Albums, Recensies

Cable Ties – Far Enough (★★★★½): Punk die door merg en been gaat

Het is een ongeschreven regel voor veel bands in Australië: je brengt wat goeie muziek uit, en dan verhuis je naar Melbourne. Het verliep voor Cable Ties niet anders na het uitbrengen van hun self-titled debuutalbum een drietal jaar geleden. Frontvrouw Jenny beschrijft de scene in de stad als ‘an incredibly fertile place to live and create art’, en leven in een stad als Melbourne leverde ook een hele hoop inspiratie tot het maken van de tweede langspeler van de band, Far Enough. Nu, om even te recapituleren, Cable Ties maakt loeihard punk die door merg en been snijdt. Niet alleen wat de vaak inspirerende, activistische of motiverende teksten betreft, maar ook hun krachtige, primitieve sound zet de power die de groep uitstraalt extra in de verf.

Waar de band op hun debuut nog wist te overtuigen met prototype-post-punk doen ze daar nu een schepje bovenop met flarden verschroeiende seventies hard rock. Het levert een ongelooflijk beklijvend en tegelijk verwoestend album op. Luister maar eens naar “Hope” en je begrijpt meteen waar we het over hebben. Het nummer weet je in het begin helemaal te betoveren met een ingetogen pleidooi voor hoop en doorzettingsvermogen, waarna de bas uit zijn winterslaap ontdooit en er een stevige dosis overdrive tegenaan gooit. Het levert een nummer op dat niet alleen blijft plakken, maar je zowaar meteen aan het bewegen krijgt.

“Hope” is meteen een hoogtepunt op een album dat amper dipjes kent, want na het zes minuten durende epos dat op het einde uit zijn voegen barst met een verschroeiende gitaarsolo, is het aan “Tell Them Where To Go” om de fakkel over te nemen. Hier steekt dat catchy seventies-beestje de kop op en geeft de jaren twintig lik op stuk met een beukende riff, ondersteund door een al even dreunende bas die klinkt als een wild, grommend monster. Jenny gilt de boel kort, maar krachtig aan gort, en voor diegenen wiens haar nog mooi in de plooi ligt na die wervelwind van een nummer staat “Sandcastles” al klaar in de startblokken, met de kracht van een orkaan deze keer. Het on-ge-looflijk krachtige refrein met zijn versplinterde gitaargeluid en op hol geslagen bas dringt diep door, en dient als perfecte muzikale ondersteuning voor de activistische, bijna anarchistische teksten die doorheen de mix klieven. Als een mes door boter. Dit is punk zoals we hem het liefste hebben: rauw.

Iets dat we nog graag hebben: spanning. “Lani” is een nummer dat er bol van staat. De dreunende bas geeft constant de indruk dat het nummer op ontploffen staat, terwijl flarden onschuldige tekst op bijna ijle wijze boven de lawaaierige weelde uit fladderen. De crescendo naar de totaal verpletterende climax duurt bijna zes minuten en laat je geen minuut ongeboeid achter, met sporadische uitvliegers van gitaarpartijen die de vraag doen rijzen of er eigenlijk een wettelijke limiet staat op hoeveel decibel een nummer mag produceren. Het lijkt er allerminst op, en je oren blijven roodgloeiend staan, ook op het flitsende “Not My Story”. Het tempo gaat weer de hoogte in en de snedige, fuzzy gitaren spannen het nummer zo strak op dat je je oprecht afvraagt hoe je deze moshpit live gaat overleven.

‘Strak’ is trouwens een kernwoord doorheen het volledige album. Alle nummers zitten verdraaid vernuftig in elkaar, met subliem en ophitsend drumwerk dat je volledig meesleurt in een verschroeiend luide draaikolk waar geen ontsnappen meer aan is. Denk je trouwens dat het album intussen gepiekt heeft, dan is dat buiten de lawine die “Self-Made Man” heet gerekend. Jenny sleurt hier alles uit de kast en haalt woest uit naar de rijke bureaucraten van deze wereld. Het ziedende nummer doet heel erg seventies aan, staat witheet van het activisme en dreunt je trommelvliezen nog eens aan gort ook. Cable Ties zijn boos en niet op hun mondje gevallen.

Boos zijn alleen blijkt zelfs niet te volstaan, gezien op “Anger’s Not Enough” wordt overgegaan tot totale vernieling. Even krijg je de indruk dat de band per ongeluk het geluid van hun airconditioner hebben opgenomen, maar wanneer je na een slordige minuut het vel van de basdrum voelt vibreren tot in je onderbuik, weet je dat het menens is. ‘It’s a bit heavier and that came out of us going into the rehearsal studio and jamming on a riff for at least 30 minutes. If you can’t do it for half an hour, it’s not worth it!’, aldus Jenny. Het ongemeen duistere, met pessimisme besluierde nummer lijkt inderdaad tot in de oneindigheid te kunnen door denderen, maar remt na zes minuten totale chaos dan toch piepend en krakend af. Het mentale dieptepunt van Far Enough maakt plaats voor het meest opgewekte nummer op de plaat: “Pillow”. Hier maakt hun zware riff-gebaseerde mentaliteit weer even plaats voor een streepje zonnige, doch ratelende postpunk die je een laatste keer mee door de geluidsmuur voert.

Cable Ties koos op Far Enough resoluut voor de riff. Hun album klinkt zwaar, rauw en ongelooflijk strak, met lange maar boeiende meesterwerken van nummers. Punk heeft het in de gitaarwereld voor het zeggen dezer dagen, en dat bewijst Cable Ties met grote onderscheiding.

Facebook / Instagram

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

27 maart 2020

About Author

Jonas Rombout


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief