
© Alan Velasco
Een harp, een hoorn en een koortje van vier zangeressen: voor Days haalde John Darnielle heel wat volk naar de studio. Het vierentwintigste studioalbum van The Mountain Goats verscheen amper negen maanden na Through This Fire Across from Peter Balkan, en begon ooit als ‘Grunges’, een geplande opvolger van Goths uit 2017. Darnielle schreef de nummers terwijl zijn vrouw twee weken van huis was, net zoals destijds bij All Hail West Texas. Het resultaat is een plaat vol muziekgeschiedenis: Layne Staley, Candlebox, Annie Haslam, Venom en het beruchte Woodstock ’99 passeren allemaal de revue. Hoe giet je zo’n weelderige plaat in een liveversie met drie man op het podium? Het antwoord kwam in De Centrale, waar Democrazy de Amerikanen naar Gent haalde. België werd dus niet overgeslagen, en dat mag je gerust een meevaller noemen.
Eerst was het de beurt aan Craig Finn. De man uit Minnesota, al jaren thuis in New York, maakte als frontman van Lifter Puller en vooral The Hold Steady, met wie hij negen studioalbums opnam, naam als een van de strafste vertellers uit de Amerikaanse indierock. Solo is hij bezig sinds 2012, en zijn nieuwste worp Always Been volgt een man die geestelijke wordt zonder te geloven. Vier spots, twee blauwe en twee gele, volstonden om hem en zijn sidekick Nelson Devereaux in beeld te brengen. Die laatste wisselde tenorsax, dwarsfluit en keyboards af en gaf de nummers zo, meestal subtiel, wat meer body. Finn is een verteller zoals ze ze tegenwoordig niet meer maken, en live worden zijn verhalen nog uitgebreider: “The Amarillo Kid” kreeg vooraf nog tekst en uitleg, en ook bij “Bethany” schetste hij het verhaal van die priester die niet in God gelooft wat uitgebreider. Ook al stonden ze maar met z’n tweeën, de intensiteit van “People Of Substance” bleef overeind alsof er een volledige band achter stond. Tussen al die ingetogen vertelsels stak “Messing With The Settings” er nog net bovenuit; de melancholische ondertoon kroop daar iets dieper onder de huid. Een verteller en een saxofonist. Meer was er niet nodig.
Waar Finn het van zijn woorden moest hebben, mocht er bij The Mountain Goats meteen wat meer klank door de oude hal. Op de tonen van “Run Free” van Soulwax, een Gentse knipoog die we wel konden smaken, wandelden Darnielle en zijn bende het podium op. Even later weerklonken de folkklanken van “Clemency for the Wizard King”, en met “Crying on Eddie Nash’s Grave” erachteraan opende het trio met twee nieuwe tracks. Al snel werd duidelijk, en dat bedoelen we met het grootste respect, dat de heren zich in een saloon waanden. Multi-instrumentalist Matt Douglas nam elk instrument ter harte en deed ermee wat hij wilde, terwijl Jon Wurster achter de drums plaatsnam. Alles klonk spontaan, alsof ze een handvol deuntjes los uit de pols afwerkten. Soms zag je Darnielle over zijn schouder kijken, alsof hij een verkeerde drumfill of een valse noot had opgevangen.
Na een klein halfuur bleef Darnielle alleen achter. Het solodeel maakte de avond intiemer en liet meer ruimte voor waar de man om bekendstaat: vertellen. Duister of depressief werd het nergens. Er was plaats voor een grapje links en rechts en voor het verhaal van hoe The Mountain Goats ooit ontstond. Daarna volgde in “Alpha Omega” een gedicht met akoestische gitaar, en zo toonde hij een streepje van de oude, meer punky troubadour. Halverwege “Younger” keerden Wurster en Douglas terug. Een onverwachte cymbaalplof zette iedereen weer bij de les, en toen Douglas zijn sax door de zaal liet klieven, begonnen hier en daar mensen spontaan te dansen.
Het derde luik toonde nog een ander gezicht. Met aritmische drums en een improviserende sax leek het jazzhoofdstuk aangebroken, en dat zei vooral iets over de veelzijdigheid van de drie heren en het arsenaal aan composities waaruit ze kunnen putten. “Days” dreef weg op dezelfde golven en schakelde nog een versnelling lager. “Deuteronomy 2:10” zakte daarna helemaal terug tot een ingetogen ballade, waar Gent eventjes muisstil van werd. Door die afwisseling zat er een aangenaam reliëf in de set, al bleef de barband nooit ver uit de buurt. Op de altcountryriedeltjes van “Shallow Grave” gingen enkelen opnieuw aan het dansen, en Darnielle leefde zich zichtbaar uit op de energie die uit de zaal kwam.
Waar humor en donkere teksten het dichtst bij elkaar kwamen? Tijdens “Charlie Sheen Reaches Out to the Feds”, de single waarmee Days in mei werd aangekondigd. De aanstekelijke rocker vertelt het bizarre verhaal van Charlie Sheen en een Japanse horrorfilm die hem volledig van de kaart bracht. Het legde de vinger op het gekke kantje van de band, maar Darnielle toonde zich een gelouterde frontman: de hele zaal ging mee. De zaal zelf hielp een handje. De belichting bleef summier en vooral blauw, waardoor de industriële hal soms als extra decorstuk opdook, en onder die immense stalen balken en torenhoge plafonds zat het geluid haast perfect.
“This Year” joeg daarna een wind van energie door De Centrale. De handen gingen op elkaar, het refrein werd luidkeels meegezongen, en Darnielle liet de zaallichten aanzetten omdat hij wilde zien voor wie hij speelde. Wij zagen vooral gezichten die niet ontgoocheld naar huis zouden gaan. Uitbundig was het publiek de hele avond nooit geweest, maar om het trio terug te roepen werd geen moeite gespaard. Die bisronde werd een doorslag van de set: nog een keer langs de jazzclub, nog eens binnenspringen in de saloon en nog één keer helemaal los op “No Children”, dat als stevige stamper door de hal denderde. Een plaat vol harp en koortjes bleek op het podium dus helemaal geen harp en koortjes nodig te hebben. The Mountain Goats is vandaag een band die niets meer hoeft te bewijzen en toch blijft zoeken naar verhalen om te vertellen.





