Features, Interviews, Uitgelicht

Interview The Murder Capital: ‘Postpunk is een kortstondige trend’

Met The Murder Capital heeft Ierland alweer een heerlijk toetje in het arsenaal van postpunkbands om in de gaten te houden. De band kwam op de radar van heel wat muziekliefhebbers dankzij een livesessie van het nummer “More Is Less”, en iets meer dan een jaar later verschijnt eindelijk de debuutplaat. When I Have Fears is een bont allegaartje van donkere nummers geworden dat The Murder Capital nog populairder moet maken. Wij spraken drummer Diarmuid Brennan en gitaristen Cathal Roper en Damien Tuit na hun show op Rock Werchter.

Met slechts twee nummers uit is het vrij uniek om op een festival als Werchter te spelen. Hoe voelde de show aan voor jullie?

Damien: Het is een voorrecht.

Diarmuid: We zeiden nog voor de show dat het echt gek is. Het is te zot voor woorden eigenlijk.

Veel mensen die dan komen kijken kennen de band eigenlijk niet. Hoe proberen jullie ze te overtuigen?

Diarmuid: We proberen niet echt om mensen te overtuigen, we spelen gewoon voor onszelf.

Damien: Als je niet leuk vindt wat we doen, vinden we dat allemaal oké. Maar we merken wel dat we veel fans winnen door onze shows te spelen.

Jullie eerste online bekendheid was er nog voor je echt muziek had uitgebracht en te danken aan een livesessie. Had je dat verwacht?

Damien: Helemaal niet, we hadden op zijn hoogst duizend views verwacht.

Diarmuid: Duizend views had ook geweldig geweest, maar nu is het veel meer en dat is niet normaal.

Cathal: We voelen de hype eigenlijk niet echt. We weten dat hij er is, maar hij heeft niet veel invloed op wat we doen. Toen dat filmpje veel meer views begon te krijgen, kwamen we wel met de juiste mensen in contact die ons met onze carrière konden helpen. Op dat vlak voelden we het dan weer wel. Dan wisten we dat er iets aan de hand was.

In jullie eigen land verkopen jullie shows uit. Is dat daar een gevolg van?

Damien: Ik denk dat mensen zich er gewoon op verschillende manieren mee associëren.

Diarmuid: We merken dat veel mensen ons nog aan het ‘uitchecken’ zijn. Ze staan daar gewoon te kijken, niet echt meedoen. Daaraan merk je dat het wel nieuwsgierigheid triggert.

Jullie hebben een jaar online een hype opgebouwd. Brachten jullie bewust geen muziek uit of wat was het idee hierachter?

Damien: Het was vooral omdat we nog geen muziek hadden. Nadat we dus wat bekendheid verwierven met dat filmpje, wisten we dat we alles moesten inzetten op onze muziek. Hierdoor sloten we onszelf even op, zonder ons echt te haasten, om verder goeie nieuwe muziek uit te kunnen brengen. Bij iedere show die we dan deden in de tweede helft van vorig jaar probeerden we telkens nieuwe nummers uit.

Diarmuid: Ik was dat alweer vergeten. (lacht) We hadden toen iedere maand een show en elke keer probeerden we iets nieuws uit. Als we zagen dat het niet werkte, gingen we verder op zoek naar een betere sound in de studio, en als het wel goed ging, dan hielden we het. Zo is uiteindelijk ook ons album ontstaan. Fans waren soms teleurgesteld dat bepaalde nummers verdwenen uit de set, maar we hadden altijd iets anders en beter voor hen klaar.

Damien: Zo hebben we niet alle nummers tegelijk geschreven, maar verspreid over een periode van acht à negen maanden. Zo kregen die songs ook de tijd om te rijpen en te groeien en konden we eventueel later nog aanpassingen doen.

De plaat heeft ook iets angstaanjagend. Is hij dan ook echt vanuit jullie diepste angsten ontstaan?

Damien: Lyrics worden vooral door James gedaan.

Cathal: Maar ik denk dat wij ons er ook wel één mee voelen.

Damien: Ja, iedereen maakt er zijn eigen versie van en interpreteert het verschillend. Maar ook de muziek is eerder aan de donkere kant. Ik denk dat zoiets eerder komt doordat we allemaal dezelfde negatieve gevoelens ervaren en het dan ook in een nummer kunnen gieten.

Hebben jullie dan veel negatieve gevoelens?

Diarmuid: Goh, dat zou ik eigenlijk niet zeggen. Dat zal even veel zijn als iedereen, maar in tegenstelling tot anderen proberen wij met die negatieve gevoelens om te gaan door er muziek over te schrijven.

Damien: Nu, het is niet allemaal donker. Er zijn momenten waarop je ook een positief gevoel ervaart.

Er zit ook een goed evenwicht in tussen de iets tragere en iets meer furieuze songs. Was dat een bewuste zet?

Cathal: Ik denk dat we het voor onszelf graag gevarieerd houden. We schrijven ook altijd samen en zijn zo al twaalf maanden bezig. Als we dan iets schrijven dat gelijkaardig is aan wat we twee weken geleden al deden, zal ons onderbewustzijn wel zeggen dat het iets minder goed klinkt. We willen niet in dezelfde soep blijven roeren, maar iets nieuws maken. We vonden het dan ook belangrijk om een heel divers album te maken, waarbij onze verschillende emoties getoond worden.

Dat wil wel zeggen dat jullie heel wat nummers hebben gemaakt in die periode?

Damien: Wees maar zeker.

Cathal: Wanneer de albumtitel gekozen was, werd alles wel meer gefocust. Toen werd het plots makkelijker om nummers te schrijven. We maakten er al veel voordien, maar het paste niet allemaal in hetgeen we voor ogen hadden. Sommige nummers die we al opgenomen hadden, bleven hierdoor niet op de plaat staan, omdat het volgens ons gewoon niet overeenstemde met het geheel.

Hoe heeft de albumtitel daar dan bij geholpen?

Cathal: Wanneer beslist werd over de albumtitel hadden we een drietal nummers af.

Damien: Ja, en door de titel wisten we wat het centrale thema van de plaat moest worden. Als we even niet meer wisten wat gedaan, keerden we gewoon daarnaar terug. Die titel bleek heel belangrijk voor ons om de focus te behouden; anders ging ons album een grote chaos geworden zijn.

Diarmuid: De focus op de albumtitel leggen maakte het niet per se gemakkelijker om nummers te schrijven, hoor. (lacht) We moesten altijd bestaan in een bepaalde plaats, wat niet altijd evident was.

Heeft dat jullie ook geholpen als muzikanten?

Diarmuid: Het leert je alleszins omgaan met beperkingen. Het lijkt alsof je niet toegestaan wordt om de noot G te spelen, of enkele akkoorden moet negeren. Om daar rond te werken, moet je creatief zijn. Daaruit hebben we dus heel wat geleerd.

Hoe ontstaan nummers bij jullie?

Damien: Hangt ervan af. Soms is dat uit jams, soms komt er iemand met een idee en bouw je daarop verder. We proberen niet te blijven plakken bij één formule.

Cathal: Bij ons is er geen ‘how to?’ voor het schrijven. We blijven er gewoon aan werken en op zoek gaan naar inspirerende zaken.

“How the Streets Adore Me Now” is zelfs een heuse ballad met wat nasale, onverstaanbare zang. Vanwaar deze keuze?

Damien: Dat is een nummer geïnspireerd door Leonard Cohen.

Cathal: We wilden een nummer schrijven op de piano en dat idee bleef enkele weken in ons hoofd rondzweven. Op een bepaald moment zette James zich bij de piano met een gedicht dat hij geschreven had. Hij dacht dat het perfect zou passen, en dat deed het ook. De structuur was binnen het uur afgewerkt en dan namen we het op, waardoor het een van de meest spontane nummers uit het album is geworden.

Het nummer “Slowdance” is opgedeeld in twee delen, hoe komt dat?

Damien: Er zijn twee moods in de song. Het was op een bepaalde manier geschreven als twee verschillende nummers. We schreven deel een en dan viel deel twee er een beetje uit, tot we dachten dat het eigenlijk wel als één nummer zou kunnen passen. Het is wat ontsproten uit een idee van lagen, maar we konden het niet als één song doen omdat ze te verschillend zijn, terwijl ze ook te goed op elkaar lijken om het niet dezelfde titel te geven.

Er is momenteel een heuse hype binnen het postpunkgenre (zie jullie collega’s van Fontaines D.C. en Girl Band). Hoe komt dat volgens jullie?

Diarmuid: In het begin waren er een tweetal bands die iets interessant deden en dan raak je daaruit geïnspireerd. Dat was het geval bij Girl Band bijvoorbeeld. De leden van Fontaines zijn goeie vrienden van ons, en dan waren zij ook weg om hun ding te doen. Op die manier worden er ook verwachtingen gecreëerd vanuit de scene om te zien wat er als volgende zal komen, maar eigenlijk inspireert iedereen elkaar een beetje en zo ontstaat een community van dergelijke bands.

Het is niet enkel in Ierland natuurlijk. Zou het politieke klimaat in de wereld daar iets mee te maken hebben?

Damien: Muziek beweegt altijd in trends. Je kan het linken met het politieke of economische landschap, maar muziek leeft gewoon in trends. Als één band iets leuks doet, dan worden andere daardoor geïnspireerd en zo ontstaat een bepaald ‘hip’ genre.

Diarmuid: Binnen een jaar kan dat alweer iets anders zijn, zoals een folk-elektronisch genre uit Duitsland, bij wijze van spreken.

Cathal: Dan zullen ze zeggen: ‘Die mannen van The Murder Capital zijn echt lame; ze klinken als een fucking Ierse postpunkband.’

Zorgen de toestanden in Dublin dan voor zoveel frustraties die eruit moeten?

Damien: Op zich hebben we niet echt problemen met wat er aan de hand is in Dublin, maar mensen leggen die link wel snel, omdat iedere band plots van daar komt. Wij daarentegen zijn geen politieke band; we uiten gewoon onze eigen emoties.

Diarmuid: Ja, en we zijn niet de enigen met die emoties. Er zijn veel personen in onze stad die dezelfde emoties ervaren, maar die nooit geuit worden in de soort muziek die ze leuk vinden. Mensen zullen altijd hun eigen mening verbinden aan muziek; iedere interpretatie is anders.

Damien: Uiteindelijk associeert iedereen een gevoel met een geluid, en dat zal altijd anders en voor interpretatie vatbaar zijn.

Er is duidelijk een grote scene in Dublin. Zijn er volgens jullie nog bands waar we zeker rekening mee moeten houden in de toekomst?

Cathal: Wel, er zijn heel wat goeie bands, maar dat is niet enkel in het postpunkgenre. Je hebt bijvoorbeeld Junior Brother, die op zijn eigen manier trapnummers bewerkt. Ik heb hem vorig weekend twee keer gezien en dat was super interessant.

Wat hopen jullie te bereiken met dit album?

Cathal: Het opnemen, schrijven en uitbrengen van een album was hetgeen we wilden doen. Alles wat erna komt is leuk, maar we hebben eigenlijk al bereikt wat we wilden bereiken als band.

Damien: Ik kijk ernaar uit om het volgende album te schrijven, en om de Pyramid Stage te spelen. (lacht) Nee, we willen gewoon heel wat plekken zien. Ik was nog nooit in België geweest en het is eigenlijk zeer mooi. Verder zou ik persoonlijk graag eens in Azië spelen, en verder heel veel albums uitbrengen met deze line-up. Blijven evolueren met onze visie en communicatie.

Jullie komen binnenkort terug op het Sonic City Festival op uitnodiging van Shame.

Damien: Ja, we zijn heel goeie vrienden met sommigen van hen, dus dat was een logisch gevolg.

Diarmuid: All the boys spelen daar samen, want ook Squid en Fontaines komen af. Het zal gezellig worden, dat weet ik nu al.

Zijn er bands waar jullie naar opkijken?

Damien: Ik respecteer de manier waarop Nick Cave zijn muziek brengt. Gewoon hoe hij zijn geluid blijft evolueren en toch integer blijft, dat vind ik echt fascinerend. En hij is nog steeds bezig, dus dat is best cool. Ik zou dat op zijn leeftijd ook nog willen doen met deze band. Heel zacht en tegelijk heel intens klinken, dat is onze droom.

Dus als band gaan jullie ook nog ferm ontwikkelen?

Cathal: Ik denk niet dat we ooit twee keer hetzelfde gaan doen. Als dat gebeurt, houden we er beter gewoon mee op.

Diarmuid: Wacht maar tot je album tien hoort! (lacht)

Album een, When I Have Fears, komt vrijdag uit. Op 10 november staat de band op Sonic City.

14 augustus 2019

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter