Features, Interviews

Interview Chantal Acda “Ik hoop dat mijn muziek mensen meevoert naar iets”

Dag Chantal! Proficiat met je nieuwe plaat Bounce Back! Had je zoveel positieve reacties verwacht?

Nee, ik had eigenlijk verwacht dat niemand zou begrijpen wat ik probeerde te zeggen met de muziek. Da’s een heel tegenstrijdig ding, want ik voelde heel fel in de weken voor het uitkwam dat dat écht was wat ik moest maken en dat dat ook was wat ik wilde maken. En toch dacht ik ‘dat gaan mensen niet snappen’.

Wat had je verwacht dat de mensen ervan zouden vinden?

Wat er nu heel vaak gebeurt in de muziek is dat de muzikanten alles ‘perfectionaliseren’ en elke tien seconden opnieuw beluisteren om te zien of ze het nog beter kunnen spelen en ik ben op zoek gegaan naar iets heel direct. Dus heel veel dingen zijn een keer opgenomen en dat was het dan. Ik ben ook expres daarbij gebleven, bij dat ene moment. Maar ik was bang dat het te rauw zou zijn voor mij. Dat de mensen dat niet zouden snappen, waarom ik dat zou doen of dat dat gevoel niet overgebracht zou kunnen worden in een wereld waarin zoveel wordt bewerkt. Daar ben ik haaks op gaan staan, dus dan is het natuurlijk een beetje spannend.

Op je vorige plaat Sparkle in our Flames heb je onder andere samengewerkt met Peter Broderick en Nils Frahm en nu heb je samengewerkt met Bill Frisell. Vanwaar die keuze?

Goh, ik zie het niet zozeer als dat ik van Nils naar Peter naar Bill ben gegaan. Ik schrijf nummers en elke keer opnieuw denk ik ‘wat hebben die nummers nodig?’ Ik was aan het schrijven, en da’s gewoon heel instinctief, ik hoorde zijn klank. En dan heb ik hem gewoon gevraagd. Bij mij vertrekt dat meer vanuit die muziek. Je zoekt de mensen bij elkaar die de muziek nodig heeft. Ik zie vaak om mij heen dat muzikanten werken met de mensen die ze om zich heen hebben of die er eigenlijk altijd voor hun zijn. En ik ben daar, ik weet dat ook, ik ben daar hard in. Ik vind dat die muziek de keuze moet maken en niet ik. En dat gaat helemaal niet om de persoon die ik wel of niet kies, maar puur om wat die muziek vraagt.

Wat zou je gedaan hebben moest Bill geweigerd hebben?

Dan had er geen extra gitaar op gestaan. Want die klank is voor mij niet te vervangen, da’s heel specifiek. Dan was er iets anders in de plaats gekomen of helemaal niets. Ik dacht zelfs niet na over de mogelijkheid of hij het wel of niet zou doen. Ik dacht: ‘ik ga hem gewoon vragen want ik hoor hem’. En ergens heb ik dan de naïviteit om te denken dat dat wel goed komt. (lacht)

De hoes van Bounce Back is een foto van Libelia De Splenter. Hoe ben je bij haar terecht gekomen?

Wij zijn Facebookvriendjes. Da’s wel bizar, omdat ik een plaat schrijf over direct contact en een soort van verval daarvan via social media, is het wel via Facebook dat ik die foto voorbij zag komen die ze had gemaakt toen ze ’s ochtends aan het wandelen was. Ik had meteen zoiets van ‘da’s de cover van mijn plaat’. Dus ik heb haar ook meteen een berichtje gestuurd en ze vond het wel een goed idee.

Je album is een ode aan de menselijke verbondenheid. Sta je sinds het maken van het album op dat vlak dan anders in het leven?

Ja, het is een plaat die gaat over verbondenheid, maar hand in hand gaat het ook over het loslaten van verbondenheid als het niet meer goed is. Ja, het heeft mij wel veranderd. Het is een hele grote zoektocht geweest. Ik voel gewoon dat de wereld helemaal anders is dan 20 jaar geleden waarin ik ben opgegroeid. Ik vind het heel heftig ook als je bijvoorbeeld naar het nieuws kijkt. We worden bekogeld met nieuws, maar de helft klopt daar niet van. Waar is nu eigenlijk die directheid naartoe van informatie? Wat doet dat met ons als mens, als vrienden en als lief en als familie? Ja, je hebt die social media, maar mensen zijn ook zo detached op een bepaalde manier. Je hebt de likejes, maar je gaat geen koffie meer gaan drinken, snap je. En ik ben daar zelf ook wel naar gaan zoeken. En niet als een soort van ‘ja ik vind dat wij dat allemaal anders moeten doen’, maar ik wou op een hele specifieke manier met mensen met wie het juist voelt of mensen op straat contact maken in plaats van met mijn hoofd naar beneden naar de grond lopen omdat ik angstig ben dat er nepnieuws verteld wordt. Dat hangt allemaal samen en dat heeft me zeker wel beïnvloed. Ik ben veel bewuster daarvan. Ik heb ook veel vriendschappen laten schieten. Da’s de andere kant ervan. Omdat ze niet goed voelden voor mij en ik daar eigenlijk heel lang overheen heb geleefd. Ik heb nu ruimte om iets anders op te bouwen. Dus da’s toch wel een verschil.

“Fight Back” heb je geschreven na de aanslagen in Brussel en gaat over dat we moeten terugvechten met meer contact. Had je dan ook het gevoel dat je met sommige mensen te weinig contact had?

Ja, zelfs met onbekenden. De aanslagen gebeurden en ik was in shock. Ik ben iemand verloren die ik kende in de metro en het was ook nog eens de verjaardag van mijn dochtertje die op school zat waar ze niet uit mocht en dan loop je door de straten en je voelt gewoon de bedruktheid van de mensen en de angst en het letterlijk naar beneden kijken. Maar dat was ervoor ook heel erg aanwezig. En ik dacht, er moet toch iets anders zijn? Hier eindigt het toch niet? Dit is niet de manier waarop ik verder wil. Die beweging van angst en het elkaar uit de weg gaan, daar geloof ik niet in. Ik ben toen de dagen erna de straat op gegaan om gewoon te lachen naar mensen op straat. En wat je dan terugkrijgt, da’s fantastisch. Je hebt ineens begrip voor dingen waar je vraagtekens bij had. Ik geloof echt dat als je gewoon eens iemand vastpakt en met een open blik communiceert, dat je veel meer bereikt. Dat directe wilde ik terugzoeken met dat liedje.

En vind je dat je daar dan in geslaagd bent? Denk je dat jouw plaat mensen zal aanzetten tot iets?

Gho, ik hoop in eerste instantie dat mensen die de plaat horen in contact staan op het moment van het luisteren met zichzelf. Dat ze heel even naar iets anders getrokken worden en een ander wereldje voelen. Da’s al heel fijn. Ik hoop dat het mensen meevoert naar iets. Maar ik heb geen controle waar het naartoe gaat natuurlijk.  Ik heb niet het gevoel dat ik met die plaat een wereldverbeteraar wil zijn. Het is meer een soort zelfonderzoek voor mij geweest. Ik heb maandenlang bijna niemand gezien. Ik heb bijvoorbeeld met mijn hond gewandeld en heel veel reflectie gedaan, gelezen en nagedacht. En dan is het ook nodig om die afstand te kunnen hebben om naar iets te kijken en er niet in te blijven zitten. Maar dat was wel echt wat ik moest doen, want ik liep echt verloren. Het is zo makkelijk om een oordeel te vellen zonder dat je eigenlijk ooit contact hebt gemaakt. En daar wilde ik voor mezelf echt vanaf, van die oneerlijkheid. Naar mijn gevoel ben ik daar wel een stapje verder in geraakt.

Hiervoor heb je een aantal huiskamerconcerten gespeeld. Er is vast een groot verschil met in een zaal spelen?

Ja, in een zaal is het veel minder belastend en veel minder eng. Da’s raar hé, want veel mensen denken dan ‘oei’. Ik weet niet of mensen dat beseffen, maar dat is echt heftig om in een huiskamer te spelen, want in een zaal heb je heel veel dingen zoals een klankman die alles mooi kan laten klinken en licht en je ziet het publiek niet. Al die directheid, die is daar eigenlijk veel minder. Terwijl in iemand zijn huiskamer, dat was vaak ook bij mensen die ik niet kende, dan kom je in je eentje in een volle huiskamer waar je niemand kent, da’s super direct. Je kan niet even backstage gaan zitten en je afsluiten, nee. Da’s echt er helemaal ingaan. Dat heeft de muziek wel mee gevormd. Ik ben met incomplete nummers in de huiskamers begonnen en echt met een vorm eruit gekomen.


Bill Frisell

Je staat deze zomer op Dranouter. Zijn er nog andere zomerplannen?

Ja, Jazz Middelheim. Daar ben ik heeeeel blij mee. Daar mag ik ook met Bill Frisell spelen dus da’s helemaal feest. En ik vind het ook wel speciaal, want ik ben helemaal geen jazzmuzikant, om daar dan te mogen staan. Ik heb er wel zin in. Om een of andere reden hebben de mensen het idee omdat de plaat rustig is dat dat live ook zo is, maar dat is helemaal niet het geval (lacht). Dus wij hebben echt keiveel zin om nogal luide festivals te spelen.

Heb je nog muzikale dromen?

Ik ga binnenkort iets doen met een koor, waarbij de nummers helemaal anders ingekleed worden. Dat zou ik graag heel erg uitgebreid zien. En ik zou ook nog graag iets Nederlandstalig maken. Een keer onderzoeken hoe dat zit met die taal voor mij en wat dat doet. Dat lijkt me heel avontuurlijk.

Voor de volgende plaat misschien?

Ja, voor de volgende plaat, zou heel goed kunnen! Ik zie het nog wel gebeuren eigenlijk (lacht).

We kijken er al naar uit! Bedankt Chantal!

3 juni 2017

About Author

Julie Heyvaert


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter