
© Debby Termonia
Niet alle concertreviews zijn gepland. Maar soms zijn ze nodig. Bijvoorbeeld om een band in de kijker te zetten die het verdient om meer volk te trekken dan vijftien man en een berenkop. En zo kwam het dat we op een zondagmiddag plots waren aanbeland in het gezellige café Pingouin van joviale cafébaas Kurt aan het station in Eeklo; gericht op een goed gesprek met een vriendin, maar verwend met een concert, of nee: een performance van de Limburgse band Ernst. Muzikanten met al vele jaren ervaring op de teller, maar onder deze vorm slechts sinds een jaar of zes opererend.
De aankondiging had ons slechts ten dele wijzer gemaakt over het soort muziek dat deze vierkoppige bende zou gaan spelen. Iets van David Lynch meets PJ Harvey of Anna Calvi, zoiets. Donkerte, enge orgeltjes, spookachtig, … het zijn termen die muziek uit de betere horrorfilm deden vermoeden. Dat bleek slechts een klein stukje van de waarheid. Want niets kon ons voorbereiden op de oerkracht die zangeres Debby Termonia uit haar slangenlijfje deed knallen. Wie dacht dat het kleine podium en de smalle gangetjes van het café haar in haar enthousiasme zouden belemmeren, kwam bedrogen uit. Kronkelend, wapperend, zwalpend, kruipend, overkop rollend, … je kon haar van boven, van onder en vanuit alle mogelijke andere invalshoeken bewonderen. Intussen wel steeds straf bij stem, dat wel. Allez, tot ze die laatste noot miste en de band haar alsnog een herkansing gunde.
Want ook zo’n concert was het. Er mocht al eens een nummer onderbroken worden voor wat duiding, er waren grappen over Hollanders die achterwaarts een berg oprijden of gefluit van de zangeres dat op voorhand als onzeker werd aangekondigd door haar nieuwe beugel. Dat gefluit werd trouwens een running joke in de set, zeker toen ze ook een dwarsfluit ter lippen nam en stelde dat die beugel voor problemen kon zorgen met allerlei fluiten. Hilariteit! Maar wie denkt dat we hier naar een comedyshow zaten te kijken, werd ogenblikkelijk weer bij de muzikale les getrokken door de sirenenzang van Debby en de strak ingespeelde band in haar rug.
Moeten we het nog over de muziek hebben? Jazeker! Ook al is genres plakken op deze genrehybride geen evidentie. Er wordt al eens in een jazzclub opgetreden en dat snappen we wel, al is de gitaar-bas-drum-opstelling eerder die van een wat klassiekere (blues)rockband. Een vergelijking die zo nu en dan eens naar de voorkant van onze hersenpan drong, was Flying Horseman, maar dan iets meer uptempo en met toevoeging van niet zomaar een frontvrouw natuurlijk. Maar je mag gerust ook teruggaan naar de tijd van Chris Rea of Roy Orbison, met een flinke scheut americana. Veelzijdig ook, met een band die zijn metier tot in de puntjes geperfectioneerd heeft en een zalige interactie tussen frontvrouw Termonia en gitarist Olivier Elen, niet geheel verrassend een koppel. En een muzikaal hoogtepunt in de vorm van het machtige “The Winter of Discontent”, niet de enige verwijzing naar Shakespeare trouwens.
Bij jazzy kamerconcerten durft de sfeer al eens de bovenhand te nemen op de afwisseling en loert eentonigheid telkens om de hoek. Dat gevaar was hier niet. De hortende en stotende instrumentatie en de galmende stem van de zangeres waren een constante, maar doordat er zoveel gebeurde tijdens en tussen de nummers door bleef je constant geboeid kijken. Daar kwam dan tegen het einde ook nog flink wat muzikale inventiviteit bij kijken, ‘onder invloed van de klimaatverandering’. Dat was een aanleiding om ‘exotische’ instrumentatie als castagnetten, maracas of, godbetert, een glockenspiel voor te stellen. Hadden we al gezegd dat de tongue stevig in de cheek stond gedurende de ganse voorstelling?
Je hebt het al door: ook de bandnaam Ernst mag je dus met een korrel zout nemen. Maar dat de gekte op en rond het podium steeds ten dienste stond van de muziek en de overgave van Debby Termonia pleit voor dit straffe viertal, met ook nog bassist Wouter Mees en drummer Kristof Meeuwissen. Het is verre van muziek voor grote podia, maar wie een verplaatsing van twee uur uit het besneeuwde Sint-Truiden naar Eeklo maakt, verdient meer dan een mager gevuld café. Niet dat iemand daar tegen het einde van het concert nog over struikelde. Want ook dat is een verdienste: voor hooguit vijftien mensen spelen, maar ze wel allemaal als ambassadeur van je muziek naar huis sturen.
Nog dit: de band is dit jaar gestart met ‘Project ‘26’, een muzikaal huzarenstukje waarbij zowat om de twee weken een nieuwe single wordt gedropt. ‘Want wij kunnen dat’. Je kan dat in de gaten houden via de kanalen hieronder, net als hun concertkalender. Want deze band moét je ook live meegemaakt hebben.






