LiveRecensies

Sonic City 2023 (Dag 3): Koning gitaar eist zijn troon op

© Winter VR

Na een uitstekende maar fysiek uitputtende derde festival dag, opende Sonic City nog wat vroeger de deuren. Hoewel curatoren Charlotte Adigéry & Bolis Pupul nog hun laatste keuzes op het publiek mochten afvuren (Decisive Pink, cumgirl8, WITCH), was het toch vooral de gitaar die opnieuw naar de macht leek te grijpen. Hadden we op zaterdag onze benen in een kramp gedanst met de vele electronica en exotische ritmes, dan kregen we op zondag de kans om ons een stijve nek te headbangen. Met stevige sets van University, Deeper, Water From Your Eyes en Fat Dog kende de laatste dag van Sonic City een gierend en scheurend einde. En dan moest de set van afsluiter Timber Timbre nog beginnen.

University

© Koen Vanacker

Iets na één op een zondag een festival op gang trappen is nooit gemakkelijk. Toch probeerde University er het beste van te maken door een goed halfuur beenharde noise naar voor te brengen. Aan compromissen doet het viertal uit het Verenigd Koninkrijk niet mee. De gitaren knallen namelijk aan een verschroeiend tempo door de boxen, waardoor er bijna geen ruimte is om op adem te komen. Die adem is te vinden in een personage dat af en toe een blaadje opsteekt met songtitels, een gimmick die je altijd bij University-concerten vindt. Op Sonic City werd er weliswaar niet op de Xbox gespeeld, maar zat hij tijdens de songs gewoon op zijn computer te gamen. De meerwaarde zien we daar niet echt van in, omdat de muziek al zo stevig binnenkomt dat iedere extra prikkel overdaad is. Gelukkig was er muzikaal een lijn te vinden en schudde University iedereen goed wakker.

Moin

© Koen Vanacker

Helaas zag Moin door technische problemen hun tijd gehalveerd. De band kwam blijkbaar ook rechtstreeks van de trein naar het podium, dus misschien zat de NMBS er ook wel voor iets tussen. Gelukkig mocht de band toch nog zijn volledige show brengen en daarin presenteerde de band zich als een donker alternatief op Mogwai. Hun nummers bestonden vaak uit niet meer dan lang uitgesponnen jams die werden opgehangen rond een paar muzikale ideeën, af en toe doorprikt door stemsamples. Ondanks de vette gitaarrifs die uitnodigden om mee te headbangen, bleef er toch een zekere afstand tussen band en publiek hangen. De manier waarop de band op het podium naar elkaar toegekeerd stond, leek het eerder alsof we voyeurs waren die binnenkeken bij repetitie, dan op een festivalset. Er hing nog net geen waarschuwing aan het podium ‘don’t tap the glass’.

cumgirl8

© Koen Vanacker

Een concert van cumgirl8 kan twee kanten uitgaan; ofwel is het heel plezant en leutig, ofwel is het heel slecht. Op Sonic City neigde het vooral naar dat tweede. De songs klonken rommelig, de band leek er maar weinig goesting in te hebben en de vocals waren bijna onhoorbaar. Dat het viertal zeer extravagant gekleed was, zorgde er dan weer wel voor dat je geboeid bleef kijken. Waar het begin van de set eigenlijk niet om aan te horen was, werd het naar het einde toe toch iets snediger met nummers die wat meer energie in zich hadden. De bandleden begonnen toen ook iets meer met elkaar in interactie te gaan, wat het geheel goed deed, al was het moeilijk om het erbarmelijk begin uit te wissen. Dat er op het eind dan plots een soort van hard technonummer volgde, maakte het plaatje compleet. cumgirl8 probeert veel dingen uit, maar lijkt niet echt een lijn te vinden in wat het wilt. Het publiek dat de volledige show bleef, genoot er duidelijk wel van, al was de zaal achteraan toch wat minder vol.

