Features, Interviews

Interview Jonny Polonsky: ‘Muziek is net als elke business een kwestie van goeie vrienden’

Jonny Polonsky is een naam die de meeste mensen helemaal niks zegt. Televisiemaker Otto-Jan Ham vindt echter dat daar verandering in moet komen. Hij heeft de 46-jarige rocker uit Chicago naar België gehaald om een documentaire over zijn (toch wel) interessante leven te maken. Polonsky heeft immers veel bekende vrienden en een indrukwekkende cv. Hij is ontdekt door Frank Black van Pixies, is studiomuzikant voor Neil Diamond en Johnny Cash geweest en hij was bovendien de eerste gitarist van Puscifer. Overlaatst speelde hij enkele shows in België om zijn nieuwe album Kingdom of Sleep voor te stellen. Tijdens de opnames van de documentaire had hij tijd voor een gesprek.

Otto-Jan Ham, een Belgische televisiepersoonlijkheid, maakt een documentaire over jou en hij is tegelijk tourmanager voor je kleine Benelux-tour. Hoe is dat tot stand gekomen?

‘Otto-Jan heeft vorige zomer contact met mij opgenomen via Instagram en me rechtuit de vraag gesteld of ik naar België wou komen voor een documentaire en een reeks optredens. Als mensen met zo’n gekke ideeën komen gebeurt er meestal niks mee, maar Otto-Jan had al een hele tour gepland met zelfs een show in Amsterdam. Het was gewoon een heel leuk idee en een goeie uitvoering. De laatste keer dat ik hier was is al een eeuwigheid geleden, toen moest ik een keer in Brussel optreden met een band. Otto-Jans verzoek was een goed excuus om een tweede keer langs te komen.’

Deze hele reis draait natuurlijk om het nieuwe album Kingdom of Sleep, waar je wel een paar keer uit je comfort zone van alternatieve rock durft te treden.

‘Als artiest verander je na een tijd, ik probeer graag verschillende dingen en ik verveel me vooral niet graag. Als je te lang hetzelfde doet en de gemakkelijke weg blijft opzoeken is nieuwe muziek maken niet meer interessant. Persoonlijk zie ik dit album niet echt als een bocht van 180 graden. The Other Side of Midnight, van enkele jaren geleden was ook vrij donker met veel synthesizer en geprogrammeerde drums, daar pik ik de draad wel terug op. Ook de zangstijl, het gefluister en de falsetto heb ik wat meer uitgetest op dit album. Ik luister heel graag naar Cocteau Twins, een Schotse rockgroep uit de jaren ‘80, een vreemde maar prachtige band, en zij hebben me voor dit album zeker geïnspireerd. Ik werk graag aan uitdagende projecten en ideeën waar ik uit angst voor mislukking soms niet aan begin. Nieuwe dingen uitproberen en een beetje uit mijn comfort zone treden dus.’

Je bent een man met veel connecties. Heb je je laten omringen door veel andere muzikanten tijdens de opnames van deze plaat?

‘Eigenlijk was het vooral ikzelf voor deze plaat. Ik woonde tot een tijd geleden in Los Angeles, daar had ik een band waarmee een album in een paar dagen volledig kon worden opgenomen. Sinds ik twee jaar geleden in New York ben gaan wonen heb ik een hoop minder contacten. Dus ik heb het overgrote deel van de muziek zelf opgenomen op mijn laptop in mijn eigen appartement. Kingdom of Sleep is vooral gegroeid uit conceptjes en sessies waarbij ik gewoon opneem terwijl ik wat improviseer op de gitaar of synthesizer. Er is een nummer waar die vaste band uit L.A. nog op te horen is, maar het meeste heb ik zelf gedaan deze keer.’

Je hebt jezelf op een zeer jong leeftijd kenbaar gemaakt en je werd als het ware ontdekt door Frank Black van Pixies. Hoe is hij op jouw spoor gekomen?

‘Ik was negen jaar toen ik muziek begon te spelen. In de middelbare school zat ik zowel in de jazzgroep als in het orkest, om bijvoorbeeld percussie te spelen. Het maakte niet echt uit wat ik speelde, als ik maar muziek kon maken. Zo beland je ook in veel verschillende groepjes. Ik heb veel gedrumd als invaller en ben ook vaak bassist geweest. Ooit was ik zelfs mandoline- en banjospeler in een aantal groepjes. Maar ik was ook al vroeg bezig met het maken van cassettes en mijn eigen nummers op te nemen. Die kon ik uitdelen op concerten en gebruiken als excuus om backstage te gaan en mensen te leren kennen. Ik heb een cassette gegeven aan Reeves Gabrels, die nog gitarist is geweest voor David Bowie en zit nu bij The Cure. Zo ben ik met hem bevriend geraakt en hij is op zijn beurt bevriend met Frank Black. Blijkbaar vond die de tapes heel goed en zag hij het zitten om mijn eerste demo te producen. Mijn eerste manager was ook de manager van Pixies.’

Een gelijkaardig verhaal met Jeff Buckley? Hij zei ooit in een interview dit over jou: ‘He does it with soul; you can tell the difference between someone who just slips into The Beatles or something and someone like him.’

‘Ik heb dat pas gehoord na zijn dood en ik heb hem ook nooit ontmoet of persoonlijk gekend. Maar toen ik zijn woorden las, was ik omver geblazen. De journalist die dat interview afnam kende ik jaren geleden. Om een of andere reden noemde hij mijn naam tijdens dat interview. De context was een optreden dat ik op mijn negentiende in New York had gespeeld. Jaren later blijkt dat Jeff Buckley daar ook was en het heel goed vond. Als grote fan van Jeff is dat een absolute ‘mind blower’.

Jonny Polonsky is een relatief onbekende naam, vooral hier in Europa. Maar de lijst van grootheden waar je mee in de studio hebt gezeten is indrukwekkend. Hoe ben je bij werk als studiomuzikant gekomen?

‘Rick Rubin, de producer en ex-platenbaas van Columbia Records, heeft een belangrijke rol gespeeld. Hij heeft mijn eerste platencontract getekend toen ik nog jong en onbezonnen was. Toen ik in 2002 naar Los Angeles verhuisde kruisten onze paden weer. Hij vroeg me of ik zin had om als sessiemuzikant op het nieuwe album van Neil Diamond te spelen. Zijn muziek heeft zo’n invloed op mij gehad in mijn jeugd; natuurlijk ging ik daar direct op in. Mike Campbell en Benmont Tench van Tom Petty and The Heartbreakers stonden in dezelfde ruimte muziek te spelen. Dat was zo’n surreële ervaring. Iedereen speelde ook op zo’n hoog niveau, gewoon het ene nummer na het andere perfect opgenomen in één take. Met diezelfde band hebben we de laatste paar albums van Johnny Cash opgenomen. We hebben echter nooit samen in de studio gezeten, dus ik heb hem nooit mogen ontmoeten. In die periode namen we ongeveer 60 nummers in 4 weken op. Een machinaal tempo bijna, gewoon nummer na nummer. Veel van die muziek is dan ook nooit verschenen. Country is niet direct mijn genre, maar als je voor mensen als Johnny Cash kunt werken is dat niet belangrijk. Hij stijgt daar bovenuit.’

Wat heb je geleerd van je tijd in die grote studio’s?

‘Ik heb me al vaker afgevraagd welke invloed die ervaringen hebben op mijn eigen werk. Ik ben er zeker van dat je al heel veel kan leren van gewoon in de directe omgeving van een persoon te zitten. Werken met artiesten van zo’n hoog niveau en met immense bekendheid is opvallend gemakkelijk. Grootheden zoals Johnny Cash en Neil Daimond laten zich omringen door heel goeie producers, managers en muzikanten. Het eindproduct dat daar uitkomt is dus altijd goed. Je verandert echt in een  professionele muzikant van dat proces.’

Mag ik zeggen dat je nogal een muzikale netwerker bent?

‘Het komt allemaal neer op de juiste vrienden maken en een ‘open mind’ hebben. Ik bedenk geen plannen om ver te geraken met bepaalde connecties en vrienden. Op dat vlak is muziek te vergelijken met elke business. Als je jezelf kenbaar maakt en weet op te vallen komen interessante mogelijkheden vanzelf. Als ik in contact kom met mensen die ik bewonder wil ik niet noodzakelijk verbonden of contracten met ze maken, ik wil gewoon een vriend met dezelfde passie zijn. Al de rest volgt daarna wel.’

Als je ‘Jonny Polonsky’ opzoekt verschijnt de beschrijving multi-instrumentalist direct. Zijn er instrumenten die je nog niet beheerst?

‘Ik ben niet zo goed in blaasinstrumenten en eigenlijk alles wat je met je mond bespeelt. Een beetje harmonica wel, zoals Toots Thielemans (lacht). Dat is een Belgische muzikant waar ik wel een grote fan van ben trouwens. Instrumenten zoals saxofoon en trompet zijn dus een obstakel waar ik nog niet ben overheen geraakt. Ook snaarinstrumenten met een boog zijn niet direct mijn sterkste kant, dus dat zijn nog uitdagingen voor de toekomst.’

 

Jonny Polonskys nieuwste album Kingdom of Sleep verscheen op 6 maart via Ghostworks Recordings.

Facebook / Instagram

 

 

 

 

6 maart 2020

About Author

Felix Vloeberghs


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief