Features, Interviews

Interview Stijn Meuris: “Songs schrijven is een bizar soort oorlog”

Stijn Meuris is een sneltrein. Zijn solovoorstelling ‘Tirade’ boldert verder, terwijl de man met Meuris repeteert, platen opneemt en uitbrengt én daarnaast nog zijn vrije namiddag opoffert om met deze beer samen te zitten over zijn recentste worp ‘Vigilant’. Een soloplaat die er eigenlijk geen is.

We beginnen met een simpel rekensommetje: hoe vaak zeg je ‘ik’ of ‘mij’ op ‘Vigilant’?

“Oei. Daar heb ik eerlijk gezegd geen idee van. Ik schat een keer of twintig. Waarom de vraag? Dat die Stijn Meuris me nogal een egocentrisch figuur is?”

Het antwoord is 133, en de bedenking daarbij is: de songs die je schrijft zijn diep geworteld in wie je bent, in jouw wereld.

“Altijd. Mijn teksten zijn altijd heel observationeel. Een totaaloverzicht van deze maatschappij met een persoonlijk kantje. Ik kan me zelfs niet inbeelden dat het anders zou zijn. Het is storytelling gebaseerd op mijn eigen ervaringen.”

Wordt dat verhalen vertellen na al die tijd makkelijker of moeilijker?

“Het is makkelijker geworden, heb ik de indruk. Al heb ik nooit een tekort aan onderwerpen gehad; de fameuze writer’s block is mij vreemd. Kijk, ik schrijf vanuit heel simpele gegevens. Soms is dat niet meer dan een stukje tekst op een affiche, een ondertiteling in een film, of zelfs gewoon een woord dat me opvalt. Op één of andere manier heb ik dat nodig om te starten. Ik ga nooit op zoek naar een literatuurinsteek. Nee, ik zie dingen en ik doe er iets mee.”

“Zodra je die procedure leert kennen, wordt het inderdaad makkelijker. Al moet je dan geweldig opletten dat het niet routineus wordt. Dat niet elk nummer een pastiche van een ander nummer wordt. Deze plaat ging het mij vrij goed af, en ik was ook heel blij dat ik qua teksten de lat opnieuw heel hoog gelegd heb. Ik haat muziek waarop ik hoor dat de tekst – in welke taal dan ook – er maar bij verzonnen is. Als ik ook maar voél dat de tekst een soort van oefening is, gaan de haren op mijn arm al overeind staan. Ik heb dat nogal vaak bij Belgische bands. De muziek is ronduit geweldig, maar de tekst…”

Die is er maar met de haren bij gesleurd?

“Precies. ‘Tears running down my spine, between the devil and the deep blue sea’. Huiveren. Dan denk ik: je had niets hé, vriend? (lacht) Dus hebben we opgelet dat er een verhaal zit in ‘Vigilant’. En dat verhaal is dat er een gevoel van onrust is. Een maatschappelijke bekommernis, zeg maar. “

Je schrijft altijd als een soort verhaal, niet als een song?

“Soms, maar niet altijd. Soms is het letterlijk een woord: ‘vigilant’ viel me op omdat ik het een paar politici op televisie zag gebruiken. Dan komen een paar van je teksten opeens samen. ‘Oud Links’, ‘In De Rij Voor Soep’, ‘Het Is Maar Een Woord’: die krijgen een titel. Al die nummers gaan over oplettend zijn, alertheid. Alleen: ik had het woord nog niet. En dan is het er plotseling, en dan weet je: aha, naar dát woord was ik al een jaar op zoek. Ik vergelijk het graag met een pianist of een gitarist. Als die begint te spelen, weet hij ook vaak niet waar hij zal uitkomen. Hij speelt bijna instinctief de volgende noot. Als ik teksten schrijf, weet ik óók niet wat er vier woorden later zal staan. Maar op één of andere manier kloppen die teksten op het einde van de rit.”

Heb je soms het gevoel dat je pas snapt waar de tekst over gaat als hij af is?

“Ja, maar je moet daar wel mee opletten. Het moet wel kloppen. Ik geef mijn teksten graag een ‘tweede lezing’, zelfs tot in de studio. Een soort reality check. En dan gebeurt er iets heel raar: een zin die je al meer dan een jaar zingt, kan plots heel raar klinken. Tekst blijft een levend gegeven. Mijn teksten zijn eigenlijk ook nooit af. Soms tot op het podium. Dan zie ik de muzikanten wel eens vreemd kijken: ‘Wat zingt die nu?’ Maar ik vind dat niet erg.”

Wat komt er eerst: tekst of muziek?

“Geen van beide. Songs schrijven is voor ons een bizar soort oorlog. Ik heb allemaal flarden tekst – soms echt niet meer dan een woord – maar die zijn nog niet geconnecteerd met muziek. Dan hoor ik op repetitie een gitaarlijntje, of een interessant drumpatroon. Dan word ik de dirigent: ‘Speel dat nog eens. Nee, doe het eens zo?’ Ondertussen moet ik snel handelen. Teksten bij de hand, en dán on the spot kies ik op welk idee ik doorga. Da’s tamelijk definitief, heb ik gemerkt.”

De emotie van de tekst moet gelijk lopen met die van het nummer?

“Het is alsof je een huis koopt. Opeens zie je iets waarvan je weet: ‘Dat wordt het!’ Dan wordt het zeer moeilijk om de week erna opnieuw langs een huis te passeren en te denken: ‘Of nee, dit misschien?’. Ik blijf meestal bij het eerste idee. Vanaf dan werk ik die flard of dat woord verder uit naar een deftige songtekst, maar de chemie zit al helemaal juist. Dat proces stopt trouwens nooit. Op mijn gsm staan nu alweer twintig ideeën voor de volgende plaat.”

Ik heb de indruk dat er een zeker Sturm und Drang uitgaat van ‘Vigilant’. Er moest je iets van het hart.

“Hmm. Voor een deel slechts. Want als dat waar was, dan had ik nooit ‘Tirade’ geschreven, mijn solovoorstelling. ‘Tirade’ is ontstaan uit een soort onvervuld verlangen, omdat ik meer kwijt wilde dan op een plaat. Ik wilde voor het eerst in mijn leven eens iets meer zeggen dan nummers, en ik kreeg dat ei niet gelegd. Met ‘tirade’ had ik trouwens hetzelfde gevoel als bij ‘vigilant’: wat een móói woord is me dat. Een woord dat je nota bene al dertig, veertig jaar kent. Maar als je het plots geïsoleerd ziet staan, in een ondertiteling bijvoorbeeld, krijgt het iets esthetisch. Ti-ra-de. Wauw. Mooi woord.”

Iets zegt me dat er een goeie lay-outer aan je is verloren gegaan.

“Ik heb wel een zwak voor typografie. ‘Van God Los’ bijvoorbeeld, da’s een mooi vierkant van drie keer drie letters. Noordkaap: een platte voorkant, een platte achterkant, en perfect in het midden twee letters die steil naar omhoog gaan. Prachtig! Dat woord is een landschap. En dat betekent absoluut niets, nul komma nul, maar dat zijn de extra parameters om een beslissing te nemen. Het zijn maar details, maar die details maken het net boeiend om iets te doen.

Wat is er speciaal aan Meuris?

“Haha. Niets. Da’s een lelijk woord. Niet elegant, nogal boenkig. Maar ik kon op de duur niet meer anders. Kijk, ik had nooit mogen stoppen met Noordkaap. Ik heb dat iets te snel laten varen. Ik had eigenlijk moeten zeggen: ‘Jammer dat je stopt, Lars (Van Bambost, gitarist), maar ik doe verder.’ Ik heb dat iets te makkelijk laten vallen. Letterlijk de dag nadat Noordkaap was gestopt, was ik al aan het repeteren met Monza. Het maakte de dingen marketingtechnisch nogal… moeilijk.  Dus dacht ik: kom, ik geef het project mijn naam, dat maakt alles gewoon duidelijk. Het is een paraplu om onder te schuilen. ’t Is geen soloproject, want ik ben geen muzikant, maar een band die intens samenwerkt. Maar wie die muzikanten zijn, kan wisselen. Nu heb ik deze fantastische bende, maar het kunnen binnen drie maanden ook andere muzikanten zijn.”

’t Is een band, maar met een duidelijke kapitein.

“Welja, het feit dat ik hier zit voor het interview, en niet de drummer, zegt dat al een beetje. Maar da’s dan ook niet helemaal waar, want ik máák de muziek niet. Dat doen zij. Ik ben wel de stuwkracht, degene die wil dat dingen vooruitgaan. Dat maakt van mij dan de eerst aanwezige in Meuris. Da’s soms ook vermoeiend hoor. Ik had veel liever dat de bassist hier zat. Maar ja, bij Radiohead wil iedereen ook Thom Yorke interviewen. Terwijl ik Jonny Greenwood minstens even interessant vind.”

“We hebben het natuurlijk ook een beetje uitgelokt met de bandnaam Meuris. Nu is het tenminste voor iedereen gewoon duidelijk: de band heet zo, dus we gaan er ook niet moeilijk over doen. Maar ik blijf het jammer vinden: we hadden gewoon Noordkaap moeten heten. En dan hadden er dezelfde muzikanten ingezeten als nu, maar dan was die titel tenminste hetzelfde gebleven. Bekijk het als een automerk: wie nu een Porsche ontwerpt, is ook niet dezelfde persoon als dertig jaar geleden. Maar je herkent wel het merk, de lijn die er in zit.”

Jullie hebben de plaat zelf uitgebracht, zonder platenfirma. Een duidelijk statement?

