Albums, Recensies

Heima – Not Quite My Tempo (★★★½): Kort maar krachtig

Leve het internet, leve diy-bands en vooral leve Heima. Na een afwezigheid van drie jaar is de jonge Limburgse band terug met een nieuwe ep. Opvallender is misschien wel de totaal nieuwe sound waarmee de band is teruggekeerd. Waar de jongens op hun eerste ep nog de rockkaart trokken, zijn het nu eerder de garage- en punkinvloeden die primeren op hun nieuwste worpVul die gitaren aan met een hoog tempo en de nodige dosis zelfspot en Not Quite My Tempo is een feit. Ook deze keer deden de jongens alles op eigen houtje en gebeurde zowel het opnemen als het producen zonder externe hulp. Heima heeft de smaak in elk geval goed te pakken, want ep nummer twee is slechts het begin van een nieuw hoofdstuk. De volgende plaat ligt in elk geval al klaar voor komende zomer.

De naam van de plaat verraadt in elk geval al dat de jongens er geen doekjes om winden. Hoewel de elektronisch bewerkte intro, alsook titeltrack, je nog op het verkeerde been lijkt te zetten, zijn het toch de verschroeiende gitaren die je meteen naar de keel grijpen. ‘Here we go’, klinkt het, waarna de riffs ons om de oren vliegen op “Ristretto”. Het tempo schiet de hoogte in en de jongens gooien zowel garage-, surf- als punkrock in de mixer, wat uitmondt in een bijzonder stevige cocktail. Jammer genoeg gaat het allemaal wel heel snel voorbij, want na een dikke minuut is het nummer al gedaan.

Dat de nummers voorbij vliegen, is wel vaker het geval. Op Not Quite My Tempo staan vijf nummers, maar de plaat duurt slechts een goeie negen minuten. Voor je het goed en wel beseft is de ep dus al afgelopen, maar ze laat vast en zeker een in the face indruk achter. “The Pit” heeft zijn naam bijvoorbeeld helemaal niet gestolen. Na een stevige riff en onheilspellende opbouw houdt zanger Charlie Willemaers het al voor bekeken na een halve minuut. Hij laat de gitaren nog een minuut voor zich spreken en we kunnen ons al voorstellen dat in een donkere club de pit zich opent op de gitaarsolo.

Natuurlijk is er ook meer te beleven aan de plaat dan enkel maar gitaren en solo’s, want de jongens konden het natuurlijk niet laten om de nodige dosis humor in hun nummers te verwerken. “Professional Masturbator” opent met het typische Tongerse dialect en gaat over het feit dat als een date mislukt, je je lot nog altijd in eigen handen kan nemen. Afgezien van de lyrics, zit het ook muzikaal wel leuk in elkaar. Dankzij de stem hangt er een surfrockachtige sfeer doorheen het nummer en de nonchalance waarmee gezongen wordt, komt daardoor helemaal tot z’n recht. Het langste en misschien wel beste nummer op de plaat is “Satan’s Tea Party”, waarop donkere, onheilspellende riffs leuk afwisselen met lichte gitaren. Het nummer komt niet zo hard binnen als de rest van de plaat, maar zit desondanks toch goed in elkaar. Op de een of andere manier hangt er een feel good sfeer doorheen het lied en de leuke solo op het einde is de kers op de taart.

De perfecte manier om Not Quite My Tempo te omschrijven, is dus ‘kort maar krachtig’. Met veel stevige gitaren en wat humor zijn de jongens erin geslaagd een degelijke tweede ep neer te zetten. De nonchalance en rommeligheid die we soms in de nummers horen, passen perfect in de sfeer die de band probeert neer te zetten op hun plaat. Door het hoge tempo vliegt ze wel voorbij, wat wel een beetje jammer is. Heima is in elk geval een band met groeimarge en dat bewijzen ze door rechttoe rechtaan gitaarmuziek te maken, met af en toe een kleine zijsprong. Wij zijn alvast benieuwd naar wat de komende maanden te bieden hebben voor de Limburgers.

Website

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

13 maart 2020

About Author

Lucas Palmans


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief