
© CPU – Matthias Engels
Testament, Anthrax en Kreator, drie namen die samen goed zijn voor meer dan een eeuw aan thrash metalgeschiedenis. Met een gemiddelde leeftijd van veertig-plus stonden ze aan de oorsprong van het inmiddels welbekende genre en zijn daarna uitgegroeid tot levende legendes. Om ze dan ook alle drie tegelijkertijd op één affiche te zien, is voor liefhebbers van het genre zonder twijfel aantrekkelijk. Dat kon de voorbije weken, toen het drietal gezamenlijk doorheen Europa trok voor een tour der titanen. Aan alles komt echter een eind en zo ook aan die tour, want gisteren was een stop in de MAINSTAGE van Den Bosch meteen ook de laatste van de tour.
Hoewel deze laatste stop niet uitverkocht was, was het toch wel behoorlijk druk te noemen. Voorafgaand werden we dan ook voor de ingang begroet door een rij van hier tot Dendermonde. We hielden onze timer erbij en klokten uiteindelijk een kleine tweeëntwintig minuten wachten voordat we binnen waren, maar gelukkig nog net op tijd om “(You Gotta) Fight for Your Right (To Party!)” van Beastie Boys doorheen de speaker te horen. Het was het startschot van de avond en wanneer Mike D, Ad-Rock en MCA klaar waren met roepen, begon Testament met lawaaimaken.
De Amerikanen kregen de normaal zo ondankbare taak om de avond te openen, maar werden gisteren met open armen ontvangen. Dat deed de groep duidelijk deugd, want met zichtbaar plezier werkte Testament zich doorheen een set die stevig leunde op vakmanschap. De band speelde strak en gecontroleerd, met een ritmesectie die nauwelijks een steek liet vallen. Vooral gitaristen Eric Peterson en Alex Skolnick vielen op. Beide speelden hun ervaring uit in lange, verzorgde solo’s en waren op geen enkele fout te betrappen. Hoewel het gros van de aanwezigen, te oordelen aan de vele grijze haren, al geruime tijd meedraaide, brachten nummers als “WWIII” en “The Formation of Damnation” al flink wat beweging in de zaal. De kunstknieën kregen het stevig te verduren tijdens “Low” en tegen de tijd dat afsluiter “Into The Pit” werd ingezet, was ook de eerste moshpit een feit.
Wie zat te twijfelen tussen een avondje naar de bioscoop of een avondje naar de Mainstage, had net voor de set van Anthrax geluk. We kregen namelijk van de band een film te zien waarin tien minuten lang door jan en alleman werd geroepen hoe geweldig Anthrax wel niet is. We noteren een Keanu Reeves, een Corey Taylor en zelfs Dave Mustaine, die onder luid gejoel werd onthaald, kwam voorbij om het een van de beste groepen ooit te noemen. Het was zelfverheerlijking pur sang en daardoor niet echt ‘our cup of tea’, maar door de legendarische status zagen we het voor één keer door de vingers. Het filmpje deden ze afmaken met enkele animaties van een skateboardende Not Man, waarna de groep vanachter het doek de eerste riffs van “Potter’s Field” afvuurde.
Toen het doek uiteindelijk viel en “A.I.R.” door de speakers knalde, maakte ook Joey Belladonna zijn opwachting en was het meteen duidelijk dat Anthrax niet van plan was om rustig op te bouwen. De New Yorkers schoten furieus uit de startblokken en trokken het tempo meteen de lucht in. Belladonna oogde scherp en bij stem, terwijl Scott Ian en Jonathan Donais met zichtbaar plezier de ene riff na de andere de zaal in slingerden. Anthrax speelde met overtuiging en energie, al klonk het geheel hier en daar wat oubollig. De groep koos bewust voor een klassieke sound, maar miste daardoor net dat beetje frisheid. Wel was het ondanks die laag stof behoorlijk strak, met “Madhouse”, “Metal Thrashing Mad” en “Indians” als schoolvoorbeelden hiervan, maar het kon niet de schijn onttrekken dat het hier vooral muziek bracht voor wie er al veertig jaar bij was.
Waar Anthrax lichtjes in de vorige eeuw bleef hangen, trok Kreator de avond naar het hier en nu. Dat deed het meteen met opener “Hate Über Alles”, het meest moderne nummer van heel de set. De sound die de band bracht klonk uiterst gemoderniseerd en vooral messcherp met een strak afgestelde mix waarin elke riff doorheen de zaal knalde. Het kreeg het zelfs voor elkaar om de betonnen bak van MAINSTAGE als een ware concertzaal te laten klinken. En geloof ons, dat is een kunst die maar weinig bands beheersen.
Visueel en muzikaal zat het optreden even goed in elkaar. Vuur, rook, een uitgekiend lichtplan en enkele indrukwekkende poppen ondersteunden nummers als “Phobia”, “Enemy of God” en “666 – World Divided”, zonder dat het ooit gratuit werd. Mille Petrozza hield de regie strak in handen en wist perfect wanneer hij het publiek moest aanjagen, die als gevolg de vuisten meerdere malen stevig de lucht in gooide. Het was sowieso een optreden die bol stond van de momenten met het publiek, waarbij een iets te enthousiaste crowdsurfer die plots op het podium belandde de kroon spande en zelfs bij de band voor zichtbaar amusement zorgde.
Ondanks de vroege mokerslagen in de vorm van de eerder genoemde klassiekers, was het voor Kreator nog lang niet gedaan. Als een Rupsje Nooitgenoeg bleef het vuren en met het dreigende “Satan Is Real” en het strakke “Phantom Antichrist” werd duidelijk dat de recente nummers moeiteloos overeind bleven tussen het oudere geweld. Tijdens een korte adempauze nam Petrozza de tijd om Anthrax en Testament expliciet te bedanken voor de voorbije tour, waarna de groep met “Strongest of the Strong” zijn spierballen liet zien.
Was de koek daarmee op? Nee. Allesbehalve zelfs, want richting het einde van de show gooide Kreator er nog twee onbetwiste klassiekers tegenaan. Het gros van het publiek had hun handen al op hun (kunst)knieën, maar met “Violent Revolution” werd het toch nog even flink rumoerig. Alsof dat nog niet volstond, gooide de band er met afsluiter “Pleasure to Kill” nog een laatste salvo uit. De pit, die inmiddels wat in ademnood zat, kreeg nog één keer alles te verduren en ook op het podium werd er geen gas teruggenomen. Kreator moest en zou afsluiten met een ferme knal. Geen genade, geen afbouw, maar nog één keer alles vooruit en zo werd “Pleasure to Kill” dan ook uitgespuwd met de felheid van duizend zonnen. De track vatte meteen ook goed samen waar Kreator gisterenavond voor stond en dat was pure, onversneden agressie zonder ook maar één stap achteruit. Tot op Alcatraz heren!