“Die plaat heeft mij een shitload aan geld gekost, en ik ga dat nooit terugverdienen. Dat weet ik. Maar ik wou ook effectief geen label meer. De afgelopen platen botste ik steeds weer tegen een muur van ondeskundigheid. Zogezegde professionals die niet bereid zijn om effectief te luisteren naar een song. Om dan ook nog eens te bedelen voor veel te weinig centen die je bovendien allemaal moet terugbetalen: vergeet het.”

“De platenindustrie is, zeker in ons land, een grap. Met alle respect voor de mensen die het écht nog proberen, maar hoe raar is het dat je de kostprijs voor een middelgrote wagen niet meer kan investeren in een waardevol cultureel project dat hopelijk een jaar of twee meedraait? Als je dat niet meer wil investeren, én daarbij in een soort trieste afbiedcultuur belandt… Sorry. Dan hoeft het niet meer voor mij. We hebben het geprobeerd, hoor. Wat nummers laten horen aan enkele platenfirma’s. Maar geen énkele daarvan hoorde een single in Bimbo Van Het Jaar. Dan moet ik eens lachen. Die gasten zouden niet eens een olifant in een witte kamer herkennen.”

“Wij zijn gelukkig al een tijdje bezig, dus er zijn voldoende middelen om te blijven doen wat we doen. Wij hebben – en nu klink ik oud – de goeie tijd nog meegemaakt. Dat geld steek ik nu vreemd genoeg in het voortbestaan van mijn muziek. Een beetje een omgekeerde wereld. Maar ik ben blij dat die periode er was, want ze geeft me de vrijheid om het te blijven doen.”

“Ik snap heel goed dat het nu moeilijker is. De rat race wordt steeds harder. Vroeger was het simpel: wat goeie interviews, een single die pakt op Studio Brussel en wat leuke festivals, en je was vertrokken. Maar nu! Ik bedoel, De Nieuwe Lichting had bijna 900 inzendingen. Op een lap grond van 30 000 vierkante kilometer! En al die bands zitten tegen elkaar te duwen voor speelgelegenheden, waardoor er een soort van overaanbod is.”

Waardoor je bijna dankbaar moet zijn voor een kans.

“Inderdaad. ‘Je mag gratis optreden op ons klein festivalletje. By the way, we kunnen wel  geen eten voorzien.’ Schrijnend. Nu, hier is het nog braaf. In het Verenigd Koninkrijk werken ze al jaren met pay-to-play, waarbij je geld geeft om te mógen spelen. Laten we hopen dat het hier nooit zo ver zal komen. Wat dat betreft zitten we goed in België en Nederland. Zo’n mooie zalen! Een een technieker die effectief zijn job kent. Elke buitenlandse band trekt grote ogen als ze onze infrastructuur zien.”

Laatste vraag: Bazart won vorige maand vijf MIA’s. Is het Nederlands aan een comeback bezig?

“Dat vind ik een moeilijke. Er is een verschil met hoe bands van onze generatie muziek maakten. Bazart vertegenwoordigt voor mij een ander soort Nederlands, waarbij het eigenlijk niet zo gek veel uitmaakt of ze nu in het Nederlands of in het Bulgaars zingen. Dat klinkt heel negatief, maar is het niet.”

“Ik heb hetzelfde gevoel bij Oscar & The Wolf. Ik gok dat Max Colombie in het Engels zingt, maar eigenlijk hoor ik alleen maar bizarre, ietwat vertraagde klanken waarvan ik weet dat het Engels is. Overdreven natuurlijk, maar je snapt mijn punt wel. Bazart is daar een soort variant op. Bij de bands van mijn generatie – Gorki, De Mens en Noordkaap, maar ook The Scene en Tröckener Kecks – was de muziek een captatie van het moment. Het draaide hem meer rond de tekst, en die nummers veranderden continu. Terwijl het bijvoorbeeld bij Bazart –maar ook bij bands als SX en Goose – gaat over het sonisch beeld, het muzikaal landschap, dat ze creëren. Wij vertellen een verhaal, op muziek. Zij vertellen muziek, en daaronder zit de tekst.”

Bazart zou in IJsland even populair kunnen zijn als Sigur Rós in België.

“Exact. De taalkeuze maakt minder uit, omdat ze die embedden in een soort sonisch landschap. En dat sonisch landschap is de taal waarmee ze communiceren, niet de woorden. Om exact diezelfde reden is een band als Raketkanon razend populair in het Verenigd Koninkrijk. Taal is relatief.”

Boodschap genoteerd. Veel succes, en bedankt voor het gesprek.

 

‘Vigilant’ is vanaf vrijdag 17 februari verkrijgbaar.

Meuris trekt de komende maanden langs cultuurcentra in Vlaanderen. Ook ‘Tirade’, de solovoorstelling van Stijn Meuris, kan je nog enkele keren zien. Alle info en data vind je op www.stijnmeuris.be.

16 februari 2017

About Author

Sven Sabbe


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter