Albums, Recensies

Ultraísta – Sister (★★★½): Karakterplaat

Ultraísta is de elektropopuitlaatklep van Laura Bettinson, Joey Waronker en Nigel Godrich. Die laatste ken je overigens wellicht beter dan je had gedacht, want Nigel is al jarenlang niemand minder dan de producer van Radiohead. Ultraísta’s debuutalbum kwam uit in 2012 en nu is het tijd voor een nieuwe, langgerekte elektronica-uitspatting met de titel Sister. Die bleek het wachten zeker waard, al zit over heel de lijn even consequent overtuigen er niet in.

Sister is een bijzondere plaat. De drie muzikale bijen pogen hun nectar in zo groot mogelijke porties op te snuiven en ons er vervolgens mee te bestuiven. Zonder enige cognitieve dissonantie worden we opgenomen in hun dromerige suikerspinwereld vol rariteiten – want zoet is nooit zoet zonder meer bij Ultraísta. De fantasierijke wereld waarin ze je introduceren doet geen dienst als luilekkerland. Al te wereldse beslommeringen worden dan wel achterwege gelaten, terwijl geef je de ogen de kost aan alle kronkelende nieuwe werkelijkheden die de groep je voor het eerst laat aanschouwen.

Het onderkennen van die algemene tendens laat echter even op zich wachten. Ultraísta start Sister namelijk met hun geschifte leadsingle “Tin King”. Dit risicovol lied voor astmapatiënten is uiterst intens en intrigerend, wat dan weer in mindere mate gezegd kan worden van de drie songs die daarop volgen. “Harmony”, “Anybody” en “Save it til’ Later” kennen een zweverige poproes, maar echt noodzakelijk zijn deze exemplaren niet. Veel is er niet aan; al snel hebben we het gevoel het allemaal wel gehoord te hebben. De magische Ultraístaspreuk lijkt dus wat tijd nodig te hebben om in te werken. Een zeker hymneaspect is reeds aanwezig, maar uiteindelijk zijn deze songs te eentonig om ons echt van kop tot teen mee te voeren.

Eenmaal hun persoonlijke toverdrankje begint in te werken hebben we een mooie rit voor de boeg. Een rit die zich niet houdt aan conventies en dienst doet als soundtrack van onze eigenste fantasmen. Ondanks alle elektronische elementen verwerkt in de muziek, vloeit alles erg organisch in elkaar over en kon het zowaar niet harmonieuzer. “The Moon and Mercury” en “Bumblebees” blinken hierin uit, wat hen dan ook tot enorm sterke afsluiters van dit album maakt. We waren het slappere begin er zelfs al bijna door vergeten.

Alles krijgt een dubbele laag bij Ultraísta. Niets is wat het op het eerste gehoor lijkt en de trances die het drietal weet te creëren, worden er elke keer opnieuw intenser op naarmate de songs vorderen. Neem nu “Water in My Eyes” met enkel maar toenemende galmen of een bijzonder schoon “Mariella”. Ook “Ordinary Boy” grijpt de aandacht en als je nog steeds niet goed weet waar je nu eigenlijk aan toe bent met Ultraísta, zorgt de hier opduikende vergelijking voor verlichting: de drie muzikanten klinken als de intensere versie van Warpaint en benutten een scheut van AIR’s luchtige weemoedige elektronica.

Het drietal slaagt erin om een geheel eigen universum te scheppen waarin wij maar al te graag willen rondslenteren of op ontdekkingstocht trekken met een hernieuwde, misschien zelfs kinderlijke verwondering. Sister is echt geen middenmootbaksel; Ultraísta weet als geen ander in te spelen op de verbeeldingscapaciteit van de welwillende luisteraar. Ondanks dat het misschien beter een ferme ep had geweest zonder enig vulsel, kan je Sister in een notendop als volgt omschrijven: voor een derde baseren ze zich op elektronische artpop, een ander derde bestaat uit indiemysterie en voorts draait het simpelweg op hun allesbehalve simpele karakter.

14 maart 2020

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief