Features, Interviews

Interview Divan & the House of Quoi: ‘Iedereen bouwt mee aan de wereld van morgen’

Menig Gentenaar heeft vast en zeker al eens van café HUIS gehoord, hoofdkwartier van David Van den Hende aka Divan. Naast cafébaas en docent songwriting, is hij ook een muzikale duizendpoot die deel uitmaakt van tal van projecten; zowel op de voor- als achtergrond. Hij broedde enkele jaren op een concept rond queer life, geïnspireerd door zijn eigen ervaringen en die van de mensen rondom hem. Dat plan resulteerde in het project Divan & The House of Quoi, waarvan afgelopen vrijdag de debuutplaat The Gay Tapes verscheen.

First things first. Hoe beviel het thuiszitten tijdens quarantaine je?

Ik vond het een interessante periode. Precies de laatste dag voor de lockdown, was mijn café een half jaar open. Dat hebben we nog goed gevierd – in hoeverre de maatregelen het toelieten natuurlijk – maar dan was er natuurlijk opeens die leegte. Eigenlijk heeft het me wel goed gedaan. Ik heb veel muziek gemaakt en de release deftig voorbereid. Ik heb echter ook de tijd genomen om niets te doen en tot rust te komen. Het afgelopen half jaar was superdruk.

Je debuutplaat als Divan & The House of Quoi is pas de wereld ingestuurd. Hoe voel je je?

Enthousiast en nieuwsgierig. Ik ben al heel lang bezig met dit project en nu is het er eindelijk. Ik ben benieuwd wat de mensen van het geheel zullen vinden, want volgens mij is het concept beter vatbaar als je de plaat integraal beluistert in plaats van de nummers apart. De singles zijn maar een deeltje van het volledige verhaal dat nu naar buiten komt.

The Gay Tapes; Je verdoezelt het niet. Wat is het verhaal achter deze plaat?

Een van de belangrijkste songwriting lessen is: schrijf over wat je kent. Je moet je niet anders voordoen, blijf dicht bij jezelf. Mijn nummers zijn niet de nummers die je op de radio zou horen, zeker tekstueel niet. De man tot man-nummers zijn zeldzaam, je hoort ze nooit op de radio. Het is altijd een man die over een vrouw zingt of omgekeerd. Ik zou dat uiteraard ook kunnen doen, om binnen de mainstream te passen, maar ik kan ook die songwritertip ter harte nemen en gewoon man tot man-nummers schrijven. Daarnaast ben ik best actief in de LGBT-community: ik organiseer de Queertronic-feestjes, was vorig jaar betrokken bij de queer pride en ik vind het enorm belangrijk dat iedereen zichzelf kan zijn in mijn café. Plots viel het me op dat de nummers die ik de afgelopen periode schreef, de net genoemde scène bezingen. Toen heb ik besloten deze conceptplaat te maken.

In welke mate is deze plaat activistisch?

Sommigen zullen zeggen dat het feit dat de plaat The Gay Tapes heet, al een vorm van activisme is. Sommige nummers proberen sowieso wel een boodschap mee te geven, zoals “Manifesto”, wat misschien het grootste statement op de plaat is. “Jason Who” schreef ik naar aanleiding van de hoge zelfmoordcijfers in de LGBT-community. Als mensen vragen of deze plaat nodig is, of er zo veel aandacht moet gaan naar het gay aspect, of ik het echt zo nadrukkelijk The Gay Tapes moest noemen, dan verwijs ik naar die song. Vandaag las ik nog dat LGBT-jongeren zeven keer zo vaak zelfmoordpogingen ondernemen dan andere jongeren; dat is hallucinant hoog. Op basis van die cijfers kunnen we stellen dat het wel degelijk nodig is om over dit onderwerp te praten. We moeten de veertienjarigen die worstelen met hun identiteit tonen dat ze niet alleen zijn en dat er een wereld is die hen zal omarmen. Dus op die manier is het wel activisme, maar ik ben niet aan het rondlopen met een regenboogvlag. Activisme heeft veel facetten. Ik denk dat je meer gedaan krijgt door living by example dan door ruiten in te slaan.

Op “Manifesto” zing je ‘We’re the answer, the solution to some problems in the world’. Dat is een onverschrokken uitspraak.

Dat nummer zit vol met ernstige zinnen zoals ‘We’re the ones who couldn’t bare the weight of time’, terwijl ‘We the gays don’t steal your women’ dan eerder als grapje is bedoeld. De lyric die je quoteert gaat over het probleem van de overbevolking: er worden te veel kinderen gemaakt, maar moest iedereen van hetzelfde geslacht eens op elkaar vallen, zou dat probleem zijn opgelost. Die zin is grappig bedoeld maar uiteindelijk is het ook allemaal een beetje waar.

Als conceptplaat, wat hoop je te bereiken?

In eerste instantie heb ik de plaat voor mezelf gemaakt, maar tussen de opnames (2018) en de release was ik wel aan twijfelen of het een meerwaarde was om het album uit te brengen. De laatste jaren heb ik wel gemerkt hoe belangrijk het is om te spreken en open te zijn over de onderwerpen die de plaat behandelt.

Deed je dat ervoor dan niet?

Vroeger schreef ik mijn liedjes in de jij-vorm zodat mensen niet doorhadden dat het over een jongen of meisje gaat. Op de laatste ep van Hermitage (Nederlandstalig nevenproject, nvdr.) staat een nummer “Lieve Maarten”. Een artikel in De Standaard nam dat op en blijkbaar is dat het enige same sex-liefdesnummer in de Vlaamse taal. Dat is toch absurd. Die gebeurtenis heeft enorm bijgedragen aan het inzien van de noodzaak om het taboe te doorprikken. Met het openen van mijn café heb ik veel nagedacht over safe spaces, fysieke en mentale plekken creëren waar mensen zichzelf kunnen zijn zonder angst te hoeven voelen. Ik vind het broodnodig dat dit een evidentie wordt. Om een voorbeeld te geven: het idee van mannen- en vrouwentoiletten is toch een beetje achterhaald. In mijn café vind ik het dan ook belangrijk om letterlijk op de deuren te schrijven ‘M/V/X, as if we care’. Om maar te zeggen dat iedereen meebouwt aan de wereld van morgen. The Gay Tapes uitbrengen past wel degelijk bij de persoon die ik wil zijn. Al luisteren er misschien maar tweehonderd mensen naar, dan hoop ik dat een aantal daarvan er iets aan zal hebben: erkenning, troost, entertainment … Enerzijds hoop ik dat mijn publiek de queer community gaat zijn, anderzijds hoop ik dat de plaat verder reikt en dat mensen gewoon geïnteresseerd zijn in een goed verhaal.

Naast muziek baat je ook een charmant café uit. Hoe verloopt die combinatie?

Voor mij komt er in het café van alles samen waar ik de afgelopen jaren mee bezig ben geweest. Op de bovenverdieping wil ik mijn studiootje maken en daarboven nog een repetitieruimte. Het zal dus nog duidelijker een muziekhuis worden, maar ik wil ook dat het een safe space is; indien nodig heb ik er geen moeite mee om assholes de buitendeur te wijzen. Ik wil dat mijn klanten zich op hun gemak voelen. Door HUIS zo te profileren, zijn er natuurlijk ook mensen die niet komen, maar dat is eigenlijk heel goed. Je kan niet altijd iedereen tevredenstellen, dat is zeer vermoeiend en zo zal je zelf niet gelukkig zijn. Dat is eigenlijk op alles toepasbaar.

Je doceert ook nog eens songwriting aan het MUDA (kunsthumaniora Evergem, nvdr.) en werk je achter de schermen als songwriter voor anderen. Voel je je dan meer songwriter of meer frontman?

Hoe graag ik ook live speel, het creërende aspect vind ik toch belangrijker. Optreden is een vorm om je verhaal naar buiten te brengen.

Enkele jeugdige zielen werkten mee aan je plaat. Vanwaar het jong geweld?

Ik heb een open oproep gedaan om muzikanten voor het opnameproces te zoeken. Niemand is dus rechtstreeks gevraagd. De jongste muzikanten waren Brad en Lukas van The Black Gasolines (16/17 jaar oud), die het nummer “Manifesto” helemaal mee vorm hebben gegeven. Ik vond het interessant om samen te werken met mensen die een andere kijk op muziek hebben dan ik, wat heel verfrissend kan zijn. Achilles De Raedt en Iskander Moens van HYPER! hebben het meeste ingespeeld op de plaat, waardoor ik het dan ook logisch vond om hen te vragen voor het live gebeuren. Zij zijn dus deel van de band, maar ik zie The House of Quoi ook wel als een huis waar je lang of kort kan wonen; het is geen vaste groep. Wie weet sta ik binnen enkele jaren met een doedelzakensemble op het podium. (Stilte) Gaat wel niet gebeuren denk ik. Echt verschrikkelijke instrumenten, nog erger dan een blokfluitensemble.

AC/DC kwam er een keertje mee weg.

(Lacht) Inderdaad. Maar los van het jong geweld op de plaat, hebben er ook velen die eerder in mijn leeftijdscategorie zitten een muzikale bijdrage geleverd. Leeftijd was geen criterium om al dan niet mee te werken aan de plaat. De jonge gasten zijn wel mee op het podium beland.

Is het een conceptplaat of een -project?

Daar moet ik nog eens goed over nadenken. Voorlopig loopt het wat samen. De volgende plaat kan evengoed niets met queer life te maken hebben. We zien wel.

Er staan enkele covers op het album. Waarom die specifieke nummers?

Ze passen goed binnen het verhaal. Bijvoorbeeld het duet met Gustaph “The Boy Is Mine”, is iets waar we al lang over spraken. Toen we samen op het conservatorium studeerden, gingen we ook samen uit en dat nummer was toen populair. Het is een bitch fight om een jongen en we dachten dat het grappig zou zijn moesten wij het coveren als mannen. Twintig jaar later hebben we dat dan gedaan (lacht). “Drag Queens in Limousines” vond ik gewoon een heel mooi verhaal over jezelf zoeken, “You Think You’re A Man” is een stout nummer en “Strong Enough” is een typisch vrouwennummer dat, nu het door een man gezongen wordt, opeens een heel ander gewicht krijgt. Ik zing ‘Are you strong enough to be my man’ in een wereld waar homo’s het nog altijd zwaar te verduren krijgen.

Wat is volgens jou de perfecte setting om naar The Gay Tapes te luisteren?

Alleen in je zetel of bed met een koptelefoon en de lyrics erbij. Ik hoop dat de luisteraars een stukje van zichzelf zullen vinden in de muziek.

Facebook / Instagram

25 juni 2020

About Author

Babette Rogiers


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief