‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ Met die beroemde uitspraak uit George Orwells Animal Farm in het achterhoofd trekt de New Yorkse punkband TVOD op zijn tweede album The Farm richting het platteland. Wie daar rust en een ontsnapping aan de dagelijkse ellende verwacht, komt er bedrogen uit. Machtsmisbruik, politieke hypocrisie en maatschappelijke frustraties blijken ook tussen de koeien en kippen niet ver weg. De band heeft de plaat deels geschreven op een boerderij in Frankrijk en haalt inspiratie uit Orwells kritiek op machtsverhoudingen en ongelijkheid. Na debuutalbum Party Time maakt het zestal er opnieuw een behoorlijk chaotisch geheel van, waarin scherpe kritiek samengaat met aanstekelijke punk en de nodige humor. Want als de wereld dan toch steeds absurder wordt, kun je er evengoed een stevige soundtrack bij maken.
Dat we ons op een boerderij bevinden, wordt meteen duidelijk wanneer de plaat opent met dierengeluiden en een gesprek tussen twee personen. Veel tijd om van de landelijke rust te genieten krijgen we niet, want voor we het weten barst “Clorox” los. De funky, stevige gitaren en opzwepende drums zetten meteen een hoog tempo neer, terwijl Tyler Wright zich vocaal volledig laat gaan. Zijn zang schommelt tussen speels en schreeuwerig, waardoor het nummer vanaf de eerste seconden bijzonder aanstekelijk klinkt. Op “Wet Brain” wordt het tempo vervolgens wat verlaagd en komt er meer ruimte voor zijn stem. De gitaren krijgen iets van klassieke rock en de zang klinkt zachter en emotioneler, zonder dat de energie helemaal verdwijnt. TVOD toont zo al vroeg dat het niet voortdurend op volle snelheid hoeft te spelen om de aandacht vast te houden. De instrumenten zijn goed op elkaar ingespeeld en vooral die combinatie van de stevige baslijnen met de hoekige gitaren maakt het moeilijk om stil te blijven zitten.
Met “Rerun” verandert de sfeer opnieuw. De zang wordt bijna gesproken en tijdens de strofes keert telkens dezelfde noot van de keys terug, terwijl de gitaren in het refrein voor een melodieuzer geheel zorgen. Hier beginnen ook de teksten echt op de voorgrond te komen. De maatschappelijke frustraties die eerder nog wat verscholen zaten achter de uitbundige instrumentatie, krijgen steeds meer gewicht. Dat wordt nog duidelijker op “Bottomless Pit”, dat opent met de vraag ‘May I take your plate Mr. President?’ en ons vervolgens welkom heet in een bodemloze put. Een toepasselijk beeld voor een wereld waarin politieke problemen elkaar blijven opvolgen en een uitweg soms bijzonder ver weg lijkt. TVOD brengt die kritiek gelukkig met zoveel plezier en ritme dat je bijna vergeet hoe weinig vrolijk de boodschap eigenlijk is. Ook op “Pilots” wordt die frustratie voelbaar. Tussen de geluiden van kippen en geweerschoten duiken bijzonder sterke gitaren op, terwijl de band zijn pijlen richt op de oude mannen die de macht in handen hebben. Wanneer het refrein versnelt en de synths zich bij de rest voegt, komt die woede pas echt binnen.
Wat The Farm zo aangenaam maakt, is dat TVOD amper tijd verspilt. De meeste liedjes halen de drie minuten niet en volgen elkaar in sneltempo op, waardoor de aandacht nergens lang verslapt. Zelfs wanneer de band teruggrijpt naar vertrouwde punkstructuren, blijft het samenspel tussen gitaren, bas, drums en synths plezierig. Niet alles klinkt even origineel en sommige passages doen sterk denken aan wat we binnen het genre al vaker gehoord hebben, maar de groep weet er wel zijn eigen speelse karakter aan te geven. Tussen alle uitbarstingen door is er bovendien ruimte voor melancholie, zoals op “Natalie Portman”, waar de band een gevoeligere kant laat horen. Toch zijn het vooral de momenten waarop TVOD zijn maatschappijkritiek koppelt aan een sterke melodie die het meest overtuigen. De muziek is luid en soms behoorlijk absurd, maar achter die drukte schuilt wel degelijk iets om over na te denken.
Na al die woede en opwinding kiest TVOD met “Counting Sheep (Bed)” voor een verrassend ingetogen einde. Een akoestische gitaar vormt samen met zachte elektronische gitaar en subtiele synths de basis, terwijl Wright plots heel zacht klinkt. Ook de eenvoudige toetsen die later opduiken, geven het nummer iets kwetsbaars. Het voelt bijna als het einde van een koortsdroom, wanneer alle drukte eindelijk verdwenen is en je beseft dat de wereld er nog altijd even beroerd aan toe is. Misschien hebben we ons daar ondertussen zelfs een beetje bij neergelegd. De subtiele boerderijgeluiden brengen ons uiteindelijk terug naar waar het allemaal begon, alleen klinkt die rust na alles wat we gehoord hebben toch anders. The Farm is geen plaat die de punk opnieuw uitvindt, maar dat hoeft ook niet. TVOD combineert kritiek met sterke gitaren, uitstekende ritmes en voldoende afwisseling om de volledige rit boeiend te houden. Het is soms herkenbaar en niet ieder lied blijft even lang hangen, maar de band maakt van een behoorlijk uitzichtloze wereld wel een plezierige luisterervaring.
Ontdek “Pilots”, ons favoriete nummer van The Farm in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







