Albums, Recensies

Joni Void – Selfless (★★★★½): Filmische vertolking van een cryptische wereld

Sommige artiesten weten met wat materiaal en een schat aan ideeën, een compleet nieuwe wereld te scheppen. De Canadees Jean Cousin heeft onder pseudoniem Joni Void, dit weten te vervullen op zijn debuutalbum. Selfless is een duistere trip waarbij de grenzen tussen genres gewoonweg onbestaande zijn. Op dit album neemt hij ons mee in een rijke gedachtenwereld die tot de boord gevuld is met ideeën en geluiden, maar waar overdaad nooit de bovenhand neemt.

Al vanaf de opener “Song Siènne” wordt het ambientkarakter van dit album zachtjes, maar steevast ontluikt. Uit de robuuste, vibrerende geluidsgolven wordt een pianomelodie ingeleid van impressionistische en minimalistische aard. Het doet een beetje denken aan de composities van Erik Satie, maar dan bekleed met gitzwarte texturen en desoriënteerde geluidsopnames. Zwevend tussen de diep verzonken pianolijn en de gedempte menselijke geluiden, worden we ontkoppeld van de wereld.

Toch biedt deze plaat ook een menselijke factor. De titel Selfless is niet zomaar gekozen. Op een groot deel van het album nodigt Joni vrienden uit om uiteenlopende bijdragen te maken. Onder de begeleiding van de experimentele instrumentatie die groeit uit “Song Siènne”, brengt een vriendin een gedicht op (het met trip-hop gefuseerde) “Observer (Natalie’s Song)”. De combinatie van poëzie en abstracte elektronica is een bijzonder interessante wisselwerking die de bevreemding alleen nog maar versterkt.

Andere vrienden brengen dan weer compleet andere bijdragen. Op “Empathy (Ayuko’s Song)” worden de zachte vocals verknipt, vervormd en bewerkt. De ijle stem spint zich zowel complementair als tegendraads uit over het ritme van de zachtere begeleiding. Laat je echter niet misleiden, tussen de verrassende geluiden en de dromerige keyboards, rust er een onmetelijke spanning. De geluiden die ons soms zo bekend zijn (denk aan vallende munten en deurbellen), worden aaneengeschakeld in IDM-pareltjes. Dat wordt zelfs nog meer uitgespeeld naarmate de stemmen gaan liggen en de klokslagen op “Aesthetics of Disappearance” zich in een kriebelig web organiseren. Op dit punt zitten we al met een totaal ander gamma aan ideeën dan de openingstrack. Joni Void heeft oor voor de ‘banale’ geluiden in onze wereld en weet hier creatief mee om te springen. Zo weet hij op “Doppler” zelfs de sirenes van een ambulance in een mysterieus muziekspel te verwikkelen.

De dynamieken kunnen ook anders liggen. Met een klik van de filmprojector, horen we doorheen het geratel uitgewassen, maar bombastische filmische klanken op “Cinema Without People”. Op het ritme van de projector stapelen ze zich op naar een uit de kluiten gewassen technonummer. Het wordt op zo’n visuele manier uitgevoerd dat het zich perfect mengt met de sfeer van het eerste deel van het album. Joni uit zijn vaardigheden die hij leerde op de filmschool niet alleen op beeld, maar ook op muziek. Niet enkel op de directe wijze zoals in de hierboven beschreven track, maar vooral in de beelden die hij oproept door zijn composities.

Het uptempo momentum dat bereikt is, krijgt een vervolg met “Yung Werther (Ogun’s Song)”. Met een freestyle rap die Joni Void ontving op z’n gsm, wordt er een fors hiphopnummer gebouwd. De gespierde uitvoering van Ogun krijgt een extra experimentele zijde door de gedesoriënteerde begeleiding. De intensiteit bereikt een kookpunt en wordt uitgesmeerd over de gitzwarte doemende noise op “Abjection”. Slome krakende bassen en glitchy percussie, het zijn twee elementen die verrassend mooi in elkaar klikken.

Wanneer Selfless zijn einde nadert, krijgt het gek genoeg een exotisch en zelfs dansbaar kantje… Onder een beat die rechtdoorzee gaat, masseert Joni de vocals van Kyla op “Disassociation (Kyla’s Song)” tot een repetitief pompend werk waar onze schouders spontaan van los komen. Dat was wel even nodig na de intensiteit van het zwaar album dat erop leunde. Toch verliest Selfless hier niet aan identiteit. Integendeel, het verrijkt alleen maar de wereld die hier gecreëerd wordt.

Op een verbazingwekkende manier worden de capaciteiten van Joni Void nog één keer tentoon gesteld op “Agnosia”. Hij is een meester in de microsampling. Samples worden niet gebruikt om de blauwdruk van een werk te bepalen, maar hij neemt een zodanig klein element hieruit dat het onherkenbaar wordt. Het wordt met een hamer verbrijzeld en bedachtzaam als een mozaïek ineen gepuzzeld. Moesten we deze plaat niet met een aandachtig oor geluisterd hebben, zou het feit dat Suzanne Vega’s “Tom’s Diner” hier gesampled werd, ons ontgaan zijn. Werkelijk alles weet hij in een nieuwe context te verwerken.

Met het collagewerk op “Deaf (No More Songs)” krijgen we nog eens het volledig album in 60 seconden samengebald. Het is een synopsis van de tot in de puntjes afgewerkte wereld. Gewapend met een levendige creativiteit, een neus voor samples en de inbreng van vrienden, breekt Joni Void de muren tussen uiteenlopende genres. Selfless is een ijzersterk debuut, een huzarenstukje van een artiest die het visuele weet te verwerken in zijn duister muzikaal universum.

9 mei 2017

About Author

Jan Kurvers


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief