Live, Recensies

Best of Down The Rabbit Hole 2017 Deel 1

De Beren waren nog maar net terug van Best Kept Secret, of er vertrok er weer één richting Beuningen voor de vierde editie van Down The Rabbit Hole. Het festival kende vorig jaar een sompige editie, waardoor we niet ten volle van een optimale sfeer konden genieten, dit zat dit jaar alvast wel goed. We snuisterden de wondere wereld af op zoek naar fijne, nieuwe muzikale ontdekkingen en wierpen gevestigde waarden ‘het Gat’ in.

 

Meh-ste opener

Het programmaboekje omschreef All We Are als ‘Bee Gees voor de slaapkamer’, als we iets niet onverwacht willen aantreffen in onze slaapkamer zijn het hoogstwaarschijnlijk de Bee Gees. Hoe dan ook, de zwoelheid in de eerste nummers van deze Liverpurdians voorspelde veel goeds. Zwoele vibe, een toegankelijke(re) variant op Foals meenden we te kunnen gaan neerpennen. Helaas besloten ze na een drietal nummers “to go more psychedelic from here on”. Hiervoor liep de vroege festivalvogel nog niet al te warm, met een milderende respons tot gevolg.

Meest teleurstellende Nederlandse groep

Aan het andere uiteinde van het terrein, was het Amsterdamse My Baby ondertussen aan hun set begonnen. Bij aankomst hoorden we al een uitzinnig publiek, wat onze curiositeit enorm prikkelde. Na enkele nummers voelden we toch enigszins wat teleurstelling, vooral omdat de vocale capaciteiten van blootsvoetse Cato Van Dyck niet brachten wat we ervan verwachten. Positief bekeken, de stevig uitgesmeerde baslijn bonsde ons uit onze afwacht-pose, de roadtripvibe deed ons bij momenten wat aan The War On Drugs denken en ook de opvallende hotpants (zonder te objectiveren) viel bij menig paar ogen in de smaak.

Vestimentaire uitspatting, volgende modetrends merkten we op: de legging is vanaf deze zomer genderneutraal, gekleurde garnaalvissersjassen moeten niet langer geel zijn en ‘het streepjesmotief’ is terug van nooit-echt-weggeweest.

Meest ingesmeerde knuffelbeer

Als een pingpongballetje zoefden we het festivalterrein weer helemaal over om opnieuw plaats te nemen in de ‘Fuzzy Lop’, ditmaal bij Julia Jacklin. Al snel nam ze ons mee naar de muzikale tijden waarin de krant nog op papier werd gelezen en ‘centrale verwarming’ nog voor de happy few weggelegd was. Alt-country die volgens velen doet denken aan Angel Olsen, maar ons ook aan het bestaan van Amatorski deed herinneren. De instrumentale begeleiding hierbij plakte als een dikke zonnebrandlaag om de tere stem van Julia heen. Na driekwart set had een sluimerende saaiheid ons wel te pakken gekregen en daar kon de “Someday” cover van The Strokes niet veel aan veranderen.

View this post on Instagram

Thanks @dtrh__festival 😎

A post shared by Julia Jacklin (@juliajacklin) on

Meest toegewijde fotograaf

Als je de tourfotograaf van Cage The Elephant wenst te worden zorg je beter ook voor een goeie conditie. Vers ingevlogen van Glastonbury, zocht het slapeloze gezelschap de grenzen van hun eigen fysieke kunnen op. Oncontroleerbare drone van dienst, frontman Matt Shultz, werd hierbij op de hielen gezeten door zijn fotograaf, die hem volgde alsof hij een slaapkamermug aan het opjagen was. Zonder van die mug een olifant te gaan maken, had dat kwistig rondgedartel wel tot gevolg dat zingen, soms schreeuwen werd.  “Ain’t no rest for the wicked” bombardeerde zich dan wel tot oorworm van dag, een echte uitschieter was het niet. Down The Rabbit Hole 2017 had de startblokken nu echt, maar dan ook écht verlaten.

Hoogste aantal Tame Impala-verwijzingen in de schrijvende pers

De Australiërs van Pond hebben dan wel veel interne links met Kevin Parker’s micro-universum, toch hebben ze hun eigen geluid en wat ons betreft maar goed ook. Daar waar je bij Tame Impala vaak een gevoel van té lichtvoetige melodieën ervaart, ging Nick Allbrook zijn meute vol voor de volle totaalklank. Dat bekendere nummers als “Giant Tortoise” en “Paint Me Silver” opgespaard werden tot het einde van de set, vormde dan ook geen probleem. We zagen een band die genoot van het laatste optreden van hun tour en hopen ze snel nog eens aan het werk te zien.

bron: oor.nl

Minst banjo-vriendelijke band

Aangezien de banjo’s van een niet nader genoemde band ons richting een kunstmatige coma leidden, lieten we de garagisten van Wand ons wakkerschudden. Met de psychedelische lang galmende jams beukten ze, beukten ze en beukten ze tot het publiek zich wel in een voorzichtige moshpit (de eerste, maar niet de laatste in de Fuzzy Lop) moest werpen. Mocht Trump z’n muur erdoor krijgen, dan zou het gitaarvirtuose wall of sound-viertal zeker een offerte mogen indienen.

Meest bezwerende act

Het slot van de eerste DTRH-avond reserveerden we voor aftocht al voor een dosis elektronica. Zo bleek opteren voor Bonobo achteraf geen slechte keuze. Stamhoofd Simon Green trok ons mee, een woud van wereldse klanken in. De zeskoppige band en zingende Afrikaanse prinses die hij voor het live-aspect van de show had opgetrommeld dirigeerde hij als een meesterlijke strateeg in zijn soundscape-universum van kalmte en mysterie. Een universum dat trouwens extra vorm kreeg door meesterlijk uitgekiende, geprojecteerde visuals. Een hoogtepunt aan deze trip vasthangen zou de totaalervaring die we ervoeren tussen opener “Migration” en slotnummer “Know You” oneer aan doen.

De meest verrassende headliner

Moderat als headliner, indien Anderson.Paak en Massive Attack hun show niet cancelden gingen we het niet voor mogelijk geacht hebben. De supergroep bestaande uit Duitsers Apparat en Modeselektor heeft, na eerder geslaagde passages zoals die op Pitch Festival 2014, in Nederland wel het nodige krediet om de gok te verantwoorden. Rustig beginnen, dachten ze en met “Ghostmother” werd dit een koud kunstje. Bijna net zo koud waren de rillingen die we bij momenten over onze ruggengraat voelden. Koele, steriele technobeats naar emo-tragische ballads in combinatie met een les geometrisch hypnotiseren. Een cocktail waarmee Moderat onze emoties controleerde aan en vervolgens naar de knoppen hielp. Helemaal overmannen konden ze echter niet, wat te wijten viel aan het erg matige geluid in de Hotot. Afsluiters “Milk” en “Bad Kingdom” kwamen hierdoor niet honderd procent tot hun recht, maar voldoende om hun headlineslot met onderscheiding te bekronen.

De beste act om een nieuwe festivaldag mee af te trappen

… maar met de potentie om ook een veel hoger gerangschikt tijdslot in te vullen. De stem van SOHN valt op door zijn spanwijdte in de hoogte. Met die stem bracht hij de gehele Teddy Widder van het R&B-esque “Signal” uit zijn laatste plaat Rennen, tot wat hij zelf aankondigde als een oldie “Tremors”, helemaal in vervoering. De vocale bijstand die Chris Taylor van zijn vrouwelijke backingvocal/mede-intrumentaliste kreeg, maakte dat er in de elektronische bubbel ook plaats was voor hartverwarmende gevoel. “Lights” diende door een ‘fuck up’ bij een van de monitoren hernomen te worden, maar van dit technisch falen maakte Sohn handig gebruik om het publiek (letterlijk) naar zijn hand te zetten. Klaar om finaal met “Artifice” een concert met klasse af te sluiten.

Mooiste, meest ondergewaardeerde exploot van de Nederlandse taal

Drie ingetogen woorden ‘Justine, ik zie’, meer hadden we niet nodig om aan de lippen van Erik De Jong van Spinvis te plakken. Een uitgekleed “Oostende” werd volop meegezongen. Niet te luid, niet te uitbundig, maar genietend, knuffelbaar. Een pak luider ging het tijdens frisse, klare uitvoeringen van “Artis” en “Maandag”. Twee van de nieuwe nummers uit het beste Nederlandstalige album van de afgelopen jaren, Trein Vuur Dageraad (eigenlijk gewoon de tijd tussen deze en het vorige album van de beste Nederlandstalige groep op aard). Luistermuziek als die van Spinvis, hoe laat je dat mooi gedijen in een festivaltent? Je sleurt ‘simpwelweg’ een bezetting vol getalenteerde musici met je mee en boetseert je nummers tot “Kindjes van God”. Een excellerende Saartje van Camp profileerde zich trouwens als een fantastische meemoeder van het poëtisch zielskind van De Jong met een bevreemdende voordracht van ‘Lotus Europa’. Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug. Terugkomen naar Spinvis, de kans is meer dan reëel.

View this post on Instagram

Spinvis de Grote. #dtrh17

A post shared by Geert (@geertrb) on

Wijn drinken, dat kon ook op DTRH. Maar we schrokken toch wel van de prijzen die er gehanteerd werden aan de drank- en voedselkraampjes. 2,70 euro voor een Heineken, een kleine 7 euro voor een foodtruck-hamburger, … het zijn zaken waar je best rekening mee bij het opstellen van je festivalkasplanning.

View this post on Instagram

Coins #dtrh

A post shared by Kate Davidson (@simply_that) on

27 juni 2017

About Author

Tijs Delacroix Tijs is de Tijsbeer tussen de Dansende Beren. Tijdens zijn studies Cultuurmanagement vertoefde hij eventjes in Schotland waar hij 'Commercial Music' studeerde aan University of West Scotland. Daarnaast liep hij in die periode ook stage bij artiestenmanagementbureaus Skytiger en ART-SPOT.BE. Hij droomt ervan beginnende artiesten te adviseren, te begeleiden, kortom te lanceren onder zijn 'OENGER' brandmerk. Deze beer smult van dynamische parels met een overdosis aan grinta, maar dweept ook lustig mee met al wat afwijkt van de platgereden wegen.


ONE COMMENT ON THIS POST To “Best of Down The Rabbit Hole 2017 Deel 1”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter