
© Kurt Liefsoons
Wouter Thijssen brengt met zijn album Broer een muzikale ode aan zijn broer Wille. Een album dat gaat door merg en been. Een waar kunstwerkje van menselijke en muzikale emotie. Daar moet je als interviewer eigenlijk met je handen van afblijven, want de plaat spreekt letterlijk en figuurlijk voor zich. Toch zochten we Wouter op voor een gesprek. Om het kunstwerk Broer te eren en een breder podium te bieden. Om het in een context te plaatsen van tijd, omstandigheden en gebeurtenissen. Het gesprek werd bijna net zo menselijk intens als de plaat zelf.
We zitten in Bar Bakeliet. De wind waait guur door de straten van Borgerhout. Maar binnen is het warm en knus. Met vintage meubels, oude bierreclames en opvallende posters van Morrissey en The Smiths. Uit de speakers volgt de ene new wave song na de andere. We wanen ons een beetje in de duistere jaren tachtig. Een meer toepasselijke plek had Wouter niet kunnen kiezen. ‘Meer dan de helft van de plaat gaat over mijn kindertijd samen met mijn broer Wille, ergens aan de rand van Hasselt. Alles speelt zich af in de eighties en de vroege jaren negentig.’ Dat lijkt een lange tijd geleden, maar de teksten zijn bikkelhard en glashelder. ‘Door het filter van de tijd krijg je sowieso een soort mythologisering van het verleden. Zeker ook door het in rocksongs te gieten. Maar ik wilde uit die tijd destilleren wat zowel artistiek, maar ook fascinerend was.’
Om het verhaal en de songs rond Wille te duiden geven we even een situatieschets. Vader en moeder Thijssen-Goffin kwamen uit twee zeer conservatieve en katholieke dorpjes in Haspengouw. Ze verhuisden na Wouters geboorte naar Schimpen, bij Hasselt. Wille werd geboren in 1971 en overleed in 1993 door een tragisch ongeluk. Wouter is vier jaar jonger. Hij is het die nu, hier in Antwerpen, alsook op de plaat, met veel liefde over zijn oudere broer spreekt. ‘Wille was een punker. Een rusteloze ziel, die extreem gevoelig was voor onrecht en een hekel had aan burgerlijkheid.’ Wouter weegt wat hij zegt, maar is heel oprecht in zijn woordkeuze. ‘Het was een heel unieke jongen eigenlijk, achteraf gezien. Hij zal altijd mijn grote broer blijven, ook al ben ik nu een stuk ouder dan hij ooit is geworden.’ Hij schakelt terug naar zijn vroege jeugd. ‘Wij waren al op ontzettend jonge leeftijd into kabaal. Dat begon met de hardrock van de begin jaren 80: KISS, AC/DC, Iron Maiden, Michael Schenker, al die dingen. Hij was tien, elf jaar en ik, reken maar uit, zes of zeven. Wij luisterden continu naar die platen. Maar waar ik er tot mijn vijftiende in bleef hangen, is hij in zijn pubertijd vrij snel into hardcore punk geraakt. Dus in extreme punk, met de hele ideologie erbij.’ Voor wie er een beeld bij wil hebben, kijk eens naar de video’s van de eerste twee singles “Wille” en “Wondermooie Rotzooi”. Duidelijk en oprecht, noemen we dat.
Het decor van ons gesprek bevindt zich in de buurt van het ouderlijk huis in Hasselt. ‘Daar was een heuse scene met een aantal punkcafés zoals De Suburb en De Witte Non. En in Aarschot was er de Hageland Hardcore scene met veel hardcore punkbands. Hoe hij daarin verzeild raakte? Wille ging eigenlijk steeds extremere metal opzoeken. Eerst was er de thrash metal met de vroege Metallica, Megadeth, Anthrax. Die hadden ook wel wat affiniteit met punk en hardcore. En er zaten soms ook al politiek getinte boodschappen in. Uiteindelijk belandde hij bij de echte anarcho-punk. Waarbij de muziek meer een vehikel was om de ideologie uit te dragen.’ Lachend: ‘Voor mij was dat echt kabaal.’

© Kurt Liefsoons
Want Wouter en Wille waren dan wel broers, maar niet uit hetzelfde hout gesneden. ‘Wille stapte de wereld in. Hij wilde dingen in gang zetten en veranderen. Hij was altijd druk bezig. Hij schreef een punkmagazine, maakte pamfletjes en organiseerde betogingen, bijvoorbeeld tegen Pelsland en Shell. Die laatste werd in die tijd gelieerd aan apartheid. Hij zat ook om de haverklap in Nederland, ondermeer voor de krakersscene in Eindhoven. Maar wij wisten vaak niet waar hij precies uithing. Maar hij was wel altijd druk bezig.’ Wouter neemt nog rustig een slok en leunt achterover. ‘Ik was een heel ander type, meer introvert. Ik zat meestal in mijn kamer te dromen over een eigen bandje. Maar tegelijkertijd keek ik wel op naar zijn onverschrokkenheid. Zijn leven was heel bewogen, heel rebels, vol tumult en avontuur. Dat sprak mij ook wel aan. Maar anderzijds zag ik ook de keerzijde.’
‘Kijk, Wille was een heel intelligente jongen. Maar kwam al snel watervalgewijs in het beroepssecundair onderwijs terecht, in een richting die helemaal niet bij hem aansloot. Omdat hij compleet geen enkele motivatie had voor school. Wille wilde helemaal niks worden. Hij had een grote hekel aan instituten, aan hiërarchie, aan alles waarin hij zich moest voegen naar een overste. Als het kleinere broertje, angstiger en introverter dan hem, trok ik de conclusie dat ik om te overleven wél mee moest in de maatschappij. Ik ben Engels en Nederlands gaan studeren aan de universiteit. En geef nu Nederlands aan anderstaligen in Antwerpen. Wille heeft aan het eind van zijn leven overigens wel nog vrijwilligerswerk gedaan, zoals bij de Wereldwinkel in Hasselt.’
Zijn ouders konden het allemaal niet duiden. ‘Zij begrepen totaal niet wat er gebeurde. Opgegroeid met muziek van de fifties en de sixties, braaf uitgaan in balzalen. En dan ineens zo’n extreme scene waarin hun zoon terecht was gekomen. Ik kan ze hun onbegrip niet verwijten.’ Het was ook nog eens een heel disfunctioneel gezin. ‘Dat blijkt ook uit de plaat. Mijn moeder was erg zorgzaam. Maar mijn vader had losse handjes. Dat stopte pas zodra Wille hem de baas kon. Er hing thuis een sfeer van constante spanning, angst en dreiging. Mijn mama en Wille waren mijn bondgenoten en samen probeerden we ons staande te houden. Ik vond al mijn affectie bij hen. Zij waren mijn klankborden en toevluchtsoorden. Voor alle duidelijkheid: in het ouder worden is mijn vader een veel zachtere en aangenamere man geworden. Maar dan neemt niet weg dat ik met hem emotioneel nooit veel heb kunnen delen.’

© Kurt Liefsoons
Dit hele verhaal speelt zich meer dan dertig jaar geleden af. Wille is vroeg gestorven. En ondertussen leven zijn vader en moeder ook niet meer. Waarom dan deze plaat? En waarom juist nu? ‘Het is niet iets dat ik mij had voorgenomen. Het is zich in mij gaan manifesteren. Ik kan het niet anders zeggen. Mijn moeder overleed heel plots in 2017. Een storm van verdriet maakte zich meester van mij. Alsof de grond onder mijn voeten verdween. Ik was op dat moment al lang aan mijn eerste plaat aan het werken. Die heb ik uiteindelijk in 2019 afgemaakt, zeker ook voor haar. Maar met het verdriet om mijn moeder kwam ook het verdriet om mijn broer opnieuw naar boven. Ik merkte dat ik begon te grasduinen in alles wat hij had achtergelaten. Ik wilde dat korte leven van hem gaan reconstrueren. Hoe is alles gelopen zoals het gelopen is? Wat is de voedingsbodem geweest van alle dingen die gebeurd zijn? En hoe is dat allemaal zo ontspoord? Uit een eerbetoon ben ik toen ook aan een Instagrampagina begonnen, Wille_1971. Zodat de vrienden van vroeger ook weer dingen terug konden zien. Het is een soort online tijdcapsule geworden met alle spullen die ik nog had.‘
Wouter praat steeds geestdriftiger. ‘Dan zijn ook die nummers tot stand gekomen. Ik begon teksten te schrijven. Vaak maalden ze al in mijn hoofd en kwamen ze er vlot uit. Ik voelde me dan soms meer een doorgeefluik dan een creator, snap je? En natuurlijk zijn er achteraf dingen geschrapt en gesneuveld. Ik heb zeker ook bewust stilgestaan bij de consequenties van het nummer “Broer”. Dat gaat over dat huiselijke geweld. Mijn vader leefde nog toen ik het schreef. Maar het grijpt veertig jaar terug, naar toen ik nog een kind was. Mijn vader is ondertussen in 2023 gestorven. Toch zit ik soms nog met dat nummer. Het is zeker niet bedoeld als natrappen, maar die dingen zijn nu eenmaal gebeurd.’
De plaat Broer is nu inhoudelijk zo’n twee jaar af. ‘Voor mij was het een manier om dat woelige verleden te verteren. En ik hoop dat de plaat ook iets gaat doen bij de luisteraar. Ook daarom heb ik hem gemaakt. Het is dubbel: in eerste instantie creëer ik mijn muziek uit mijzelf en voor mijzelf. Dat kost veel tijd, energie en geld. Maar daar sta ik niet bij stil: Ik moet die muziek kunnen maken. En dan kom ik op het punt dat ik ga nadenken: Gaat de plaat nu de wereld in, misschien zonder dat het een publiek vindt? Als artiest wil ik natuurlijk ook dat mensen mijn muziek zullen horen. Dat het iets met hen doet. Dat het hen ook troost of kracht geeft. Want Broer is veel universeler dan mijn eigen specifieke verhaal.’
Wouter leunt achterover. Hij heeft zojuist de wereld geschetst waarin hij met zijn broer Wille heeft geleefd. Meer dan dertig jaar later heeft het de plaat opgeleverd die hij moest maken. Het werd een artistiek pareltje: Broer. En terwijl buiten de duisternis invalt, is binnen nog net de stem van Morrissey te horen, hoog boven het geroezemoes van de cafégasten. Is dat niet: ‘There Is A Light That Never Goes Out’? We nemen nog een laatste slok.
Wouter Thijssen treedt op 2 april op in Café Café, Hasselt. Op 26 juni volgt Djingel Djangel, Antwerpen. En op 5 juli staat hij op MoMent in Tongeren





