LiveRecensies

Down The Rabbit Hole 2023 (Festivaldag 2): Regen en verkleumde konijnen

© CPU – Leni Sonck (archief)

‘I’ll huff and I’ll puff and I’ll blow your house in!’ Het is dat we niet in sprookjes geloven, anders hadden we gedacht dat er een grote boze wolf in de Groene Heuvels rondsloop. In de ochtend lagen er namelijk heel wat partytenten over het campingterrein verspreid. Het weer was de hele dag ook miezerig, wat meerdere acts parten zou spelen. Headliner Burna Boy moest dan weer de annulatie van Stromae proberen te doen vergeten. Voordeel van het slechte weer: met de killere temperaturen was er geen sprake van warme, zweterige kampeertenten. Het publiek kon dus goed uitgeslapen op de weide losgaan.

Nick Mulvey @ Hotot

© CPU – Kathleen Ooms (archief)

De eerste act die het noodgedwongen tegen het weer opnam, was Nick Mulvey, singer-songwriter met mooie stem, ooit lid van Portico Quartet en Mercury Prize-genomineerde. Een mooi cv, maar konijnen hebben dan wel een waterafstotende vacht, de diertjes kruipen bij slecht weer toch graag in hun warme hol. Zo geschiedde dan ook tijdens zijn optreden. De meeste festivalgangers kozen het hazenpad en keken vanaf een afstandje toe hoe de motregen halverwege het eerste nummer omsloeg in een kleine zondvloed.

Regen kan een episch gehalte toevoegen aan een optreden, maar daarvoor bezat de muziek van de brave Mulvey helaas niet genoeg kracht en ook zijn goedbedoelde, ietwat kleffe ecologische boodschap kwam bij ons niet echt binnen, zeker bij het laatste nummer met een spoken word-opname van een wetenschapster. Te zweverig. Een goede performer die beter in een kleinere tent geprogrammeerd was.

Altin Gün @ Hotot

© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)

Altin Gün betekent ‘gouden dag’ in het Turks en we vragen ons dan ook af of het toeval was dat het weer spontaan opklaarde bij het aantreden van de Nederlands-Turkse band. De zeskoppige groep bezwoer met hun Anatolische rock niet alleen het weer, maar ook de weide, die vanaf de eerste wah-wah-riffs spontaan begon mee te dansen. De bandleden zagen er ook onberispelijk cool uit voor het grote gouden podiumdoek. Smooth motherfuckers, stuk voor stuk.

Een groepje festivalgangers vormde bijna het hele optreden een danskring achter de geluidsman, maar eigenlijk liet zowat heel de weide zich niet onbetuigd, met synchroon armgezwaai van de voorste fans tot aan de achterste tenten. Frontvrouw Merve Dasdemir zong goed en gaf gemeende complimentjes aan het enthousiaste publiek terwijl sazspeler Erdinç Ecevit de temperatuur opdreef. We betrapten onszelf meerdere keren op een brede glimlach. En toen moest de slidegitaar nog invallen. Geen toeval dat de groep al eens voor een Grammy genomineerd werd. Uitstekend.

Spoon @ Teddy Widder

© CPU – Mathias Verschueren (archief)

Spoon kreeg in Europa nooit echt voet aan de grond, maar heeft een loyale schare fans in de VS, waar ze bekendstaat als een van de betere indiebands van de jaren nul. De groep rond frontman Britt Daniel is ook extreem consistent, zowel op plaat als live, wat matchte met het optreden dat we in de Teddy Widder zagen. Daniel verspilde niet veel woorden aan het publiek, maar vlamde meteen de set in. Zijn kenmerkende, rasperige stem klonk goed en hij had een strakke band achter zich.

Toch misten wij spanning in de set, die wel zeer competent werd uitgevoerd, maar niet veel emoties losmaakte. Er waren zeker goede momenten – nieuw nummer “The Hardest Cut” bewees dat Spoon het na bijna drie decennia nog altijd in de vingers heeft -, maar over het algemeen dwaalde onze aandacht te vaak af. De groep stopte ook nogal abrupt tien minuten te vroeg. Niet slecht, maar een ietwat routineus optreden waarbij we op onze honger bleven zitten.

Selah Sue @ Hotot

© CPU – Ymke Dirikx (archief)

We zouden bijna beginnen geloven dat sommige muzikanten effectief het weer controleren. Ook Selah Sue begon haar optreden onder een dikke grijze bewolking, maar zodra de Belgische soulzangeres ‘I’m waiting for the sun to come’ zong, trokken de wolken weg en baadde de weide in een gouden gloed. Magisch momentje. Ze bleek daarnaast ook nog altijd een uitstekende performer te zijn, zelfs al klinkt haar stem alsmaar heser (ach, het heeft zijn charme).

Het is een eeuwigheid geleden dat de Belgische met “Raggamuffin” bij het grote publiek doorbrak – het nummer kwam al vlug vooraan in de set voorbij-, maar de zangeres werd na een pauze van zeven jaar warm omhelsd door de menigte. Bij “Peace Of Mind” gingen de handen in de lucht en “Kingdom” etaleerde de hiphopinvloeden die in haar recente werk naar voren komen. Selah Sue danste nog wat met haar achtergrondzangers en eindigde met hoogtepuntje “This World”, waarin de zangeres even freestylede. We appreciëren het als muzikanten wat risico’s durven nemen op het podium. Puntje van kritiek waren wel de visuals, die duidelijk onderbenut werden.

Death Grips @ Teddy Widder

© CPU – Mathias Verschueren (archief)

Van sommige artiesten verwachten we een – al dan niet muzikale – kopstoot die onze neus breekt. De industriële hiphopgroep Death Grips hield het deze keer bij een paar kneuzingen en blauwe plekken. We wijten het aan de geluidsmix, die frontman Stefan Burnett vooraan plaatste ten koste van drummer Zach Hill. Burnett is sowieso altijd quasi onverstaanbaar en Hill is volgens ons het echte wapen van de groep. Hij beukte opnieuw zijn drumvellen en oren kapot, in het midden van enkele op zichzelf gerichte stapels versterkers.

Desondanks was het optreden in de halflege tent nog altijd entertainend voor de mensen die het ‘snapten’. Festivalgangers die de groep niet kenden, bleven toekomen en ook weer wegrennen, maar achter de geluidsman ontstond halverwege de set een circlepit die nooit meer echt wegging. Een schare trouwe diehard-fans moshte zich vooraan ook met veel plezier een weg door het optreden. Het bloedrode led-scherm bleef zowel intrigerend als dreigend om naar te kijken. Death Grips blijft uniek.

IDLES @ Hotot

© Kaat Hellinckx (archief)

IDLES is nog geen echte headliner, maar komt als een van de meest succesvolle hedendaagse postpunkbands verdraaid dicht in de buurt. De politieke Britten openden met het broeierige “Colossus”, waarbij ze de weide moeiteloos in twee verdeelden, en creëerden daarna met hun opzwepende nummers meerdere moshpits. Bier en schoenen vlogen de lucht in, crowdsurfers werden omhoog gehesen, herinneringen voor het leven werden gemaakt en enkele mensen kregen wellicht de kopstoot die Death Grips had moeten uitdelen.

IDLES blijft echter een compassievolle band die voor solidariteit pleit en zoals gewoonlijk werd er goed voor de vallende moshers gezorgd. “Ground” en “The Beachland Ballroom” zorgden voor enkele broodnodige rustmomenten en aan het einde van de set droeg frontman Joe Talbot “Danny Nedelko” op aan zijn Franse tourmanager en alle migranten. Gitarist en voormalig tandarts Mark Bowen sprong in zijn mooie jurk het publiek in en schiep zo en passant nog enkele enorme pits. “Rottweiler” was de finale natrap die iedereen ademloos achterliet. Het publiek zocht zich na afloop zweterig, moe en tevreden een weg naar de dichtstbijzijnde bar. Toppers.

Burna Boy @ Hotot

© CPU – Chris Stessens (archief)

De laattijdige afzegging van Stromae plaatste de organisatie van Down The Rabbit Hole voor een semi-onmogelijke opdracht, namelijk de artiest met een unieke plaats in het globale poplandschap succesvol proberen te vervangen. Er werd uiteindelijk voor Burna Boy gekozen, de Nigeriaanse superster die dancehall met r&b en afrobeats combineert. Op papier leest dat goed; met wat slechte wil konden we zeggen dat Down The Rabbit Hole een Stromae van de Aldi had weten binnen te halen. Zo’n opmerking doet Burna Boy – echte naam Damini Ogulu – echter tekort.

De enthousiaste zanger was jarig en had er duidelijk plezier in om het hoofdpodium te headlinen. Zijn constante hagelwitte glimlach, liveband met twee drummers, schare backingzangers, vuurwerk, rookmachines en grenzeloos enthousiasme deden dan ook hun werk. Hoewel Ogulu noch de visuals noch de nummers van Stromae evenaarde, kwam hij voor een groot deel van het publiek toch duidelijk in de buurt. ‘Love, Damini’, stond op het grote scherm geprojecteerd – een verwijzing naar zijn laatste album – en dat leek niet eens gelogen.

© CPU – Chris Stessens (archief)

“For My Hand”, een studiocollaboratie met Ed Sheeran, werd vroeg de set ingegooid en de hits volgden elkaar daarna snel op. De band onderbrak de set voor een happy birthday-momentje en Ogulu organiseerde wat later een succesvolle zangcompetitie tussen de twee helften van de weide. Hij liet de halve weide ook de gsm bovenhalen, wat een mooi zicht opleverde, en deed de voorste rijen hun t-shirts uittrekken en rondzwieren. Allemaal zeer entertainend. Eindigen deed hij met “Last Last”, waarbij de armen over de hele weide de lucht ingingen. Niet ons ding, maar voor het overgrote deel van het publiek duidelijk een geslaagd optreden. Burna Boy heeft niet hetzelfde kwalitatieve materiaal als Stromae, maar eerlijk is eerlijk – een enthousiaste en sterke performer.

Onze recensie van dag 1 lees je hier.

Related posts
AlbumsFeatured albumsRecensies

IDLES - TANGK (★★★½): Grijzer en wijzer

Met de tijd verandert de wereld voortdurend en quasi niets ontsnapt aan dat fenomeen, ook bands niet. Meer dan eens merk je…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Declan McKenna, Tom Odell, Brihang en nog 15 nieuwe namen voor Rock Werchter!

Vorige week verklapte IDLES zelf al dat ze op Rock Werchter gaan spelen aanstaande editie en nu heeft de festivalorganisatie dat ook…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

IDLES staat op Rock Werchter 2024!

Nog niet genoeg festivalnieuws gehad deze week? Geen probleem! In de aanloop naar de release van TANGK en een bijbehorende uitverkochte Lotto…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.