
Mclusky toch, waar hebben jullie de hele tijd uitgehangen? De eerste jaren na het millennium bracht het drietal enkele fantastische platen uit en toen draaiden de drie uit Cardiff hun kar om in een winterslaap van bijna twintig jaar te gaan. Blijkbaar zijn ze ontwaakt uit die lange schoonheidsslaap, want dit jaar brachten ze opeens een aantal singles uit dat ze op het muziekveld posteerden om een kakelvers album in te leiden. We waren een pak jonger toen Mclusky – toen nog – cd’s uitbracht en we herinneren ons als gisteren de heerlijk geestelijke slagen en verwondingen die we eraan overhielden. Fysiek ook trouwens, want het is geen muziek die uitnodigt om het hoofd van je liefje op je schouders te laten rusten. Waar zijn de tijden dat we de cd’s van de band knalhard in onze versleten auto opzetten om alles en iedereen op stang te jagen. Ramen open, broek af tot de blote reet en zo over de autosnelweg. Het waren andere tijden. Maar niet getreurd dus, hierbij het nieuwe album van de heren Damien Sayell, Jack Egglestone en Andrew Falkous. Ze hebben alle drie een microfoon voor hun neus staan ter ondersteuning van hun gebrul. Sayell koopt vier snaren bij de instrumentenboer, Falkous heeft er twee meer nodig dan zijn kompaan en Egglestone verslijt drumvellen, stokken en cymbalen.
Het is een ongeschreven wet om vrijwel elke eerste letter van elk woord van een titel in hoofdletters te zetten, dus doet het drietal tegenwoordig net het tegenovergestelde. Zo zijn ze wel, tegen de stroom in roeien, als je dat al roeien kan noemen. Die drie Britten doen gewoon keihard hun goesting en dat vinden we uiteraard meer dan dik oké. De titel nu: the world is still here and so are we. We veronderstellen dat dit wel duidelijk genoeg is voor iedereen. Welkom terug Mclusky! We hebben jullie arsenaal aan sarcasme, ironie en galgenhumor gemist.
“unpopular parts of a pig” voert de rangen aan en we blijven het zeggen; een vette opener blijft een belangrijk goed en daar is de band alvast met verve in geslaagd. Wat zeggen we? Cum laude zelfs. Geestige titel waarachter een song zit die direct het publiek bij het nekvel grijpt. Hoewel? Laat ons stellen dat het eerste nummer een hondsdolle mandril is die dat hele varken met huid en haar opvreet. We horen een hoop gejengel dat als antwoord een geschreeuw krijgt waar we van pure angst een slappe zwans van krijgen. De toon, hij is gezet! Er wordt het eerste half uur alvast geen rustmomentje in de plaat gebouwd. Helemaal niet erg want we hebben de plaat volledig beluisterd tijdens een autoritje en het blijkt een remedie te zijn tegen die ellenlange files.
Nummer drie op de plaat heet “way of the exploding dickhead” en kan in de aanval gaan met een supercoole gitaarriff die de hele schijf blijft doordrammen. Zijn die gasten echt twintig jaar ouder geworden ondertussen? Die veel te lange rustperiode heeft er in ieder geval niet voor gezorgd dat er opeens ballades of brak met hypertechnologische rommel worden bij elkaar gecomponeerd. Het is inderdaad wat met politiekers; de rechtschapen mensen die voor het rest de wet dicteren, zijn op een hand te tellen, een hand waar alleen een duim aan hangt. “the battle of los angelsea” laat nog maar eens zien hoe geweldig Sayell pulkt aan zijn bassnaren. Beetje Primus, beetje Fugazi, beetje Dead Kennedys en dat allemaal de mixer in, even drukken, en hopla, Mclusky. Op “the competent horse thief” wordt er even een versnelling teruggeschakeld wat ons de kans geeft om onze broek uit te trekken tijdens de autorit om dadelijk een sessie moonen georganiseerd te krijgen.
Voor we het vergeten, check zeker de clip eens van “people person”. Dat is echt vetjes lachen geblazen! Een van de beste nummers op de plaat is ongetwijfeld “kafka-esque novelist franz kafka”. Dat drumpatroon is perfect zoals het in de punkhandleiding staat en echt geen gemakkelijke klus dikwijls voor drummers. Tak, tak, tak, tak! Op “not all steeplejacks” klinkt de band zoals een van die killerclowns die we wel een keertje tegenkomen in filmpje op het wereldwijde web. Je kent het wel; een dreigende clown met een bijl of zo die koppeltjes achtervolgt in een ondergrondse parkeergarage ter vertier van de kijker in zijn luie zetel. Het is uiteraard allemaal nep, maar hey, je weet maar nooit. Enfin, dat is de sfeer van die song in ieder geval. En hop, de broek is uit ondertussen.
“checkov’s guns” is meer een betoog of debat dat gevoerd wordt op muziek. Chekov was de man op de U.S.S. Enterprise die de laserkanonnen bediende om de Klingons of de Romulanen aan gort te schieten. Uiteraard ging er altijd van alles en nog wat fout, maar kwam alles toch weer goed als het ruimteschip aan warpsnelheid andere sterrenstelsels opzocht. Hier is het gewoon alweer een wreed cool nummer geworden. Boxershort ondertussen uit. Lekker karren in de blote poep!
Dit is een straffe plaat geworden, me dunkt. Er zit totaal geen sleet op het drietal uit het schattige Wales, integendeel. Er wordt gebeukt met noten en akkoorden alsof de aarde twintig jaar niet heeft rondgedraaid voor hen. Op 18 mei staat Mclusky, naast een heleboel andere supergoeie bands, te blinken in de Botanique. Op 4 oktober staat de band in de Cactus in Brugge. We hebben zonet ons gat laten blinken voor alle chauffeurs die naast ons in de file vertoefden. Op schoonheid staat dan ook geen leeftijd, zo leert ons deze plaat van Mclusky.
Ontdek “unpopular parts of a pig”, ons favoriete nummer van the world is still here and so are we in onze Plaatje van de Plaat-playlist op spotify.






