Live, Recensies

Pukkelpop 2019 (Dag 3): Niet in het water gevallen

Foto: Pukkelpop – Jokko

Dag drie van Pukkelpop baadde in gemiezer, maar aan diverse sets was er gelukkig ook geen gebrek. Het ging van straffe, allesvernielende liveshows van Cocaine Piss, Royal Blood en The Chats tot feesten van popacts met onder andere Jorja Smith en Anne-Marie. Maar ook de vele andere optredens die we zagen getuigden van bakken sfeer en zorgden ervoor dat dag drie nog maar moeilijk te overtreffen wordt. Zo hoort het.

PUP @ Club

© CPU – Nathan Dobbelaere

De ochtendstond heeft goud in de mond en dat goud was gisteren de Canadese punkband PUP. De vier hadden na Lowlands nog een kleine hangover, maar dat was er in de Club amper aan te merken. Frontzanger Stefan Babcock was goed bij stem en was een brok energie en dat had gerust wat meer animo in het publiek verdiend. Met hun derde album Morbid Stuff hebben ze tevens ook uitstekend materiaal uitgebracht dat live nog beter uit de hoek weet te komen. Adempauzes kreeg het publiek zelden en de strakke nummers volgden elkaar in ijltempo op. “Dark Days” klonk weer heerlijk furieus en “Reservoir” groeide vlotjes uit tot de publiekslieveling. De band uit Toronto was in vorm en ontketende met “DVP” finaal de eerste rijen van een tamelijk volgelopen Club. PUP hadden ze best wat later op de dag geplaatst, dan zou de tent pas echt in een heksenketel veranderd zijn geweest.

Barny Fletcher @ Dance Hall

© CPU – Nathan Dobbelaere

De regenbuien trokken over het festival en dat leek veel festivalgangers op de camping te houden. In de Dance Hall, waar Barny Fletcher speelde, stond er dan ook bitter weinig volk. Veel optredens heeft Barny nog niet gegeven en daarvoor zat de show wel heel goed in elkaar. Samen met een drummer, een toetsenist en een bassiste zorgde Barny voor een amusante set die geen seconde wist te vervelen. Het hemelse “Blue Sky” was live een toppertje en ook “Christ Flow” klonk heel sterk. In plaats van in-ears gebruikte Barny Fletcher een grote koptelefoon en dat zou wel eens kunnen uitgroeien tot een van zijn merktekens. Met amper een mixtape op de teller beschikt hij wel niet over genoeg materiaal en dus moest hij een kwartier vroeger stoppen dan aangegeven. Wat we echter een klein halfuur aangeboden kregen, wist ons helemaal te bekoren en we zijn zeker dat Barny Fletcher de komende jaren nog meer van zich zal laten horen.

Fornet @ Lift

De Limburgse band Fornet zit in volle voorbereiding voor hun debuutplaat die volgend jaar zou moeten verschijnen. Bijgevolg kregen we ook een ferme lap nieuw materiaal voorgeschoteld. Voor wie de band al eerder zag, was het wat wennen, maar wie met onbevangen oren kon luisteren hoorde flarden Parquet Courts, Preoccupations of zelfs Talking Heads met een postpunksausje. Frontman Thibaud Clijsters en gitarist Johan Baeten zaten deze keer niet vastgekluisterd achter hun gitaren en durfden deze ook al eens aan de kant te leggen. Thibaud toonde zijn beste dansmoves, waarna Johan zich een beatpoet waande met een stukje spoken word. Natuurlijk is er nog werk aan hun liveshow, maar bij te veel bijschaven loop je het risico om alle hoekjes eraf te veilen en laat dat ruwe en ongepolijste net een pluspunt zijn aan hun klank. Hun show in de Lift gaf nog niet meteen alle geheimen prijs en was de perfecte teaser voor wat de band nog in petto heeft.

Basement @ Club

Basement moest de Club al vroeg overtuigen van zijn kunnen, en deed dat naar behoren. Andrew Fisher had een drietal nummers nodig om het betere stemgeluid door de tent te jagen, maar herpakte zich in de oudere nummers van de set. Opnieuw wisten de nummers vanop de laatste plaat Beside Myself maar matig te boeien, waardoor de vaart en overtuigingskracht van het optreden vaak even de tent verliet. Steviger werk als “Whole”, “Spoiled” en “Covet” deed het knikkebollen overgaan in pogo en kon zo een behoorlijk deel van de tent overtuigen. Écht warm werd het echter nooit in de Club, door de ietwat afstandelijke houding van de band, de vocale misslagen en een setlist die wat vuriger werk mocht bevatten. In vergelijking met wat we enkele maanden geleden zagen in Trix kunnen we dan weer zeer tevreden zijn over hoe Basement het er vandaag vanaf bracht.

Franc Moody @ Castello

Franc Moody bestaat inmiddels vijf jaar, maar toch duurde het tot gisteren voor de Londense groep de oversteek maakte naar ons Belgenland. Het duo Franc Ned en Jon Moody bracht vorig jaar hun eerste album Dance Moves uit en die werd bij hun set ook meermaals bovengehaald. Live werden de twee vergezeld door drie muzikanten en daarom leken ze ook wel wat op Jungle, maar dan wel iets elektronischer. “Hypnotised” zorgde voor veel beweging in de tent en zeker bij “Lunar” kreeg het vijftal op het podium het publiek moeiteloos mee. Hun recentste single “Dream in Colours” was ook live erg aanstekelijk en tijdens het slot “Dance Moves” ging haast iedereen nog eens mooi uit de bol. Gisteren konden ze in ieder geval heel wat zielen voor zich winnen en dat maakt hen nu al tot een van de ontdekkingen van deze editie.

Compact Disk Dummies @ Dance Hall

©CPU – Ymke Dirikx

Toegegeven, de sound van Compact Disk Dummies is niet meteen de meest vernieuwende of originele die er bestaat, maar Lennert en Janus maken het verdorie moeilijk om niet van hen te houden. Was het niet door hun catchy nummers, dan wel door het aanstekelijk enthousiasme van frontman Lennert Coorevits die al vroeg in de set ging crowdsurfen bij “Holy Love” en als een ongeleid projectiel over het podium stuiterde. Een streepje Talking Heads, slecht advies (“Girls Keep Drinking”) en een overtuigend “Mess With Us” kregen de plankenvloer van de Dance Hall al snel in beweging. Maar dat volstond nog niet voor Coorevits en dus probeerde hij met een heel langgerekte deluxeversie met toeters en bellen van “The Reeling” iedereen (ook mensen zonder benen) aan het dansen te krijgen met discobeats, pianoriedeltjes en gitaarsolo’s. Compact Disk Dummies deed alvast hun stinkende best en ze werden daarvoor beloond met een gretig meedansende Dance Hall.

TheColorGrey @ Marquee

© CPU – Nathan Dobbelaere

Antwerpen is een kweekvijver van Belgische hiphopmuziek. Na Dvtch Norris, Glints en blackwave. is TheColorGrey eveneens een goede vertegenwoordiger van onze vaderlandse hiphop. Op zaterdag mocht Will Michiels met zijn jazzband de Marquee opwarmen. In een jeansbroekpak kwam de frontman het podium op en je zou niet geloven dat deze rapper uit België komt: geen accent, foutloos Engels en een internationale podiumprésence. Dat Romelu Lukaku fan is, zegt genoeg. In de Marquee pakte TheColorGrey uit met prachtige visuals. Zijn funky songs “On & On” en “Nothing At All” lieten de tent al wat bouncen en “Swerve” deed de temperatuur stijgen totdat Will even later stripte tot op zijn gespierde bovenlijf. Vervolgens werd de sfeer dan toch grimmiger en lovesongs maakten plaats voor agressieve bars. Afsluiten deed TheColorGrey door wat meer energie te vragen en met “Jamaica” ging alles plots een versnelling hoger. Een nieuw funky nummer en “Need To Know” maakten een mooi einde aan een hete set die de staalkaart van de Belgische hiphop mooi aanvult.

Mini Mansions @ Club

© CPU – Nathan Dobbelaere

Miezeren deed het nog steeds toen Mini Mansions van start ging, maar de band liet het niet aan hun hart komen en zorgde voor een mix van zoete, catchy muziek. Hun genre blijft moeilijk in een hokje te stoppen, maar een combinatie van zoete pop en indierock lijkt ons de beste omschrijving. Klinkt allemaal leuk, maar tijdens hun passage op Pukkelpop teerde Mini Mansions net iets te veel op hetzelfde tempo, en na een tijdje zochten heel wat mensen dan ook andere oorden op. Toch was er een leuke opbouw en dynamiek in de set te bespeuren en de bandleden zijn duidelijk goed op elkaar ingespeeld, waardoor er af en toe ook verschillende vocals te horen waren. Maar nog steeds bleef dat gebrek aan variatie ons dwars zitten; te vaak klopten ze op datzelfde, zwoele nageltje. Ondanks dat alles wist de band met “Vertigo” wel echt een heel sterke song te serveren, waarbij ook opviel dat de iets strakkere nummers veel meer indruk kunnen maken. Mini Mansions kan het dus wel, maar live blijft het moeilijk om met al hun nummers te overtuigen.

Equal Idiots @ Main Stage

©CPU – Ymke Dirikx

Het verre Hoogstraten en het warme Limburg, het ligt niet zover van elkaar. Toch was de stap naar de Main Stage op Pukkelpop net iets te groot voor de Kempenzonen van Equal Idiots, die behoorlijk zenuwachtig leken. Je zou voor minder: het is vroeg op de dag, het regent en je bent het niet gewoon om zo ver van je trouwe publiek te staan. Thibault en Pieter kregen hun set dan ook wat lastig op gang. ‘Ik weet dat het nog vroeg is om te dansen,’ zei de rosse frontman. Achter de twee heren bliezen twee opblaasluchtkokers zich op: de achtergrondzangeressen van dienst. Thibault probeerde het ijs te breken door “Toothpaste Jacky” op te dragen aan alle mama’s. Het lied begon klein op een xylofoon, maar barstte daarna los; onvoorstelbaar hoeveel lawaai er uit slechts twee jongens kan komen. Nieuw nummer “Sixteen” liet horen dat Equal Idiots aan het groeien is en lang niet meer bestempeld hoeft te worden als ongeleid projectiel.

En dan begon het in het midden van de set te regenen. Het publiek bleef grotendeels wel staan, maar de sfeer was niet langer dezelfde. Om vanop het torenhoge podium toch het contact met hun publiek niet te verliezen, nodigde Thibault twee onschuldige zielen uit om mee te spelen op “Butter Up”.‘Ik wil niks zeggen, maar daar zijn ze al heel de tijd aan het moshen,’ wees Thibault daarna naar de rechterhelft waar geregeld een been boven de hoofden uistak en een jongeman met KEMPEN-sweater op schouders ging staan. Bij de cover van “Ça plane pour moi” nam de linkerhelft revanche. Tot slot zagen we de oude bekende Equal Idiots nog even terug met “Put Your Head in the Ground”, alsof ze weer in het zoveelste jeugdcafé speelden.

Channel Tres @ Castello

Straight outta Compton rechtstreeks naar Pukkelpop kwam gisteren Channel Tres. Geen lastige dj die in de achtergrond zat rond te brullen, maar wel twee dansers die een hele choreografie in elkaar gestoken hadden. Op vrijdag verscheen de Black Moses ep en daar kregen we al redelijk in het begin van de set de titeltrack van te horen. De snoeiharde bassen die Channel Tres op ons afvuurde, baanden zich een weg naar onze romp en grepen ons tegelijk bij de keel. Alles werd live gerapt en dat werd duidelijk gesmaakt door de aanwezigen. Channel Tres ging verder dan enkel de klassieke hiphop, hij mixte ook wat acid jazz en funky house in zijn set en dat werkte schitterend. Channel Tres is trouwens het perfecte paradepaardje waarvoor Pukkelpop staat, namelijk diversiteit en plezier en niet die politieke bubbel die veel politici net groter proberen te maken. Goed nat gezweet van het dansen kunnen we nu al stellen dat Channel Tres de volgende nieuwe hype uit Compton is die ook nog eens weet te presteren.

Whitney @ Marquee

Weinig bands weten zo’n gelukzalige glimlach op een gezicht te toveren als Whitney. Hoe de mannen (ondertussen al gegroeid tot een zevenkoppige liveband) het voor elkaar speelt, blijft nog steeds een mysterie, al zitten hun goudeerlijke lyrics en vol overtuiging gebrachte songs er wellicht voor iets tussen. Het begon al bij het fijne “The Falls” en we kregen al meteen een eerste keer kippenvel bij de trompetoutro op “Polly”. Het aandoenlijke “Follow”, geschreven toen zijn grootvader op sterven lag, werd opgeleukt met mooie harmonieën en een fijne gitaarsolo. Ook “Golden Days” en “No Matter Where We go” blonken als vanouds. Eind augustus verschijnt hun langverwachte tweede plaat en dus konden nieuwe nummers ook niet achterblijven. “Before I Know It” en “Friend Of Mine” pasten perfect in het plaatje dat frontman en drummer Julien Ehrlich en zijn kompaan Max Kakacek wilden schilderen. In zachte en warme kleuren creëerden ze in de Marquee een veilige haven voor liefde en vriendschap waar je eventjes de regenbuien kon vergeten. Er werd gedanst, geknuffeld en gekust en voor een keer was het oké dat je meer op je vrienden lette en bijkletste. Want dat is toch waar muziek om draait en wat Whitney predikte: muziek die mensen samenbrengt en gelukkig maakt.

Penelope Isles @ Lift

Op deze derde dag kregen we Penelope Isles uit Isle of Man voorgeschoteld. De band werd aangekondigd als een mix tussen Arcade Fire en Grandaddy, maar het was vooral van die laatste dat de groep live het meeste bleek mee te hebben. Het begon wel wat onzeker met heel wat dromerige vibes, waardoor het publiek moeilijk mee te krijgen was. Toch voelde je aan alles dat er meer zat aan te komen en dat gevoel bleek helemaal correct. Naarmate de set vorderde, haalde de band veel meer uit hun instrumenten dan in het begin. Er werd naar hartenlust gejamd en net daardoor werd de spanningsboog plots heel strak. Je voelde dat het publiek getuige was van iets magisch, want Penelope Isles weet wel hoe ze dynamiek in een set krijgen. Ze deden het door enerzijds verschillende vocals te etaleren en anderzijds heel wat gitaarsounds te laten overheersen. De combinatie was heerlijk openbarend, maar vooral overdonderend. Een combinatie van postrock met lo-fi: zoiets hadden we nog niet gezien op Pukkelpop en hierdoor serveerde Penelope Isles dan ook en van de betere concerten van het festival.

Pond @ Club

Fans van Tame Impala verzamelden zich gisteren massaal bij Pond in de Club om al wat in de stemming te komen voor Kevin Parker en co. De Australiërs van Pond hebben een diepe band met Tame Impala, want niet alleen spelen een paar (ex-)leden bij Tame Impala, Kevin Parker is ook nog eens de producer van de albums van Pond. Zijn invloed is dan ook duidelijk hoorbaar, maar wel vooral op plaat. Live waren de gelijkenissen wat minder frappant en gooide de vijf het over een iets ruigere boeg. Helaas zat het geluid niet echt mee en was de stem van zanger Nick Allbrook heel slecht gemixt. Hoe slordig het geluid was, werd vooral duidelijk bij het nummer “Daisy”, dat normaal gezien een hoogtepunt van de set moest worden. Maar ook de band zelf stelde bij momenten teleur: “Paint Me Silver” werd maar lauwtjes gebracht en het leek wel alsof het vijftal nog een kleine jetlag had. Van Pond verwachten we simpelweg meer en vooral beter, waardoor we dit optreden helaas moeten klasseren als een teleurstelling.

Ezra Collective @ Castello

Jazz is aan een heuse revival bezig. De laatste jaren schieten de veelbelovende jazzcombo’s als paddenstoelen uit de grond en hebben we ze voor het plukken. We zagen al The Comet Is Coming en Kamaal Washington aan het werk en zaterdag was het de beurt aan Ezra Collective uit Londen. Het vijftal werd echter herleid tot een viertal (trompettist Dylan Jones maakte de oversteek naar Kiewit niet), maar dat deerde eigenlijk helemaal niet. Ze vroegen dan wel aan het publiek om als vijfde man te fungeren, maar ze zorgden met hun energie en passie voor meer dan genoeg vuur om het feestje in gang te steken (en te houden). Met aalvlugge solo’s
probeerden ze niet alleen het publiek, maar ook elkaar de loef af te steken. Ezra Collective is duidelijk niet zomaar een band, maar een hecht collectief dat ook bewondering en respect voor elkaars talent kan tonen – al was een drumsolo ook meteen het perfecte excuus om een sigaret op te steken en wat te bekomen. Tussendoor vertelden ze over hun inspiraties (ode aan Sun Ra) en over hun visie op beleving en samenhorigheid, maar daar had het publiek niet zo veel oor naar. Ze wilden nog meer opzwepende grooves en werden terstond op hun wenken bediend. Ezra Collective perste werkelijk alle energie uit onze benen, maar dat was het verdorie meer dan waard.

De Jeugd Van Tegenwoordig @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

De Hollandse hiphopformatie De Jeugd Van Tegenwoordig staat garant voor een dik feest. Hun vuile praat en straffe beats zetten iedere tent in brand, maar op de Main Stage van Pukkelpop bleek dat een moeilijke opdracht. Hoe minder het publiek meedeed, hoe geïrriteerder de drie mc’s werden. Vjeze, Yayo en Wiwa maakten hun intrede met opener “Hollereer”. Ze dansten erop los tijdens “Gekke Boys”, maar merkten dan snel dat het publiek niet evenveel gaf als ze kregen van De Jeugd. ‘Het moet van twee kanten komen,’ vertelde Faberyayo. “Let’s Get Spanish” werd dan weer wel volledig door het publiek gezongen, maar de drie jongens leken er niet veel zin meer in te hebben. De draad werd terug opgepikt met “Manon”, maar dan moest Faberyayo het weer alleen doen op “Buma In Mijn Zak”. Om zich te vermaken, spoot Vjeze Fur dan maar een fles Veuve Cliquot uit. Met hun ondertussen grote portefeuille aan hits, maakte het voor de doorsnee feestvierder geen moer uit of de mc’s nu zelf of überhaupt verstaanbaar rapten (“Ik Kwam Haar Tegen In De Moshpit”), zolang ze maar zelf mee konden brullen. En dat kon zeker op afsluiters “Sterrenstof” en “Formule”.

Mike D @ Marquee

De levende legende Mike D was gisteren naar het Hasseltse afgezakt om er op Pukkelpop een exclusieve dj-set te draaien. Samen met MCA en Ad-Rock vormde hij de legendarische hiphopformatie de Beastie Boys. Op de site werd ons een set beloofd waarin de Beastie Boys in de mix werden gegooid, maar dat bleek slechts gedeeltelijk te kloppen. Er passeerden vooral veel hiphopklassiekers, zoals een “Ms. Jackson” van Outkast of een nummer van Kendrick Lamar. Mike D liet het draaien ook liever over aan een echte specialist en fungeerde meer als een soort van mc. Er kwamen maar een handvol nummers van de Beastie Boys aan bod, dus wie daarvoor speciaal naar de Marquee was afgezakt, bleef toch grotendeels op zijn honger zitten. Dat de tent überhaupt zo vol stond, had vooral te maken met de naam Mike D en het slechte weer, al werd iedereen wel een uur lang goed geëntertaind.

Meute @ Dance Hall

Met hoge verwachtingen zagen we de leden van brassband Meute in trosjes het podium opkomen. Wat volgde was een spektakel waarbij we van onze sokken werden geblazen door een set waar veel dj’s jaloers op zouden zijn. Het publiek ging meermaals uit zijn dak en ook een knalversie van Flume werd ten zeerste gesmaakt. Hoogtepunt was “The Man With The Red Face” van Laurent Garnier, waarbij het plezier kwistig in het rond spoot. De verwachtingen werden dus meer dan ingelost, dat kunnen we wel stellen.

Skegss @ Lift

Voor Skegss was de Lift heel goed volgelopen en de sfeer zat er dan ook van bij het begin heel goed in. Skegss speelt dan ook altijd met het nodige enthousiasme, waardoor iedereen direct meegezogen wordt. Muzikaal wond Skegss er ook geen doekjes om en brachten ze een mix van pret en punk: het resultaat was plezierig. Je waande je dan ook meteen in een soort van donkere kroeg, en de Lift leende zich daar zelfs perfect toe. Dat het publiek uit Skegss’ handen bleef eten, was te zien toen de band een massale sitdown vroeg: bijna iedereen in de tent zat neer en sprong nadien de ziel uit zijn lijf. Skegss moest gewoon hun uiterst springerige ding doen, de rest volgde automatisch. Met “Spring Has Sprung” sloot de band de set op een atypische manier af, doordat de zanger eerst solo startte met een minimalistisch nummer, waarna de band het eerstgenoemde inzette. De laatste keer alle remmen los, en gaan! Skegss is een sfeerband, zoveel is zeker.

Gossip @ Main Stage

©CPU – Ymke Dirikx

Het is tien jaar geleden dat Gossip hun Music for Men album uitbracht. De uitgelezen kans om een reünie te houden, dacht Beth Ditto. De rockformatie stond meermaals op Vlaamse festivalpodia en steevast op de Main Stage. Hen nu dus programmeren in een tent had waarschijnlijk op heel wat weerstand gestoten bij de band, maar had wel een slimmere zet geweest. Dan maar op de Main Stage voor een hoopje uitgeregende fans. De band ratelde zijn setlist af die vol klassiekers zat: “Love Long Distance”, “Listen Up!” en “Move in the Right Direction”. Toch kon Gossip entertainen, dankzij hun frontvrouw Beth Ditto. Nadat ze haar schoenen had uitgedaan, moest ze toch even vertellen dat Tame Impala niet zo arrogant moest doen over foto’s in de backstage. Even later droeg ze “Men In Love” op aan ‘all the queers’. ‘Wie nu niet aan het klappen is, wees er maar klaar voor, wij nemen de wereld over!’ werd uitgeschreeuwd. Er volgde nog een tribuut aan Madonna, Bikini Kill en een cover van George Michaels “Careless Whisper”. Songs die foutloos werden uitgevoerd, maar verder niets meer waren dan dat. Op muzikaal gebied was de set saai en voorspelbaar, toch maakte Beth er nog een boeiende avond van. Zo deed ze onverwacht de droom van een mama uit Beringen uitkomen. Die wilde graag “Heavy Cross” meezingen en werd door Beth volledig omgetoverd tot podiumbeest. Een ontroerend tafereel voor in de Pukkelpopgeschiedenisboeken, maar de rest van het optreden zal de uitgeregende menigte aan het hoofdpodium niet bijblijven.

Ross From Friends @ Castello

Wie David Schwimmer had verwacht, kwam bedrogen uit. Ross From Friends is het project van Felix Clary Weatherall en deed de Castello meteen baden in een gele gloed en beats die zo uit de nachtclub getild leken. Maar na enkele nummers sloop er toch wat eenvormigheid in de set. Een streepje gitaar hier en wat saxofoon daar brachten wel variatie, maar de koele beats denderden onverstoord verder, terwijl de Castello volliep met mensen die kwamen schuilen voor de regen. Zo werd het desondanks toch nog een onstuimig en broeierig feestje en daar mag de band vooral de weergoden voor bedanken.

The Subs @ Dance Hall

©CPU – Ymke Dirikx

De afgelopen jaren is het eerder een bijzonderheid geworden dat we The Subs op een podium aan het werk konden zien. Het Gentse drietal rond Jeroen De Pessemier speelde gisteren echter een exclusieve show op Pukkelpop, en wat voor een. De Dance Hall werd een uur lang omgetoverd tot een broeierige rave cave die aan euforie dit weekend niet te overbieden viel. Jeroen De Pessemier kroonde zich tot ravekoning dankzij zijn zotte stunts (zoals het meermaals het publiek induiken) en zijn ongetemde energie. De show vormde een mooie cohesie tussen nieuw en oud werk en alles liep perfect in elkaar over. De special guests Glints en Dvtch Norris gooiden ieder nog wat meer olie op het vuur, terwijl we ons met Yves Paquet in een Duitse nachtclub waanden. “Fuck That Shit” klonk agressief en zette de Dance Hall in lichterlaaie, evenals het fraaie “The Face Of The Planet”. De lichtshow was sterk en maakte het hele optreden nog intenser. Ten slotte mocht ook nog Mon Colonel de tent begroeten met “The Pope Of Dope” en nog een laatste maal ging het hele publiek in extase. Dit was het dus, het optreden van Pukkelpop 2019!

Cocaine Piss @ Lift

Een bassist met een glitterjurk, een frontvrouw die woest kijkend schelle kreten de ether in slingerde, een uitzinnig publiek en een dozijn en een half nummers die er op veertig minuten doorgejast werden: dat moet Cocaine Piss geweest zijn. Het geluid was wat aan de sloppy kant, maar dat deerde niet zo hard, gezien er genoeg energie van het podium spatte om een industrieterrein van stroom te voorzien. Aurelie trok haar broek uit, maakte wandelingen dwars door de pit en speelde verstoppertje met de mensen die niet dicht opgesteld waren. Ze verdween uit de Lift tijdens het laatste nummer en we zagen de micro zonder baasje terugkeren. De frontvrouw was rustig aan het praten met haar publiek. Sympathieke duracellkonijnen, Cocaine Piss.

Jorja Smith @ Marquee

© CPU – Nathan Dobbelaere

De Britse wedergeboorte van Lauryn Hill en Amy Winehouse mocht de avond op gang trekken in de Marquee. Diezelfde Jorja Smith stond vorige zomer op het podium van de KluB C op Rock Werchter, en daarvan herinneren we ons vooral de afstandelijkheid van de zangeres. Dat was nu heel wat anders. Smith stond er als een echte performer: ze danste, shakete en verzorgde de interactie met haar publiek. Muzikaal bleef ze op een even hoog niveau. Haar stem klonk warm en eeuwen oud, tenminste wanneer ze niet te nasaal zong en de zaal ook gewoon kon zwijgen in plaats van de stille songs te overstijgen met geroezemoes. De band achter Jorja zorgde voor de ideale ondersteuning. De overgang tussen “On Your Own” naar de cover van Sister Nancy’s “Bam Bam” was geweldig en de gitaarsolo tijdens “Lifeboats” verfrissend. Groovy nieuwe single “Be Honest” was ook een schot in de roos. Jammer dat Smith niet altijd verstaanbaar was in de strofes. Het trio covers van Egypt, Kyla en Drake bleek de perfecte start voor het finale lied te zijn. Dat was “On My Mind”, en dat zat niet in zijn gebruikelijk drum ’n’ bass jasje, maar kreeg een rockversie. Dat bombastische einde vatte de groei van Jorja Smith goed samen. De bloem van de Britse soul is opengebloeid van afstandelijke zangeres naar volleerd entertainer.

Parcels @ Castello

Deze band uit Byron Bay, Australië houdt muzikaal het midden tussen Phoenix, Jungle en Daft Punk, maar klinkt net zo lekker als het stilleven van groenten en fruit (en beenhesp) dat hun backdrop tooide. Al van bij het begin zat de sfeer tip top en droop het spelplezier er in dikke druppels vanaf. “Comedown”, “Lightenup” en “Overnight” zijn op zich heel gelijkaardige nummers, maar ze wisten het publiek helemaal op te zwepen en bouwden altijd mooi naar een climax. De Castello mag dan wel een volledig overdekte tent zijn, Parcels speelde het voor elkaar om ons het zand tussen de tenen en de zon op onze huid te laten voelen. Met “iknowhowifeel” en ‘hitje’ “tieduprightnow” knoopten ze alle losse eindjes mooi aan elkaar voor een vlekkeloze set die verbazingwekkend goed gesmaakt werd.

Anne-Marie @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

2018 was het jaar voor Anne-Marie. De Britse bracht haar debuutalbum uit, vulde daarmee meteen een AB en stond op het podium van Rock Werchter. Die laatste wei bezorgde ze een tweede bezoekje als voorprogramma van Ed Sheeran en nu mag ze de avond op gang trappen van dag drie op Pukkelpop. Die Main Stage is trouwens ook echt iets voor haar. De massa jonge meisjes op de wei repte zich naar voor wanneer “Ciao Adios” weerklonk. In een groene strakke outfit en op Doc Martens danste Anne-Marie over het podium. Haar show had misschien niet veel om het lijf, maar dat baarde het publiek geen zorgen. Gewoon een uurtje alle hits meebrullen. En dat lukte het best op de vele samenwerkingen die ze deed met Rudimental (“Let Me Live”), Marshmello (“FRIENDS”) en David Guetta (“Don’t Leave Me Alone”). Hoewel de grote massa deze hits het beste kent, kwamen de échte fans maar voor één ding: de eerlijke Anne-Marie die haar oprechte zelf wil zijn, zoals ze zingt in “Perfect”. Van die mooie boodschap en haar aanstekelijke hits kan je geen kwaad woord zeggen. Of het na tien jaar nog even boeiend zal zijn? Dat is een andere zaak.

Brutus @ Club

Brutus mocht in de Club het beste van zichzelf komen geven. We kregen een lekkere show, maar niet de show die we hadden kunnen krijgen. Tijdens “Drive” werd met een serieuze hapering duidelijk dat drumster Mannaerts niet over haar volledige vocale krachtenarsenaal kon beschikken. Ze klonk alsof ze diep in de reserves moest tasten om even krachtig voor de dag te komen. Nu, Mannaerts op halve kracht is nog steeds een ferme brulboei, en de show was puik, strak en meer dan degelijk. Maar het tikje extra punch dat ze normaliter met haar indrukwekkende stem kan geven, misten we tijdens nummer als “All Along”. Positief dat we er met z’n allen wel het beste van konden maken.

The Chats @ Lift
© CPU - Nathan Dobbelaeree

© CPU – Nathan Dobbelaeree

Er zijn veel keuzes te maken op Pukkelpop, maar de enige juiste keuze die gemaakt kon worden om 21u30 was die om naar The Chats te gaan kijken in de Lift. De band kwam al meteen overtuigend op en gitarist Josh Price toonde ons direct zijn aantrekkelijke lichaam. Het was vreemd, en de band begon dan ook met enkele rare sounds tot er plots een splijtende riff in het geheel kwam en het feestje kon beginnen. Het tempo was strak, de gitaren rauw en het publiek wild. Een ideale combinatie voor een van de beste rockconcerten op Pukkelpop, en The Chats bleef dat niveau ook gewoon aanhouden. Zowel oude als nieuwe nummers zorgden voor heel wat euforie in een moshpit die nooit ophield. De band zelf trok de gekste bekken, maar hield vooral het tempo constant hoog, waardoor iedereen in de hele tent geboeid bleef kijken en bewegen. De band schrijft nummers over alledaagse dingen, en zo was er ook een nummer over chlamydia of een bus die niet aankomt. Alles werd gewoon meegebruld, en die alledaagsheid maakt van de punk van The Chats iets waar er in de toekomst geen ontkomen meer aan zal zijn. Onthoud de naam, ze worden big.

Eels @ Marquee

©CPU – Ymke Dirikx

Wie Eels vorig jaar op Rock Werchter zag, zal een zeldzaam geval van déjà entendu meegemaakt hebben. De set die hij in de Marquee bracht was namelijk krak dezelfde als dertien maanden geleden. Tot op de goedkope mopjes en bindteksten toe, al verving hij hier de mopjes over ‘rock your Werchter’ in ‘pop my pukkel’. En ook al willen we dat festivals inspelen op de milieuproblematiek, dit soort recyclage hoeft dan weer niet. Opnieuw coverde hij Prince, The Who en Brian Wilson en opnieuw bracht het niet veel meer dan herkenning in de set. Eels speelde een jukebox, waarvan de beste nummers niet meer werken en de populaire hits al grijs gedraaid zijn. De band heeft de nummers ondertussen zodanig goed in de vingers dat hun set in de Marquee op automatische piloot werd afgewerkt.

Mr. E is ook een maracas schuddende schim van zichzelf geworden. Ja, “That Look You Give That Guy” was wederom hartverscheurend mooi en we konden gezellig meehuilen met “Fresh Blood”, maar van een man die op zo’n berg geniale en grensverleggende songs zit, verwachten we toch meer dan crowdpleasing rockabilly. Ook grote doorbraak “Novocaine For The Soul” werd van al zijn magie ontdaan en omgevormd tot een rocker. “Souljacker” klonk minder stekelig dan voorheen en in de afsluitende cover “Love & Mercy” konden we een vleugje “Blinking Lights” opvangen. Het deed ons alleen maar meer verlangen naar een show waarin Mr. E eens zijn uitgebreide muziekcatalogus alle eer aan zou doen en ze in volle glorie laat schijnen. Het flauwe afkooksel dat hij in de Marquee presenteerde, deed dat jammer genoeg allesbehalve.

SOHN @ Castello

Ooit was SOHN een enigma, een mysterieuze muziekproducer met een verrassend stevige kopstem, steevast gehuld in een monnikskap en uitgekiende lichtshow. Nu zijn we zeven jaar en twee albums verder en is de mystiek als schillen van hem af gevallen. We zagen een gewone man achter een gewone piano, die evenwel nog steeds tot de verbeelding sprekende muziek bracht. Geen wonder dat zijn doorbraakhitjes “The Wheel” en “Bloodflows” al vroeg in de set zaten, waar hij die vroeger zou sparen tot het einde. Toch kon hij nog verrassen dankzij de experimentele percussie, emotionele zanglijnen en zelfs elektrische gitaar, waardoor zijn klankenpalet plots heel wat minder eentonig kleurde. Nadat hij er nog intrigerende en opzwepende versies van “Lessons” en “Hard Liqour” tegenaan knalde, oordeelde hij het publiek klaar voor zijn twee bescheiden hitjes “Artifice” en “Conrad” die, aan de reactie in de Castello te zien, nog lang hun plafond niet hebben bereikt.

Royal Blood @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

Na twee jaar was Royal Blood nog eens in ons land en dat als co-headliner op Pukkelpop. Het rocktweetal uit Brighton werd in 2013 gevormd en ondertussen brachten ze al twee albums uit. Het duo geniet in ons land veel populariteit en daarom verwonderde het niet dat tienduizenden de regen trotseerden om ze nog eens aan het werk te zien. Mike Kerr en Ben Thatcher schoten goed uit de startblokken met “Come on Over”. Op radiohit “Lights Out” moesten we niet lang wachten en de eerste moshpit was al snel een feit. Een uur lang kregen de twee van de organisatie, en dat uur vulden ze met heerlijke rockbombast. Naast de gekende kanonnen “Hook, Line & Sinker” en “I Only Lie When I Love You” werden ook twee onuitgebrachte nummers al eens live getest. Vooral “Boilermaker” wist ons te overtuigen en was het uithouden in de regen waard. De twee waren duidelijk in vorm en zeker de drumsolo na “Little Monster” diende daarvoor als passend bewijs. Afsluiten deden ze met veel bombast en een heerlijk uitgesponnen “Out Of The Black”. Laat album drie maar komen en dan zien we hen volgende zomer gegarandeerd als een van de topnamen op een festivalaffiche.

The Story So Far @ Club

The Story So Far had een flinke reputatie te verdedigen na de quasi perfecte poppunkparty in de Shelter in 2015. Vier jaar na datum stonden de Californiërs dus weer geboekt, dit keer op een mooie plek op de affiche van de Club. De band begon met recenter werk en kreeg meteen wat volk aan het moshen. Al vroeg in de set kwam “Quicksand”: de grootste hit van het vijftal – al is dat in poppunkmiddens een relatief begrip. De voorste regionen gingen volledig mee in het verhaal, en het meer afgelegen deel van het publiek vroeg zich daarentegen voortdurend af waarom Parker Cannon zich een gemaakte Gallaghercool wilde aanmeten. Die poging en de laatste worp Proper Dose waren dan ook de redenen waarom het concert van The Story So Far weinig hoogtepunten kende en de band bijgevolg weinig zieltjes kon winnen. De Amerikanen speelden op automatische piloot en kon zo de al verworven Belgische fans best bekoren. Maar een half uurtje na de show waren ze wellicht al meer bezig met welke serie ze tijdens de busrit naar de volgende show zouden bingen dan met hun concert op Pukkelpop.

Altin Gün @ Lift

Misschien was het de regen en misschien ook niet, maar Altin Gün kon op een volle Lift rekenen. De Turks-Nederlandse band bracht een heupswingende groove teweeg bij het publiek. Er werd zelfs getrakteerd op een nieuw nummer dat het live niet slecht deed. De regen buiten werd door iedereen binnen vergeten en al snel hing er een typerend groen luchtje in de zaal. Daar waar veel psychedelische bands soms naar zwaarmoedigheid neigen, was frivole luchtigheid de sterkte van Altin Güns set.

The Streets @ Marquee

© CPU – Nathan Dobbelaere

De garagelegende is terug! Mike Skinner aka The Streets stond al eerder op het programma van Pukkelpop. In 2011 zou hij zijn laatste show hier geven, maar een storm gooide roet in het eten. Wat een geluk hebben de Belgische garagefans, want Skinner kondigde in 2018 zijn terugkeer aan. Nog niet met een volledig album, maar wel met een handvol singles en een hele schuif klassiekers trekt hij op tour. Wie er in februari in de AB bij was, weet het ongetwijfeld ook: een avondje The Streets, dat is life changing. Dat was in de Marquee niet anders. Mike stofte zijn properste Brits af om het publiek meermaals duidelijk te maken: ‘It’s Saturday night!’ Zijn poncho deed hij na het welkomstwoord uit: ‘We won’t be needing these.’ En de monitor moest op zijn kant om erop te gaan staan. Volledig klaar voor een uur vertier. Na een stevige intro met onder andere “Don’t Mug Yourself”, “Has It Come To This?” en een vrouw die crowdsurfte in ruil voor een fles champagne, volgde een emotioneel intermezzo met “It’s Too Late”, “The Escapist”, maar ook  “Dry Your Eyes” werd meegezongen door de hele tent. De band die Skinner achter zich had, maakte het de rapper erg eenvoudig om een goeie show neer te zetten, muzikaal dan toch. De meerwaarde zat hem dan vooral in de twee extra mc’s die beter kunnen zingen dan Skinner, maar zijn spotlight nooit betraden. Zonder liveband zou The Streets een grote troef missen.

Een concert van The Streets zonder een crowdsurfende Mike Skinner is er gewoon geen. En voor we onszelf de vraag durfden stellen, legde hij zelf de kaarten op tafel: ‘Onze soundguy is jarig en onze lichtman verlaat ons. Deze twee flessen champagne moeten tot bij hen geraken!’ Van zodra het plan bekend was, kon ernaar opgebouwd worden. “Weak Become Heroes” klonk al stevig, maar “Blinded By The Lights” bleek dé opwarmer te zijn voor het plan van Skinner. Hij liet iedereen een hand in de lucht steken en de hand van een vreemde vastnemen. ‘Look into their eyes! See the fear! We need to trust each other to do this!’ Helemaal gehypet startte de band “Fit But You Know It” en dook Skinner het publiek in. Wonder boven wonder lukte het plan. Pukkelpop-pop-pop kon – ondanks de trage opstart – hun zaterdagavond niet beter hebben gewenst.

Paul Kalkbrenner @ Dance Hall

We waanden ons in een Berlijnse club toen we de stomende Dance Hall binnenwandelden. De poncho’s gingen uit, inclusief nog wat extra kledingstukken bij sommigen. De verantwoordelijke van deze dampende dansers? Paul Kalkbrenner. De man zei geen woord, stak een sigaretje op en draaide aan een paar knoppen, of zo deed hij het toch uitschijnen. Want wat hij doet, doet niemand anders hem na. Een talent in de housewereld met ondertussen zeven albums. Of het nu eigen producties zijn of remixes, alles deed de massa dansen. Hits als “Sky and Sand”, “Aaron” en zijn meest recente “Feed Your Head” werden tussen zijn minder bekende songs gemixt. En of de Dance Hall daar zin in had! De massa volk die kwam schuilen voor de regen werd meegezogen in de Duitse housewereld van Kalkbrenner. Een grote regendans volgde tot het binnen in de tent begon te druppelen van de hitte.

Frank Turner & The Sleeping Souls @ Club

View this post on Instagram

#frankturnerandthesleepingsouls ****

A post shared by Patrick Decoodt (@patrickdecoodt) on

De Britse folkrocker Frank Turner en zijn Sleeping Souls hadden bijzonder weinig moeite nodig om de Club voor hun kar te spannen. Tweede nummer “1933” bleek meteen een sfeerschepper en meebruller. De vrolijke Brit is een geboren publiekspleaser, en boetseert vlot mee te lippen stadionanthems die ook voor een uitbundig Clubpubliek perfect tot hun recht komen. Ook de rustigere nummers zorgden voor momenten die de regen op de jakken van de aanwezigen deed verdampen. Zo bleek “Be More Kind” een levensles die de pers eens mag halen, om de hele hetze rond het zwarte leeuwtje zijn onnodig opgeblazen volume leeg te prikken. Liefde, verdraagzaamheid en muziek: Frank Turner droeg de waarden uit die de bestaansreden van festivals als Pukkelpop uitmaken, en deed dat op zijn gekende manier. De timing voor het concert was alvast perfect, het concert had er veel van weg.

Hot Chip @ Castello

Met hun hagelwitte kostuums en lasershow (geen 320 stuks, maar wel een verdienstelijk aantal) bevestigde Hot Chip gedeeltelijk hun status als nerdband. Wie deze mannen in het dagelijkse leven zou tegenkomen, zou niet kunnen voorspellen dat diezelfde mannen een volle Castello aan het dansen zouden krijgen. Hot Chip had er slechts twee tactieken voor nodig en beide werkten steeds als de andere faalde. “Over And Over” en “Spell” haalden je traag maar gestaag over de streep, terwijl nieuw nummer “Hungry Child” meteen als een oorwurm in je hoofd bleef hangen. Passeerden ook: oudgedienden “Boy From School” en “Ready For The floor” die nog altijd hun effect niet misten en een cover van The Beastie Boys’ “Sabotage”. Met afsluiter “I Feel Better” wisten ze definitief het juk van nerdband van zich af te werpen en ontpopte Hot Chip zowaar tot een steengoeie boysband.

Lees hier onze recensie van de headliner van dag 3: Tame Impala.

Deze recensies werden geschreven door Simon Meyer-Horn, Emma Vierbergen, Jasper Verfaillie, Niels Bruwier, Laurens Collier, Matthijs Vandenbogaerde en Frédéric Beeuwsaert.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram zijn er nog meer beelden te vinden. Volgen is de boodschap!

18 augustus 2019

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief