Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Glass Museum: ‘Reykjavik is een veel bredere plaat, met nieuwe geluiden die het levendiger maken’

Glass Museum, dat is het ultieme moderne huwelijk tussen pure traditionele jazz, orkestarrangementen en de wiskunde van elektronische muziek. Belgen Martin Grégoire en Antoine Flipo, de bezielers achter dit project, brachten in 2018 hun eerste ep Deux uit. Met tal van prijzen en onderscheidingen achter de rug, alsook vele shows in binnen- en buitenland, zijn ze nu dus terug met een eerste echte langspeler.

Reykjavik, het nieuwe album is er bijna. Hoe voelen jullie je op dit moment?

Het is een beetje raar. Langs de ene kant zijn we heel blij dat het album klaar is. Maar nu met de coronacrisis, is het toch een beetje raar. We hebben de release van het nieuwe album dan ook drie weken uitgesteld, naar 24 april.

Waarom kozen jullie ervoor om net als vele andere artiesten uit te stellen?

We voelen dat mensen nu niet echt bezig zijn met cultuur en muziek, wat uiteraard volledig te begrijpen valt. Iedereen panikeert een beetje, en we willen natuurlijk zoveel mogelijk mensen bereiken, dus vandaar onze keuze. Binnen drie weken is iedereen hopelijk een beetje gekalmeerd, en maken ze terug wat tijd vrij om aan andere dingen te denken, zoals bijvoorbeeld aan muziek.

Jullie eerste ep heette Deux, een verwijzing naar Glass Museum zelf, want jullie functioneren als duo. Deze plaat heet Reykjavik. Vanwaar komt die naam?

De titel van het album ging in eerste instantie niet eens Reykjavik zijn, maar Colophane, een verwijzing naar de cover van het album. Colophane vertaalt in het Nederlands naar hars, en op de cover van het album komt dat duidelijk naar voren. Afgelopen november gingen we dan optreden, onder andere in Ijsland, in Reykjavik. Daar werden we geïnspireerd door de mooie natuur. Die natuurelementen komen ook volop terug op het nieuwe album. Zo heb je bijvoorbeeld het nummer “Nimbus”, dat verwijst naar een soort wolk en “Abyss” dat verwijst naar een afgrond. Het voelde uiteindelijk beter aan om het album Reykjavik te noemen, maar “Colophane” heeft het album ook gehaald, dan als titel voor een van de nummers.

Zijn jullie lang bezig geweest aan het maken van Reykjavik?

We hebben het album gecomponeerd eind 2018 al eigenlijk. Dan hebben we de arrangementen gemaakt in begin 2019, en ongeveer een jaar geleden zijn we dan de studio ingedoken om het op te nemen. Een redelijk intensief en tijdrovend proces kan je wel zeggen. Zeker ook het mixen en masteren van de plaat. We zijn nogal perfectionistisch en willen dat alles tot in de puntjes klopt. Dan duurt het uiteraard allemaal een beetje langer.

Hoe verloopt de interactie tussen jullie twee als muzikanten in de studio? Martin doet de drums en Antoine de synthesizers?

Klopt, we nemen al onze stukken eigenlijk apart op met een metronoom. Eerst alle akoestische elementen, dan de elektronische, en deze keer zijn we voor de piano elementen van Antoine naar een studio in Parijs getrokken.

Hoe gaat zich dat dan vertalen in een live performance? Want daar staan jullie uiteraard wel allebei gelijk op het podium?

Ja, daar hebben we al wel over nagedacht. We spelen met een soort van metronoom in onze oortjes, waardoor we technisch gezien altijd juist zitten, en voor de rest zijn we het als duo al lang gewoon om met elkaar samen te spelen en elkaar aan te vullen. Het voelt voor ons allemaal heel natuurlijk aan, en dat is hoe het moet zijn volgens ons.

Het is jullie tweede album. Deux was meteen een schot in de roos. Zorgt dat voor extra stress om opnieuw te moeten bevestigen?

Ergens wel, aangezien Deux het inderdaad goed deed, wisten we dat we niet te lang mochten wachten met een tweede album, omdat de focus nu wel redelijk hard op ons lag. Maar al bij al hebben we het zeker niet rap rap gedaan. Het is allemaal heel natuurlijk gebeurd. We nemen nummers op zonder effectief verwachtingen te hebben van wat het publiek er zou van vinden, eerder omdat we het zelf gewoon leuk vinden.

Als jullie aan een nummer beginnen, hoe gaat dat dan? Zijn jullie meestal gewoon met twee aan het jammen tot er iets leuks uitkomt of?

Dat hangt ervan af. Voor het eerste album vertrok elk nummer inderdaad vanuit een jamsessie met ons twee. Nu voor het tweede album was dat niet altijd mogelijk omdat we het gewoon een pak drukker hebben. We speelden veel shows, hadden minder tijd om te repeteren, dus moesten we op zoek gaan naar andere manieren. Bij “Abyss” zijn de synth gedeeltes op voorhand geschreven en kwamen de drums er later pas op. Terwijl op “IOTA” we wel op hetzelfde moment samenwerkten.

Je hebt “Abyss” al vernoemd. Op dat nummer springen de elektronische invloeden in jullie muziek er echt wel uit. Vanwaar komt die liefde voor elektronische muziek?

Die liefde voor elektronische muziek is er altijd geweest. We luisteren zelf veel naar artiesten als Floating Points, Four Tet of Max Cooper. Zij zijn geniale producers, en maken ook symfonische muziek gecombineerd met elektronische geluiden. Dat is een grote inspiratie geweest voor ons. Antoine houdt vooral van het experimentelere werk, terwijl ik, Martin, ook veel luister naar club muziek.

Waarin verschilt Reykjavik van Deux?

Reykjavik is een pak breder. Op Deux is het negentig procent van de tijd drums en piano. Terwijl we op het tweede album veel meer verschillende geluiden zijn gaan gebruiken. Zowel elektronische als akoestische geluiden. Reykjavik voelt voor ons een pak levendiger aan.

Een van de nummers op het nieuwe album “Reykjavik” heeft echt wel een verheffende, blije vibe, hoe is dat nummer tot stand gekomen?

Dat nummer hebben we geschreven op een hele korte tijd, op een namiddag stond het er helemaal op zoals we wilden. Het was ook rond de kerstperiode dus vandaar waarschijnlijk de happy vibes.

Een van de nummers op het nieuwe album heeft zowaar twee delen. “Nimbus Part I” en “Nimbus Part II”. Waarom die keuze?

Eerst maakten we “Nimbus Part I”, logisch uiteraard. Toen dat nummer klaar was, wilden we even een pauze inlassen om gewoon een beetje rond te klooien in de studio, en plezier te maken. Zo gezegd zo gedaan waren we een beetje luchtige dancemuziek aan het spelen, en zo kwamen we op het idee om een soort van club remix te maken van ons eigen nummer. Dat is dan “Nimbus Part II” geworden.

Bij het luisteren van het album merkten we uiteraard op dat “Nimbus Part II” het meest dansbare nummer is. Wordt dat dan live ook een echt feest?

Grappig dat je die vraag stelt, maar “Nimbus Part II’ is het enige nummer van de nieuwe plaat dat we niet live zullen brengen. Het is technisch gezien gewoon niet haalbaar. En langs de andere kant willen we mensen tijdens onze show ook meetrekken in een verhaal. Bij ons is dat een verhaal dat zich vooral situeert rond ambient, en rustige klanken. We zouden het een beetje raar vinden als we dan die vibe verstoren door er ineens een echt clubnummer tussen te gooien, vandaar. Op festivals is dat dan weer een andere zaak, maar daar zijn we nog over aan het nadenken.

Om af te sluiten, wat is jullie persoonlijke favoriet van Reykjavik?

Geen makkelijke vraag. Voor een lange tijd had ik sowieso “Abyss” gezegd, maar het verandert eigenlijk van moment op moment. Momenteel neigen we allebei meer naar “Nimbus Part I” maar dat kan morgen alweer helemaal anders zijn.

7 mei 2020

About Author

Stijn Grobet


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief