Albums, Recensies

DON BROCO – Technology (★★★★): de ideale balans tussen gitaren en synths

DON BROCO brengt vandaag hun derde album in 6 jaar uit. Het album is Technology gedoopt en bevat 16 nummers, wat toch langer is dan het gemiddelde album. De combinatie van deze twee gegevens toont aan hoe productief de band is. DON BROCO brengt een mengeling van stevige rocknummers, gecombineerd met elektronisch elementen. Een mix die makkelijk fout kan lopen, maar DON BROCO beheerst dit perfect en dat levert een heel leuk album op.

Openen doet Don Broco met de titelsong, “Technology”. Het nummer begint met een elektronische drum, iets wat we nog vaak zullen horen verder op het album, maar vloeit al snel over in een energetische rocksong. Het is de perfecte opener voor hun album en zorgt ervoor dat je zeker wil blijven luisteren. “Stay Ignorant” wordt gedomineerd door een aanstekelijke baslijn. In dit nummer gaat de band ook spelen met meerstemmigheid. Behalve het explosieve refrein en het slot van de song is “Stay Ignorant” een relatief rustig nummer.

“T-Shirt Song” barst weer van de energie. Zware gitaren bij de intro en tijdens het refrein, maar zachte synths en zelfs piano in de tussenstukken. Op een of andere manier laten ze dit perfect samensmelten. DON BROCO gaat hier voor het eerst op het album zelfs gebruik maken van kleine elektronische stemmetjes die het refrein nog meer catchy maken. “T-Shirt Song” is de perfecte meezinger. Het begin van “Come Out To LA” zou evengoed het begin van één of ander elektropop-nummer kunnen zijn. Tijdens het refrein worden we weer naar de andere kant gesmeten door de explosieve gitaren. Tijdens dit refrein maken we ook voor het eerst op dit album kennis met de zware stem van drummer Matt Donnelly. Deze klinkt een stuk zwaarder dan die van frontzanger Rob Damiani en zorgt dus voor een leuke afwisseling.

Op “Pretty” en “The Blues” laat DON BROCO de synths voor het grootste deel even voor wat ze zijn en domineren de gitaren. “Pretty” blinkt uit in z’n meezingbaarheid door de catchphrase, ‘eight days a week sucker, eight days a week’, die doorheen het hele nummer vaak herhaald wordt. Beide nummers tonen de oorsprong van de band mooi aan en bewijzen dat DON BROCO, in tegenstelling tot enkele andere bands, helemaal niet vergeten is hoe je een gitaarnummer moet maken.

“Tightrope” trekt het tempo van de plaat even omhoog door z’n hogere tempo. Voor de rest blijkt het een redelijk emotioneel nummer, vooral door de hoge stem tijdens het refrein. Ondanks dat snelle tempo valt het lied toch even helemaal stil met een breakdown, voordat we de laatste minuut al knallend ingaan. “Everybody” behoudt hetzelfde hoge tempo. Spijtig genoeg zien we de band op dit nummer voor het eerst de mist ingaan. Het nummer begint nochtans leuk met een uiterst dansbaar ritme, maar in de helft van het nummer krijgen we te maken met een soort van ‘drop’, waarin synths en gitaren gecombineerd worden. Het resultaat is een enorm drukke mengeling van elektronica en gitaren.

DON BROCO lijkt ook kennis te hebben gemaakt met de cowbell want zowel in “Everybody” als in “Greatness” krijgt deze een aanwezige rol. Het zorgt voor wat extra funk en zeker op “Greatness” zorgt het ervoor dat je onmogelijk kunt blijven zitten. Voor de rest speelt de band met vocal samples en ritme. Een fijn nummer na tegenvaller “Everybody”. De intro van “Porkies” biedt je even wat rust voordat we een zwaar nummer ingaan waar de screams domineren. Ook speelt de band voor het eerst met autotune, waar we bij Dansende Beren absoluut geen fan van zijn.

“Got To Be You” is een rustig nummer, voor DON BROCO dan. Toch lijkt het, vanwege de vocals elk moment te kunnen uitspatten. Dit doet het op het einde dan ook, op een zachte manier. Geen speciaal nummer maar een leuke opvuller. “Good Listener” klinkt groots, makkelijk mee te neuriën en heeft een stevige baslijn. Voor de rest speelt de band een paar keer leuk met het ritme.

¥” is net zoals de naam een bizar nummer. De intro bewijst hoe graag ze experimenteren, in dit geval met vocal samples, die trouwens heel het nummer gebruikt worden. Na dit speciale openingsstukje mondt het uit in een normaal gitaarnummer. Soms zou de band hun experimentele zelf wat meer morgen doortrekken naar de rest van het nummer en niet enkel in de intro. “Something To Drink” is een leuk nummer, dat rustig opbouwt vanuit het begin van het nummer. Je voelt het als luisteraar groeien. In de prechorus pakt de zanger even uit met z’n geweldige stem. Leuk, uiterst meezingbaar nummer.

Het slot van de plaat gaan we in met “Blood In The Water”. Een fijn gitaarlied waar we niet veel speciaals over kunnen zeggen. Niet dat het slecht is, want het bezit catchy gitaarriffs, machtige drums en leuke vocals, maar dit is iets wat elk DON BROCO-nummer heeft. De afsluiter van de plaat is “Potty Mouth”. Om eerlijk te zijn zakte de moed van onze beer wat in zijn schoenen, want na een plaat van al 16 nummers, lijkt het nummer nog eens 6:51 te duren, gelukkig blijkt het nummer te stoppen na 3:22. In dit nummer gaat de band van snel naar traag, van zacht naar hard en van zingen naar brullen. Daarna volgt een stilte van bijna 3 min, waarna we nog 30 seconden een (bewust) slecht opgenomen stukje zang en drum krijgen. Het toont vooral het speelse karakter van de band, maar heeft absoluut geen meerwaarde.

DON BROCO geeft ons een speels, maar zeer sterk album waarin ze het schoolvoorbeeld zijn van hoe je elektronica en harde gitaren combineert. Behalve enkele uitschuivertjes krijgen we (te?) veel toffe nummers. Voorlopig heeft de band nog geen show in België aangekondigd.

4 februari 2018

About Author

Bauke de Langhe


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief