In 2024 verscheen Friko bij heel wat muziekliefhebbers uit het niets op de radar. Want wie debuutplaat Where we’ve been, Where we go from here een paar keer had laten bezinken, voelde al dat er iets broeide dat groter was dan de gemiddelde buzzband. Die plaat ontving overweldigende recensies (van Pitchfork tot NME), vond zijn weg naar eindejaarslijstjes en zette de Chicago-band op de radar van zowat iedereen die het woord ‘indie’ nog een beetje serieus neemt. Nu is er (eindelijk) Something Worth Waiting For, een titel die misschien een beetje klinkt als uitstelgedrag, maar eerder voelt als een bevestiging: Friko barst van de ambitie.
Die ambitie spat van het album af, want net als op de voorganger schieten de invloeden en stijlwisselingen weer alle kanten op. Neem alleen al openingsnummer “Guess”: een gruizig, lo-fi aandoend nummer waarin zanger Niko Kapetan meteen de aandacht naar zich toe trekt met een flinke portie drama, om vervolgens open te barsten in iets wat eerder tegen noiserock aanschurkt dan tegen lieflijke indie. Op leadsingle “Seven Degrees” laten de Amerikanen die intensiteit vervolgens weer los: een met melancholie doordrenkt folkpopanthem dat wel heel makkelijk dagen in je hoofd blijft hangen.
Meer van die melancholie vind je op “Alice”, een beeldschoon liedje dat leunt op een pianomelodie van gitarist Korgan Robb, die zich samen met bassist David Fuller rondom de debuuttour bij de band voegde. Tot dan bestond Friko enkel uit Niko Kapetan en Bailey Minzenberger. Het resultaat is een song waarin de band precies laat horen waar haar kracht zit: weelderige melodielijnen, samenzang en arrangementen die rijk, maar nooit té vol aanvoelen. Al durft Friko soms ook te overdrijven. Op “Certainty” gaat de band net dat stapje verder richting het theatrale, met Kapetan die als een soort musicalverteller een verhaal over ontsnappingsdrang neerzet. Voor sommigen een meeslepende trip, voor de ander net iets te veel van het goede. Niet gek, als je in acht neemt dat de band voor Something Worth Waiting For samenwerkte met producer John Congleton, bekend van zijn werk met onder meer Angel Olsen en St. Vincent – allerminst artiesten die het emotioneel klein houden.
We vergeven het de band dat ze soms wat hooi op de vork neemt, want die bewijsdrang komt op Something Worth Waiting For vaak juist goed van pas. De stuwende, gelijknamige titeltrack is het meest intense gitaarnummer op de plaat, maar houdt zich staande door steeds net op tijd van koers te veranderen, waardoor je continu op het puntje van je stoel blijft zitten. Tempowisselingen, uit de bocht vliegende gitaren en een verstillend slot: Friko is bij momenten veel, maar dat ‘veel’ werkt met vlagen in zijn voordeel.
Slotnummer “Dear Bicycle” kiest daarna een heel andere richting en klinkt eerder hypnotiserend en mijmerend, alsof de band aan het eind van de rit nog net wat adem over heeft gelaten voor het mooiste moment van de plaat. Een song die blijft hangen in zijn eenvoud, en tegelijk precies laat horen waar Friko sterk in is: liedjes schrijven die blijven plakken in je geheugen. Het mag alleen nog ietsje beter leren doseren. Maar goed, dat is misschien ook de prijs die je betaalt voor een band die zich zonder schroom door de rafelranden van de Amerikaanse indie beweegt, ergens tussen Arcade Fire en Modest Mouse in.
Something Worth Waiting For is uiteindelijk vooral een plaat die nergens echt op safe speelt. Friko zoekt voortdurend de randen op van zijn eigen geluid en laveert daarbij tussen uitbarsting en verstilling, soms binnen één en dezelfde song. Niet alles is even strak of gepolijst, maar precies dat geeft de plaat zijn nervositeit en urgentie. Het is een band die duidelijk groter denkt dan zijn debuut en liever risico neemt dan herhaling serveert, ook als dat af en toe schuurt.
Ontdek “Dear Bicycle”, ons favoriete nummer van Something Worth Waiting For in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify






