De drummer speelde zijn stukken en de gitarist speelde alles wat hij schreef, zelf in. Voor de rest speelde de producer de kleine dingen in zoals enkele synthesizerstukjes maar eigenlijk is het merendeel door mezelf opgenomen.

Hoe probeer je dit dan live te vertalen?

Ik heb een eigen band met drie vrienden uit mijn stad. Wij spelen samen de shows die veel ruwer en steviger klinken dan op plaat. Als ik iets opneem, dan ben ik erg geobsedeerd door de perfecte klank. Het moet helemaal afgewerkt klinken, anders ben ik niet tevreden. Live is dat anders en ben ik wat losser waardoor het wat spontaner klinkt. De tonen zitten ook beter omdat iedereen zijn eigen instrument beter kent.

Was het moeilijker om een tweede plaat op te nemen?

Het was wel moeilijk omdat ik nu op een echt platenlabel (Dead Oceans) zit. Hun bereik is gigantisch waardoor veel meer mensen mijn muziek gaan horen. Het was wel eng om eerlijk te zijn. De nummers worden voor altijd aan mijn naam vastgeplakt, dus als het tegenvalt is dat een blamage voor mijn naam. Na een tijdje realiseerde ik me wel dat ik alleen maar mijn best kan doen. Het is aan de mensen om te beslissen of ze het goed vinden of niet.

Hierdoor voelde ik ook veel druk. Vooral wanneer ik mijn stem opnam. Dat deed ik helemaal op het einde en nam ik zelf op bij mij thuis. Ik maakte ruwe mixen van de songs en in mijn kamer zong ik de vocals in. Op dat moment voelde ik echt een immense druk, het moest echt goed zijn.

Hoe ging je dan om met deze druk?

Ik begon hulp te vragen aan vrienden en familie zodat ik daar niet dingen zat op te nemen die eigenlijk nergens naartoe leidden. Ik mocht het gevoel niet uit de songs zuigen door er te veel over na te denken.

De lyrics van sommige songs zijn erg negatief (“Not Quite”), hoe komt dit?

Muziek is een manier waarop ik dingen verwerk. Wanneer ik een nummer schrijf dat erg triest klinkt, helpt het mij om uit die mood te ontsnappen. Tegen de tijd dat ik die songs opneem of uitbreng, voel ik me niet meer zo, wat op zich wat raar is. Ik heb altijd van donkere muziek gehouden, dat is fijn om te schrijven. Het is niet dat ik een negatieve man ben, ik ben eigenlijk erg teruggetrokken en gelukkig.

Ik denk wel niet dat mijn albums in de toekomst nog steeds zo donker en negatief zullen zijn. Het zijn van die dingen die je maar ontdekt als het al te laat is. Ieder nummer schrijf je apart en als je dan plots de plaat hoort, ontdek je dat het eigenlijk allemaal treurige nummers zijn. Het blijft natuurlijk een leerproces en ik hoop dit in de toekomst niet meer mee te maken.

Toch is de melodie van de liedjes zeer opgewekt en vrolijk. Probeer je hiermee een contrast te creëren?

Ik heb altijd van zo’n soort muziek gehouden. Ik vind het wel charmant als een liedje een erg gelukkig gevoel heeft maar zeer negatieve lyrics. Ik probeer het ook soms andersom. Zo staat er een liedje “It’s Not That Bad” op de plaat dat heel zwaar klinkt maar wel positieve lyrics in zich heeft.

“Oh So You’re Off I See” is het beste nummer van de hele plaat, het heeft verschillende tempowisselingen, hoe ben je daar op gekomen?

Dat is één van de drie nummers die ik samen met mijn band schreef. Ik denk dat het daardoor ook verschilt van de rest, het heeft meer instrumenten in zich. Normaal programmeer ik zelf de drums en geef ik ze door aan de drummer, maar bij dat nummer heeft hij ze zelf geschreven. Daardoor schiet het nummer er ook uit.

De songs op de plaat zijn vooral gebouwd rond één repetitieve klank. Hoe gaat dit precies in zijn werk?

Ik heb niet echt eenzelfde routine. Ieder nummer is verschillend voor mij. Het origineel idee komt snel tot bij mij en dan ben ik lang bezig met het een omgeving te geven. Ik houd van nummers die een bepaalde herkenbaarheid hebben. Ieder liedje moet een basis hebben die herkenbaar blijft doorheen de volledige track en dat probeer ik ook altijd te verwezenlijken. Het is leuk om met muziek rond te wandelen dus als de songs ons wat meenemen. Een gezapige klank die je helemaal meeneemt.

Hoe zorg je er voor dat iedere song toch op zich staat?

Dat ligt vooral aan de ritmesectie. Ik gebruik bij liefdesliedjes een ander patroon dan bij een ander onderwerp. Het is een soort van stappen binnen melodieën. Ik ben zelf geen drummer of bassist dus het verschilt per song omdat ik er niet echt iets van afweet. Meestal krijg ik wel een ‘wtf’ van de drummer als ik hem een ritme voorstel, dus het is niet altijd even correct.

Wie zijn jouw grootste inspiraties geweest?

Er is een album dat mij erg beïnvloed heeft en dat is Crazy? Yes! Dumb? No! door The Mint Chicks. Dat was een band met de Nielson broers waarvan Ruben nu bij Uknown Mortal Orchestra speelt. Die band bestaat nu niet meer, maar het was wel een geweldige liveband die zo’n gigantische invloed had op mij. Daarnaast ben ik voor deze plaat ook naar Elliot Smith beginnen luisteren en heb ik hem opnieuw ontdekt. Ik hou van de manier waarop hij zingt en zijn stem verdubbelt. Het nummer “Everything Means Nothing To Me” zat veel in mijn achterhoofd toen ik aan dit album werkte. De manier waarop de band pas veel later inkomt, heb ik ook proberen te doen.

Zijn er ook hedendaagse bands waar je wel fan van bent?

Ik heb eens met Fazerdaze opgetreden, die vind ik geweldig. Ook Mermaidens is zeker niet slecht. Mijn vriend Adrien heeft een nieuw project genaamd Dummybog waar binnenkort een album van uitkomt. Hij is altijd een inspiratie geweest voor mij.

Om te eindigen, met welke band zou je graag nog eens touren?

Momenteel is Japanese Breakfast aan het touren met Slowdive. Daar ben ik immens jaloers op. Ik ga mij nu ook focussen om bij een grote band het voorprogramma te kunnen doen. Een headline tour is nog moeilijk omdat ik tamelijk onbekend ben. Door zo’n voorprogramma kan ik misschien een groter publiek bereiken!

We wensen je alvast veel succes Kane!

30 juni 2017

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter