FeaturesInterviews

Interview STUFF.: “Onze plannen na de tweede plaat? Een derde plaat!”

Tussen alle optredens op Pukkelpop door maakten de mannen van STUFF. ook eventjes wat tijd voor een fijn gesprek. Twee mannen, meer bepaald Dries Laheye (bas) en Lander Gyselinck (drum), zeg maar de ritmesectie van België’s spannendste en minst categoriseerbare band van het moment. “Het is ondertussen al weer een dikke week geleden dat we nog gespeeld hebben, maar we hebben gerepeteerd deze keer!” grapt Dries al meteen.

Jullie doen heel wat concerten in het voor- en najaar. Jullie hebben al op heel wat plekken in België gespeeld. Zijn er nog zalen die jullie willen doen?

Dries: Ik zou eens heel graag in het Openluchttheater Rivierenhof staan. Voor de rest hebben we al redelijk wat zalen gezien … Ik zou iets als the Love Parade wel willen doen, dat is eens iets helemaal anders.

Lander: Dat is out of the comfort zone. We spelen binnenkort een kindervoorstelling, een concert voor kinderen. Dat is interessant om te weten hoe dat gaat uitpakken.

In oktober doen jullie ook een filmconcert in samenwerking met Film Fest Gent en spelen jullie de soundtrack bij films van David Cronenberg.

Dries: Ik denk dat de vraag van het Film Fest kwam, maar Andrew (saxofonist) heeft wel een hele grote passie voor David Cronenberg en de muziek van Howard Shore.

Lander: Ik denk dat ze ons wel al in de gaten hadden omdat de muziek van STUFF. wel iets filmisch heeft. Vorig jaar hebben we ook al een improvisatie gedaan op een oude Japanse film en ik vermoed dat daarom de vraag kwam of we iets wilden doen met de muziek van Howard Shore.

Hebben jullie iets met Howard Shore?

Lander: We hebben misschien eerder iets met Cronenberg dan met Shore, maar Shore heeft zoveel dingen gedaan dat het eigenlijk niet te overzien is.

Dries: Ik kende het eigenlijk niet zo goed, maar ik ben er nu wat dingen van aan het checken en ik vind het eigenlijk wel heel goed. Vooral die synth orchestraties zijn geweldig.

Dus jullie zijn je nu al wat aan het voorbereiden op de show?

Dries: Ja, da’s dan vooral de films bekijken en de soundtrack beluisteren.

Lander: De show moet wel nog helemaal in elkaar gestoken worden.

Dries: Het zal sowieso heel spontaan worden waardoor er best wel wat improvisatie bij zal zitten. Er zou ook een samenwerking zijn met VJ’s die beelden zouden mixen. Maar momenteel is het nog helemaal open.

Het viel me ook wel op tijdens jullie live-optredens dat jullie met enkele blikken weten wat er moet gebeuren. Kan je die band tussen jullie wat verklaren?

Dries: We repeteren wel het meest op overgangen en als we nummers in elkaar steken dan moeten we meestal twee of drie delen logisch aan elkaar knopen. We proberen dat met een cue te doen zodat we dan veel meer vrijheid hebben. Als we die cue niet hebben, dan wordt het nogal snel vervelend of raken we het beu.

Lander: Dat komt omdat we eigenlijk al spelend begonnen zijn, en niet al repeterend. Eigenlijk zijn wij de raarste band ever, want wij zijn eerder beginnen spelen dan dat we begonnen repeteren.

Dries: In het begin gebeurden heel wat cues gewoon on the spot. Maar toen we nieuwe muziek maakten, zijn we daar heel bewust mee omgegaan zodat we heel rekbare nummers hadden.

Jullie muziek is heel intens en meeslepend, raken jullie er dan ook zelf in meegesleurd?

In het beste geval wel. Ik probeer mezelf vaak helemaal tot het punt te brengen dat je deel bent van het publiek en ook deel van de muziek. Maar dat is heel moeilijk want je bent altijd zelf de kapitein aan het dek en dan is het moeilijk om de boel te overschouwen. Dat is de moeilijkste goocheltruc. Soms ben je met duizend dingen tegelijk bezig en moet je nog altijd de focus houden. Dat lukt niet altijd, maar als het lukt, dan klopt het meestal ook met de ervaring van het publiek.

Dries: Het leukste is als je jezelf er helemaal in kan verliezen en niet meer nadenkt met wat je nu eigenlijk aan het doen bent. Als alles vanzelf gaat en je niet te veel moet nadenken, is dat voor mij de beste ervaring.

Er is ook een groot verschil tussen een zaalshow en een festivalshow. Merken jullie dat ook?

Dries: Zeker! Gewoon puur praktisch. Op een festival hebt je al heel weinig tijd om te soundchecken of mensen komen binnen met pinten in hun hand in het midden van je set. Ik vind het wel leuk om beide te doen. Je hebt ook heel wat verschillen tussen festivals. Pukkelpop of Gent Jazz, da’s dag en nacht verschil. Maar dat is ook leuk, omdat je ervaring anders is en die van het publiek ook.

Tijdens jullie set op Best Kept Secret merkte ik op dat jullie ook wel bekend aan het worden zijn in Nederland. Merken jullie ook dat jullie fanbase daar aan het groeien is?

Dries: Ik heb geen idee. Mijn gevoel zegt me dat er op Best Kept Secret ook gewoon veel Belgen waren. (lacht)

Lander: We hebben er twee jaar geleden ook al gespeeld en mochten we een tent afsluiten. Daar hebben we toen wel heel wat zieltjes gewonnen, om het met een cliché te zeggen.

Dries: Maar nu was er wel écht veel volk!

Lander: De eerste keer ook, hé. 3000 man of zoiets

Dries: Ja, maar nu veel meer. 7000, heel die tent stond vol en er stonden buiten ook nog mensen te kijken. Ik denk wel dat we sowieso wel aan het groeien zijn in Nederland maar dat is moeilijk om dat als band te vatten. Het gaat zeker niet zo hard als in België, maar het is leuk om ook daar nieuwe mogelijkheden te krijgen.

Jullie touren ook al in het Verenigd Koninkrijk. Is dat het plan om Europa te veroveren?

Dries: Zeker! De UK is sowieso al de belangrijkste Europese markt. Het is ook gewoon heel leuk om daar te spelen. Het is een heel ander gevoel en je moet opnieuw van nul beginnen. We vertrekken na Pukkelpop opnieuw voor een concertreeks in de UK.

Lander: Ik vind het ook wel cool dat je in de UK kunt voelen dat de muziek leeft in de stad. Zonder dat ze het zelf doorhebben, zit dat al diep in hun cultuur. Je merkt dat de dance van de laatste twintig en dertig jaar nog rondhangt in dat land.

Er is de laatste tijd een soort van Jazzrevival aan de gang met heel wat bands die doorbreken en op festivals spelen als BADBADNOTGOOD, GoGo Penguin en Dans Dans in eigen land. Voelen jullie ook dat er een nieuwe wind waait in de Jazzscene?

Lander: Ik denk dat dat ook al een tijdje aan de gang is en dat STUFF. daar ook wel uit voorkomt. Wij hadden wel het geluk dat we misschien ook voor een deel aan de basis konden liggen van die revival en dat we niet op een trein moesten springen. En da’s wel cool. 

De muziek van STUFF. is nog altijd heel moeilijk te omschrijven. Het is wat jazz, wat electro, wat trippy en ook dansbaar. Hoe zouden jullie het zelf omschrijven?

Dries: Dat blijft echt het moeilijkste, vind ik. Ik begrijp ook wel van waar die vraag komt. In het begin had STUFF. nog meer die ingrediënten van jazz en die zullen er wel altijd blijven in zitten, maar nu is dat minder en minder. Het feit dat we een instrumentaal combo zijn, is al een reden om ons op jazzfestivals te programmeren.

Lander: Helaas is dat onze laatste zorg. Daar zijn we eigenlijk echt niet mee bezig. Maar ik begrijp de vraag wel.

Dries: Electrojazz? Het goeie is dat we in de FNAC in beide rekjes liggen. Dus zowel bij de jazz als bij de electro. (lacht)

Lander: En in de Mediamarkt bij de promo’s (lacht).

Voor een fijne babbel met @stuffperiod moet je vandaag op @pukkelpop zijn!

Een bericht gedeeld door Dansende Beren (@dansendeberen) op


Wat zijn jullie grootste invloeden voor STUFF.?

Lander: Dat is heel moeilijk te zeggen. Eigenlijk zou je dat per week moeten vragen. We sturen elkaar spotifylijsten door en dan checken we elkaars muziek. Deze week hebben we vooral naar Luke Vibert geluisterd, een electronica kerel uit de UK die acid house maakt en dat was dan onze plaat van de week. En volgende week kan dat dan iets helemaal anders zijn.

Dries: We hebben ook heel vaak naar Blonde van Frank Ocean geluisterd. En sowieso is dat per STUFF. bandlid helemaal anders. Iedereen is daar ook obsessief mee bezig. Gelukkig blijft dat ook zo. Dan blijven we nieuwe invloeden hebben en sijpelt dat ook in nieuwe nummers.

Zijn jullie al bezig met jullie plannen na de tweede plaat?

Dries: Een derde plaat? Maar nee, nog niet echt.

Lander: Liefst nog niet eigenlijk. Ik vind dat een beetje griezelig als je dan dingen moet plannen.

Dries: Ik ben wel al wat aan het nadenken om nieuwe muziek te maken, maar dan niet meteen om op te nemen. Liefst zonder dat daar een deadline of een doel achter zit.

Lander: De laatste twee jaar hebben we wel echt hard gewerkt naar strakke deadlines toe. We hebben de job gedaan van een band die goed werkt en nu is het wel tof om gewoon muziek te maken voor onze eigen noden. Zo verrijkt die muziek zichzelf ook en dan hoef je die later alleen maar op te nemen. Dat is eigenlijk hoe die eerste plaat is ontstaan. De tweede plaat is ietsje professioneler tot stand gekomen met planning en deadlines.

Je zegt dat het griezelig is, maar je zou net denken dat een derde plaat makkelijker is dan een tweede plaat? De moeilijke tweede, zoals men dat heet.

Lander: Dat is misschien omdat onze eerste plaat eigenlijk een demo was en niemand heeft het ooit geweten.

Dries: We zijn eigenlijk begonnen met een kutplaat. (lacht)

Lander: Nee dat is het! Wij zijn begonnen met een klein plaatje. Dat was toen een EPtje voor de White Cat. En dat is eigenlijk onze eerste plaat.

Dries: Maar dat zijn gewoon drie nummers met een cover.

Lander: Ja maar dan nog. Dat was wel onze eerste outing als band.

Dries: We moeten gewoon nog eens gaan nadenken wat we verder willen doen. We hebben dit najaar niet zo heel veel optredens gepland en we kunnen sowieso nog tot aan de volgende zomer touren op de staart van de vorige plaat. Maar we zullen zien. Ik ben zelf ook benieuwd naar wat gaat komen.

Hebben jullie soms nog heimwee naar die beginperiode?

Dries: Ergens wel, ik vond het wel cool dat het zo naïef en onbezonnen was. En ook door in die setting van een kleine club semi-akoestisch te spelen, ga je ook anders muziek spelen. Dan is het veel puurder dan op een festival en meer als een repetitie. We hebben het er nog altijd wat moeilijk mee dat er op festivals zo’n front row is. Het feit dat er zo’n muur van volk staat, maakt dat je anders luistert en andere dingen verzint. Maar beide zijn wel cool.

Lander: We hadden het goeie idee om eens een jazzclub tournee te doen. De kleinste clubs van België er uit te zoeken en dan daar te gaan spelen.

Dries: Ik vond dat gewoon altijd cool om op zo’n kleine plekken te spelen zoals in de White Cat of een kotfeestje.

Lander: Bij deze een request om kotfeestjes te doen (lacht).

Dries: Toen we nog in de White Cat speelden was dat ook veel losser. We hadden toen nog geen plaat en dus kon je niet vergelijken met de opnames. Het is zot hoe zwaar dat een stempel heeft, ook al probeer je live weg te gaan van de sound van de plaat.

Lander: En ook dat sommige stukken niet beantwoorden aan hoe we de show willen spelen. Soms moet je dingen veranderen om het live te kunnen spelen.

Jullie nummers zijn vooral uit lange jams ontsproten. Hoe maak je daar dan een nummer van?

Lander: Soms zijn er gewoon kleine ideetjes, motieven, baslijnen of riffs waar je mee start.

Dries: Er zijn wel een paar nummers die van improjams komen. Dan nemen we die op en nemen we de leuke stukken er uit.

Lander: “Event Horizon” is wel een voorbeeld van zo’n improvisatie.

Dries: “Spinning Leaf” hebben we iets korter moeten maken. Je gebruikt gewoon wat er cool is. Dat is de luxe van een opname, dat je gewoon een uurtje kan improviseren en de beste stukken er kan uit halen.

Hoe komen de titels van jullie instrumentale nummers eigenlijk tot stand?

Dries: Dat is eigenlijk pas de voorlaatste stap in het proces.

Lander: Het is bij ons altijd het omgekeerde verhaal.

Dries: We hebben altijd eerst wat grappige werktitels en dan op het einde beseffen we dat we die zo echt niet op de plaat kunnen zetten. “Skywalker” heette eerst “Triolerij” omdat dat nummer ook begint met trioles (muziekterm voor groepering van drie noten). “Caves” was eerst “Driesmotief” omdat dat ideetje van mij kwam. Zo’n onnozele dingen.

Lander: “D.O.G.G.” komt eigenlijk ook echt van een hond. Maar da’s nog steeds geen serieuze titel. “Hopkens” is dan “Galapagos” geworden.

Dries: “Colibri” was eerst “Early bird”. Elk nummer hebben we van titel moeten veranderen. Enkel “Vault” is de enige die zijn werktitel behouden heeft. Tot op vandaag worden die titels nog door elkaar gebruikt. Bij de tweede plaat kwam enkel het artwork nog later.

Lander: Maar toen hebben we nog die titels aangepast.

Dries: Juist, aangepast naar de vibe van het artwork.

Jullie rijgen de positieve reviews aan elkaar. Schept dat dan hoge verwachtingen voor nieuw werk?

Dries: We zijn daar wel een beetje mee bezig. Maar in onze band wordt er zo vaak gediscussieerd en gevochten om je gelijk te halen, dat dat eigenlijk niet toe doet. Voor die tweede plaat was ik vooral eerder nieuwsgierig. Als je zelf achter je muziek staat, maken die reviews niet veel uit. Het is natuurlijk wel leuk dat we die positieve reviews krijgen.

Lander: Ik denk dat dat ook helpt omdat we met nog andere projecten bezig zijn. Als wij terug komen van een STUFF. concert en je nog bezig bent met je eigen projecten, kan je dat makkelijk relativeren. Mocht STUFF. mijn enige project zijn, dan wordt je heel onzeker door de verwachtingen die je schept. Op Pukkelpop mogen we de tent afsluiten, dus dan mag ik zeker geen fouten spelen want er hangt veel van af. Nu relativeer ik dat door andere rare projecten te doen zodat ik een balans heb. Als je niets hebt om die verwachtingen mee waterpas te trekken, is dat wel moeilijk. Iedereen bij STUFF. heeft wel zoiets om die verwachtingen te relativeren.

Jullie zijn allemaal ook bezig met zijprojecten. Is het dan moeilijk om tijd te vinden om te repeteren?

Lander: Als we in iets virtuoos zijn, dan is het dat! Echt, de agenda is echt het aller moeilijkst.

Dries: Dat is nu wel al beter. We spelen iets minder dan de vorige twee jaar, wat het makkelijker maakt om te plannen. Daarvoor speelden we haast iedere week wel ergens.

Lander: Ik denk dat vooral onze manager dan ’s nachts badend in het zweet wakker wordt en schrikt. Hij heeft de meeste stress om die vijf man samen te krijgen. Da’s echt geen makkelijke job.

Dries: Hij is de grootste virtuoos in onze band. (lacht)

 

STUFF. speelt deze herfst nog over heel België.

Oct 11 Vooruit Gent
Oct 25 Muziekodroom Hasselt
Oct 26 De Kreun Kortrijk
Oct 27 Nosta Opwijk
Oct 28 Het Depot Leuven
Nov 24 Eden Charleroi
Nov 30 De Casino Sint-Niklaas

Meer info via

Facebook / Instagram / Soundcloud / Spotify / Twitter / Website

Dit vind je misschien ook leuk:
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Lucid Lucia – “Diggin'”

Soms komen plaatjes als een geschenk uit de hemel vallen. “Diggin’” van Lucid Lucia is er zo een. Want het is eindelijk…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Mattias De Craene - "Pattern 0.9"

De Gentse saxofonist en lid van jazzrockband Nordmann Mattias De Craene lost binnenkort zijn eerste album. Na een boeiende ep, die deze…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Kedr Livanskiy – “Your Turn” (feat. Flaty)

Na Ariadna (2017) en Your Need (2019) zal de Russische Yana Kedrina, beter gekend als Kedr Livanksiy op 2 oktober 2021 haar…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.