We kennen Los Palms letterlijk nog maar twee weken. De vijf Australiërs brachten de single “Way Too Cold” uit op 13 augustus en we waren van de eerste seconde met hart en ziel mee in het muzikale verhaal van het vijftal. Laat ons eerst de band even voorstellen: Ant Candlish aan de gitaar en de microfoon, Sam Arthurson ook aan de gitaar, Nathan Solly aan de bas, Code Andrusko aan de drums en de microfoon en Will Bahnisch aan het keyboard en de microfoon. Skeleton Ranch uit 2022 was de debuutplaat van Los Palms en daar kregen we al meer dan een dik half uur tunes te horen die uiterst cool klinken en verschillende invloeden mengen met elkaar. Het wordt soms surfrock genoemd, maar dat hebben we altijd de vreemdste muziekterm aller tijden gevonden. Het zou hetzelfde zijn als een muziekgenre ‘voetbalpunk’ noemen of ‘wielrennenfunk’ of ‘opera à la jeu de boule’. We plakken er voor een keer niet graag een stijl op, maar we horen wel een mix van invloeden van artiesten en bands zoals Ennio Morricone, Tito & Tarantula, The Shadows, The Sonics en zelfs een scheut The Jesus & Mary Chain. Nu toegegeven, dat is maar wat wij er in horen; er zijn tal van andere mogelijke kruisbestuivingen. Constante bij Los Palms is wel dat het zo zwoel klinkt dat het zweet zal beginnen parelen over je hoofd tot het prikkend in je ogen terechtkomt. Een koppel goede zakdoeken is dus geen overbodige luxe!
Zelf noemt het kwintet zijn muziek ‘desert jangle’ en dat snappen we heel goed. Wanneer je de fuzzy tremolo op de gitaren hoort en de vocals vol reverb, kan je je met alle gemak inbeelden dat je in een al doodgereden pick-up truck door de Australische outback rijdt om er pas na vele uren te stoppen in een aftands dorpje waar de burgemeester van dienst een fluim pruimtabak vlak voor je slangenleren botten spuwt ter verwelkoming. De eindhalte zal een hagelwit strand zijn waar jonge surfers je met een vuile blik laten weten dat je op hun terrein bent terechtgekomen en je enkel geduld wordt omdat je je domme bek houdt. Enfin, dat is zo’n beetje de sfeer die de muziek van Los Palms, en dus ook de verse lp, ademt.
Vanaf de eerste noot zitten we in de hierboven beschreven sfeer en starten we de pick-up om de grote stad achter ons te laten. We duwen de cassette in, drukken op ‘play’ en krijgen direct “65” te horen, een nummer dat coolheid tot in het kwadraat uitstraalt. Die ijzige sound zal ons niet meer verlaten tot we de eindbestemming hebben bereikt. Het wordt een tocht van vierduizend kilometer en we zullen ongeveer vijftig uur in het vehikel doorbrengen waardoor we de plaat een zestigtal keer kunnen opleggen tot we aankomen. Los Palms had “Way Too Cold” al als single uitgebracht en we blijven dat de met stip de beste song op de plaat vinden. Hier en daar horen we wat gefluit en de ‘aahaah’ van de samenzang klinkt als een fluwelen hoofdkussen waar we even ons hoofd op kunnen te rusten leggen.
“Eleven Thirty Three” is eerder een nummer om ’s nachts door te rijden met de koplampen op groot licht om de nieuwsgierige kangoeroes te kunnen ontwijken. We rijden op automatische piloot en zwijgen uren aan een stuk tot de eerste zon aan de horizon verschijnt, een gloed die ons alweer een snikhete dag belooft. Een constante bij Los Palms blijft die zware galm die over alle nummers ligt, een weerkaatsing van akoestiek in de oren waardoor er een gevoel van diepte ontstaat, een sound die de hele ruimte vult. Het volgende lied “Sorrows” roept dezelfde sfeer op, maar ondertussen zitten we in een ‘diner’ waar we sloten gratis koffie drinken nadat we onze eerste kop hadden afgerekend. Een bord met een spiegelei en twee toasts wordt ons toegesmeten, we eten uit noodzaak, laten een schrale fooi achter en kijken niet achterom naar de serveerster die een standbeeld is in haar eigen leven.
“Catatonia Disco” is de vreemde koala in de eucalyptusboom. De titel verraadt het zelf al een beetje, maar hier nodigt Los Palms ons uit ten dans. We arriveren ’s avonds, het is net donker geworden, in een baancafé waar we vergast worden op smerige blikken van de lokale bevolking die liever heeft dat je gewoon weer wegrijdt, weg uit hun gesloten gemeenschap die geen passanten toelaat. Het bier van het merk Victoria Bitter smeert de kelen en we beseffen dat we de aanwezigen moeten trakteren op een portie gerstenat om enkele uren aanvaard te worden. We dansen op de tonen van deze schijf met de knapste deerne van het hof tot de plaatselijke bevolking er genoeg van krijgt en we ons weer verplaatsen naar andere oorden. We drukken opnieuw op ‘play’.
We eindigen in lelijke schoonheid met “The Most Beautiful Death”. Hier laat het vijfspan zien dat er een hele portie rockgehalte door hun aderen stroomt en we zweten door onze poriën een dranklucht die weerzinwekkend is. We hebben ons al dagenlang niet meer gewassen en onze vieze baard kriebelt onze kaken terwijl we stinken uit onze bek omdat ’the road’ ons gewoon heeft ingehaald. We hebben het volledig opgegeven, zijn helemaal kapot en de motor van de pick-up zit vol zand. We smijten de deur van het vehikel toe, nemen een kleine rugzak en onze walkman uit de kofferbak en we drukken op ‘play’. De batterijen werken nog, we glimlachen en gaan te voet verder met Los Palms aan onze zijde. Een veldslag is verloren, de oorlog nog niet. We staan er niet alleen voor! We ontwijken de gifslangen terwijl.
Ontdek “Way Too Cold”, ons favoriete nummer van Los Palms in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






