FeaturesInterviews

Interview Will Samson: “Het was een experiment om te zien of ik ook een goed nummer kon schrijven, zonder elektronica en andere snufjes”

 

Zoals het de karakteristieke Engelsman betaamt, bestelt Will Samson thee – lichte paniek brak uit toen hij op de drankkaart geen enkele optie voor thee zag staan, maar de serveuse bracht gelukkig soelaas – in het gezellige cafeetje waar we elkaar ontmoeten op het Flageyplein in Brussel. Het bevalt hem hier best in die smeltkroes van zoveel culturen en gewoontes. ‘Ken je dat restaurantje in de Portugese buurt?’ vraagt hij opgewekt. ‘Nee’, moet ik met het schaamrood op de wangen toegeven, wist ik veel dat Brussel ook een Portugese buurt rijk is. Eén ding staat echter vast: Will Samson voelt zich thuis, hier in Brussel. Morgenavond (28/09) speelt hij er trouwens in Atelier 210.

Proficiat, Will, met de release van je vierde solo-album, Welcome Oxygen. Hoe voel je je nu?

Het album zelf werkte ik meer dan een jaar geleden af, dus het voelt best vreemd aan dat ze nu pas uitgebracht wordt. Een lange weg heeft de plaat afgelegd, maar ik ben opgelucht dat ze er nu eindelijk is.

Waarom duurde het zo’n tijd vooraleer ze gereleased werd?

Dat lag voornamelijk aan het label. Andere releases stonden gepland en de zomer is meestal niet zo geschikt om platen uit te brengen. Bijgevolg moest ik wachten totdat er wat meer ruimte in het schema voorhanden was.

Je bent geboren in Engeland, verhuisde naar Portugal vorig jaar, dan stak je opnieuw Het Kanaal over en nu woon je hier, in Brussel. Vind je jezelf een rusteloos persoon?

Daarvoor leefde ik ook nog in Berlijn, het verhuizen ben ik nu wel een beetje moe. Ik ben naar Brussel gekomen met de intentie er – voor een lange tijd althans – te blijven.

Om welke reden liet je je thuisland achter je?

Om verschillende redenen, eigenlijk. Ik ga bijvoorbeeld nooit op tournee in het Verenigd Koninkrijk, daarom heeft het niet veel zin voor mij om daar te zijn. Ook op muzikaal vlak – zeker in vergelijking met België of Frankrijk – bestaat er in het VK nauwelijks iets als culturele financiering. Ook al als je er veel concerten geeft, blijft het heel moeilijk om het hoofd boven water te houden. De laatste zes à zeven jaar heb ik immers altijd buiten Engeland gespeeld.

Je bent momenteel ook aan het touren en je geeft ook maar één concert in Engeland. Frankrijk, Duitsland, Nederland en België doe je daarentegen wel vaak aan.

Wel, Engeland is echt een eiland. Ik hou er niet zo van om geografisch afgesloten te zijn van de rest van het Europese continent. België staat daar lijnrecht tegenover: het grenst namelijk aan Frankrijk, Duitsland en Nederland.

Ervoer je al problemen door de Brexit?

Nog niet, maar ik zal er sowieso last van ondervinden in de toekomst. Op dat vlak zijn het wel bange tijden aangezien niemand weet wat er ons precies te wachten staat.

Bevalt het je hier in België?

Wel, Beatrijs (De Klerck, nvdr), de violiste die bij me speelt, is Belgische. Ik speelde ook al heel frequent in België de voorbije jaren. Het voelt alsof ik alles hier al een tijdje ken. Bovendien verschilt het hier niet zodanig veel van Engeland dat alles vreemd zou aanvoelen. Maar de verschillen zijn wel groot genoeg om te merken dat ik me in het buitenland bevind.

Vorig jaar trok je dus naar Portugal. Waarom precies dat land? Omdat er Portugees-Indisch bloed door je aderen stroomt?

Nee, niet helemaal. Ik liep al langer met het romantische idee rond om ergens een plek te vinden waar ik goedkoop zou kunnen leven, met idyllisch uitzicht op de zee. Lissabon in het bijzonder. Dát was de grootste reden. De huurprijzen zijn er stevig de hoogte ingegaan de laatste twee jaren. Bepaald goedkoop om te leven is het er dus niet meer. Ik heb enkele vrienden die een tijdje gewoond hebben in Lissabon en ze zijn ook nogal bevreesd om te zien hoe sterk het er veranderd is de afgelopen jaren. Wellicht is het ook een onderbewust iets dat ik een voorouderlijke link heb met Portugal, maar, zoals gezegd, trok ik ernaartoe uitgaande van de romantische opvatting om er bij de zee te wonen. Muziek opnemen terwijl je de golven op elkaar hoort breken.

Dat avontuur draaide echter helemaal anders uit dan verwacht. Wat liep er verkeerd?

Een heleboel zaken. Zo had ik een ongeluk toen ik nog maar net in Portugal aangekomen was; eigenlijk viel ik flauw, m’n hoofd werd daarbij geraakt waardoor mijn twee voortanden uit mijn mond gebokst werden.

Ze zien er nochtans goed uit nu.

Dankjewel (lacht grimmig). Ik had bij dat ongeval ook een grote snee in mijn mond waardoor ik enkele weken niet kon zingen. Dat was vlak aan de start van het nieuwe avontuur. Daarnaast was het ook een pak duurder dan ik verwacht had. Er waren dus wel een paar dingen die al van bij het begin helemaal de verkeerde kant op gingen.

Hoe dan ook, je turbulente verblijf in Portugal was ergens ook een geluk bij een ongeluk: je nieuwe plaat werd er geboren. Niettegenstaande de hachelijke avonturen, liep het creatieproces wél van een leien dakje.

Klopt. Het vorige album had twee jaar van constante arbeid gevraagd en de nieuwe plaat – wel ja, voor mij is ze niet zo nieuw meer – alles was geschreven in een dikke acht dagen. En het meeste werd eveneens in die acht dagen opgenomen. Nog steeds sta ik er van versteld dat dit kon gebeuren! Het verliep allemaal heel organisch en na de eerste dag was ik zo verbaasd… Op de tweede dag ging dat gewoon verder. Ik creëerde dus gewoon een routine: vroeg opstaan, een nummer beginnen en soms begon ik al op te nemen na de middag.

Waaruit haalde je je inspiratie voor de songteksten?

De songteksten… (aarzelt) Wel, het hele album moet eigenlijk opgevat worden als een conversatie tussen drie personen. Een daarvan ben ik, de andere twee zijn mensen die geen deel meer uitmaken van mijn leven. De lyrics vormen dus eigenlijk dingen die ik tegen hen wil zeggen.

Je vader is vermoedelijk een van die gesprekspartners?

Ja, klopt.

Je gaat erg diep. Dat resulteert in iets puurs.

Dat is het mooiste compliment dat iemand aan het album zou kunnen geven. Bij de andere platen zat ik vaak in met wat er met de nummers zou gebeuren nadien, hoe ze beoordeeld zouden worden. Bij Welcome Oxygen was dat totaal niet het geval. Het klinkt als een stom cliché, maar zo was het écht voor mij.

Typisch voor Welcome Oxygen – in tegenstelling tot eerder werk van je – is de afwezigheid van ambient klanktapijten. Waarom stapte je af van minimale elektronica en ging je focussen op gitaar, viool en zang in de plaats?

Ik was erg blij toen je daarnet zei dat het heel puur klinkt want dat was precies waar ik naar streefde. Ik wilde al veel langer een album als deze maken, maar ik denk dat ik bang was om zo blootgesteld te worden. Het duurde ook een hele poos voordat ik wat meer zelfvertrouwen had met te zingen. Het is best wel beangstigend wanneer je alles laat vallen, maar de vocals staan nu echt in het middelpunt. Het ging niet eens om dingen snel te doen, het draaide erom alles wat ook maar een beetje overbodig leek, te schrappen om uiteindelijk enkel de essentie over te houden. Vroeg in de zomer had ik een gesprek met een van mijn beste vrienden en hij vertelde me toen iets wat me steeds is bijgebleven. Hij maakt ook muziek en had gewoonweg een punt; Je kan zelf nagaan of een nummer sterk is of niet. Als het nog goed klinkt terwijl je het van al zijn versieringen ontdaan hebt, is het wel degelijk een goed nummer. Die wijsheid had ik in gedachten en daarnaast was het een soort experiment om na te gaan of ik een sterk nummer kon schrijven, zonder alle elektronica en atmospherics.

Sommigen noemen Welcome Oxygen je beste plaat tot nu toe. Ben je het daarmee eens?

Ik ben er in ieder geval erg blij mee, maar vergelijkingen maken tussen de verschillende albums doe ik liever niet. Afgelopen weekend speelden we enkele concerten en toen we ’s avonds terugkeerden hadden mijn violiste en ik het over de feedback die we kregen. De nieuwe nummers kregen veel meer weerklank dan al het oudere werk, alsof het publiek plots veel meer interesse toont voor de nieuwe nummers.

Is er een specifiek nummer dat je voorkeur wegdraagt op Welcome Oxygen?

Ik hou erg van… (denkt na) Ik ben de naam vergeten (lacht). “Find A Little Light (Day Six)”. Het is een van mijn favorieten omdat een lid van The Album Leaf (Brad Lee, nvdr), die onder meer trompettist is, er een bijdrage aan geleverd heeft. Vorig jaar tourde ik samen met hen en daarnaast zijn ze ook gewoon een van mijn favoriete groepen, en dat al tien jaar. Brad Lee, mijn violiste (Beatrijs De Klerck, nvdr) en ook nog een andere vriend – bezieler van Message To Bears – die wat elektronica aan het nummer toevoegde. Drie vrienden dus die aan “Find A Little Light” bijgedragen hebben; ik denk dat het om die reden mijn favoriete nummer is.

Je geeft veel over jezelf prijs in de nieuwe nummers. Op welke manier beïnvloedt jouw leven of beïnvloeden bepaalde gebeurtenissen in je leven waar je over zingt?

Het lijkt nu of ik ga uitweiden, maar het houdt wel degelijk verband met je vraag. Vorige week verscheen er een Britse komiek op BBC News omdat hij net een boek uitbracht. Het boek gaat erover hoe mannen – vooral in Groot-Brittannië – grootgebracht worden in de waan dat het hen niet toegestaan is om triest te zijn of te rouwen. De enige emotie die mannen mogen uiten is woede en dat heeft zo’n negatief effect op zoveel zaken. De songteksten gaan dus ook over inzien dat het oké is om je gevoelens te tonen. De perceptie dat je gevoelens uiten een teken van zwakheid is, is helemaal verkeerd volgens mij. Ik had bijvoorbeeld erg veel onderdrukte woede, met mijn overleden vader. Door de maatschappij verteld worden dat je een man bent en het je daarom niet is toegestaan om verdriet te hebben, heeft daar zeker iets mee te maken. Toen ik de teksten van mijn nummers neerpende, stond de eerlijkheid tegenover mijn emoties en het besef dat het oké is om ze te uiten dan ook centraal.

Je gaat de komende maanden nog optreden in Frankrijk, Duitsland, Nederland, België en Engeland. Kijk je er wat naar uit?

Ja, de laatste twee concerten in Gent en Orléans waren erg leuk. Dat waren de twee beste concerten die ik ooit heb gespeeld, denk ik. In ieder geval kijk ik zeer uit naar de volgende shows. Volgende week speel ik twee keer met King Creosote, een Schotse artiest die ik al een tijdje ken. Dat zijn de enige support shows, de rest zijn mijn eigen shows.

Ben je nog nerveus om op te treden?

Het is vreemd, toen ik vorig jaar aan het touren was, was ik nooit nerveus. Nu moet ik eerlijk gezegd opnieuw leren hoe ik me moet gedragen op een podium. Maar Hoe meer shows ik speel, des te beter ik de zenuwen de baas kan.

Wat zijn je plannen voor toekomst? Waar zou je binnen tien jaar graag willen staan?

Opgroeien deed ik op het platteland. Over tien jaar zou ik dus wel graag willen leven op het platteland, een tuin en piano hebben, en wat opnamemateriaal. Dat volstaat voor mij.

En nog steeds muziek maken?

Nog steeds muziek maken, maar ik denk… Het is altijd al erg moeilijk geweest om te leven van muziek – zeker de laatste maanden bewezen dat. Ik zou erg verrast zijn als over tien jaar zou blijken dat ook maar iemand enkel met muziek maken zijn brood kan verdienen.

Maakte je geen muziek, wat zou je dan doen?

De enige andere job die ik ooit deed, was tuinieren. En ik ben eigenlijk niet echt een getalenteerde tuinier.

 

Bedankt voor het interview! 

Related posts
LiveRecensiesUitgelicht

De gedroomde terugkeer van duyster. op Leffingeleuren

Al drie jaar lang worden onze zondagavonden net dat tikkeltje anders ingekleurd. In juni 2015 werd er na vijftien jaar een punt…
AlbumsRecensies

Will Samson – Welcome Oxygen (★★★★): Back to basics

Op zijn vierde en nieuwe langspeler bant Will Samson de voor zijn vorig werk zo karakteristieke minimale elektronica en weids uitdeinende klanklandschappen….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.