Willow Parlo

Wie zich op Sonic City enkel wapend met een akoestische gitaar, lijkt op voorhand al verloren tegen het geweld dat op andere podia woedt. Dat Willow Parlo het toch probeerde om met enkele breekbare en goudeerlijke singer songwriter de Upstairs in te pakken, getuigde van heel wat moed. Ze moest niet enkel opboksen tegen de muziek uit de lobby, het geroezemoes in de zaal, maar ook tegen de soundcheck van dreamwife op het hoofdpodium. Gelukkig werd ze halverwege bijgestaan door een extra gitarist, drummer en bassist. Met een fullband klonk het al wat zelfverzekerder en kreeg ze finaal ook de hele zaal mee. Een fijne cover van Donna Lewis’ “I love you always forever” en haar nieuwste single “”My fathers eyes” bewezen dat ze met zowel eigen materiaal als cover best uit de voeten kan. Als je fan bent van Tomberlin of Gracie Abrams, is Willow Parlo een naam om te onthouden.

Dream Wife

Het lijkt erop dat Dream Wife en Sonic City een mooie relatie onderhouden. De laatste keer dat het Brits viertal in België speelde, was namelijk ook op het festival. Sinds 2018 is er duidelijk niet al te veel veranderd, want nog steeds speelt de punkgroep op een redelijk vroeg uur op het hoofdpodium als is het nu toch al als tweede groep. De show van Dream Wife lijkt ook met de keer energieker te worden en dat zag je aan het publiek dat spontaan een eerste moshpit van de dag opende. Songs als “Hey Heartbreaker” en “Somebody” blijven plakken en ook de manier waarop de groep staat te performen, is aanstekelijk. Zo was frontvrouw Rakel Mjöll een echt podiumbeest die met haar mimiek en agressie een volledige zaal rond haar vingers wond. Ook de gitarist en bassist lieten zich niet kennen met hier en daar een gevecht voor wie het best is. Kortom, een punkshow met de nodige spektakelwaarde en boordevol energie, Dream Wife is een band die live haar muziek nog naar een hoger niveau tilt.

Tom Skinner

© Koen Vanacker

Je kon hem al aan het werk zien met saxofoonlegende Shabaka Hutchings bij Sons of Kemet, of met Radiohead legends Thom Yorke en Johnny Greenwood bij The Smile, maar op Sonic City stond drummer Tom Skinner er gewoon als zichzelf. Al had hij ook deze keer een uitstekende band rond zich verzameld met rasartiesten die perfect op elkaar ingespeeld waren. Elk lid koos zijn moment om er uit te springen en deed op tijd een stapje terug om iemand anders te laten uitblinken.
We hoorden niet alleen saxofoonsolos waar geen woord tussen te krijgen is, ook de cello, dwarsfluit en contrabas kregen elk hun momentje in de spotlight. Ondertussen was het vloeiende drumspel van Skinner de lijm die alles aan elkaar deed plakken. Skinner liet zich leiden door enkele composities van de Amerikaanse cellist Abdul Wadud en terwijl celliste Francesca Ter-Berg haar sublieme solo speelde legde Skinner zelfs de drumstokken voor neer om te luisteren. De goed gevulde Club volgde zijn voorbeeld en stond vol bewondering te kijken.

Bitchin Bajas

Tussen al dat gitaargeweld had de band van Cooper Crain niet misstaan op Sonic City. Hij bracht echter niet zijn vrienden van Cave mee, maar wel zijn zijproject Bitchin Bajas. Daarin gooit hij het over een elektronische boeg en met de drie mannen aan evenveel synthesizers was dat ook exact wat het publiek in de Upstairs te horen kreeg. Langgerekte tapijten van oscillators, arpeggio’s en drumloopjes brachten ons in een trance. Wie echter bleef luisteren, hoorde naast die spacey elektronica ook subtiele saxofoon en trage maar bezwerende soundscapes. Hoewel hun naam het beste deed vermoeden, vonden we helaas weinig ‘bitchin’ aan Bitchin Bajas.

U.S. Girls

© Koen Vanacker

Te weinig tijd én te veel te vertellen: dat was het dilemma waar U.S Girls voor stond. De band kreeg een luttele veertig minuten om door hun laatste plaat te fietsen en hoopte onderweg ook nog wat ouder werk te kunnen meegrissen. Bless This Mess zou net als felrood gekleede frontvrouw Meg Remy de rode draad vromen doorheen de set. Small talk beperkte Remy tot een minimum, ze speelde liever nog een nummertje meer. Een uitgeklede versie versie van “4 American Dollars” kreeg halverwege de set het publiek eindelijk aan het dansen. Niet dat Remy en haar band niet alles probeerden om het volk aan het dansen te krijgen. De priemende blik van Remy en de funky bongo’s dwongen je haast om een stapje te verzetten, alleen bleek haar recentste werk niet van dezelfde aanstekelijkheid als pakweg “M.A.H.” of “Overtime”. Remy wou absoluut tot de laatste minuut op het podium staan en perste er ter elfder ure nog met “Red Ford Radio” een ultieme toegift uit. Waarna ze haar microfoon ostentatief liet vallen en van podium stapte. Remy out!

Deeper

© Gregory Vlieghe

Net als de avond begon te vallen, dook Deeper op in de Club van Sonic City. Het viertal uit Chicago wist meteen een goed gevulde zaal voor zich te krijgen en dat bleek meer dan terecht. De gitaarmuziek van de band is namelijk doorspekt van aanstekelijke melodieën en een bepaalde urgentie. Op die manier kwam Deeper van begin tot eind ook snedig voor de dag zonder daarbij bepaalde franjes te hoeven bovenhalen. Wat de sound unieker maakt dan de doorsnee postpunkband, is dat drie van de vier bandleden kunnen zingen wat ervoor zorgde dat het geheel soms heel groots klinkt. Dat iedere song een bepaalde dromerigheid herbergde, maakte het makkelijk weg te dromen, maar door telkens een bepaalde snelheid te waarborgen, kon je nooit volledig in slaap vallen. Deeper was zo een heerlijke hap tijdens Sonic City waarbij ieder hoofdje aan het bewegen ging en de zaal ook van begin tot eind heerlijk vol bleef.

Water From Your Eyes

© Koen Vanacker

Eerder dit jaar bracht Water From Your Eyes hun nieuwste album uit op Matador Records. Dat was meteen een referentie, want ondanks dat het duo al even bezig is, wordt er nu met grote ogen gekeken naar wat ze doen. Dat de Club bijgevolg goed gevuld was, kan je begrijpen. Het liveconcept van de band is er eentje met twee gitaristen en frontvrouw Rachel Brown als ceremoniemeesteres. Dat de muziek van de band alle kanten uitschiet, is ook iets wat live opviel. Zo begon de band heel noisy met heel strakke gitaren om vervolgens zeer experimentele, glinsterende synthpop te brengen om dan toch nog wat droge postpunk te serveren. Die mix is soms moeilijk te verwerend en Brown is ook een heel absurde frontvrouw die met van de pot gerukte bindteksten verwarring strooit. Eens de songs dan wel in gang schieten en de bijna hypnotiserende sounds je oorkanalen binnenkomen, ben je wel mee in het verhaal en snap je volledig waarom Water From You Eyes in de gaten gehouden dient te worden. Het experimentele omarmde hier het directe en dat was een fijne veertig minuten.

Decisive Pink

© Inge Vervaecke

Wie zich bij Decisive Pink aan knalroze, fluokleuren had verwacht, kwam op het eerste zicht wat bedrogen uit. Het duo Angel Deradoorian en Kate NV hulde zich in zwart en met hun wit geschminkte gezichten leken ze zo weggelopen uit een Japans kabuki theater. Het leek ook even alsof ze daarvoor naar Sonic City gekomen waren. Met weidse gebaren en expressieve gezichten zaten we even naar een pantomime cabaret te kijken. Wanneer ze uiteindelijk toch een gitaar en bas omgorden, bleken er achter de gekke gezichten ook goede popnummers te schuilen. “Ode to Boy” was een meeslepende eurodiscohit (inclusief een streepje “Ode an die freude”, het Europees volkslied) en ook afsluiter “Dopamine” was een stevige injectie, welja, dopamine. Daarmee bewees het duo dat ze wars van alle show en theater toch wel sterke songs kan schrijven en dat ze ook zonder een interessante show kan neerzetten.

WITCH

© Gregory Vlieghe

Het verhaal van WITCH is er eentje met veel miserie en evenveel liefde. In de jaren zeventig waren ze de grootste rockband van Zambia na de onafhankelijkheid van het land, maar vanaf de jaren tachtig verdween de band naar de achtergrond. Jagari, het enige overlevende lid van de groep, blies het project nieuw leven in in 2012. Eerder dit jaar verscheen voor het eerst in meer dan veertig jaar tijd een nieuw album waarbij ook Jacco Gardner zijn steentje bijdroeg. Die was ook op het podium te vinden van Sonic City, samen met drie andere westerse leden die zich achteraan posteerden. Vooraan werd de Zambiaanse roots niet verloochend met Jagari, die vol energie en liefde zijn publiek bespeelde, en Patrick Mwondela, die al in 1980 lid werd, als leden uit de hoogdagen. Aangevuld met Hanna Tembo voor de vrouwelijke touch kregen we een psychedelische vibe op ons bord dat zo net voor het einde van het festival welgekomen was. De nummers waren aanstekelijk en dansbaar waardoor de volledige zaal al snel niet stil kon staan. Zeker doordat de Afrikaanse invloeden duidelijk te horen waren, was een exotische sfeer nooit ver weg. Jagari betrok zijn publiek door telkens op te roepen zijn platen te kopen, high fives uit te delen en op een bepaald moment ook koebellen aan iedereen te geven. De zaal moest en zou plezier hebben, en ook op het podium werd dat duidelijk. Tijdens de introductie van de band werd iedereen met liefde overspoeld en dat op een funky beat. Het mocht dus duidelijk zijn, de reïncarnatie van WITCH is meer dan zomaar iets ouderwets. De relevantie blijft en de mooie verhalen samen met de sfeervolle muziek maken van iedere avond een zwoele avond.

Fat Dog

© Gregory Vlieghe

De organisatie van Sonic City had vriendelijk gevraagd aan Fat Dog om de zaal met de grond gelijk te maken, althans zo vermoeden we na het zien van hun show. Het vijftal heeft met “King of the Slugs” nog maar één nummer uit, maar dat is zo’n fenomenale song dat de verwachtingen hoog gespannen stonden. Die werden al van bij het begin ingelost, toen de band vol dreiging het podium betrad. Een aftelklok alsof ze astronauten waren zette de set in, waarna direct in gang werd geschoten. De band brengt een mix van saxofoon, gitaren en heel wat elektronische beats. Op die manier zouden we het kunnen vergelijken met wat balkanmuziek in combinatie met Russische hardcore overstelpt met Britse gitaren. Je leest het, Fat Dog is een zootje ongeregeld. Dat was live niet anders, want al bij het tweede nummer ging een van de bandleden het publiek in om de moshpit open te trekken. Die zou voor de rest van de show niet meer dicht gaan, en dat bleek onmogelijk ook. De energie waarmee Fat Dag zijn songs bracht, was ontoereikend en ook humor was hier en daar aanwezig. Zo gingen bepaalde bandleden even aan het dansen tijdens een wat meer elektronisch nummer en was er op een bepaald moment ook een tovenaar die wat meer gitaren zou wensen. Het was allemaal een beetje absurd, maar bij iedere drop en onverwachte plottwist ging de zaal volledig uit de bol. Ook de frontman was meer in het publiek dan op het podium te vinden. En dan moeten we het nog over “King of the Slugs” hebben, dat live ook een kopstoot van jewelste bleek. De volledige Club ging uit zijn dak, crowdsurfers sprongen overal in het rond en Fat Dog blafte dat het goed was. Met wat we nu live zagen van Fat Dog worden zij sowieso de sensatie van de komende jaren, want ze hebben een liveshow die er staat en een ongelimiteerde energiereserve die niemand onbewogen laat.

Rahill

Op haar nieuwste plaat Flowers at your feet klinkt de Amerikaans-Iraanse Rahill als een funky r&b-mix van Yaya Bey en Jorja Smith. Maar lag het aan het feit dat het zondag was, of zat Rahill met haar gedachten ergens anders? Ze kwam alleszins niet zo scherp voor de dag en leek zich te berusten in de chille sfeer die er in de Upstairs heerste. Met nummers over haar Iraanse roots maakte ze een brugje naar de vreselijke oorlog in Gaza. Haar emotionele pleidooi voor een staakt-het-vuren kon op heel wat bijval rekenen. Eindigen deed ze met een cover van een Koreaans nummer dat ze via het Engels en met wat hulp van haar vader naar het Farsi vertaalde. Haar indrukwekkende talenknobbel ten spijt, ontbrak het Rahill aan een stevige stem en bevlieging om ons echt mee te nemen in haar verhalen.

Timber Timbre

Het contrast met de afsluitende set van Charlotte Adigéry & Bolis Pupul kon haast niet groter zijn. Waar op zaterdag een overvolle Depart nog de benen van het lijf danste met hun aanstekelijke electronica, was het op zondag vooral een kwestie van ondergaan. Timber Timbre, het project van de Canadese singer-songwriter Taylor Kirk, is geen band voor indrukwekkende shows of grootse apotheoses, maar eerder subtiele luisterliedjes die langzaam onder onze huid kruipen. Geflankeerd door een pianist en drummer en geruggesteund door een gitariste bouwde Kirk zijn nummers langzaam en zorgvuldig op. Haast moeiteloos liet hij het publiek van Sonic City aan zijn lippen hangen.

Een reeks mysterieuze verdwijningen op “Mystery Street”, een stalker in “Confessions of Dr. Woo” of een mistroostige stad vol uitschot en outcasts in “Holy Motors”: wie goed luisterde, hoorde in zijn donkere folksongs macabere verhalen en we waanden ons meer in een true crime-podcast dan op een optreden. Net zoals thrillers en horrorfilms ons op het puntje van onze stoel doen zitten, zo is het ook haast onmogelijk om weg te kijken van de nummers van Timber Timbre. We willen toch te weten komen wat er nu verder gebeurde. Wordt de dader gevat, hoeveel slachtoffers maakt hij nog en, nog de belangrijkste vraag, wie is het? Met “Run from me” verklapte Kirk uiteindelijk het antwoord en ontmaskerde hij zichzelf als de grote schuldige. Fans die de film al eens hadden gezien, hadden natuurlijk het einde al kunnen voorspellen, maar voor wie Timber Timbre voor het eerst zag, had de plottwist wellicht niet zien aankomen. Zo eindigde Sonic City 2023 niet met een grootse apotheose, maar met een zucht van opluchting.

Deze reviews werden geschreven door Niels Bruwier en Jasper Verfaillie.

Related posts
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Ook Barry Can't Swim, Sylvie Kreusch, Fat Dog en meer naar Pukkelpop

Het hoogseizoen voor verse festivalnamen is in bloei. Vandaag op het programma: 13 nieuwelingen voor de Pukkelpopaffiche. Zoals gewoonlijk is het bovendien…
AlbumsFeatured albumsRecensies

The Smile - Wall of Eyes (★★★★): Een bevestigende glimlach

The Smile begon oorspronkelijk als een project waarin Radiohead-gitarist Jonny Greenwood al z’n riffs uit de lockdowns van 2020 kwijt kon en…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Fat Dog - "All The Same"

Enkele dagen geleden riepen we Fat Dog uit tot een van dé bands die je dit jaar zeker en vast in de…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.