Live, Recensies

Dour 2019 (Festivaldag 2): Van de kleinere podia moet je ‘t hebben

© CPU – Maxim Meyer-Horn

Het was gisteren al de tweede dag op Dour en het leek wel alsof het grootste deel van de mensen de eerste nacht goed had overleefd. Met meer dan vijftigduizend bezoekers liep het terrein weer aardig vol en werden alle negen podia overspoeld door een heleboel muziekliefhebbers en feestbeesten. Er kon gisteren ook al volop genoten worden van een heleboel straffe liveacts, zoals Joey Purp, Vince Staples, Susobrino en Death Grips, die uitstekende sets wisten neer te poten. Het volledige verslag vind je hieronder:

Lenny Pistol @ Le Labo

View this post on Instagram

@lennypistolito @dourfestival

A post shared by Die Rooie Die Foto’s Maakt (@julievandenbergh) on

De programmatie van de openingsdag van ontdekkingspodium Le Labo werd dit jaar verzorgd door Fifty Fifty. Op een voor velen nog erg vroeg tijdstip (15u30) stond er eerst Lenny Pistol op het programma. Deze twintigjarige Belg heeft met Pistil Boy zijn eerste ep uit en is sinds even getekend bij het label Luik Records. Zijn lo-fi bedroom pop van minimalistische aard geeft hem een mysterieus karakter, hoewel hij live toch iets minder geheimzinnig en breekbaar overkwam. Heel wat jongeren in het publiek waren al flink aan het roken geslagen, de sfeer was dan ook ideaal voor een bescheiden wake and bake. Muziektechnisch waren er enkele minpunten, zo verzonk de stem soms in de finale mix. Een groter probleem was echter toen er moeilijkheden ontstonden met de gitaar van de zanger, waardoor de show heel even stil lag. Voor ons niet heel erg, maar voor de zanger des te vervelender. “Pistil Boy” was het meest gekende en tevens best gebrachte nummer van de set. Het wist te breken met de anders vrij gezapige sfeer. De dynamiek tussen de zanger en twee andere bandleden was nog voor verbetering vatbaar. Lenny Pistol bleef wat te veel heen en weer wiegen; het concert begon wel, maar vertrok nooit echt.

Rare Akuma @ La Salle Polyvalente


Een podium openen op de eerste echte festivaldag is geen cadeau, en zeker niet als die tent meteen een van de grootste van het festival is. Rare Akuma kreeg die moeilijke taak toegewezen, maar meesterde deze met bravoure. De Antwerpenaar had niet lang nodig om de aanwezigen wakker te schudden met zijn overrompelende beats en strakke flow. Moshpits vragen was niet nodig, want het publiek deed dat bijna vanzelfsprekend op nummers als “Lil Sinatra” en “Fashion!”. Enkel het einde kon wat gestructureerder, maar dat was eerder geïmproviseerd nadat ze merkten dat ze nog tijd over hadden. We kregen daardoor wel een nummer van de Renegades (een soort van nieuwe Belgische hiphopsupergroep met Matt Wxsted, Kebbi, stealthesneaky en lzift) waarvan ook alle leden even een eigen nummer mochten brengen in de reguliere set. Wie zijn muzikale dag dus bij Rare Akuma begon, miste zijn start niet.

Phoenician Drive @ La Petite Maison

Het Brusselse collectief Phoenician Drive kon aardig overweg met een spanningsboog. Met z’n zessen gooiden ze Westerse, Noord-Afrikaanse en mediterraanse trance samen in de pan, en creëerden zo een pittige — haast volledig instrumentale — mengelmoes die zelfs de vroege vogels wisten te smaken. Arabische toonladders kronkelden hun weg doorheen nu eens duistere, dan weer wat luchtigere crescendo’s. Swingen, beuken, shredden op de oed (een twaalfsnarige Arabische gitaar) alsof hun leven ervan afhing: Phoenician Drive deed het allemaal.

Rendez Vous @ La Petite Maison

Normaal gezien hadden we met de heren van Rendez Vous al een afspraak om 16u, maar door het uitlopen van Phoenician Drive konden zij pas met een vertraging van tien minuten beginnen. Echt aantrekken deden ze zich dat niet en met de nodige coolness begonnen ze aan hun set. De Fransmannen brachten een meeslepende en intense set waarin ze een ideale balans vonden tussen doom, post-punk en ook een aantal flarden psychedelica. De nummers werden vakkundig lang gerekt en zorgden zeker vooraan voor een haast nooit stoppende pogo. “Sentimental Animal” werd straf gebracht en groeide naast slotakkoord “Last Stop” uit tot de sterkste momenten in de set. Wie beweerde dat gitaren niet werken op Dour werd door Rendez Vous mooi van het tegendeel bewezen en daar zijn we heel blij mee.

Dope Saint Jude @ La Salle Polyvalente

Omstreeks 16u in de namiddag was het in La Salle Polyvalente de beurt aan niemand minder dan Dope Saint Jude. De rapster uit Kaapstad werd bijgestaan door een vrouwelijke MC/hypeman en natuurlijk door haar dj. Met de energie van een kleine revolutie ving ze haar show aan. Het is deze intensiteit die ook het verdere verloop van het optreden zou tekenen. Dope Saint Jude is gekend om haar feministisch getinte teksten, en ook vandaag had ze het een en ander te vertellen aan het met mondjesmaat binnenstromende publiek. Het zijn sterke, vrouwelijke figuren van dit kaliber die verantwoordelijk zijn voor de huidige ommekeer in muziekland. Om het even met de woorden van Little Simz te zeggen: ‘a boss in a f***ing dress’. Rappen deed de zelfverzekerde dame natuurlijk ook en dit zelfs uitstekend over beats die we herkenden van onder andere YG en Dr Dre.

Yung Gravy @ Boombox

Yung Gravy mag voor sommigen dan nog een onbekende rapper zijn, op het internet is hij een echt fenomeen. Met 38 miljoen views van “Mr. Clean” werd dit nummer toch een fameus schot in de roos. Zijn ludieke stijl spreekt veel volk aan die fan zijn van het trapgenre, maar ook houden van de funny rapstijl naar het voorbeeld van Lil Dicky. Het enige ‘kleine’ verschil is de vreselijke stem van deze man. Het is een mooi gegeven dat hij live geen autotune gebruikt, maar in dit specifieke geval was het misschien wel noodzakelijk. Voor de rest was er zijn nonchalante houding tussen de songs door die wel past bij zijn ‘je m’en fous’-profiel, maar dat compenseert hij met zijn humoristische gehalte tijdens de nummers “Gravy for Pope” en “Knockout”. Uiteraard viel “1 Thot 2 Thot Red Thot Blue Thot” samen met “Mr. Clean” het meest in de smaak, en zorgde het voor een grote moshpit als vieruurtje, en dat is exact wat dit publiek nodig had. Het valt wel op hoe weinig verschil er zit tussen de nummers van de rapper uit Minnesota, waardoor het gehele optreden meer op een grote trapwave lijkt dan op een klassevolle show, maar het is wel een mooi begin van een hiphopavond op Dour.

Tank and the Bangas @ The Last Arena

Met Tank and The Bangas kregen we een van de frivoolste livebands van het moment voorgeschoteld. De jazzy hiphop, soul en funk bende verscheen met een kleurrijke acht man op het podium. Een speciaal moment was het wel toen de reeds mooie groep voor het podium begon mee te zingen met de uitgelopen soundcheck. Als laatste vond uiteindelijk ook de charismatische frontvrouw Arriona “Tank” Ball haar weg naar het podium, met aan de hand een reusachtige, groene ballon. Ball moet wel een van de meest hyperkinetische, bruisende personen op dit halfrond zijn; haar natuurlijke speelsheid en enthousiasme trokken de hele band mee in haar kielzog. Zo schakelde de saxofonist op zijn beurt plotseling over op dwarsfluit, om later opnieuw op zijn keuze terug te keren. De show met een meanderend verloop kende heel wat verschillen in dynamiek, en zorgde zonder twijfel voor een scheut ultrapositieve energie die de aanwezigen de eerste volledige dag zonder kleerscheuren zou doorhelpen. “Ants” en “Nice Things” waren overigens enkele uitschieters van de aangename show in de stralende zon. Het publiek bleef jammer genoeg met velen in de achtergrond zitten, maar zij die kwamen, werden zeker niet teleurgesteld.

Fontaines D.C. @ La Petite Maison

In april bracht de Ierse band Fontaines D.C. met Dogrel een van de beste debuutplaten vanhet jaar uit. Onlangs zetten ze nog een ijzersterke show neer in de 4AD in Diksmuide, maar gisteren duurde het lang voor het vijftal echt vaart kon nemen. Ze zagen er in ieder geval niet al te gelukkig uit, wat waarschijnlijk te danken was aan de vertraging van de eerste band die nog niet was weggewerkt, en ook de start liep een beetje mis. Het geluid was immers behoorlijk slecht tijdens “Hurricane Laughter” en de stem van frontman Grian Chatten was amper hoorbaar. Ook de interactie met het publiek was zo goed als nihil en de bandleden brachten de nummers heel kil en afstandelijk. Gelukkig verbeterde het optreden bij het inzetten van “Too Real”, en kreeg het publiek eindelijk de Fontaines D.C. die de afgelopen maanden door diverse media (waaronder ook wij) werden opgehemeld. “Boys In The Better Land” werd snedig gebracht en zorgde vooraan voor wat extra animo. Afsluiten deden ze goed met het korte “Big”, waarna ze alweer het podium verlieten. De Ieren hebben duidelijk meer in hun mars dan ze gisteren lieten zien, en wij hopen dat ze dat de volgende keer in ons land opnieuw kunnen tonen.

JPEGMAFIA @ La Salle Polyvalente

Bij veel artiesten is het makkelijk om ze in te delen op basis van muziekgenre en -stijl, maar bij JPEGMAFIA is dat niet zo simpel als het lijkt. Zijn stijl is een mix van hiphop- en punkrockstijlen, en hij haalt vast en zeker inspiratie uit enkele agressieve EDM-genres. Hierdoor is het voor sommigen moeilijk te begrijpen waarom deze vriendelijke jongeman op het podium helemaal losgaat op een – licht uitgedrukt – aparte soort beats met een heel gecompliceerde samenstelling. “Thug Tears” en “Libtard Anthem” zijn voorbeelden van nummers van zijn laatste album Veteran. JPEG geeft alles van zichzelf, maar hij sleurt het publiek hier maar af en toe in mee. Zijn nieuwste single “The Who” is wel een absolute voltreffer. Met een zwoele r&b-beat en dromerige bars wordt dit nummer net zoals “Panic Emoji” goed ontvangen door het publiek. En al bij al kon de combinatie van hiphop en rock een groot publiek bekoren!

Rimon @ Le Labo

© CPU – Maxim Meyer-Horn

Ama Lou was voor velen een van de must-see opkomende acts, maar door ongekende redenen blies ze haar show een weekje geleden af. Inspringen deed de Amsterdamse RIMON die ook stilaan het water aan het koken krijgt. Met laidback nummers, gespeeld door haar driekoppige band, konden we haar drie kwartier vertier enorm goed smaken. Afrikaanse invloeden, r&b en pop liepen nooit in elkaars weg en zorgden voor een aangenaam sfeertje. Bijster spectaculair werd het nooit, maar mits meer werk zien we RIMON wel snel groter worden!

Sudan Archives @ La Petite Maison

View this post on Instagram

@abdel.el.tayeb @agnelle_officiel

A post shared by Su (@sudanarchives) on

Bloedheet was het in La Petite Maison, en dat lag niet alleen aan de zwoele avondzon. Begeleid door haar viool, samples die zich uitstrekten van soul tot trap, en een karmozijnrood kleed dat matchte met de lichtshow, zette Sudan Archives ons in lichterlaaie. Beginnen deed Brittney Parks nochtans heel ingetogen met vioolgetokkel, maar al snel gooide ze de boeg om. Als een dirigente van de sensualiteit zwaaide ze haar strijkstok op de cadans van haar zoete nummers. Maar halverwege leek haar verleidingsdans pit te verliezen. Gelukkig had ze de geringste moeite om zichzelf te counteren met het lichtvoetige “Nont for Sale” of topafsluiter “Come Meh Way”.  Die ondeugende wendingen, samen met haar virtuose vioolsolo’s, gaven haar set de nodige dosis ambiance.

Vince Staples @ The Last Arena

© CPU – Maxim Meyer-Horn

De tweede artiest die The Last Arena een uur lang zijn territorium mocht noemen was niemand minder dan Vince Staples. De Amerikaan wordt door menig ander topartiest als Kendrick Lamar en Tyler the Creator geprezen voor zijn talent en mentaliteit. Hij was al enkele keren in België te bezichtigen, en rondde elk optreden telkens met klasse af. En jawel, ook deze keer ging zijn show niet onopgemerkt voorbij. Waar er eerst sprake was van een sobere opkomst, leek de weide op het einde in een doolhof van mensen te zijn veranderd. Vince is een échte old school rapper met een oor voor gewaagde en harde beats. Zijn invloeden uit de nineties hiphop zijn niet onder stoelen of banken te steken, en dat uitte zich ook in zijn performance. “745” en “Norf Norf” ratelden van zijn stembanden alsof hij een machine was, en het recentere “Feels Like Summer” en heerlijke “Señorita” werden uitstekend gebracht. Vince Staples blijft jaarlijks verbazen, en zal nog lang een naam zijn om in de gaten te houden. See you next time, Vince.

Lolo Zouaï @ Le Labo

© CPU – Maxim Meyer-Horn

Als er een naam is die we volgens de bookers van Dour zeker moesten checken, dan was het wel Lolo Zouaï. De Frans-Amerikaanse wordt bestempeld als de nieuwe Billie Eilish en lokte al redelijk wat volk in Le Labo. Met haar kakelverse debuutplaat High Highs to Low Lows onder de arm verzorgde ze ons een toffe popset met heel wat catchy nummers. Moederziel alleen stond ze op de planken, maar die leegte wist ze met haar persoonlijkheid en uitstraling moeiteloos te vullen. Kenmerkend voor Lolo Zouaï is dat ze sommige nummers zowel in het Frans als in het Engels brengt, zoals bij “Brooklyn Love”. Haar stem was gisteren ook nog eens in vorm, en dat was vooral te horen bij “Blue”, waar ze moeiteloos alle hoge tonen wist te treffen. Afsluiten deed ze met het iets mindere “Beaucoup”, maar desondanks mogen we spreken van een sterk optreden.

Joey Purp @ Boombox

Joey Purp is een van de vruchten van de bloeiende rapscene van Chicago. In 2018 releasete de jongeman het album QUARTERTHING, hoog in het vaandel gedragen door onder meer Pitchfork. Het is dit stukje vakmanschap dat hij aan ons kwam voorstellen in een volle Boombox. Joey Purp ging verschroeiend van start met “Lebron James”, na een behoorlijk stevige opwarming door zijn dj. Ook de zware bassen van “Look At My Wrist” en “Fessional/Diamonds Dancing” vielen erg goed in de smaak bij het talrijk opgekomen publiek. Deze appreciatie vertaalde zich vooraan in een permanente moshpit. Met zijn sublieme raps liet hij het publiek uit zijn hand eten. Bij “Cornerstore” zette hij zich er even bij neer. Nog steeds zittend leverde Joey meteen erna een van de vele pieken met “2012”. Tijdens de tweede helft van de show verruilde hij vreemd genoeg twee keer het podium voor de coulissen. Deze acties en enkele minder gekende songs haalden de schwung er wat uit, al zal het concert van J.I.D., dat elders bijna aanving ook geen goed gedaan hebben. Die arme planken in de Boombox klaagden niet. Hoewel het concert wat in dalende lijn ging, waren er niet veel die deze prestatie gisteren konden overtreffen.

Death Grips @ La Petite Maison

Dit experimentele electro-noisecore trio zet altijd een verschroeiende doch unieke set neer, maar toch liet Death Grips ons weer met stomheid geslagen achter. Waar all-time favourite “I’ve Seen Footage” in hun vorige Belgische passage (in de Ancienne Belgique) iets later in de set kwam, gooiden ze die nu als tweede nummer — met succes — voor de leeuwen. Al vanaf het begin bleek de sfeer gezet: fanaten gingen uit hun dak, nieuwkomers keken hun ogen uit en waren ook meteen verkocht. In hoogtepunten “Black Paint”, “No Love” en “You Might Think He Loves You for Your Money but I Know What He Really Loves You For” blonk drummer Zach Hill nogmaals uit door zijn van de hak op de tak springende stijl. Als er iets zou bestaan zoals ‘free industrial’ — in plaats van free jazz —, dan zou Death Grips het hebben uitgevonden en elke tegenstander in het genre genadeloos met de grond gelijk maken. Want zo klinken ze.

J.I.D. @ La Salle Polyvalente

View this post on Instagram

hoogtepuntje 😍

A post shared by maya (@mayadhollander) on

J.I.D. is een behoorlijk nieuwe artiest in de internationale hiphopwereld, die desondanks toch al serieuze adelbrieven kan voorleggen. Hij werd enkele jaren geleden al gesigned voor het Dreamville project van J. Cole, en scheerde afgelopen maanden hoge toppen met zijn nieuwe album Di Caprio 2. Een groot deel van zijn performance was aan dit album gewijd, met toepasselijke filmscènes met Leonardo in de hoofdrol. “Westbrook”, “Off Deez”, en “151 Rum” gaven power aan de zaal en “Slick Talk” bewaarde de kalmte met een dromerige beat. Het fenomenale raptalent van de 28-jarige Amerikaan vormde de kers op de taart en maakte hem beter met de minuut. Met “Ed Edd n Eddy” werd een iets ouder nummer van onder het stof gehaald, en het zwoele “Costa Rica” was een mooie afsluiter van deze topact. Niet enkel het publiek was onder de indruk, ook hij was zichtbaar tevreden van het enorme applaus op het einde. J.I.D. zien we zeker nog terug op Belgische bodem.

OrelSan @ The Last Arena

© CPU – Maxim Meyer-Horn

OrelSan is in Vlaanderen geen al te gekende naam, maar in Wallonië en Frankrijk is hij een gevierde superster die met gemak arena’s weet uit te verkopen. Dit jaar speelde hij maar één concert in België en die eer was weggelegd voor Dour. Het was dan ook behoorlijk druk voor The Last Arena en voor het concert überhaupt begon, was de menigte voor het hoofdpodium al wat ongeduldig aan het roepen. Zoals dat hoort, begon de Fransman op tijd en dat meteen met een onuitgebracht nummer. Een ware woordenstroom werd op ons afgevuurd en dat was niet de enige keer. Met “Basique” en “La Pluie” duurde het ook niet lang voor een klein feestje zich over de weide uitstrekte.

© CPU – Maxim Meyer-Horn

Helaas zakte de set wel even wat weg en verloor hij onze aandacht. Op een liveconcert durven de meeste nummers wel te werken, maar een hele festivalweide inpakken konden nummers als “Quand est-ce que ça s’arrête” niet. Dan maar alles inzetten op een goed einde en dat kwam er ook. “Rêves Bizarres” was leuk gebracht, en bij het hitje “La terre est ronde” dook OrelSan het publiek in en zongen duizenden mee met het refrein. “La fête est finie” zorgde kort voor het slot nog voor een soort kampvuurmoment, maar dan in een hiphopjasje. Met een spectaculaire reprise van “Basique” werd het feest nog een laatste maal op gang getrapt en sprong haast iedereen mee. Een uur was misschien iets beter geweest voor OrelSan en zijn band, maar ook nu zagen we in grote lijnen een waardige headliner met een aardige show.

