
Een geoefend oog kan al raden wat voor muziek Bütcher ons zal voorschotelen: een metal-umlaut in de bandnaam (knipoog naar Motörhead), de duivelse schepsels die de hoes sieren, de talloze verwijzingen naar metaal, occultisme en wapentuig… Alles doet er inderdaad aan denken dat Bütcher teruggrijpt naar dat nostalgische gouden tijdperk van de heavy metal uit het begin van de jaren tachtig. Het handelsmerk van de band is niets minder dan een amalgaam van traditionele heavy en speedmetal, in het zog van bands zoals Iron Maiden, Venom en Agent Steel, opgepept met wat extremiteit uit de vroege thrash- en blackmetalscene. Terwijl het debuutalbum Bestial Fükkin’ Warmachine uit 2017 nog wat zoekende was – zowel in klank als in vloeiende songwriting – pootte het toenmalige Antwerpse trio in 2020 met 666 Goats Carry My Chariot een ware klassieker neer in de oldschool-metalrevival. De uiteenlopende traditionele metalstijlen van weleer smelten er mooi samen tot een rauw en opzwepend geluid, maar met een onmiskenbare moderne intensiteit. Bütcher heeft deze keer de lat voor zichzelf bijzonder hoog gelegd.
Na de toon te hebben gezet met het obligatoire intronummer “A Divine Wind”, gaat de band direct van start met een eerste meezinger “Speed Metal Samurai”. De karakteristieke speedmetalriff, aangedreven door een falsetto en dubbele basdrum, roept meteen nostalgie op naar bezwete spandexbroeken en leren armbanden. Met epische teksten als ‘blessed by the blade of metal faith’ en aanstekelijke melodieën probeert Bütcher opnieuw een speedmetal-anthem neer te zetten, maar het resultaat haalt niet hetzelfde niveau als inmiddels iconische nummers zoals “Iron Bitch” of “45 RPM Metal”.
Het openingsnummer is kenmerkend voor de rest van kant A van de nieuwe plaat, die vol staat met snelle, melodiegedreven speedmetalnummers. Wat direct opvalt, is de meer gepolijste productie en de nadruk op melodieën, met name in de overvloedige leadgitaarpartijen. Nummers zoals “Blessed by the Blade” en “Koraktor’s Iron Rule” klinken daardoor eerder als afkooksels van Judas Priest. Het eerstgenoemde nummer bevat zelfs een riff (vanaf 2:17) die opvallend veel lijkt op die van Merciful Fates “Curse of the Pharaohs”. Door het hele album heen zijn er passages die herinneringen oproepen aan Melissa, Powerslave, Kill ‘Em All en Sin After Sin; een vorm van creatieve ontlening die ook al de vorige albums van Bütcher typeerde, maar soms wat ver kan gaan. Naast de meer verfijnde klank, vallen ook de zwaardere thrash- en blackmetalinvloeden (aanvankelijk) nergens te bespeuren. Met deze release lijkt de band dus een meer toegankelijk geluid te omarmen.
Gelukkig gooit de band het op de B-kant over een andere boeg. De laatste drie nummers bevatten meer progressieve songstructuren, waarin tempowisselingen en solo’s elkaar snel opvolgen, net zoals de band deed op het titelnummer van hun vorige album. “A Sacrifice to Satan’s Spawn” is ronduit een hommage aan Iron Maiden, maar dan met blackmetal-esque vocalen. Net zoals de band die ze willen eren en die zich in hun latere carrière hieraan schuldig maakt, neigt Bütcher hier soms naar iets te lange passages en een overdaad aan solo’s.
“Gypsy’s Tale (Of Sex and Seance)” opent met een exotisch klinkende sitar, die een psychedelische sfeer creëert vooraleer deze doorbroken wordt door een furieuze dubbele basdrum en een Morbid Angel-achtige riff. R Hellshrieker, wiens stem kan omschreven worden als een samensmelting van Rob Halford en King Diamond, maar dan met meer grinta, steelt opnieuw de show doorheen het hele album. Het vocale manusje-van-alles laat een indrukwekkend scala horen, van cleane zang (zoals op “Blessed by the Blade” rond 4:16), loeihoge falsetto’s (bijvoorbeeld op “Speed Metal Samurai” vanaf 2:13), schelle krijsen tot – voor het eerst op dit nummer – diepe deathmetalgrunts. Ook de instrumentatie blijft verrassen, met een krachtige blackmetalriff rond 2:28 die de dynamiek van dit nummer verder versterkt. De afsluiter, “An Ending in Fyre,” brengt het geheel naar een donkerder terrein met prominente blackmetalinvloeden en een subtiele, sinistere orgelpartij die de toon van dit album perfect afrondt.
Door zich zo sterk te baseren op de clichés en stereotypen van traditionele heavy metal, balanceert Bütcher altijd op de dunne grens tussen inhoud en ‘gimmick’. Met het toegankelijkere geluid, minder prominente invloeden uit extremere metalgenres en de nadruk op melodie, zowel in riffs als solo’s, lijkt die grens op On Fowl of Tyrant Wing nog wat meer te vervagen. De melodielijnen en vocalen kunnen soms zelfs wat cartoonesk aandoen, zoals tijdens het refrein van “Keep the Steele (Flamin’ Hot)”. Misschien heeft de vrij uitgebreide bezettingswijziging bijgedragen tot een minder gestroomlijnde visie? Het originele trio werd namelijk uitgebreid tot een kwintet, met nieuwe leden: gitarist KV Bonecrusher, bassist AK Nosferatör en drummer R Voidsmasher. Toch zal het laatste album van Bütcher zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van oldschool-heavy metal die zich niet laten afschrikken door Hellshriekers intense, maar meesterlijke stemgeluiden. Ondanks de verschuiving naar een toegankelijker geluid, blijft de band trouw aan hun roots, zij het met een eigenzinnige en theatrale flair.
Voor wie een vleugje nostalgie wilt opsnuiven, speelt Bütcher op 22 november zijn cd-release show in concertzaal Effenaar te Eindhoven.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Speed Metal Samurai”, ons favoriete nummer van On Fowl of Tyrant Wing, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






