Albums, Recensies

DeWolff – Tascam Tapes (★★★★): Bizarre on the road-perikelen

Dat DeWolff een productieve band is blijkt maar weer uit hun laatste album Tascam Tapes. Het feit dat de Nederlandse band inmiddels bijna meer op tournee is dan thuis is geen excuus om even geen album uit te brengen. Integendeel: het was voor hen juist de perfecte reden om te beginnen aan een stoer, bohémien, creatief project. Aan de albumcover is af te lezen dat de jongens trots zijn op hun creatie, en dat mag ook wel: niet iedereen zou zomaar, zonder studio, onderweg van hot naar her, een kwaliteitsplaat als deze kunnen maken. En dat is leuk voor ons, zo’n avontuurlijk inkijkje in de bizarre perikelen van DeWolff on the road.

Op het debuutalbum van DeWolff, Strange Fruits and Undiscovered Plants (2009), lieten de toen nog tienerjongens al horen dat ze hun zinnen hadden gezet op rauwe, psychedelische rock-’n-roll, en het is niet alleen het karakteristieke Hammondorgel dat DeWolff een vintage tintje geeft. De sound van de band lijkt rechtstreeks uit een woestenij in Nevada ergens in de jaren zeventig te zijn overgevlogen. Inmiddels zijn de jongens mannen, de broekspijpen wijder, de haren wilder, en het aanzien groter. Heel veel groter. Dit is voor de band een uitstekend moment om de proef op de som te nemen en met weinig middelen een on the road-plaat te maken, iets wat toch wel de stempel van succes is.

Het is cool om zodanig te touren dat je onderweg een compleet album kunt maken. Het is ook cool om er bewust voor te kunnen kiezen de dure middelen voor een echt studioalbum achterwege te laten ondanks je die tot je beschikking hebt en omdat je fans toch wel weten wat je met die middelen kan. En het is cool dat je ook nog eens kunt pronken met de eindeloze muzikale creativiteit die je als band bezit.

Het idee is dus helder: roeien met de riemen die je hebt om een album te maken. Geen drumstel, geen vertrouwde Hammond en geen gitaarversterkers, enkel een sampler met wat soul- en funkdrumbeats, een synthesizer op batterijen, en een gitaar, allemaal direct aangesloten op een Tascam Porta Two, een cassetterecorder met vier sporen uit de jaren tachtig. De mogelijkheden zijn dus beperkt, maar toch heeft de band er een afwisselend, spannend album van weten te maken. De sound van elk nummer is dan wel gelijkaardig door de limieten van het materiaal, maar de bandleden hebben in de muzikaliteit van de twaalf korte maar krachtige nummers toch een breed scala aan mogelijkheden binnen die sound gezocht.

De sound is, zoals je wel zou verwachten, bijzonder lo-fi en rauw, en past in het stoeremannenplaatje van DeWolff. Bijna elk nummer druipt van de analoge fuzz, de vocals zijn authentiek, en de gitaarpartijen zeer kundig. Het album haalt veel kracht uit strakke ritmes, die we tegenkomen in verschillende vormen: zware, stampende beats in “Nothing’s Changing” en “Let it Fly”, funk in “It Ain’t Easy”, en een vleugje country in “Made it to 27”. De band laat echter ook een kwetsbare kant zien met nummers als “Rain” en “Am I Losing My Mind”. Hiernaast blijkt de creativiteit van de band uit kleine dingen zoals het gebruik van een vooralsnog onbekend object in de percussie van “Blood Meridian II”, de gekke sample in “Love Is Such a Waste”, en de scheuren in “Northpole Blues”, en zo zijn er nog wel meer van dat soort grappen te vinden.

Wanneer we Tascam Tapes horen kunnen we ons inbeelden hoe het eraan toeging in het busje van DeWolff. Het enthousiasme en creativiteit van de band is eindeloos, en strijdlust is er genoeg. Met minimale middelen het maximale bereiken kunnen ze van hun to do-lijst afstrepen.

Zaterdag 29 februari is DeWolff live te zien in Ancienne Belgique in Brussel. Tickets vind je hier.

Facebook / Website

15 januari 2020

About Author

Laura Laman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief