Albums, Recensies

Beire Kort #16

Iedere week worden we om de oren geslagen met nieuwe albums. Omdat het moeilijk is om elke plaat zijn eigen review te geven, hebben we dit concept uitgedokterd. Het is simpel: we houden het ‘beire kort’, maar geven het album toch haar verdiende review. Deze keer hebben we het over albums van Oscar Lang, Miss Angel, Ryan Hamilton And The Harlequin Ghosts, Company Ink, Zed Yun Pavarotti, Beabadoobee, Skinny Pelembe, *repeat repeat, Raveena, Sam Florian, Rikky Rozay, Younghusband, Laurence Pike, French Vanilla, Tanaë, 0171, Thrice, Rachel Chinouriri, Deer Park Ranger, Kate Bollinger, Crumb, Juju, Far Caspian, The Dream Syndicate, Glowie en Chinatown Slalom.

Oscar Lang – bops etc. (★★★★)

De pas meerderjarige Oscar Lang uit Londen schrijft liedjes die perfect aansluiten op die leeftijdscategorie. Hij bezingt Instagramlikes, het zorgeloze ontwaken in de namiddag of het besef dat opgroeien misschien toch stilaan onvermijdelijk wordt, en dat zijn maar enkele van de tendensen. De teksten zijn dus gegrepen uit het leven van de jongvolwassene en die worden begeleid door een plezante alternatieve indiepop sound. Fans van Boy Pablo zullen hierin de iets meer laidback versie terugvinden en dat maakt van bops etc. echt een bop! De breedte van onze glimlach is daar de graadmeter van, en wees maar zeker dat die van oor tot oor reikt.

Wat wil je nog meer? Iets ludieks misschien? Geen probleem, dat heeft Oscar ook in de aanbieding met “French Girl”. Het enige kleine pijnpuntje van de ep is dat de nummers hier en daar te vol klinken. Zo is het vaak de drum die ons iets te aanwezig lijkt wanneer dat niet per se hoeft, maar verder stelt Oscar Lang lang niet teleur. Voor “Hey” wist de Londenaar het opkomende talent Alfie Templeman te strikken, en dat dit resulteert in een charmante samenwerking, is voor ons haast een evidentie. Nu is het nog aan de rest van de wereld om dat te ontdekken.

Miss Angel – Ghetto Mami, Vol. 1 (★★★½)

Miss Angel is zonder meer de koningin van de aankomende festivalzomer, want weinig andere artiesten schuimen zoveel Belgische festivals af als zij. Onder andere Rock Werchter, DOUR, Pukkelpop en Fire Is Gold staan op het lijstje en zullen de Antwerpse rapster met open armen ontvangen. Met haar debuut-ep Ghetto Mami, Vol. 1 toont ze voor het eerst een breder spectrum van haar talent en dat mag er zeker wezen. Spitten kan ze, maar ook gevoelens zijn zeker hoorbaar in haar vijf nieuwe tracks. Miss Angel is zeker geen engeltje, maar de queen of the summer is ze met zekerheid met deze ep onder haar arm.

Ryan Hamilton And The Harlequin Ghosts – This Is The Sound (★★★)

Ryan Hamilton is nog maar sinds 2016 bezig met zijn Harlequin Ghosts. Hamilton zelf is al langer actief, maar dat wil niet zeggen dat zijn energie op begint te raken. In tegendeel, hij leverde met This is the Sound een langspeler af die barst van de levendige poppunk. De eerste langspeler van deze formatie had perfect gepast tussen alle andere exemplaren van het genre die wij in onze poppunk- en punkrockperiode grijs draaiden. Dat betekent echter niet dat het album gedateerd klinkt, maar wel dat het weinig wereldschokkend is. We hebben het allemaal al wel eens eerder gehoord, maar dat doet geen afbreuk aan hoe entertainend en opbeurend This is the Sound is.

Hamilton And The Harlequin Ghosts haalt modulaties uit de kast die voorspelbaar zijn, maar wel super goed werken. Er staan ook enkele tragere nummers op die voldoen aan het verwachtingspatroon. De band weet ons ook een paar keer te verrassen. Op “Get Down” toveren ze rock ‘n’ roll vibes uit hun hoed en “Bottoms up (Here’s To Goodbye)” schittert van de poppunk nostalgie, waardoor we onze kritische bril even wegleggen om vol overgave op te gaan in deze klepper. Muzikaal biedt het geen vernieuwing alom, maar This is the Sound is vooral heel geanimeerd en opmonterend, en soms is een optimale sfeer het enige waar je nood aan hebt.

Company Ink – Blah Blah (★★★½)

‘A culture clash with no fucks given’, zo omschrijft Company Ink, met leden uit Noorwegen en Ierland, zichzelf. Het tweetal brengt poppunk die heel dansbaar is en gerust een dik feestje met zich mee kan brengen. Toch is het geen poppunk pur sang, want ze schuwen geen elektronische achtergrondklanken of agressief klinkende zang. De stem van de zanger is ideaal voor de sound die Company Ink wil creëren; het geeft de muziek steeds een edgy kantje, waarmee de band zich onderscheidt van de middenmoot. Wees maar zeker dat het werkt! Wel zou iets meer variatie qua insteek geen kwaad kunnen in geval van een langspeler, maar dat zijn zorgen voor morgen.

Zed Yun Pavarotti – French Cash (★★★★)

Als er één Franse hiphopper is die we jullie zeker willen aanraden, dan is het Zed Yun Pavarotti. De Fransman met Algerijnse roots uit Saint Etienne ziet er redelijk speciaal uit door al zijn face tattoos, maar met zijn muziek weet hij niet alleen bij ons een gevoelige snaar te raken. De melodieuze hiphop die hij maakt, klinkt verfrissend en biedt eens iets anders dan wat er populair is in het Franstalige gebied. Met nummers “Velours“, “Papillons, “Septembre” en “Monstre” heeft hij alvast heel wat nummers op zijn tweede mixtape staan, die we zelfs in Franse hitlijsten kunnen zien verschijnen. Het verschil met zijn eerste mixtape is echter dat French Cash iets meer tijd nodig heeft om je te bevallen, en is zo een beetje als een Franse rode wijn. Hoe langer je hem laat rijpen, hoe meer smaken je proeft. Zed Yun Pavarotti is het nieuwe gezicht van de Franse hiphop en dat hij veel in zijn mars heeft, hoor je dan ook op French Cash. Als je het ons vraagt, nu al een van de beste hiphopplaten uit Frankrijk van het jaar.

Beabadoobee – Loveworm (★★★★)

Bea Kristi is nog maar net negentien geworden, maar heeft haar sound al helemaal gevonden. Onder de speelse naam Beabadoobee maakt ze bedroompop. Het was amper een half jaar geleden dat haar vorige ep uitkwam, maar de blauwharige Britse bracht dus alweer een volgend exemplaar uit. Loveworm klinkt zweverig en herkenbaar gevoelig. Dat heeft vooral veel te maken met het downtempo en de overvloed aan tamelijk wazige gitaren. Gelukkig weet Beabadoobee er ook twee upbeat nummers tussen te steken met “Apple Cider” en “You Lie All The Time”, waardoor de sound gevarieerd genoeg blijft. Een geruststelling naar een full album toe, waar wij alvast fel naar uitkijken.

Skinny Pelembe – Dreaming Is Dead Now (★★★★)

Psychedelica, soul, folk, elektronica en pop vinden allemaal hun weg op Dreaming Is Dead Now, het sprankelende debuut van Skinny Pelembe. De Zuid-Afrikaanse / Engelse muzikant trekt geen grenzen tussen stijlen, genres en ideeën en weet zo een unieke sound te creëren waar wij onszelf met plezier in verliezen: eclectisch, organisch en dromerig, maar toch met genoeg edge en punch. Toch is Dreaming Is Dead Now niet zo rooskleurig als de instrumentatie doet vermoeden. Skinny Pelembe neemt namelijk de maatschappij onder een kritische loep en vertolkt zijn ervaringen in boeiende teksten. Een debuut dat op vele vlakken het ontdekken waard is.

*repeat repeat – Glazed (★★)

*repeat repeat bestaat uit een dynamisch duo –of laat ons dat toch hopen voor hen, want ze zijn getrouwd-. Glazed werd geproducet door Patrick Carney van The Black Keys en die naam alleen al brengt toch aardige verwachtingen met zich mee. Jammer genoeg heeft dit Amerikaanse tweetal die verwachtingen maar gedeeltelijk ingelost.

Op vele momenten klinkt de band zodanig toegankelijk dat we eigenlijk ‘saai’ bedoelen. De sound staat er niet; het is te geforceerd en eentonig. Enkel “Pressure” heeft iets vuil en grungy in het refrein en “TTB” is het enige moment waarop de band scheurt zonder dat het gemaakt klinkt. Ook maakt *repeat repeat het goed door af en toe de indiepoprichting uit te gaan en dan klinkt het simpel, maar leuk. Vooral “Woke With You” verwarmt je van binnenuit en doet je terugdenken aan die ‘ene zalige zomer van vier jaar geleden’. *repeat repeat presteert hier duidelijk een pak beter.

Raveena – Lucid (★★★)

De New Yorkse Raveena is aan haar debuutalbum toe. Stilletjes aan zou ze wel eens heel wat bekendheid kunnen verwerven, want haar sound is geschikt voor heel wat moods. Ze geeft haar eigen draai aan zwoele r&b met heel wat grooves. De ene keer resulteert dat in een sensuele song die een afspraakje in een handomdraai een stuk spannender kan maken (“Salt Water”), dan weer moeten we onze dansschoenen gaan zoeken (“Bloom”) of voelen we een warme bries ons hele lichaam verlammen (“Still Dreaming”). Toch is dit debuut nog geen voltreffer. Raveena kan als geen ander overtuigen met zeemzoete lieflijkheid; daar is geen twijfel over mogelijk. Maar na een tijdje hebben we het daar ook wel mee gehad. Hier en daar had de Amerikaanse er iets meer pit en ruwheid in mogen steken om een heel album lang te blijven intrigeren.

Sam Florian – Youth (★★★½)

Bij de meesten zal de naam Sam Florian nog geen belletje doen rinkelen, maar deze Zweed vertoont heel wat trekken van de Scandinavische pop die tegenwoordig zo gegeerd is. Een song als “In My Body” of “Lean” past perfect in dat rijtje, al pakt Florian het over het algemeen iets meer downtempo aan. En ook dat kunnen we wel appreciëren, want dat resulteert maar al te vaak in iets zwoel. Zo vuurt “She Feeds The Fire” sensualiteit op ons af en is “Wastin’ My Time” allesbehalve tijdverspilling. We zijn helemaal mee met wat de Zweed wil doen met zijn debuutplaat en hopen dat hij alleen maar in stijgende lijn zal gaan. Dat is in zekere mate ook nog wel nodig als hij zijn naam echt gevestigd wil zien. De hierboven vernoemde nummers kunnen naar ons idee nauwelijks beter, maar er is nog een beetje sleutelwerk nodig om over heel de lijn op dat niveau te presteren. We zijn benieuwd!

Rikky Rozay – Slululand (★★★½)

In mei mochten we kennis maken met Rikky Rozay en hij liet meteen een goede indruk op ons en talloze anderen na. Rikky, ook een van de leden van de Antwerpse hiphop-gang Roedel, doet het voortaan ook solo en doet dat redelijk goed. Op zijn eerste ep Slululand heeft hij alvast acht nummers weten te verzamelen die tonen wat hij allemaal in zich heeft. Het draait bij Rikky niet alleen om de harde beats, maar hij verwerkt op nummers als “Slululu” en “Kronkel Stronkel” ook een flinke portie humor. “Bakaaa!” schreeuwen we al sinds mei geregeld door de straten, maar ook nummers als “Eindbaas” en “Grote Slurf” weten ons te overtuigen. Rikky Rozay kroont zich op zijn eerste ep tot koning van Slululand, een land waar we stiekem toch wel eens naartoe zouden willen reizen.

Younghusband – Swimmers (★★★½)

Swimmers is al de derde langspeler van deze Britse band. Hun talent om simpele songs om te zetten in genietbare nummers die op geen enkel moment vervelen, is aan deze kant van het kanaal nog niet echt ontdekt. Onterecht, want momenteel geen album waar we het warmer van krijgen dan dit lo-fi exemplaar. Younghusband zet niet per se aan tot intens baantjes trekken, maar doet ons verlangen om een gezellig plonsje te doen in het dichtstbijzijnde zwembad. Een van hun grootste troeven is zonder twijfel de zang. De stem van de lead past perfect bij het genre en zonder dit, zou het geheel in het water vallen. Daarnaast kunnen we ook niet anders dan bezwijken voor de samenzang, die vaak bijna schattig te noemen valt. Een meer dan genietbaar plaatje.

Laurence Pike – Holy Spring (★★★½)

Laurence Pike is de drummer van de gevierde jazzband Szun Waves, maar presenteert met Holy Spring een nieuw soloalbum. Een soloplaat van een jazzdrummer is iets dat op papier moeilijk lijkt te werken, maar met Holy Spring brengt de artiest veertig minuten aan verrassingen mee aan tafel. Geflankeerd door brute lagen elektronica en verfijnde texturen horen we Pike ritmes maken die als een oerkracht door het album waaien. Eenmaal subtiel, los en ruimtelijk, andermaal in een ongeremde vaart en complexiteit zoals op “Drum Chant”. De gedeelde hoofdrol voor de drums en duistere klanken geeft het album een allesbehalve alledaags concept dat geslaagd is uitgevoerd. Wie op zoek is naar iets ongehoord en origineel binnen de hedendaagse jazz, zet deze plaat best op zijn of haar lijstje.

French Vanilla – How Am I Not Myself? (★★★)

French Vanilla is de crème de la crème van de Franse dansfeesten. How Am I Not Myself? vragen ze zich duidelijk af, maar in feite lijken er ons qua eigenheid en authenticiteit weinig tot geen problemen te zijn. De band doet zijn eigenwijze ding, en er zijn twee opties. Ofwel krijg je er geen genoeg van, ofwel wil je liefst zo snel mogelijk over naar de volgende band. We kunnen er wel inkomen dat niet iedereen inziet waarom French Vanilla een heus dansfeest op poten kan zetten. Neem de band niet te serieus om de charme te kunnen inzien van bijvoorbeeld de slordige zanglijn in “Joan of Marc by Marc” of het lichtjes enerverende “Bromosapien”. Wij behoren tot de categorie die een vanillefeest niet zal skippen, maar vinden wel dat de plaat na een tijdje over zijn hoogtepunt hen is. Lol trappen is allemaal goed en wel, maar te veel van het goede moet het ook niet zijn. De band blijft echter zichzelf op How Am I Not Myself? en zal zich ongetwijfeld niets van die kritiek aantrekken.

Tanaë – Talking To Myself (★★★★)

De 22-jarige Luikse zangeres Tanaë mag zich opmaken voor een zeer mooie toekomst. Haar eerste album is er meteen één geworden met acht piekfijne r&b-popsongs, waar zangeressen zoals Jorja Smith jaloers op zouden zijn. Nummers zoals “Mirrors” en “Am I Wrong” hebben een deken van melancholie over zich heen gekregen, waardoor we een dik half uur lang helemaal in de magie van Talking To Myself  zitten. In Wallonië mag ze het album op een heleboel festivals voorstellen. Hopelijk valt ook Vlaanderen snel voor deze charismatische zangeres met een zeer intrigerende r&b-stem.

0171 – Red Lights (★★★½)

Tegenwoordig zijn er weer heel wat interessante popprojecten die hun debuut vieren en daar kunnen we ook het duo 0171 bij rekenen. Joe Bedell-Brill en Georgie Hoare schuilen achter het pseudoniem en hebben in elkaar hun muzikale soulmates gevonden, die samen enorm boeiende electropop maken die lichtjes underground klinkt. Drie nummers telt de debuut-ep Red Light en dat is dan ook het enige minpunt van dit sterk staaltje electropop. Opzetten, genieten en ontdekken.

Thrice – Deeper Wells (★★★★)

Thrice heeft al een hele evolutie doorgemaakt; waar de band startte met een hardcore getinte sound, gingen ze over naar stevige rock en doet Thrice het nu met melodieuze, aanmoedigend grootse sfeernummers. De Amerikanen kunnen het allemaal en als je het ons vraagt, staat hun sound vooral met hun twee laatste langspelers stevig in z’n schoenen als nooit tevoren. De laatste jaren kregen de teksten van frontman Dustin Kensrue een maatschappijkritische kleur en dat heeft deze band enkel nog relevanter gemaakt.

Ook op Deeper Wells wordt een menslievende boodschap uitgedragen, begeleid door haast epische instrumentals (“A Better Bridge”) of intrigerende samenzang en onverwachtse akkoordprogressies (“Stumbling West” en “In This Storm”). Er wordt een donkergrijs wolkendek geschetst en Kensrue stelt zonder schroom waar het op staat, maar toch werkt de sound op een zodanige manier dat je je uiteindelijk gesterkt voelt. Daarin ligt dan ook het talent van Thrice. De titeltrack haalt dan weer hun roerige insteek van weleer boven en Dustins ruige stem krijgt hier een glansrol. Eentje om op een volgende optreden uit volle borst mee te schreeuwen en op te moshen, zoveel is zeker. Deeper Wells werd aangekondigd als een verlenging van Palms, en de band benadrukte dat dit geen geschrapte B-sides zijn. En dat hoor je ook; de ep bestaat uit vier aanmoedigende parels in een helse regenbui.

Rachel Chinouriri – Mama’s Boy (★★★★)

Beslissen om een DIY ep’tje op Soundcloud te droppen, bleek een van de betere zetten van Rachel Chinouriri, want daar begon het allemaal mee voor deze Londense dame. Nu krijgen we haar eerste officiële ep Mama’s Boy te horen, waarop ze vier zwoele r&b nummers bundelt tot een weelderig geheel. Waar we grooves en een hiphopinvloed voor onze voeten geworpen krijgen met “Adrenaline” en “Good Enough”, klinkt Chinouriri op “Mama’s Boy” als een r&b-ster die zo op de radio kan. Een van de liedjes die je dan niet zomaar laat passeren uit bezigheidstherapie, maar die je zo snel mogelijk moet en zal Shazammen. “Riptide” is dan weer een iets korter sfeerplaatje dat je kan begeleiden tijdens het dagdromen, en zo’n vibe creëren moet je ook kunnen.

Mama’s Boy is een staaltje van uiteenlopende smaken, die allemaal zo zijn eigen troeven hebben en perfect passen bij Chinouriri’s stem en feeling, maar met slechts vier nummers is onze honger natuurlijk nog lang niet gestild. We kijken dus al uit naar alles wat nog komen zal voor deze dame.

Deer Park Ranger – Wolf (★★★)

De tweede, instrumentale langspeler van Deer Park Ranger heet Wolf, en het gaat ditmaal ook om een wolf in schaapskleren. Iets anders dan diens zachte, schapenwollen pels lijken we op eerste gehoor niet te ervaren, maar al gauw wordt duidelijk dat er ook gespeeld wordt met spanningsbogen en mysterieuze lagen. Wie denkt dat lyrics onmisbaar zijn om een verhaal te vertellen, krijgt hier het tegendeel door de oren gestuwd. Het is een sterke plaat wat sfeerschepping betreft, want we wanen ons als medepersonages in de wolvenverhalen. Wel is Wolf niet het meest evidente album om integraal af te spelen; na een tijdje is het nieuwe er wel af en kunnen we het geduld niet meer opbrengen om de opbouw helemaal binnen te laten komen. Dat is jammer, want met iets meer variatie had dit een topplaat geweest.

Kate Bollinger – I Don’t Want To Lose (★★★★)

Kate Bollinger brengt van die zeemzoete liedjes met een dikke laag glazuur. Die karrenvracht aan suiker valt vooral te danken aan haar prachtige stem. Zo zuiver en tegelijk zo persoonlijk; Bollinger kan wel eens ver raken alleen al door dat stemgeluid van haar. Tussen alle drukte door kan je met I Don‘t Wanna Lose even tot rust komen en een ongeforceerd zen-momentje beleven. Deze muziek past perfect in ep-formaat, als je het ons vraagt. Het is zeker lang genoeg om helemaal in de zone te geraken, zonder dat er ook maar enig risico van een overdosis zoetigheid bestaat. Een superdeluxe laidback sound om duimen en vingers bij af te likken.

Crumb – Jinx (★★★)

Lila Ramani begon voor de lol met enkele kameraden nummers te spelen en dat bleek aardig te werken. Onder de naam Crumb hebben ze er al heel wat tourdata opzitten en is het nu tijd voor hun allereerste plaat, Jinx. Crumb presenteert een verzameling rustig kabbelende nummertjes. De band klinkt maximaal lo-fi door het gebruik van slepende instrumentals en de bijna etherische stem van frontvrouw Lila. Erg aangenaam, maar dat het vooral in ep-vorm geweest. Nu wordt het een beetje te langdradig. Van al dat zweven kan je ook moe worden en na een tijdje krijgen we wel eens zin in iets met meer uitdaging en kracht. Toch staat elk nummer op zich er wel en is Jinx vooral een ideale droombegeleider.

Juju – Bling Bling (★★★★½)

We hebben het op Dansende Beren steeds vaker over de sterk groeiende urban scene, maar over Duitse rap hadden we het nog nooit. Misschien komt daar door de Berlijnse rapster Juju wel verandering in, want haar solodebuut Bling Bling is misschien wel een van de sterkste vrouwelijke rapplaten in lange tijd. In haar teksten heeft ze het vaak over haar moeilijke jeugd en doet ons zo wat denken aan onze eigen Zwangere Guy, die zijn persoonlijke verhalen ook in sterke teksten steekt. Combineer dat met ijzersterke beats en je krijgt een plaat die meer dan recht in zijn schoenen staat. Highlights van Bling Bling zijn “Vermissen” en “Ich Müsste Lügen”.

Far Caspian – The Heights (★★★)

Far Caspian is een trio uit Leeds in het Verenigd Koninkrijk, en samen weten ze een lo-fi sound neer te zetten die we het best kunnen omschrijven als puur genot. The Heights zou wel eens een hoogtepunt in de muzikale carrière van deze mannen kunnen worden. Het is hun tweede ep met vijf dromerige nummertjes, waarvan vooral hun eerder uitgebrachte “Astoria” opvalt. Deze past bij zoveel moods en zou gerust door het bredere publiek gesmaakt kunnen worden. De zachtheid swingt hier de pan uit, en dat doet het nog een keer in een uptempo jasje op “These Times”. Far Caspian haalt niet de meest innovatieve zetten boven, maar brengt je helemaal in vervoering. Opzet geslaagd!

The Dream Syndicate – These Times (★★★★)

Wat een straffe band. Na het comebackalbum How Did I Find Myself Here? staat The Dream Syndicate, de groep rond Steve Wynn, er weer. Nieuw album These Times geeft eigenlijk al aan dat deze band werkelijk niets aan impact of relevantie heeft verloren. Integendeel, op het album staan een aantal moderne The Dream Syndicate klassiekers, die ongetwijfeld ook te horen zullen zijn tijdens hun concert in de AB in het najaar. Bijzonder is onder meer de inbreng van toetsenist Chris Cacavas, die de groep wat extra vleugels geeft. En er doen nog wat gasten mee, zoals Wynns vrouw Linda Pitmon en Stephen McCarthy (The Long Ryders).

Samen vormen ze een oppermachtige band die zijn heel eigen weg gaat. Dat is onder meer te danken aan het eigenzinnige gitaarspel, dat eigenlijk al vanaf opener “The Way” in de sound domineert. Spannende gitaarpartijen dus, al dienen die vooral de song. En dat maakt van The Dream Syndicate een band om in de gaten te (blijven) houden. Tikkeltje psychedelica? No problemo, leg je oor te luister bij “Put Some Miles On” of het lekkere “Black Light'” Songs die verraden dat de reünie zinvol is, al hoor je op dit erg compacte album ongetwijfeld diverse invloeden terugkeren als R.E.M. of The Velvet Underground. Aanbevelenswaardig album.

Glowie – Where I Belong (★★★)

De IIslandse popster Glowie ruilde haar koude thuisfront in voor het regenachtige Londen om haar muzikale carrière verder uit te bouwen. Het eerste resultaat hiervan is haar eerste ep Where I Belong. Misschien waren onze verwachtingen iets te groot en hoopten we op iets uitdagendere popsongs, toch blijft er iets boeiend rond Glowie hangen. Het zijn vooral de interludes die het bij ons niet doen en die de dynamiek uit de ep halen. Natuurlijk dienen ze om het verhaal beter te vertellen, maar ze zorgen voor iets te houterige en kille overgangen. Toch hebben we er nog altijd alle vertrouwen in, dat we van deze dame nog veel zullen horen want degelijke pop kan ze wel maken.

Chinatown Slalom – Who Wants To Be A Millionaire? (★★★★)

Chinatown Slalom brengt muziek die even ludiek klinkt als hun naam suggereert. Het moet allemaal niet te serieus zijn voor deze gasten, maar dat betekent niet dat de muziek niet kwaliteitsvol is. Daarentegen doen ze het met een sound die vaak groovy uit de hoek komt. Vooral “Where U At?”,  “Dreams” en “People Always Say What They Want” krijgen je benen in beweging, maar verwarren ook met hun speciale toevoegingen waar je om de twee seconden mee te maken krijgt. Aan vernieuwing en durf geen gebrek bij Chinatown Slalom. Zeker songs als “Ricky’s Song” en “8:30” zijn pure waanzin en dat valt alleen maar in de smaak. De titeltrack is nog een van de meer herkenbare nummers van de plaat, al geeft de band er een tiental draaien aan om de electropop sound helemaal eigen te maken. Voor het bredere publiek dat graag songs heeft zonder hoeken eraf, raden we dit nummer aan en al wie goesting heeft in een geschifte plaat vol slaloms om het evidente kost wat kost te vermijden, beluistert het album best integraal.

 

Deze recensies werden geschreven door Ann Mulleman, Simon Meyer-Horn, Maxim Meyer-Horn, Jan Kurvers en Philippe De Cleen.

27 juni 2019

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief