
CPU – Joost Van Hoey (archief)
Met het einde van de Lokerse Feesten al in zicht, was het op de voorlaatste dag tijd voor een klepper van formaat, in de vorm van Lenny Kravitz. De Amerikaanse rocker was vanzelfsprekend de grote publiekstrekker en zodoende werd er op het hoofdpodium ook geopteerd voor een iets kortere dag in vergelijking met de anderen. Zo stonden er op de Mainstage met Emmy d’Arc en DE’WAYNE nog twee acts op de planken voor het aan Kravitz was, terwijl Ilse Liebens er daarna nog voor een dj-set optekende. Wie daarna nog wat verder wilde feesten kon ook nog in Club StuBru terecht, waar er tot vijf uur ’s ochtends nog wat dj’s op het programma stonden.
Emmy d’Arc @ Mainstage

© CPU – Jan Van Hecke
Emmy d’Arc mocht om acht uur de spits afbijten en dat deed ze zoals we intussen wel al van haar gewoon zijn. De Limburgse stond helemaal alleen op het podium, met enkel haar akoestische gitaar en een basdrumpedaal. Bijgestaan door haar intense stem, bracht ze typische singer-songwriternummers, die er helaas niet altijd in wisten te slagen om een reeds op Lenny Kravitz-wachtende menigte te interesseren. Dat bleek ook uit de vele pratende mensen en het weinige enthousiasme dat het publiek kon opbrengen toen de zangeres met hen in interactie probeerde te gaan. Nadat ze verklaarde dat Kravitz vermoedelijk ergens op de wc zat backstage, kreeg ze het publiek wel even aan het meeklappen met haar basdrum, om vervolgens een nummer te brengen op een geheel ander tempo, wat ervoor zorgde dat die meewerkendheid meteen ook weer verdween. Met “Troy” van Sinéad O’Connor als knappe afsluiter, palmde ze het publiek uiteindelijk wel nog volledig in, al was dat misschien wel te laat. Met haar slotakkoord kreeg het publiek al wel wat warmer voor DE’WAYNE, die een half uur later al zijn opwachting maakte.
DE’WAYNE @ Mainstage

© CPU – Jan Van Hecke
Het publiek was dus al warm en DE’WAYNE stuwde de temperatuur met zwoele dansbewegingen en een funky Prince-achtig openingsnummer nog wat omhoog. De Amerikaan toonde zijn muzikale veelzijdigheid door niet veel later van een primerende groove over te stappen naar wat meer rechttoe rechtaan rock-‘n-rol. De zanger vroeg het publiek of het ook The Stooges kende, waarna een wel erg lauwe reactie volgde. Toen Iggy Pops naam viel, was dat gelukkig een ander verhaal, waarna we een strakke “I Wanna Be Your Dog” kregen, waarbij DE’WAYNE even een wormachtige beweging maakte op de podiumvloer terwijl zijn gitarist er een ferme solo tegen aansmeet. Zijn set verviel daarna helaas in een hoop poppunkachtige opeenvolging van nummers, die over het algemeen meer plat dan boeiend was. Voor het absolute slot werd de funk en groove gelukkig nog teruggebracht en zo verliet DE’WAYNE het podium met de nagelaten indruk dat hij vooral veel muzikale belofte toonde.
Lenny Kravitz @ Mainstage

© CPU – Jan Van Hecke
Nadat Editors de dag voordien aan zijn headlineset moest beginnen om kwart na elf, konden we eigenlijk niet klagen dat Lenny Kravitz om tien voor elf ‘al’ aan de zijne begon. Dat deed hij overigens knallend, met het rockende “Bring It On” als toepasselijk openingsnummer. Er zijn er maar weinigen die rock en catchyness zo goed met elkaar kunnen verweven als Kravitz en dat bewees hij meteen daarna ook met “Dig In”. De Amerikaan stond daarna voor het eerst even zonder gitaar op de bühne voor “TK421”, waarvoor hij met veel plezier zijn eerste zwoele danspassen van de avond bovenhaalde. Die mocht hij niet veel later alweer opbergen, want hij verstevigde de groove van het lied door zelf ook de basgitaar ter handen te nemen, terwijl ook de sax voor een gloeiend muzikaal gevoel zorgde.
Met de door piano aangedreven ballad “What The … Are We Saying” werd even wat gas teruggenomen en dat zorgde ervoor dat die heerlijke riff van het daaropvolgende “Always On The Run” des te harder binnenkwam. De eerste hit van de avond leverde ook meteen een zee van telefoonschermen op over de festivalsite, waar je tijdens het optreden van Kravitz in het beste geval een centimeter of twee opzij kon bewegen. Craig Ross was daabrij ook de Slash van dienst met een fenomenale gitaarsolo, zoals hij er doorheen de avond wel nog meerdere speelde.
Het is intussen al jarenlang geweten dat Kravitz een ander tijdsbegrip heeft dan de meeste mensen en dat resulteerde ook deze keer weer in een voor velen te lange bindtekst en even later ook een erg lang uitgerokken “Stillness Of Heart”, waar behalve weer zo’n geniale solo van Ross eigenlijk niet zo veel aan was. Gelukkig kregen we daarvoor wel nog de leuke hit “I Belong To You”, dat voorzien werd van een erg bluesy solo.

© CPU – Jan Van Hecke
De Amerikaan nam ook wel de tijd om volledig in interactie te gaan met zijn publiek en dat leverde enkele grappige taferelen op, telkens met dezelfde dame, die Kravitz aanraadde zijn shirt uit te doen. Ze kreeg haar zin niet, maar de zanger droeg het zwoele “Honey” wel aan haar op. Hij maakte vervolgens weer de overstap naar stevigere rock met “Beyond the 7th Sky”, om vervolgens uit te wijken naar uptempo dansnummers zoals “Low” en het altijd fijne “The Chamber”. Met het slotoffensief al in zicht besloot Kravitz dat zijn volledige band wel nog uitgebreid voorgesteld moest worden, om het publiek daarna voor zijn geduld te belonen met “It Ain’t Over Till It’s Over”, die zoals iedere andere hit werd meegezongen. Ross haalde zelfs nog even de elektrische sitar boven voor “Again”, maar dat zal door de plaatsing van het nummer tussen “It Ain’t Over Till It’s Over” en “American Woman” helaas misschien wel gauw vergeten worden. Bij die laatste bleven de grote schermen helaas zwart, al deed dat gelukkig niets af aan de fantastische uitvoering van het nummer.
De schermen werkten gelukkig wel weer toen “Fly Away” en het meegebrulde “Are You Gonna Go My Way” de revue passeerden en toen Kravitz daarna van het podium ging, wist geheel Lokeren eigenlijk al wat er nog komen zou. Naar goede gewoonte bracht de Amerikaan weer een ellenlange versie van “Let Love Rule”, die op een vreemde manier toch ook nooit verveelde, maar waarvan je je toch ook afvraagt waarom het in godsnaam zo lang wordt uitgerokken. Kravitz wist gelukkig wel wat te doen met die tijd en ging het publiek in, waar hij onder meer wat foto’s en albums signeerde, terwijl het publiek vrolijk verder bleef zingen. Lenny Kravitz en zijn band gaven op de Lokerse Feesten een show zoals we die hem al zo vaak hebben zien geven, met zowel stevige rockers, dansbare nummers, een heerlijke groove, knappe ballads en veel liefde.
De voorlaatste dag van de Lokerse Feesten stelde niet teleur, voornamelijk door een overtuigende en onderhoudende Lenny Kravitz. Ook DE’WAYNE en Emmy d’Arc lieten met vlagen mooie dingen zien en horen, maar konden niet ten alle tijden hun muzikale kunnen volledig tentoonstellen.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Alle recensies van Lokerse Feesten lees je hier.