Sebastian @ Boombox

De Boombox barste bijna uit zijn voegen bij eerste klepper “Thirst” van deze Franse dj. Alleen een zacht wuif- en handpistoolgebaar bleek daarbij genoeg om de tent in vuur en vlam te zetten. Vanaf dan schoot hij uit de startblokken zonder ook maar één keer achterom te kijken. Wat begon bij old school electro à la Daft Punk en Justice, sloeg abrupt om bij trap of negeerde een voorrang van rechts om op techno af te stevenen. Tempohalveringen en –verdubbelingen schoven naadloos in elkaar, maar net niet naadloos genoeg om geen verrassing meer te vormen. En verrassen deed Sebastian nog het meest met zijn cover van rockklassieker “Killing in the Name” van Rage Against The Machine. Geen verzoeknummertje zoals op een derderangs chirofuif, maar een opgedreven, bijna dubstepversie die ondanks dat laatste Sebastians set naar een hoger niveau tilde.

Tommy Cash @ La Salle Polyvalente

Veel benieuwde gezichten stonden een kwartier lang te wachten op de Est Tommy Cash die opkwam met ontbloot bovenlijf en in ware gabberstijl. Met een hyperactieve hardstyle song wordt een toon gezet die, gelukkig voor de hiphopliefhebbers, niet al te lang duurt. “PMW”, wat staat voor ‘pussy money weed’, brengt de rapper in hem naar boven, en “LEAVE ME ALONE” bezorgde La Salle Polyvalente koude rillingen met een beat gebaseerd op een kille schreeuw en een duistere sirene. Tommy creëert een chemische sfeer met dit nummer, en dat is de toon die dan weer gezet wordt voor de rest van de show. Zijn bekendste nummers, zoals “Winaloto”, “Little Molly” en “Who” tonen Tommy’s talent in verschillende stijlen, en het optreden verandert van een dampende hiphopshow in een steenhard hardstyle en hardrock feest op een vingerknip. De Est is een buitenbeentje, maar zeker en vast ook een geniale artiest.

Susobrino @ Le Rockamadour

Le Rockamadour, het zanderigste en tegelijk misschien wel gezelligste podium van Dour, was gisterenavond de setting van het optreden van Susobrino. Daar gooide het publiek nog iets vaker dan gewoonlijk blootsvoets de benen los. De locatie leek wel op het lijf geschreven van de Belg met Boliviaanse roots. Op zijn debuut-ep Mapajo wist Susobrino in 2018 nog te overtuigen met een tropische mix van field recordings, exotische instrumenten en elektronica. Gisteren wist hij zelfs een nog diepere indruk na te laten. Het was vaak met ogen dicht genieten van zijn hersenspinnende creaties. Een uit het regenwoud geplukte toverfluit zette al vroeg de toon, nog veel unieke tonen zouden volgen. In de kleinschalige setting leek het geluid van overal op te duiken met een indrukwekkend geluidslandschap als gevolg. Voor afwisseling zorgde Susobrino ook meer dan genoeg door soms te versimpelen tot ambient en dan weer over te schakelen op knotsgekke elektronica. Eén ding is zeker: dit was een beleving die het doodgewone muziekoptreden ver oversteeg. Het was dan ook geen wonder dat we ons op het einde van de set tot aan de knieën in het zand gedanst hadden.

Geschreven door Tijl van de Casteele, Sam Donné, Oyana Es, Maxim Meyer-Horn en Simon Meyer-Horn.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram zijn er nog meer beelden te vinden. Volgen is de boodschap!

12 juli 2019

About Author

Simon Meyer-Horn


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief