Albums, Recensies

Albumreviews: Beire Kort #12

Iedere week worden we om de oren geslagen met nieuwe albums. Omdat het moeilijk is om ieder album zijn eigen review te geven, hebben we een nieuw concept uitgedokterd. Het is simpel, we houden het ‘beire kort’ maar geven het album toch zijn review die het verdient. Deze keer hebben we het over albums van Bas, The Beths, ORB, GØGGS, Fatherson, The Goon Sax, APRE, Pale Waves, Stoned Jesus, Masego en Jonathan Jeremiah.

Bas – Milky Way (★★★★)

Zelf beschrijft hij het als de enige weg naar geluk. Op Milky Way gaat rapper Bas dan ook op zoek naar de liefde in alle juiste plaatsen. Het resultaat is een sterke opvolger van zijn twee vorige albums die geen moment verveelt. Misschien iets experimenteler, maar die durf was exact wat Bas nodig had om een album te creëren dat we maanden later nog zullen draaien. Milky Way is het beluisteren waard, al is het maar voor de prachtige stem van Ari Lennox op opener “Icarus”, de obligatoire song met mentor J. Cole (die uiteraard een van de beste op de plaat blijkt te zijn) of de interessante combinatie met A$AP Ferg op het zomerse “Boca Raton”.

Milky Way verscheen op 24 augustus via Dreamville en Interscope.

The Beths – Future Me Hates Me (★★★★)

Een van de leukste indierockplaten van het moment komt uit Nieuw-Zeeland! The Beths debuteerden deze zomer met Future Me Hates Me, een album dat rijkelijk gevuld is met sterke songs vol bittere teksten en onweerstaanbare energie. Op zich is de typerende indierocksound van The Beths niet meteen van de origineelste, maar Future Me Hates Me weet toch boven veel anderen in het genre uit te steken. Het tempo en de vlotheid waarmee de goed geschreven nummers, catchy hooks en zonnige melodieën elkaar opvolgen, zorgen ervoor dat we deze spitsvondige en spontane plaat met veel plezier blijven beluisteren.

Future Me Hates Me verscheen op 10 augustus via Carpark Records.

ORB – The Space Between (★★★)

Het debuut verscheen vorig jaar en kreeg van ons vijf sterren. Moeilijk dus om een jaar later hetzelfde kunstje nog eens opnieuw te doen. ORB is nog steeds sterk in het maken van geniale stonergarage zoals King Gizzard dat ook kan, maar gaat deze keer nog meer op zoek naar het experiment. De stevige stukken zijn heel boeiend, maar soms zit er een overdaad aan psychedelica in de muziek. Iets te veel zweven zorgt ervoor dat enkele nummers net iets te lang duren. Met zijn zeven nummers is The Space Between dan ook niet heel lang, er had gerust wat meer werk in mogen kruipen om het helemaal boeiend te houden. Nummers zoals “Space Between The Planets” en “General Electric” zijn de uitschieters op deze plaat. De rest is sterk gemaakt, maar zou net iets potiger en zonder overdaad gemogen hebben.

GØGGS – Pre Strike Sweep (★★★½)

Waar het debuut van GØGGS nog enkele schoonheidsfoutjes had, is Pre Strike Sweep een heuse verbetering. Het project rond Ex-Cult frontman Chris Shaw, Charles Moothart van Fuzz en CFM en de onvermijdelijke Ty Segall gaat op de nieuwe plaat wat diverser te werk. De garage punk komt bij nummers als “Killing Time” en “Space Rinse” nog steeds hard aan, maar het is niet alleen maar hard gaan. Zo is “Still Feeding” het rustigste nummer van de band. Die diversiteit geeft het album wat meer maturiteit. De invloed van Segall is duidelijk hoorbaar, al regeert bij GØGGS toch vooral de punkinvloed van Shaw. Die invloeden in combinatie met iets meer ervaring en de genialiteit van Segall geven Pre Strike Sweep veel meer credibiliteit dan het debuut.

Fatherson – Sum of All Your Parts (★★★★)

Voor de opvolger van Open Book uit 2016 kreeg Fatherson hulp van Claudius Mittendorfer (Muse, Interpol en Arctic Monkeys) en daardoor heeft Sum of All Your Parts een nog grotere sound dan zijn voorganger. Enerzijds komt dat door de bijdrage van strijkinstrumenten anderzijds door de hoop en emotie die leven in de nummers. “Reflection” is een voorbeeld van zo’n song die alle richtingen uit springt, met een emotionele start, een grootse explosie en een zacht einde. Zo zijn veel nummers op deze plaat opgebouwd, al is het ene al wat steviger dan het andere. Net daar ligt de sterkte van dit album. De band weet goed hoe ze een evenwicht kunnen vinden tussen die twee soorten nummers. “Charm School” is bijvoorbeeld dan weer heel stevig en volgt perfect na een breekbare song. De anthematische songs en strakke nummers wisselen elkaar goed af, de productie zit heel sterk in elkaar en ieder nummer blijft ook plakken. Klaar voor groter werk, zoveel is duidelijk.

The Goon Sax – We’re Not Talking (★★★★)

De mannen en vrouw van The Goon Sax zijn nog maar net twintig geworden, maar toch brachten ze op 14 september al hun tweede album uit. Op We’re Not Talking bewijst de band dat ze goed volwassen zijn geworden. De vader van één van de leden zat in de populaire Australische indieband The Go-Betweens en die invloeden zijn dan ook terug te vinden op deze nieuwe plaat. Toch klinkt The Goon Sax op We’re Not Talking iets rijker aan geluid. Ze hebben fijne indiepop liedjes, maar ze durven evengoed eens wat snediger uit de hoek komen en naar post punk neigen (denk maar aan “She Knows”, één van de sterkste songs op het album). Het gaat er heel zacht aan toe op nummers zoals “Strange Light” en “Now You Pretend”, en net die wisselwerking zorgt voor een uitstekend album. The Goon Sax heeft duidelijk een goed evenwicht gevonden tussen de nummers die ze maken en dat tonen ze aan met een kort, maar nagenoeg perfect album.

APRE – Drum Machines Killed Music ep (★★★)

Met hun debuut-ep The Movement of Time bombardeerde het Londonse duo APRE zich tot één van de beloften in de Britse pop- en rockmuziek. Een straffe prestatie als je weet dat ze nog niet al te lang samen muziek maken. Dat weerhield het mysterieuze duo er echter niet van om al met een tweede ep te komen in amper een paar maanden tijd. Met de vier nummers op Drum Machines Killed Music is er niet al te veel materiaal bij gekomen en we moeten eerlijk zijn dat we iets minder mee zijn dan met hun debuut-ep. “Without Your Love” is weer een catchy en aanstekelijk nummer en  “Everybody Loves You” klinkt heel verfrissend, maar slotnummer “U/Me” heeft niet genoeg overtuigingskracht om ons van onze sokken te blazen. Drum Machines Killed Music is dus een degelijke opvolger geworden van hun eerste ep, niet meer en zeker ook niet minder.

Pale Waves – My Mind Makes Noises (★★★)

Image result for my mind makes noises

Genomineerden van de BBC Sound of 2018 Pale Waves brengen dan toch op het nippertje dit jaar hun debuutalbum uit. Hoewel ze ons in een interview net na die nominatie verzekerden dat geen enkele oude single te horen zou zijn op hun eerste langspeler, herkennen we zeven van de veertien songs. En dat is jammer. Schrap die oude rommel en leg de focus liever op het nieuwe werk. Terwijl vroeger elke nieuwe single een kopie van de vorige was, krijgen we op My Mind Makes Noises een ruigere band te horen. Het viertal uit Manchester heeft eindelijk alles opengetrokken en gaat voluit voor poprock op “Drive” en “Red”. Ondanks hun geforceerde 80’s sound doet Pale Waves de prachtige jaren 2000 alle eer aan. Als een ware Avril Lavigne schreeuwt frontvrouw Heather Baron Gracie het uit. Dansen kan ook, op “Came In Close” en “Loveless Girl”. Ballads “She” en “Karl (I Wonder What It’s Like To Die)” geven het koude Pale Waves net wat meer diepte. Jammer van de loze belofte, het had van de plaat minder een puzzel en meer een strak geheel gemaakt.

Stoned Jesus – Pilgrims (★★★½)

De uit Oekraïne afkomstige stonermetal van Stoned Jesus verwierf vooral naamsbekendheid met het uit 2012 daterende “I’m the Mountain”. Pilgrims is voor het trio studioalbum nummer vier, en het heeft zijn naam niet gestolen. Al reizend gaat de plaat meermaals op bedevaart . Zowel qua invloeden van genres (sludge, postrock/metal, stoner en hier en daar een teug jazz) als qua dynamieken krijgen we een bont allegaartje te horen. Alsof Deftones, Steak Number Eight, Black Sabbath, het vuile erfdeel van Queens Of The Stone Age en een zak demonische vocals samen in een blender gesukkeld zijn. Een beetje mossel noch vis, al kan die variatie zeker ook een troefkaart zijn. Rode draden doorheen de songs op Pilgrims: een hart dat vooral uit logge baslijnen bestaat en veel inzet op groove, daar waar flikkerende riffs minder belangrijk zijn. “Hand Resist Him” is een dokkerende ploeg met een heel spacy tintje, “Apathy” een jazzy uitstapje en “Water Me” is een heel geduldig opgebouwde en uiterst intense demonenuitdrijving. Verder is “Feel” een emotionele stormram en halen liefhebbers van een vettige bas vooral hun hart op tijdens “Thessalia” en “Distant Light”. Mixed feelings dus, met een gebrek aan coherentie, al hoeft dat zoals gezegd niet per se een nadeel te zijn.

Masego – Lady Lady (★★★★)

Masego staat al een tijdje bekend voor zijn ‘eigen’ genre traphouse jazz. Dat is ook exact wat hij brengt op zijn debuutalbum Lady Lady. Het album focust vooral op de laidback vibes waarbij Masego de multi-instrumentalist in zich naar boven laat komen, van saxofoon op titelsong “Lady Lady”, naar beatboxen op “Sugar Walls”. Daarnaast ligt de nadruk van dit album net iets meer op de jazz dan op het dancegedeelte. Luister eens naar het geweldige “Black Love”, met haar eenvoudige piano en subtiele percussie, en je snapt meteen wat we bedoelen. Masego brengt met Lady Lady een heerlijk samenhangend geheel dat perfect is voor een namiddagje chillen. Een volwassen sound waarmee Masego zich naar de bovenste regionen van de hiphopwereld katapulteert.

Jonathan Jeremiah – Good Day (★★★½)

Warm, diep en ingetogen. Met die adjectieven kon Jonathan Jeremiah’s debuutplaat A Solitary Man omschreven worden. Het verraadde de weemoed waarmee de Britse bariton toen te werk zou gaan. Daar tegenover presenteert de artiest zeven jaar later Good Day op een gouden plaatje. In plaats van de mijmerende singer-songwriter zien en horen we nu een optimistische soulbezieler. De eenzame man opende zijn hart en schreef een album over de deugd van het stadsleven en het genot van anderen om hem heen. Groovy en open, daarmee kan het nieuwe album omschreven worden. Doorheen de nummers viert Jeremiah’s album met vogelgefluit en gezang het eeuwige Amsterdam. Zijn succes in Nederland rechtvaardigt dan ook zijn voorliefde voor diens hoofdstad. Bijgevolg vormt de Herengracht de ruggengraat van het album en kabbelen de koperblazers en Jeremiah’s stem voort in een wondermooie harmonie. Al bij al is Good Day het perfecte plaatje voor de nazomerende student met zicht op herfst. Het dient tot zich genomen te worden in een hipsterbar met een latte macchiato in de hand. Of het de hitlijsten zal doorprikken en lang zal blijven nazinderen is een andere zaak. Jonathan Jeremiah is op 18 februari te beluisteren in de Botanique, Brussel.

19 september 2018

About Author

Kim Loosvelt


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter