Albums, Recensies

Alt-J – Relaxer (★★★★): De filmische derde

Eigenlijk hoeft deze band geen introductie. Ze wonnen een Mercury Prize voor hun debuut An Awesome Wave, speelden als headliner The Barn van Rock Werchter plat en verkochten in een luttele twee seconden hun show in De Kreun in Kortrijk uit. Dat er reikhalzend uitgekeken wordt naar de moeilijke derde van de Britse band Alt-J is dus een klein understatement. Werd hun debuut op superlatieven onthaald, dan kreeg This Is All Yours eerder gemengde reviews. Op Relaxer is het dus uitkijken hoe de band voor de dag komt. De albumhoes alleen al (een screenshot uit het Playstation spel LSD) doet vermoeden dat dit album anders wordt dan de vorige.

Op “Hit Me Like That Snare” vatten Newman, Green en Unger-Hamilton hun intenties van het nieuwe album gevat samen. ‘Fuck you, I’ll do what I wanna do’ klinkt het en dat is ook exact wat ze doen. De hooggespannen verwachtingen leggen ze nonchalant naast zich neer en ze doen gewoon waar ze zelf zin in hebben. Een nieuwe “Tesselate”, “Mathilda” of “Taro” staat er niet meteen op dit album, al komt “In Cold Blood“ nog het dichts in de buurt. Alt-J neemt de titel van hun plaat heel letterlijk en levert een chill en relaxt derde album af, al blijven ze zichzelf uitdagen en nieuwe grenzen opzoeken. Hun derde plaat is zeker anders en minstens even goed.

Ook voor dit derde album hokten Joe Newman, Thom Green en Gus Unger-Hamilton samen in Londen met producer Charlie Andrew, die ook al bij hun twee vorige platen aan de knoppen zat. Zelfde plaats, zelfde producer, zelfde band? Ja en nee, want ook al opereert Alt-J vanuit hun vertrouwde comfortzone, toch weten ze ook zichzelf uit te dagen en te vernieuwen.

Opener “3WW” kenden we al. Three worn words (een omschrijving voor ‘I Love You’) is een perfect nummer om de plaat mee te beginnen. De rustige Spaanse gitaren en ritselende electronica komen mooi samen. Het lijkt haast een elektronische versie van José Gonzalez tot het refrein openbarst. Wie goed oplet en met een koptelefoon luistert, merkt dat het nummer barstensvol details zit zoals een knisperend kampvuur, vrouwenstemmen en een subtiele gitaar en piano. De lyric “Girls from the pool say hi” werd zelfs ingezongen door de vriendinnen van het drietal vanuit een echt zwembad. De band heeft koste nog moeite gespaard voor hun nieuwe plaat.

Op het eerste zicht lijkt het een flauwe grap, maar “House of The Rising Sun” is wel degelijk een cover van het alom bekende The Animals nummer. Alt-J kleedt het helemaal uit en drenkt het in een haast onherkenbare mengeling van synths en folkgitaren. Een orkest van twintig klassieke gitaristen speelde het nummer in en die zijn ook allemaal boven op elkaar te horen. Resultaat? Een mysterieuze en meeslepende interpretatie die veel intiemer en introverter klinkt dan verwacht. En zo zijn er wel nog meer momenten waar Alt-J ons verrast.

Ook de tweede single van de nieuwe plaat klinkt ons al overbekend in de oren. “In Cold Blood” steunt op een gitaarriffje dat een broertje is van “Left Hand Free” en met de speelse ‘Lalalalalala’s’ denken we nostalgisch terug aan “Breezeblocks”, de single waar het voor Alt-J allemaal mee begon. “Hit Me Like That Snare” overspoelt dan weer in distortion. Hier klinkt Alt-J op zijn vuilst, ondanks het fijne Japanse tussenstukje. Het hijgerig “Deadcrush” botst dan weer alle kanten op: van creepy, naar sensueel en terug. Alsof The Bee Gee’s een horrorfilm scoren.

Nog filmischer wordt het met “Adeline”, dat zo uit een avonturenfilm lijkt geplukt. De aanzwellende strijkers, de ritmische drums en het plagerige koortje (“Ja ja ja ja”) bouwen gestaag naar een climax. Het nummer vertelt het verhaal van een Tasmaanse duivel die verliefd wordt op een zwemmend meisje en moet omgaan met de wetenschap dat ze nooit samen kunnen zijn. De band herinterpreteerde een stuk uit de soundtrack van The Thin Red Line, gecomponeerd door niemand minder dan Hans Zimmer. Nu weten we meteen ook waar die epische drums en strijkers vandaan komen.

Relaxer, de titel van de plaat, verwijst eigenlijk naar een nummer van drummer Thom Green dat de basis vormde voor “Deadcrush”. Toch lijkt het meer van toepassing op het tweede deel van de plaat. “Last Year” is een heerlijk rustig en gevoelig nummer dat ons dankzij Marissa Hackman’s zalvende stem en een zachte fagot helemaal relaxt maakt. “I learned to count to ten in Japanese, ” zingt Newman terwijl hij de daad bij het woord voegt en het relaas van een jaar vertelt.

Zijn we haast in slaap gewiegd, dan schudt afsluiter “Pleader” ons meteen weer wakker. Het epische nummer werd opgenomen met een 30-koppig orkest in Abbey Road. We horen een Spaanse gitaar en staccato violen die over donkere synths spelen, terwijl een orkest met violen en marimba’s een mysterieus sfeertje creëert. Een koor stuwt de stem van Joe Newman naar ongekende hoogtes. Zo ontroerend en majestueus klonk Alt-J nog nooit. “Pleader” is een serieuze kandidaat voor anthem van het jaar!

Met hun derde plaat overstijgt Alt-J de verwachtingen door er net niet aan te voldoen. Relaxer is een eigenwijze plaat die langzaam zijn geheimen prijs geeft en meerdere luisterbeurten nodig heeft om zich in je oor te wurmen. Na zo’n acht keer luisteren, klokken we af op 4 sterren. Maar vraag het ons binnen een dikke maand nog eens en we zullen wellicht met nog meer sterren strooien. Relaxer is een groeibriljant van een volwassen band die weet wat ze willen en mikt op je onderbewustzijn.

Alt-J komt hun nieuw album voorstellen op 11 juni in de hopeloos uitverkochte Kreun in Kortrijk en staat op 2 juli ook op de wei van Rock Werchter.

30 mei 2017

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief