Albums, Recensies

Mogwai – Every Country’s Sun (★★★★½): “Sfeerschepping en spanningsopbouw van de bovenste plank”

Er zijn nog zekerheden in het leven. Mijn mama stond vandaag weer om 6u op om koffie te zetten, Liam Gallagher blijft andere artiesten uitkafferen en menig student blokt zich momenteel de pleuris om het één en het ander recht te zetten. En Mogwai brengt een nieuwe plaat uit, wat al 22 jaar keer op keer opwindend nieuws is. Every Country’s Sun is hun intussen negende studioalbum, de magnifieke filmmuziek uit Atomic, Les Revenants, Before The Flood en het portret van Zinedine Zidane niet meegerekend. De bezoekers van Primavera festival kregen het album nog voor de grote vakantie al live en integraal te horen, wij moesten er iets langer op wachten!

We hebben weer het raden naar waar sommige songtitels vandaan komen. Zoals steeds (ga maar eens door hun oeuvre) schepten de Schotse postrock pioniers er plezier in om de meest random namen op hun nummers te plakken. Versprekingen, woordgrapjes of de naam van een vuurwapen; niets is gek genoeg. Het gaat de mannen van Mogwai dan ook totaal niet om welke titel ze hun nummer geven. Eenmaal je er genoeg aan verknocht bent geraakt, doet dat er immers niet meer toe.

Every Country’s Sun is over zijn geheel gezien een sterke, goed gefundeerde aanloop en opbouw naar een wervelende apotheose, die je met een dubbel gevoel opzadelt. Als je het album aandachtig beluistert, kan het zijn dat je wil bekomen van een intense ervaring. Tegelijkertijd wil je de plaat echter zo snel mogelijk herstarten en de hele rit opnieuw uitzitten. Om nieuwe details te ontdekken en de structuur van de plaat verder te verkennen. Of gewoonweg omdat Mogwai zo goed is in het scheppen van bepaalde sferen.

Mogwai schotelt ons een reeks songs voor die zowat alle muzikale facetten bevatten waar de band ooit over ging. Echt drastisch veranderden de Schotten hun sound nooit doorheen hun rijkgevulde oeuvre, maar ieder album heeft een aantal nummers waarin nieuwe invloeden hoorbaar zijn. Zo gingen ze over spacy postrock, een kern van pianospel, sci-fi soundscapes en recenter excursies richting synths en krautrock. Maar het gaat steeds om erg sferisch en geladen muziek. Mogwai is een band die stilstaat, en toch beweegt.

Naar beproefd recept gaan de nummers van Every Country’s Sun dus op en neer van melancholische neerslag op een sombere morgen tot explosieve uitbarstingen van woede, en alles daar tussenin. Zo komt het album langzaam op gang met eerder geloste single “Coolverine”, een nummer dat wanhoop en eenzaamheid kanaliseert en een bedrukte sfeer schept. Het nummer neigt net als het door een baslijn, orgel en synth’s gedragen “Brain Sweeties” en het goed van karakter voorziene “20 Size” het meest naar de meer elektronisch georiënteerde uitstapjes van Mogwai (zijnde de laatste twee studioalbums). Het duo laatst genoemde songs klinken qua sfeer wel een stuk hoopvoller dan de opener van de plaat. Daarin spelen vooral de gitaren een grote rol. Fans van het eerste uur zullen constateren dat het lang geleden is dat we Mogwai (over het hele album in zijn geheel gezien) in zo’n overwegend vrolijke mood te horen krijgen.

Het hoopvol gevoel wordt verder uitgewerkt in “Crossing The Road Material”. Meer richting postrock à la Explosions In The Sky. Denk aan de tocht van iemand die de top van een berg plots in zicht heeft, en die daardoor gedreven en met nieuwe moed aan de laatste klauterpartijen begint. Eenmaal op de top, een ontzagwekkend uitzicht op moeder aarde gapend aan zijn/haar voeten, spreidt onze avonturier de armen uit, het hoofd naar de hemel gericht. Het einde van het nummer symboliseert dan de voldoening en gemoedsrust die daar boven te rapen viel. Al kan het nummer evengoed een spannende tennismatch van commentaar voorzien. Dit soort nummers kunnen voor veel mensen een hoopvol houvast zijn, een uitweg uit de grauwe realiteit. In deze woelige tijden was het stand brengen van de plaat ook een vorm van escapisme voor de bandleden zelf.

If we can distract anyone from the shambles and stupidity for even a couple of minutes, then that’s better than anything, excepting valium. -Zanger Stuart Braithwaite over de muziek van Mogwai

“Aka 47” gaat in tegenstelling tot wat zijn titel doet vermoeden helemaal niet over schietgeweld en machinerie, maar begint als een soort slaapliedje. Een soort stilte voor de storm, of een wandeling door een verlaten bos, het pad voor je verlicht door een volle maan. Het nummer wordt verder uitgebouwd met allerlei buitenaardse, niet-menselijke effecten en geluiden als ware het de zwanenzang van een familie drones. In de eerste helft van het album, waar sfeer en synths dus een aanzienlijk deel van uitmaken, zit echter ook een buitenbeentje. Haal New Order, Joy Division en The Flaming Lips samen door een krokettenpers met wat samenzang en je bekomt het vrolijke art-pop deuntje van “Party In The Dark”. De tweede single van de plaat is het meest radiovriendelijk popnummer dat Mogwai ooit fabriceerde, en heeft zowaar een hoog meezinggehalte (veel zang is er vaak niet terug te vinden op een Mogwai album).

Ook in het zweverige “1000 Foot Face” horen we zang terug. Het is een repetitieve mantra die een mystieke en dromerige atmosfeer creëert. Met een zweem van typische Mac DeMarco klanken naar het einde van dit nummer gaan we in het album richting een punt waar onze Schotse vrienden een trapje hoger springen, met “Don’t Believe The Fife” (wat een titel) als trampoline. Die song begint nog rustig en druilerig, en schept een dik pak grijze wolken boven onze hoofden. Een soort tikkend klokje is wat later te horen op de achtergrond, precies een aftelmechanisme voor wat komen zal. De opbouw die aanwezig is door Every Country’ Sun bereikt hier stilaan een hoogtepunt. Ergens halverwege het nummer banen de eerste zonnestralen zich een weg doorheen het wolkendek en doen een regenboog van positiviteit verschijnen. Wanneer alle wolken verdwenen zijn, krijgen we voor het eerst echt zwaardere gitaren te horen.

Het is de inleiding van een heel ferm en stevig drietal. “Battered At Scramble” is erg mooi gelaagd en laat ons het betere schreeuwerig gitaarwerk horen. Het nummer barst wat verder open in een aanstekelijke cadans, met nog steeds die dulle gitaren als partner. “Old Poisons” gaat venijnig verder op het zelfde elan, met een dikke vier enerverende minuten vol stuwende kracht en brutale geluidsgolven. Drummer Martin Bulloch deelt zijn vellen mokerslagen uit en we staan helemaal scherp voor slotnummer “Every Country’s Sun”.

De gestructureerde spanningsboog doorheen de plaat, met eerst synths en dan vooral stevige gitaren, wordt in deze song bekroond en ook wel samengevat in een epische apotheose. Een nummer dat live overweldigend moet klinken. Groots en weids overvalt het ons als luisteraar, en bezorgt ons kippenvel tot achter onze oren. Het toont Mogwai op zijn best, en komt het meest tot zijn recht als je de plaat in zijn geheel beluistert, door de mooi geschapen funderingen die voorafgaand gelegd zijn. Daar waar sommige platen van deze lengte naar het einde toe wel eens langdradig worden, is titeltrack “Every Country’s Sun” een magnifiek slotakkoord dat allesbehalve verveeld.

Mogwai serveert ons dus een album van hoog niveau, dat heel wat songs bevat die live ongetwijfeld heel goed zullen binnenkomen. Wie benieuwd is hoe dat effectief zal klinken en nog geen ticket heeft, mag van geluk spreken dat Mogwai er een tweede show heeft bijgelapt in de Ancienne Belgique. Na de uitverkochte show op 20 oktober zullen ze ook de dag nadien de grote zaal inpalmen! De Schotten staan erom bekend hun setlist bijna na elk concert volledig om te gooien. Wij kijken alvast reikhalzend uit wat dat zal geven in de AB. Aanwezigen zullen gelijk hebben!

Facebook / Twitter / Site

30 augustus 2017

About Author

Frederic Beeuwsaert


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief